Kabuki binnen de Genroku-cultuur

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

Tijdens de Genroku (元禄) periode viert een stedelijke, hedonistische cultuur hoogtij. Daarbinnen kent het Kabuki (歌舞伎) theater een grote bloei; de structuur en vele andere kenmerkende elementen krijgen hier hun definitieve vorm. Kabuki is onlosmakelijk verbonden met de Genroku cultuur en kan behandeld worden als een synthese ervan.

Inhoud

De Genroku-cultuur

Situering

Strikt genomen en als geschiedkundig gegeven duurt de Genroku periode slechts 16 jaar: van 30 september 1688 tot 13 maart 1704. Als een cultureel hoogtepunt van het Edo tijdperk (江戸時代) op gebied van de kunsten, literatuur, poëzie en theater is de uitstraling ervan echter zo groot dat naar meerdere opvattingen de Genroku cultuur zich uitstrekt tot 1740 en verder. Hierin kan men, naast Kabuki, onder andere bekende dichters plaatsen zoals Matsuo Bashō, romanschrijver Ihara Saikaku, de filosoof Ishida Baigan, een groot aantal ukiyo-e (浮世絵) schilders(1), en tevens Japans meest gevierde dramaturg: Chikamatsu Monzaemon.

Achtergrond

Hideyoshi, shogun Tokugawa Ieyasu en hun opvolgers voelden zich geroepen om naar confuciaans voorbeeld de maatschappij in te delen in 4 strikt afgebakende, erfelijke klassen: samurai, landbouwers, ambachtslieden en handelaars. De staatsvorm die zij nastreefden was een militaire dictatuur gedomineerd door de samurai-klasse met hun spartaanse idealen en sobere levenswijze.

Welvarende stedelingen ontwikkelden echter hun eigen cultuur, gericht op het persoonlijk genot en hun eigen volkse beslommeringen: een cultuur die scherp afstak tegenover zowel die van de samurai als van de kuge, de traditionele adel. Deze laatste zwoer altijd bij het Nō-theater (能) als ideale theatrale expressie, maar de rest van de samenleving liep niet bepaald warm voor deze aristocratische voorkeur.

Ihara Saikaku en de "Floating World"

Prostituees tentoongesteld tijdens de Edo periode

De stedelijke, burgerlijke cultuur werd als geen ander verpersoonlijkt door Ihara Saikaku (井原西鶴, 1642–1693), dichter en proza-auteur. Deze handelaarszoon ontpopte zich tot een zeer productief schrijver(2). Saikaku schreef nadrukkelijk voor het leesplezier van zijn stedelijk publiek, en werd door de intellectuele elite van zijn tijd aanvankelijk afgedaan als een verspreider van platvloerse romannetjes. Maar zijn door het gewone volk gretig gelezen verhalen over kooplieden, kabuki-acteurs en lagere samurai vormen een diepgaande weerspiegeling van wat hij zelf de Floating World noemde (de "drijvende/vlietende" en dus losstaande wereld), namelijk de amusementsbuurten ofwel Rosse Buurten met hun theaters en bordelen. Dit onderwerp benaderde hij met humoristische satire en intelligente commentaar. Hij bracht ode aan een levensstijl gedreven door lust en de zoektocht naar bevrediging, zonder de negatieve kanten van dit bestaan te verdoezelen.

Het wel en wee van Kabuki acteurs was voer voor Saikakus kortverhalen, vooral van de acteurs die gracieuze vrouwenrollen vertolkten en naast het toneel een lange schare mannelijke aanbidders hadden(3).

Naast kortverhalen en romans schreef hij tevens voor het jōruri poppentheater (人形浄瑠璃).

Kabuki theater

Voorgeschiedenis

Oorsprong: Okuni en onna-kabuki

Okuni in samuraidracht en met christelijk kruis

Reeds ten tijde van Shogun Ieyasu doken hier en daar andersdenkende individuen op, die op eigen en originele manier protest aantekenden tegen de nieuwe orde van strikt gescheiden klassen: de zogenaamde kabukimono (afgeleid van kabuku, “afwijken”(4)). Deze term verwees naar groepen rōnin (浪人) die rebels en non-conformistisch gedrag vertoonden, door middel van een ongewoon uiterlijk zoals het dragen van onmogelijk lange zwaarden en dito tabakspijpen, extravagante kapsels, enz. Voor het Shogunaat betekende Kabuki dus al wat subversief en verdacht was, en het zou meerdere malen ingrijpen met regels en wetten om dit fenomeen aan banden te leggen.

Een grote sociale groep die in elk geval buiten het klassensysteem viel waren de semmin (賎民, "verworpenen"), een allegaartje van prostitué(e)s, acteurs, courtisanes en andere entertainers. Deze groep voelde zich enkel op haar plaats in de droge rivierbeddingen van Japan of in de Rosse Buurten van de drie grote steden Edo, Kyōto en ōsaka.

Ondanks hun lage officiële status binnen de sociale orde werden de handelaars snel rijk met de opgedreven handel in de volkrijke steden. Dit geld, waarop geen belasting geheven was, besteedden zij uiteraard binnen de Floating World met haar bordelen, thee-huizen, theaters, en alle mogelijke vormen van vermaak die ontstonden als antwoord op de gulheid en zin voor vertier van de kooplieden en de stedelingen in het algemeen.

Tegen deze achtergrond verscheen Izumo no Okuni (出雲の阿国, 1572?-1613), algemeen beschouwd als de eerste Kabuki danseres. Deze zwervende miko (sjamanistische priesteres) van het Schrijn voor Izumo creëerde een nieuwe dansstijl in de droge rivierbeddingen rond Kyoto. Vooral haar sensuele nembutsu (念仏, dans voor Boeddha Amida), vermengd met niet-religieuze populaire dansen en met de extravagante klederdracht(5)) van de kabukimono, trok grote aandacht. Met de kabukimono en semmin die zich rond haar verzamelden richtte zij in 1603 een leerschool op waar gedanst, geacteerd en gezongen werd. Haar suggestieve stijl, die uiteindelijk een symbool werd voor de hernieuwde levenslust na een eeuw van gewapend conflict, noemde zij kabuki odori (Kabuki dans).

Groepen prostituees imiteerden Okuni en maakten gebruik van haar creatie om hun diensten aan te prijzen. Het succes in de steden was van die aard dat zelfs Daimyō (大名) deze groepen begonnen uit te nodigen voor feesten in hun kastelen.

Van danseressen naar onnagata

Affaire tussen man en jongen, waarschijnlijk een wakashu kabuki acteur. Getekend door Miyagawa Issho.

Het wantrouwen van het Shogunaat tegenover de nieuwe vorm van entertainment, aanzien als bron van "nationale zedeloosheid", culmineerde in 1629(6) in een verbod voor vrouwen om deel te nemen en maakte daarmee een definitief einde aan onna kabuki.

De leemte werd gevuld door groepen wakashu (若衆), jonge acteurs tussen 12 en 19 jaar oud(7)) die al langer in ondergeschikte rol hadden deelgenomen aan onna kabuki. Wakashu kabuki bevatte meer hōka (acrobatie zoals koorddansen en jongleren) en beter uitgewerkte komische stukken, maar de dansen waren niet minder gewaagd, en het theater was evenzeer gelinkt aan prostitutie en openbare onrust als bij onna kabuki. Het logische gevolg was dat het Shogunaat in 1652 ook een ban uitsprak over jonge Kabuki acteurs.

Door het hoofdhaar vooraan af te scheren werden de jonge acteurs officieel yarō (volwassenen) en konden blijven acteren. De nieuwe regels verboden echter ook de meest erotische dansen en scènes. De nadruk kwam daardoor te liggen op het drama en de verhalen en minder op de dansen. Doordat leeftijd opeens van ondergeschikt belang was konden acteurs zich vervolmaken in de loop van langere carrières en hun talenten volledig ontwikkelen.

De acteurs die zich specialiseerden in vrouwenrollen noemde men onnagata (女方, ook wel oyama). Zo hadden alle spelers een specialiteit waarvoor ze bekend stonden: tachiyaku (立ち役) voor de mannelijke hoofdrollen, wakaoyama (若奥様) voor de rollen van beeldschone jonge vrouwen, yakkogata (奴) voor de rollen van dienaars, dōkeyaku voor karikaturale bijrollen, katakiyaku voor de slechteriken.

De onnagata ontwikkelden zich tot uitermate behendige artiesten, in staat om bliksemsnel van kostuum te veranderen, en te allen tijde vrouwelijke gratie en ritmische sensualiteit te bewaren. En dit, wel te verstaan, terwijl het juist spierkracht en uithoudingsvermogen vergde om zich zo te kunnen bewegen met loodzware kostuums en pruiken.

Acteurs

Kabuki acteur, door Katsukawa Shunshō

Zonder twijfel heeft het zwaartepunt van Kabuki als theatervorm heeft altijd gelegen bij de acteurs, die naast het vertolken ook de meeste creatieve impulsen gaven. Genroku Kabuki bracht verschillende acteurs voort die op eigen houtje bewegingstechnieken en acteerstijlen uitvonden. Deze werden naderhand de norm voor elk Kabuki stuk.

Zij spraken hun tekst met monotone stem en vervormde woorden.

Sakata Tōjūrō

Sakata Tōjūrō (1647-1709) werd bekend met zijn kamigata ofwel wagoto (d.w.z. "zachte") stijl, bedoeld om de emotionele toestand van (gewone) mensen met zoveel mogelijk realisme uit te drukken via zachtaardige heldenrollen, en geassocieerd met Kabuki zoals het in Kyoto en Osaka werd beoefend. Hij ontwikkelde deze stijl in keisei-gai (courtisane kopen) stukken, waar de held verliefd wordt op een prostituee en probeert het nodige geld bij elkaar te halen om haar vrij te kopen.

Ichikawa Danjūrō

Ichikawa Danjūrō (市川團十郎, 1660-1704) was de legendarische bedenker in Edo van de aragoto (d.w.z. "ruwe") stijl, om een held uit te beelden met epische grootsheid en bovenmenselijke krachten. Deze stijl werd typerend voor Kabuki van het meer militaristische Edo, waar dit soort sterk overdreven gebaren en poses gesmaakt werden door het publiek. Ook de typische witte kumadori make-up en verscheidene mie poses worden aan Danjūrō toegeschreven.

Nakamura Shichisaburō

Hoewel hij net als Danjūrō een tachiyaku (vertolker van mannelijke hoofdrollen) in Edo was, leverde Nakamura Shichisaburō (1662-1708) juist een belangrijke bijdrage aan wagoto. In het stuk kōshoku kamakura gonin onna ("Vijf vrouwen uit het lustige Kamakura") werden de beide Soga broers altijd met aragoto uitgebeeld - Danjūrō zelf speelde trouwens de andere broer, een heethoofdig karakter - totdat Shichisaburō zijn eigen meer flamboyante personage opeens met de zachtere wagoto stijl besloot te spelen. De evenwichtige, speelse combinatie van de twee stijlen liep een diepe indruk na.

Yoshizawa Ayame

De meest bekende onnagata van zijn tijd, Yoshizawa Ayame (吉沢菖蒲, 1690?-1729) had vooruitstrevende opvattingen over zijn kunstvorm die te boek werden gesteld in Ayamegusa (菖蒲草, "De woorden van Ayame") als onderdeel van de Yakusha Rongo (役者論語, "Bloemlezingen van de acteur"). Ayame legde voor zijn opvolgers vast hoe een vrouw uitgebeeld diende te worden, niet enkel op het podium maar ook daarnaast in het echte leven. Dit laatste diende om de acteertechniek te perfectioneren(8) maar werd ook als levensstijl en esthetisch ideaal aangegrepen.

Onderdelen van Kabuki

Genres en inhoud

Ten tijde van Genroku haalden de toneelschrijvers inspiratie overal waar ze het vonden: uit mythen en legenden, Japanse geschiedenis, de schandalen waarin de bekendheden van hun tijd verwikkeld raakten, en elk pikante roddel die ronde deed in de Rosse Buurten. De meeste stukken waren melodrama's met ingewikkelde verhaallijnen en veelvuldige interventies door geesten en goden. Verhaalpatronen die meermaals terugkeerden waren keisei-gai (courtisane kopen), onryō (怨霊, wraaknemingen, vaak door de woedende geest van een overledene(9)), hito-kami (man verandert in halfgod en krijgt bijhorende superkrachten), oie-sōdō (御家騒動, conflicten binnen een feodaal huis(10)) en shinjumono (心中, liefdesverhalen die eindigen met het koppel dat samen zelfmoord pleegt).

Later volgde een indeling in drie grote genres: jidaimono (時代物, "historisch", of pre-Sengoku stukken), sewamono (世話物, "inheems", of verhalen na Sengoku), en shosagoto (所作事, dansstukken).

Tekening van opvoering met duidelijke podiumstructuur

Podium en attributen

Het kabuki podium heeft een hanamichi (花道, letterlijk bloemenpad), een doorgang die diep in het publiek uitsteekt en voor dramatische intredes/uittredes en voor aparte scènes wordt gebruikt; zo brengt het de toeschouwer bij momenten dichter bij de acteurs. Tijdens de Genroku periode zag men reeds hoe het podium gesoftistikeerder begon te worden met valluiken en andere technische ingrepen.

Het overgaan van de ene scène tot de andere en het veranderen van rekwisieten en achtergrond gebeurt vaak met het doek open, terwijl de acteurs op het podium blijven. Verplaatsingen kunnen dan gebeuren met een Hiki Dōgu, een "klein rijdend podium" op wielen. Dit alles wordt uitgevoerd door kuroko (黒子), assistenten aanwezig op het podium, volledig in het zwart gekleed en beschouwd als onzichtbaar. Zij helpen ook met de hayagawari (早変わり), het snel veranderen van kostuum om een transformatie van het personage weer te geven.

Poses

Een essentieel element tijdens de opvoering zijn de mie (見得, poses) waarbij de acteur eerst hoofd en ledematen ronddraait, en dan met een plotse ruk van het hoofd een opvallende, expressieve pose aanneemt. Het hele theater staat dan mee stil; de bedoeling is om dit moment op te laden met intensere emotie.

Vaak wordt tijdens een mie pose de huisnaam van de acteur (yagō, 屋号) met een luide roep (kakegoe, 掛け声) uitgesproken door een toeschouwer, om symbolisch de appreciatie van het publiek voor het kunnen van de acteur weer te geven.

Na een aantal seconden wordt de pose losgelaten en gaat het stuk gewoon verder.

Make-up

Houtblok druk met typisch voorbeeld van heroïsche make-up

Keshō (化粧, make-up) is een visueel stilistisch element dat zelfs de grootste Kabuki-leek niet geheel vreemd zal zijn. Rijstpoeder zorgt voor de witte oshiroi (白粉) basis, en kumadori (隈取り) lijnen versterken en overdrijven de lijnen van het gezicht, om een persoon dramatische dieren- of godenmaskers te geven. De kleur van de kumadori drukt de natuur van het personage uit: rode lijnen staan voor passie, heldhaftigheid, rechtvaardigheidsgevoel en andere positieve trekken, terwijl blauw of zwart naar slechte inborst, achterbaksheid, jaloezie en meer negatieve trekken verwijzen. Groen betekent het bovennatuurlijke en paars het edele.

Muziek

Oorspronkelijk werd alleen het hayashi (囃子) ensemble geleend uit het Nō-theater (een fluit en drie verschillende trommels). Tijdens wakashu kabuki, in de midden van de 17de eeuw, wordt het snaarinstrument shamisen (三味線) overgenomen uit de aangrenzende thee-huizen en poppentheaters, en dit wordt voortaan de voornaamste bron van muziek, om zowel de dansen (nagauta muziek) als de dialogen (jōruri muziek) mee te begeleiden. Een derde muzikaal element was geza of kagebayahashi (schaduw-hayashi), niet op maar naast het podium uitgevoerd door shamisen en percussie, om acties in het toneelstuk in te luiden of om een gepaste atmosfeer te scheppen.

Relatie met Jōruri poppentheater

Jōruri poppentheater (人形浄瑠璃), later bunraku genoemd, ontstond rond dezelfde tijd als Kabuki. Deze twee vormen van volks entertainment waren rivalen en beconcurreerden elkaar tijdens de hele Edo periode. Afwisselend kreeg het ene dan weer het andere de bovenhand. Tegelijk waren zij echter aanvullend en een bron van inspiratie voor elkaar: Chikamatsu Monzaemon schreef bijvoorbeeld vooral Jōruri stukken, maar deze werden op hun beurt geadapteerd tot Kabuki opvoeringen.

Standbeeld van Chikamatsu Monzaemon te Amagasaki, Hyogo

Chikamatsu Monzaemon

Beschouwd als de Shakespeare van de Japanse taal, Chikamatsu Monzaemon (近松門左衛門, 1653–6 januari 1725) was een dramaturg die zowel voor Jōruri als voor Kabuki schreef.

Vele van zijn stukken eindigden met een dubbele zelfmoord, bijvoorbeeld zijn voornaamste werk Sonezaki Shinju (曾根崎心中, "De liefdeszelfmoorden in Sonezaki"). De sensationele en romantische toepassing van dit lugubere gegeven werd uitgebreid geïmiteerd door andere schrijvers. shinjumono (dubbele-zelfmoordstukken) werd zelfs in het echte leven nagevolgd, vaak door jonge mannen en vrouwen die op onsterfelijkheid hoopten door zelf het onderwerp te worden van deze tragedies. In 1723 greep het Shogunaat nogmaals in en verbood elke vorm van shinjumono.

Kabuki in de latere Edo-periode

Mede door het verbod op romantische zelfmoord-verhalen kreeg Jōruri poppentheater, dat steeds meer creatieve geesten aantrok, effectief de bovenhand op kabuki. Deze laatste werd een meer obscure theatervorm, stagnerend door gebrek aan origineel werk en door de autoritaire repressie.

Tegen 1780 was het tij echter gekeerd, doordat de culturele ontwikkeling van de stad Edo zich op een hoogtepunt bevond en de overheid zich toleranter ging opstellen tegenover het theater. Nieuwe dansen waar zelfs de mannelijke spelers aan deelnamen, indrukwekkende attribuut-effecten zoals bewegende podia, en een getalenteerde generatie acteurs waaronder de talrijke nakomelingen van Ichikawa Danjūrō, waren tekenen dat Kabuki opnieuw een gouden tijdperk had bereikt.

De sociale en politieke instabiliteit naar het einde van de Edo-periode toe zorgde voor vertroebeling, maar Kabuki zou nooit meer haar officiële status als primaire Japanse theatervorm verliezen.

Voetnoten

  1. Kabuki was trouwens een geliefkoosd onderwerp voor deze houtblok schilders, naast sfeervolle landschappen, beeldige meisjes en pornografie.
  2. Men zegt dat Saikaku ooit op één dag en één nacht niet minder dan 23500 haiku's schreef.
  3. Zo schreef Saikaku onder andere in het verhaal genaamd "Een acteur houdt van zijn klant, zelfs al wordt deze vuursteenverkoper", over de devotie van een succesvolle Kabuki acteur aan één bepaalde klant die vroeger rijk was (en dus kon betalen voor het gezelschap van de aantrekkelijke jonge acteur) doch nadien aan lager wal was geraakt. Net als in soortgelijke romances van Saikakus hand eindigt deze niet in een permanente relatie, en worden de sociale grenzen dus eigenlijk niet overschreden, noch de regels van de Floating World gebroken.
  4. kabuku was waarschijnlijk een volks woord uit de vroege Edo periode en wordt vandaag niet meer met deze betekenis gebruikt.
  5. Okuni droeg bijvoorbeeld mannenkleren, Samurai-zwaarden, een Portugese broek, en zelfs een kruis rond haar hals.
  6. Onmiddellijke aanleiding was een schandaal waarbij Daimyō meerdere Kabukigroepen uitnodigden, en ook een rel in Kyoto waarbij rivaliserende samurai het podium bestormden met verschillende doden als gevolg.
  7. In elk geval waren het enkel jongens die de gempuku (元服) ceremonie, waar men als teken van volwassenheid het hoofdhaar vooraan afscheerde, nog niet hadden ondergaan. Hierbij moet opgemerkt worden dat de gempuku ingreep een jonge man op slag veel minder aantrekkelijk maakte naar de esthetische normen van de Edo periode, en zeker in de ogen van Kabuki-liefhebbers.
  8. Een acteertechniek die dus als een vroege vorm van "method acting" kan beschouwd worden. In Ayame's eigen woorden: "Als een acteur zich in het alledaagse niet als een vrouw gedraagt, dan kan hij nooit een bekwame onnagata zijn."
  9. Ook het oudste stuk van Okuni dat bewaard is gebleven was een soort bovennatuurlijke triller die om wraak draaide. De kwade geest in het stuk werd door Okuni toegeschreven aan een recent overleden, notoire kabukimono.
  10. In dit verhaalpatroon is de held een verstoten erfgenaam die de troon moet heroveren op zijn kwaadwillig familielid, te vergelijken met Shakespeares Hamlet.

Bronnen

Cursussen

  • Karel Hellemans. Inleiding tot de Japanse Cultuur. Leuven, KUL 1995.
  • Willy Vande Walle en Hans Coppens. Geschiedenis van het Moderne Japan. Leuven, KUL 2003.

Naslagwerken

  • Lombard, Frank Alanson. An Outline History of the Japanese Drama. Curzon Press, 1994 (orig. published 1928).
  • Samuel L. Leither (editor). A Kabuki Reader. History and Performance. An East Gate Book, M.E. Sharpe, 2002.
  • Ortolani, Benito. The Japanese Theatre. From Shamanistic Ritual to Contemporary Pluralism. E.J. Brill, 1990.
  • James R. Brandon, William P. Malm, Donald H. Shively. Studies in Kabuki. Its Acting, Music and Historical Context. University Press of Hawaii, 1978.
  • Toshio, Kawatake. Kabuki, Baroque Fusion of the Arts. LTCB International Library Trust, International House of Japan, 2003.

Links

Foto's werden overgenomen uit de Engelstalige and Japanstalige Wikipedia.