Kazu no Miya en de val van het Shogunaat
Uit GeschiedenisJapan
Prinses Kazu no Miya is geboren in het jaar 1846 en is gestorven in 1877. Zij heeft van heel dichtbij meegemaakt hoe Japan tijdens die periode aan het veranderen was, en hoe het Shōgunaat plaats maakte voor de Meiji overheid. Ze zat er middenin toen er een einde kwam aan het Shōgunaat: ze was uitgehuwelijkt aan shōgun Iemochi.
Inhoud |
Uitgehuwelijkt
Prinses Kazu's vader, Keizer Ninkō, stierf kort na haar geboorte in 1846. Haar moeder was een concubine, Hashimoto Tsuneko, die na de dood van de keizer de naam Kangyou In aan nam. Na de dood van Keizer Ninkō, werd Kazu no Miya's halfbroer, Kōmei, keizer. Prinses Kazu was gekend als een uitstekende kalligrafe en wakadichteres[1]. Kazu no Miya gebruikte waka om haar leven in te beschrijven.
Oorspronkelijk was Kazu no Miya uitgehuwelijkt aan Prins Arisugawa Taruhito maar in 1861 veranderde dit en werd ze onverwachts uitgehuwelijkt aan de 14e Shōgun, Iemochi.
Dit huwelijk toonde volgens sommigen aan dat het Shōgunaat aan het verzwakken was, en dat het keizerlijke banden nodig had.
Prinses Kazu is via de weg Door de Bergen, door Kiso, naar Edo gereisd. Daar nam ze haar intrek in het Kasteel van Edo. Tijdens de reis werd ze vergezeld door 10 000 mensen. De reis van Kyōto naar Edo duurde 26 dagen.
De reis
Kazu no Miya was een erg belangrijke persoon, en ze moest met respect behandeld worden. Dit zorgde voor paniek bij de dorpsbewoners waar ze langs zou komen. Ze moesten 2500 mensen en 200 paarden onderhouden op de dag van de doortocht en op de dag na de doortocht 8000 mensen en 3000 paarden. De dorpen moesten elke man optrommelen om de Prinses en haar enorm entourage te onderhouden. Dorpen waren meestal maar geschikt voor 200 doorgangers, maar het entourage van de Prinses was minstens 10 keer zo groot. Het was dan ook niet ongewoon dat na de doortocht sommige dorpen moesten beginnen aan herstellingswerken. Voor iemand als Prinses Kazu was alleen het zuiverste water goed genoeg, en dat werd overgebracht vanuit Kyōto. Maar de Prinses dronk en at even graag de lokale gerechten van de dorpen.
Als de Prinses het dorp doorkwam moesten de dorpsbewoners gaan zitten voor of in hun huizen, met hun hoofd naar de grond gebogen en ze mochten niet opkijken om een glimp op te vangen van de Prinses. Honden moesten vastgebonden worden en vuren moesten gedoofd worden.
Huwelijk
Kazu no Miya trouwde in 1862, op 16-jarige leeftijd, met Shōgun Iemochi. Daarna begon haar leven in het Kasteel van Edo. Ze begon nog meer gedichten te schrijven. Ze schreef meer dan 300 gedichten gedurende haar verblijf in het Kasteel. Ze kreeg ook interesse in poppen en creëerde een verzameling. Die kan je nu bekijken in het Furukawa Kunst Museum, samen met de kunst die ze gemaakt heeft.
Shōgun Iemochi was eigenlijk meer geïnteresserd in het lot van het Shōgunaat dan zijn vrouw. Hij begon te beseffen dat het huwelijk het Shōgunaat niet kon redden. Er begonnen namelijk vragen te rijzen over het nut van het verder bestaan van het Shōgunaat.
Aan het huwelijk van Kazu no Miya was een voorwaarde verbonden. Het bakufu zou de buitenlanders moeten wegwerken. Natuurlijk is dit niet iets dat zomaar kan lukken, en dat bracht irritaties te weeg bij de "anti-buitenlanders"-groep in Kyōto. In september 1862 werd er een boodschap gestuurd naar Edo met daarin dat het bakufu dringend werk moest maken van zijn belofte. Shogun Iemochi was niet opgezet met dit gedrag en trok zelf naar Kyōto. Hij kon de keizer ervan overtuigen dat een oorlog tegen het buitenland niet zo slim zou zijn. [2]
In 1864 wou Chōshū[1] Kyōto bezetten, maar dat mislukte. Hierdoor werd Chōshū uitgeroepen tot vijand van het hof, en begon het bakufu een strafexpeditie tegen Chōshū (dai-ichiji Chōshū seibatsu - eerste strafexpeditie tegen Chōshū).
In 1865 viel het bakufu Chōshū een tweede maal aan. Shōgun Iemochi trok persoonlijk naar Ōsaka om de voorbereidingen te leiden. Het leger van de Shōgun kon niet winnen tegen het sterke leger van Chōshū en de expeditie mislukte. Tijdens deze reis werd de Shōgun ziek en overleed hij aan een hartaanval veroorzaakt door beriberi. [3] Hierdoor kwam er een einde aan het korte huwelijk met Kazu no Miya. Na de dood van Shōgun Iemochi nam Prinses Kazu de sluier op, en nam ze de naam Seikan In aan. Ze zette haar leven verder als een Boeddhistische non.
Opvolging
De opvolger van Shōgun Iemochi was Shōgun Yoshinobu, de 15e en laatste Shōgun. Deze ondernam verschillende pogingen om het bakufu nieuw leven in te blazen. Na de mislukkig van de tweede aanval op Chōshū was de anti-bakufu sfeer sterk. Maar door Yoshinobu leek dit te veranderen.
In 1867 stierf Keizer Kōmei. Dit was nog een tegenslag voor Prinses Kazu, die bovenop de dood van Shōgun Iemochi kwam. Iwakura Tomomi [4] slaagde erin de nieuwe keizer te winnen voor de anti-bakufu plannen. Er werd aan Shōgun Yoshinobu voorgesteld om zijn gezag terug over de dragen aan de Keizer, en hij stemde ermee in. Dit zorgde voor veel paniek bij de vrouwen in het Kasteel van Edo. Hun rustige leven dat ze hadden, was nu voorbij. Dit betekende het eind van het Shōgunaat en het bakufu.
Kasteel van Edo
Na de dood van Shōgun Iemochi zette Kazu no Miya haar leven verder in het Kasteel van Edo als een Boedhistische non, samen met de andere hofdames. Ze had het moeilijk met haar sobere leven als weduwe, en bovendien had ze geen goede relatie met haar schoonmoeder, Vrouwe Tensho In. Ze bracht haar dagen grotendeels door met bidden. Dit was niet echt een leven voor de Prinses, want ze had een extravagante persoonlijkheid en hield zich graag bezig met kunst.
Na het nieuws dat Shōgun Yoshinobu[5] zijn titel opgaf, werden ze op 3 mei 1868 gedwongen om het Kasteel van Edo te verlaten. Dit kwam omdat er een leger werd uitgezonden om het Kasteel binnen te dringen en de Shōgun[6] te executeren. Dit maakte het eind van het Shōgunaat wel heel reëel.
Samen met de andere weduwen, schoonmoeders en hofdames vluchtte Kazu no Miya weg. Onderweg troffen ze vernielde dorpen aan, en zagen ze overal schermutselingen. Japan was aan het veranderen. Ze vonden een toevluchtsoord in het huis van Shimizu. De gedenkplaat van Shōgun Iemochi verdween die nacht. Volgens geruchten zou Kazu no Miya deze meegenomen hebben op de nacht van haar vlucht.
Kazu no Miya zette haar leven verder als non in een Boedhistisch klooster. Ze leefde als een Boedhistische non voor 9 jaar. Ze stief kinderloos en achtergelaten op 31-jarige leeftijd aan de gevolgen van beriberi[7] in 1877.
| Oshikaraji | |
| kimi to tami to no | |
| tame naraba | |
| mi Musashino no | |
| tsuyu to kiyu tomo | |
| Zonder spijt, | |
| Want als het voor u is, heer, | |
| en uw volk | |
| zal ik met de dauw verdwijnen | |
| op de vlakte van Musashi | |
| Prinses Kazu, 1861 |
Voetnoten
- ↑ waka is een dichtvorm, bestaande uit 5 regels van respectievelijk 5, 7, 5, 7, 7, lettergrepen. Deze 31 letergreep-lange dichtvorm is uniek en wordt beschouwd als één van Japans' belangrijkste originele literaire vormen.
- ↑ Shōgun Iemochi was de eerste Shōgun van de vele Shōguns die hem zijn voorgegaan, die Edo verliet.
- ↑ Beriberi is een aandoening aan het zenuwstelsel die veroorzaakt wordt door een tekort aan vitamine B1. De ziekte kan zich uiten in gewichtsverlies, stemmingswisselingen, verstoring van zintuigelijke waarneming, zwakke en pijnlijke ledematen en hartritmestoornissen. Daarnaast treden er vaak zwellingen op. In een gevorderd stadium kan de ziekte leiden tot hartfalen en de dood tot gevolg hebben. De naam beriberi is afkomstig uit het Singalees en betekent "ik kan niet, ik kan niet".
- ↑ Iwakura Tomomi speelde een belangrijke rol in de Meiji restauratie, hij beïnvloedde de gedachten en ideëen van het Keizerlijk hof.
- ↑ Tokugawa Yoshinobu (徳川慶喜) was de 15e en laatste shogun van het Tokugawa-shogunaat.
- ↑ Shōgun (将軍) is de afkorting van de titel Seii Taishōgun (征夷大将軍). Dit betekent 'generaal die de barbaren verslaat' en was oorspronkelijk de titel voor een Japans opperbevelhebber
- ↑ Beriberi is een aandoening die wordt veroorzaakt door een tekort aan vitamine B1, waarbij één vorm het hart- en vaatstelsel aantast en een andere vorm zich manifesteert met neurologische symptomen.
Bibliografie
Boeken
- Vande Walle, Willy. Een geschiedenis van Japan: van samurai tot soft power, Leuven: Acco, 2007.
- Downer, Lesley. De laatste concubine, Arena Amsterdam, 2008.
Internet
- Lesley Downer, A passion for Japan http://www.lesleydowner.com/ (geraadpleegd op 29/11/2009 en 17/12/2009)
- Women of Royalty http://royalwomen.tripod.com/id9.html (geraadpleegd op 28/11/2009, 29/11/2009, 6/12/2009, 12/12/2009)
- Princess Kazu http://en.wikipedia.org/wiki/Princess_Kazu (geraadpleegd op 28/11/2009, 29/11/2009, 6/12/2009, 12/12/2009)
- Kazu no Miya http://wiki.samurai-archives.com/index.php?title=Kazu-no-Miya (geraadpleegd op 29/11/2009)



