Keizer Shōmu

Uit GeschiedenisJapan
(Doorverwezen vanaf Keizer Shōmu (聖武天皇))
Ga naar: navigatie, zoeken
Voorstelling van Keizer Shōmu

Keizer Shōmu 聖武天皇 is de 45ste keizer van Japan en stamt uit de Nara-periode. De idee van deze opmerkelijke keizer is een staat gebaseerd op boeddhisme.

Inleiding

Keizer Shōmu, als kind ook Obito no miko, werd in 701 (Nara-periode 奈良時代)[1] in Yamatō 大和 geboren en was de (enige) zoon van Keizer Monmu 文武天皇. Deze was ook de kleinzoon van de bekende Keizer Tenmu 天武天皇. Reeds in 719, op 18-jarige leeftijd, was hij actief in de regering. Zijn tante Genshō 元正天皇 was toen keizerin van Japan en het is vooral door haar dat Shōmu in de regering terecht kon komen. Hij werd, door de troonsafstand van Genshō, Keizer in 724. Zijn regeringsperiode bleef duren tot het jaar 749. Hij is vooral in de geschiedenisboeken te vinden als een voorstander van het boeddhisme. Door hem werd ook de befaamde en nog bestaande Tōdaiji (東大寺) gebouwd in 752. Zijn bekering tot het monnikenleven betekende in 749 het einde van zijn keizerschap. Zijn dochter, Keizerin Kōken 孝謙天皇, ook wel Shōtoku 称徳天皇, nam toen de fakkel over.

Zijn boeddhisme

Tōdaiji 東大寺

Het belangrijkste kenmerk van deze Keizer is zijn ahw. boeddhistische obsessie. Van alle keizers wordt hij als de meest boeddhistische beschouwd. Midden de zesde eeuw waaide dit boeddhisme over vanuit Korea. Maar enkele toenmalige clans waren hierop tegen terwijl andere clans erop instemden, zodat deze het onder elkaar uitvochten. De instemmende zijde won dit geschil en zo werd later het boeddhisme “verjapanst” om niet in strijd te moeten zijn met het shintoïsme[2]. En zo konden deze twee godsdiensten tegelijk vereerd worden.

Het feit dat Keizer Shōmu een door het boeddhisme beschermde staat wou vol van kloosters toont dus ook aan dat hij pro-boeddhistisch was. Tōdaiji 東大寺, Hōkkeji 法華寺, Kōfuku-ji 興福寺en Saidai-ji 西大寺 zijn enkele tempels uit een ruim gamma, die verplicht waren door Shōmu om gebouwd te worden. De Tōdaiji, eerst Kinshōsen-ji 金鐘山寺, werd gebouwd ter ere van zijn éénjarige overleden zoon, Prins Motoi 基王皇子. Van deze Tōdaiji werd het Schathuis 正倉院 (Shōsoin) goed bewaard gebleven. Hierin bevonden zich, zoals zich laat vermoeden, schatten uit de Nara-periode en meerbepaald van Keizer Shōmu.

Niet alleen bouwkunst, maar ook beeldhouwkunst vond zijn progressie in de Nara-periode. Deze twee takken gingen hun eigen weg in de Japanse cultuur onder Keizer Shōmu en vormden een eerste glansperiode betreffende de (kunst)geschiedenis van Japan.

Merkbare feiten

Daibutsu in Tōdaiji

Keizer Shōmu heeft in zijn leven heel wat dingen geprobeerd, aangevangen en ook af kunnen werken. Zo heeft hij zoals reeds vermeld heel wat tempels op zijn naam staan. Hij heeft ook verscheidene keren geprobeerd een andere hoofdstad dan Nara te verkrijgen, meerbepaald in het Noordoosten hiervan, maar is hierin niet geslaagd. Toch was het aan het einde van de 8ste eeuw dat de hoofdstad naar het toenmalige Heian-kyō 平安京[3] verhuisd werd.

Volgende ondernemingen van Shōmu mogen niet onbenoemd blijven:

Daibutsu 大仏 in Tōdaiji

In de Tōdaiji (東大寺) liet Keizer Shōmu in 752 een gigantisch boeddhabeeld 大仏 (Daibutsu) bouwen. Een opmerkelijk feit is dat bijna al het koper aanwezig in Japan hieraan opgegaan was, ook dankzij de acht pogingen die men nodig had om het beeld tot stand te doen brengen.

Pokkenepidemie

In de jaren 730 was Keizer Shōmu beslissend inzake de toenmalige pokkenepidemie. Deze heeft veel slachtoffers geëist zowel in de lage rangen als in de aristocratie. Wat Shōmu toen deed, was het verlagen van de belastingen en militaire handelingen ondernemen. Shintoïstische en boeddhistische godsdienstoefeningen werden ook gedaan in de Tōdaiji, die toen pás overeind stond, om de kwade geesten te vernietigen en de kami te vragen de slachtoffers terug beter te maken.

Sechie 節会

Keizer Shōmu trok sumaibito[4] aan van over heel Japan om deel te nemen aan jaarlijkse festivals Sechie 節会 die in de keizerlijke tuinen doorgingen op de 7de dag van de 7de maand. Tegelijkertijd kwamen ook dichters aan hun trekken door hun opstellen te vertonen. Sechie-zumō 節会相撲 werd een ritueel om vrede en voorspoed over heel Japan te bekomen. Deze traditie werd nog vervolgd in de Heian-periode 平安時代 (794-1185).

Kegon-school 華厳宗

De Kegon-school was één van de zes boeddhistische scholen in Japan. Het kwam vanuit China rond 740 door Shenxiang in Japan terecht onder de Chinese naam van Hwajen. Aan deze Kegon-school hechtte Shōmu zoveel belang, dat hij het land wou besturen aan de hand van de ideeën van deze traditie. En dit is wederom een reden voor de bouw van de Tōdaiji tempel.

Shōmu’s thee-ervaring

In het jaar 729 proefde Keizer Shōmu de thee uit China. Deze thee werd door hem "getransporteerd" naar Japan en in geen tijd werd het gedronken door de monniken in eerste instantie en later de rest van het land. Het was vooral zwarte en groene thee die aan de monniken in de kloosters werden geschonken door Keizer Shōmu. Een traditie die toen ontstaan is, Cha no yu 茶の湯, ging dus gepaard met de boeddhistische tradities en ceremoniën. Deze nieuwe traditie is het verwerven van een moment van rust en te streven naar harmonie, zuiverheid en respect.

Voetnoten

  1. Tijdperk tussen 710 en 794 met Nara als hoofdstad en met tal van verbeteringen betreffende maatschappij.
  2. Traditionele natuurgodsdienst in Japan. Staatsgodsdienst.
  3. Kyōto. Tot 1868 hoofdstad van Japan.
  4. =Sumo-worstelaars, ook sumōtori 相撲(人)

Bronnen

webpagina's

literatuur

  • BREEN, J. en MARK, T., Shinto in History, Ways of the Kami, Honolulu: University of Hawaii Press, 2000
  • MASON, R.H.P. en CAIGER, J.G., A History of Japan, revised edition, Boston: Tuttle Publishing, 1997
  • PIGGOTT, J., The emergence of Japanese Kingship, Californië: Stanford University Press, 1997
  • VANDE WALLE, W., Van Samoerai tot softpower, Leuven: Acco, 2007