Kanji Ishiwara
Uit GeschiedenisJapan
Kanji Ishiwara (石原 莞爾 Ishiwara Kanji), geboren te Tsuruoka in de Yamagata prefectuur op 18 januari 1889, was een luitenant-generaal van het Imperialistisch Japans Leger (大日本帝国陸軍 Dai-Nippon Teikoku Rikugun) . Hij was tevens één van de personen die het Mukden-incident in Mantsjoerije in 1931 heeft veroorzaakt.
Inhoud |
Jeugd
Ishiwara Kanji is geboren op 18 januari 1889 te Tsuruoka in de Yamagata prefectuur in de Tōhoku regio van Japan. Hij stamde af van een samoerai familie die de Shōnai-han had gediend en voorstander was geweest van de Tokugawa bakufu alsook aan de zijde was van de Noordelijke Alliantie tijdens de Bōshin Oorlog. Hij was de tweede zoon van een politie-agent en begon zijn militaire carrière aan de Militaire Voorbereidings School in Sendai toen hij 13 was. Later ging hij naar de Centrale Militaire Voorbereidings School in Tōkyō.
Militaire Carriere
Na 2 jaar training in Tōkyō werd hij aanvaard aan de Japanse Militaire Academy in de 21ste klas en werd in 1910 aangesteld als Tweede Luitenant in de 65ste Infanterie-afdeling van het Imperialistisch Japans Leger toen Japan in Korea actief was. Voordien had Ishiwara al de leiding gekregen over een kleine eenheid in zijn geboorteregio van Tōhoku en had er dus al wat ervaring opgedaan. In 1910 werd hij naar Korea gestuurd in Chuncheon , een klein stadje dat 25km van Seoul was gelegen, vervolgens naar Yongsan , het toenmalig Regimenthoofdkwartier en uiteindelijk naar de buitenwijken van Seoul. In 1915 , na zijn terugkeer in Tōhoku, slaagde hij voor het zeer competitieve ingangsexamen voor de 30ste klas van de Army Staff College Hij eindigde in 1918 als eerste en werd in de rangen aanvaard van de Guntōgumi(軍刀組)[1]. Van 1920 tot 1921 kreeg hij een opdracht in China meer bepaald in het Centrale Chinese Garnizoen te Hankow. Hij profiteerde van die tijd om zoveel mogelijk van China te zien.
Europa
Na onder andere gedoceerd te hebben aan het Army Staff College werd Ishiwara van 1922 tot 1925 naar Europa gestuurd als een veelbelovend jonge officier. Hij studeerde 3 jaar Duits en de Militaire Geschiedenis in Duitsland. Vanaf 1925 gaf Ishiwara, toen Majoor, terug les aan het Army Staff College. Het is vervolgens in 1928 dat Ishiwara , nadat zijn aanvraag eerst geweigerd was, naar China werd gestuurd, meer bepaald naar het Kantō-leger in Mantsjoerije net na de moord op de warlord van Mantsjoerije , Zhang Zuolin.
Mantsjoerije
Voorbereiding
Ishiwara kwam aan in Mantsjoerije na de moord op de warlord Zhang Zuolin en begreep meteen dat hij van de verwarde situatie in het noord-oosten van China gebruik kon maken. Hij had al officieel toestemming gevraagd aan de Japanse overheid om Mantsjoerije militair in te palmen maar had steeds bot gevangen. Achter haar rug plande Ishiwara samen met Kolonel Itagaki Seishirō het Mukden-incident. Itagaki en Ishiwara hadden elkaar leren kennen aan de Militaire School in Sendai en waren volgens een Generaal Araki Sadao een perfect duo : “Itagaki was een man die zonder aarzeling naar zijn doel ging en niet moeilijk van karakter was, Ishiwara daarentegen was een zeer intellectuele man. Ondanks hun verschillen konden de twee het goed met elkaar vinden”.[2]
Het Mukden-incident zou de aanleiding worden om het Kantō-leger te verspreiden in heel Mantsjoerije. Het zou voor verwarring en hostiliteiten zorgen in de regio. Door er zijn leger te verspreiden hoopte Ishiwara er de vrede te behouden. Ook na het Mukden incident probeerde hij nog wat meer problemen te veroorzaken in andere steden waar Japanners leefden. Het hoofd van het Kantō-leger, Honjō Shigeru, wou desondanks het leger niet erop uit sturen. Ishiwara vroeg vervolgens aan Itagaki alsook aan diens assistent Katakura Tadashi om Ishiwara's plaats, namelijk die van Hoofd van Militaire Operaties, over te nemen. Hierdoor probeerde Ishiwara zijn ondergeschikten voor hem te winnen, misschien omdat ze deze gouden kans tot militaire uitbreiding niet wilden missen of misschien omdat Ishiwara zo geliefd was bij hen dat zij zelfs dreigden om ontslag te nemen indien Honjō Ishiwara's aanvraag tot verplaatsing niet aanvaardde. De druk werd voor kolonel Honjō steeds groter en hij aanvaardde dan maar dat Ishiwara het leger naar die hostiliteitsgebieden zou sturen.
Mukden-Incident
Midden-augustus 1931 waren er al geruchten over een eventueel incident in Mantsjoerije en de Japanse regering had er Majoor-Generaal Tatekawa Yoshitsugu gestuurd om zeker te zijn dat alles goed verliep maar toen hij aankwam, was het al te laat. Op 18 september 1931 ontplofte de bom op de rails van een spoorweg bij Liutiaoku ten Noorden van Mukden. Het Japanse Kantō-leger beschuldigde de Chinezen van deze aanslag en Ishiwara koos dat moment om het Kantō-leger te bevelen om alle steden in Mantsjoerije te bezetten zonder de voorafgaandelijke goedkeuring te vragen aan het Hoofdkwartier in Japan.
Ishiwara riskeerde hiermee een onwaardig ontslag of nog erger, dat hij zijn leven zou moeten ontnemen maar hij was ervan overtuigd dat hij dit moest doen voor de toekomst van Japan. Deels door zijn jarenlange studies van Militaire Geschiedenis in Duitsland deels door het Nichiren Boeddhisme, Ishiwara's nieuwe geloof (zie punt 4 voor meer informatie) geloofde hij dat een oorlog tussen Oost en West onvermijdelijk was en dat de wereld, na een tijd van conflicten en oorlogen, verenigd zou worden met als centrum Japan. Het is om deze reden dat hij Mantsjoerije wou veroveren opdat het zou kunnen dienen als economische basis voor Japan voor de grote oorlog die zou komen tussen Japan en de V.S. Investeren in Mantsjoerije zou niet alleen interessant zijn op economisch vlak voor Japan maar ook op demografisch vlak. Indien er meer industrie zou komen in Mantsjoerije zou de economie van Japan verbeteren en zouden er extra banen komen voor de werklozen van Japan . Ook zou het bezetten van Mantsjoerije helpen om het steeds groter wordende Nationalisme in China alsook de Sovjet-Unie tegen te houden.
Verdere Uitbreiding
Ishiwara vond het controleren van Zuid-Mantsjoerije nog niet genoeg en ging op 4 oktober 1931 op wat een 'herkennings' vlucht moest zijn met een paar vliegtuigen die het Kantō-leger van de Chinezen had genomen. Belangrijk om te weten is dat de vliegtuigen voor deze 'herkennings' vlucht niet alleen bommen aan boord hadden maar ook op weg waren naar Jinzhou, het nieuwe administratieve hoofdkwartier in Noord-Mantsjoerije van Zhang Xueliang, de zoon en tevens opvolger van Zhang Zhoulin als krijgsheer van Mantsjoerije. Vermoedelijk zouden de vliegtuigen beschoten geweest zijn door anti-lucht-wapens en had Ishiwara om deze reden bevel tot bombarderen gegeven. Onder druk van de Volkenbond stuurde het Hoofdkwartier in Tōkyo Kolonel Imamura Hitoshi naar Mantsjoerije om Ishiwara te overtuigen zijn niet toegelaten aanvallen te stoppen. Imamura, al vlug beledigd door Ishiwara die was gaan slapen op de grond midden in hun discussie, vertrok terug naar Japan en het Kantō-leger kreeg het bevel niets meer te doen tot nader order. Ishiwara begon opnieuw redenen te zoeken om verder de controle over Mantsjoerije uit te breiden. Hij vond deze in een aanval door chinese militairen op Japanse ingenieurs toen deze een brug bij de Nonni rivier probeerden te herstellen. Uiteindelijk stopte het Kantō-leger met haar invloed uit te breiden toen duidelijk werd dat het Koreaans Leger, dat vanaf 21 september 1931 Mantsjoerije was binnengedrongen op aanvraag van kolonel Honjō , hen niet meer zou helpen.
Ondanks de gewoonte van Ishiwara om op zijn eentje beslissingen te nemen, was het het Militaire Hoofdkwartier van Tōkyo duidelijk dat hij toch voor grote veranderingen had gezorgd in Mantsjoerije. En hij werd ondanks zijn pessimistische verwachtingen niet gesanctionneerd bij zijn terugkeer in Japan in 1932, “de recente veranderingen in politieke en militaire kring in Japan waren meer ingesteld op beloningen dan op sancties”. Hij verkreeg de Orde van de Gouden Wouw 3de rang (金鵄勲章 Kinshi Kunshō) en zelfs de leiding van het 4de infanterie RegIment in Sendai. Wat Japan en Ishiwara Kanji niet inzagen, was dat alle voorbije incidenten in Mantsjoerije, Japan's positie op het vasteland had erger gemaakt. Haar controle-gebied was weliswaar uitgebreid maar de 'anti-Japanse-instelling' van de Chinezen en van de Westerse landen was vergroot. Hierdoor werd het gebied dat Japan controleerde in Mantsjoerije zo goed als omsingeld, met aan het noorden de Sovjet-Unie, aan het westen China en aan het zuiden de Westerse landen via de omringende zeeën.
Terugkeer in Japan
Bij zijn terugkeer in Japan kreeg Ishiwara in 1935 de post van Hoofd van Operaties waar hij zijn visie voor Japan kon uitvoeren. Zoals eerder vermeld was Ishiwara ervan overtuigd dat Japan hoe dan ook met de V.S. een oorlog zou voeren, wat het laatste obstakel was opdat zijn perfecte wereld zou kunnen opgericht worden. Vòòr deze oorlog zou Japan haar krachten moeten bundelen met China en dus ook met Mantsjoerije om de Sovjet-Unie definitief te verslaan. Om zoiets te kunnen bereiken dacht Ishiwara dat Japan een complete hervorming zou moeten ondergaan. Het is dan ook in 1936 tijdens het Ni-Niroku-Jiken, een poging tot een coup d'état door rebellen, dat hij de mogelijkheid kreeg om zijn plannen uit te voeren officieel als 'bemiddelaar' maar dat uiteindelijk niet doet wanneer hij merkt dat de rebellen zijn ideologie wel volgden maar niet op de manier dat Ishiwara in gedachten had.
Ishiwara werd gepromoveerd tot Majoor Generaal en opnieuw gestuurd naar Mantsjoerije in 1937. Het Mantsjoerije dat hij 5 jaar voordien had achtergelaten bestond niet meer Gedurende zijn 5 jaar lange afwezigheid hadden de overgebleven bondgenoten van Ishiwara, in de Concordia-associatie, een politieke partij die bestond uit Japanse politieke acitivisten en leden van het Kantō-leger met dezelfde idealen als Ishiwara, geprobeerd om diens ideologie te realiseren maar het was hen niet gelukt. Met de komst van Tōjō Hideki, de nieuwe Stafchef van Mantsjoerije, leek het onmogelijk om de prioriteiten van het Kantō-leger te veranderen. Desondanks probeerde Ishiwara Tōjō Hideki te overtuigen van gedachte te veranderen. Toen dit niet lukte uitte Ishiwara zijn misgenoegen in een speech en beledigde zelfs een generaal alsook Tōjō 's vrouw.
Ishiwara viel bij iedereen in onmin. In 1938 werd Tōjō de nieuwe Vice-minister van Oorlog en zijn opvolger als Stafchef, generaal Isogai Rensuke, een toenmalige bondgenoot van Ishiwara, die een schande was geworden voor iedereen, probeerde hem zoveel mogelijk te negeren. Ishiwara voelde zijn aanzien tanen en wou ontslag nemen uit zijn functie in Mantsjoerije. Hij keerde terug naar Japan waar hij dan allerlei kleine opdrachten zou krijgen tot hij eindelijk met pensioen ging nadat hij “Tōjō's kantoor was binnengestormd en hem had gezegd dat hij ontslag zou moeten nemen of zichzelf doodschieten omdat hij een oorlog was begonnen die Japan onvermijdelijk zou verliezen.” [3]
Post-Tweede Wereldoorlog
Kanji Ishiwara overleed op 15 augustus 1949. Hij werd nooit vervolgd ondanks al zijn gewelddaden in Mantsjoerije begin jaren '30 en het uitlokken van een oorlog, waarschijnlijk omdat hij gekant was tegen de Tweede Sino-Japanse oorlog omdat hij China niet wou bestrijden maar enkel gebruiken als economisch instrument voor een oorlog tegen de V.S. en ook tegen Tōjō Hideki die in de Tweede Wereldoorlog de Eerste Minister was van Japan en die later ter dood veroordeeld werd in het Proces van Tōkyō.
Nichiren Boeddhisme en bestudering van militaire geschiedenis
Ishiwara kwam van een niet zozeer religieuze familie en zocht gedurende zijn 'militaire opleidings-jaren' naar een religie die bij hem zou passen. Door zijn uitgebreide training doorheen de jaren en door zijn Nationalistisch standpunt, zocht Ishiwara niet zozeer naar een religie die preekte over persoonlijke redding zoals het Christendom maar eerder een religie die vooral gericht was op de redding van Japan als het ware. Een manier om uit de chaos van die periode te komen was vooral wat Ishiwara zocht. Hij heeft zich dan een tijdje geïnspireerd uit het Shintoïsme maar al vlug merkte hij dat Shintoïsme niet het antwoord was voor deze tijd van Chaos in Japan.
Na een discussie met een mede-officier in 1919 over Nichiren Boeddhisme begon Ishiwara zich meer en meer te informeren over deze religie. In april 1920 woonde hij een toespraak van Tanaka Chigaku bij, de persoon die in de Meiji-periode het Nichiren-Boeddhisme opnieuw leven had ingeblazen, en een paar weken later was Ishiwara officieel 'lid' van deze religie. Wat hem zo aantrok was dat Nichiren Boeddhisme Japan zag als het land dat de wereld zou verenigen in een periode van vrede. Aangezien Ishiwara als militair zijn land diende, zag hij zichzelf ook als deel van het plan tot het herenigen van de wereld. Het enige probleem was dat Japan meer en meer beïnvloed werd door buitenlandse ideologiën en vooral door de ideologiën van de V.S. Ishiwara zag de V.S. dus als het land dat Japan door hun invloed van het rechte pad deed afwijken. De enige mogelijkheid om dus wereldvrede te bekomen zou zijn door het onvermijdelijke conflict met de V.S. te winnen.
Via een schema vergeleek Ishiwara grote oorlogen met elkaar op verschillende vlakken zoals het “essentiële punt van de strijd” , de “bestuurseenheid” en dergelijke [4] En concludeerde dat de aankomende oorlog van wereldniveau (1) zou zijn met één leidinggevend persoon (2) die aan de frontlinie (3) de totale vernietiging (4) zou betekenen voor de verliezende kant.
Zijn militair visie betreffende de oorlog is grotendeels juist geweest maar het resultaat voor Japan was het omgekeerde geweest dan wat hij gehoopt had. Japan leed een grote nederlaag en werd als wereldmacht uitgeschakeld voor lange jaren.
Voetnoten
- ↑ Guntōgumi (=sabergroep) : een rang bij de elite, de ontvangers van het Imperialistisch Zwaard 'Kusanagi no Tsurugi'
- ↑ Vrij vertaald uit "Ishiwara Kanji and Japan's Confrontation with the West" van Mark R. Peattie : Princeton University Press
- ↑ Uit A Modern History of Japan van James McClain
- ↑ Zie p 64-65 van "Ishiwara Kanji and Japan's Confrontation with the West" voor het volledige schema
Bronnen
Internet
Mantsjoerije Incident http://www.republicanchina.org/ManchuriaIncident.pdf ( geraadpleegd op 10 December 2009)
Kanji Ishiwara Tijdslijn http://www.generals.dk/general/Ishiwara/Kanji/Japan.html (geraadpleegd op 11 December 2009)
Biografie Kanji Ishiwara http://www.biographicon.com/view/0qgt9/Kanji_Ishiwara (geraadpleegd op 11 December 2009)
Richard Smethurst's Review on the book 'Ishiwara Kanji and Japan's Confrontation with the West' http://www.jstor.org/stable/2384191 (geraadpleegd op 3 December 2009)
John H. Boyle's Review on the book 'Ishiwara Kanji and Japan's Confrontation with the West' http://www.jstor.org/stable/2053689 (geraadpleegd op 3 December 2009)
Kanji Ishiwara Wikipedia http://en.wikipedia.org/wiki/Kanji_Ishiwara (geraadpleegd op 11 December 2009)
Boeken
Peattie, Mark R., Ishiwara Kanji and Japan's Confrontation with the West, Princeton University Press, 1975 - ISBN 0691030995.
McClain, James L., A Modern History of Japan, New York, W.W. Norton & Co., 2002 - ISBN 0393041565

