Kōtoku Shūsui (幸徳秋水)

Uit GeschiedenisJapan

Kōtoku Shūsui (幸徳秋水, Kōtoku Denjirō, 1871–1911) was een socialistische en anarchistishe leider uit de Meiji-Periode(1868-1912).

Inhoud

Politieke Bewustwording (1871-1900)

Kōtoku Shūsui (1871-1911).

Kōtoku Denjiro werd in 1871 geboren in Nakamura (中村)[1], in een familie van sakeverkopers. Tijdens zijn studies aan de humanioraschool van Kōchi (高知) had hij al interesse voor de jiyū Minken Undō (自由民権運動 Beweging voor de vrijheid van de rechten van de mensen). In herfst van 1887 gaat Kōtoku naar Tōkyo, waar hij politiek wenst te studeren. Hij verkeert daar vaak in het milieu van de jiyūtō (自由党)[2]. Omdat er meer en meer aanhangers van de provincie Tosa en jiyūtō leiders voor het keizerlijke paleis betogen, wordt op 25 december 1887 het verzamelen voor het keizerlijke paleis verboden door de Yamagata regering[3]. Kōtoku moet samen met 570 andere betogers naar hun provincies terugkeren. Onderweg, in Ōsaka, ontmoet Kōtoku Nakae Chōmin (中江兆民)[4], van wie hij de discipel wordt. Nakae geeft hem zijn bijnaam "Shūsui" en heeft een heel grote invloed op hem. In 1889 volgt Kōtoku zijn leraar naar Tōkyo waar hij vanaf 1893 artikels voor verschillende publicaties schrijft. Dit is het begin van zijn bekendheid.

In deze periode is het ideaal van Kōtoku gebaseerd op een voortdurende verwijzing naar de ethische principes die hij van zijn confucianistische opvoeding meegekregen heeft. Maar die principes botsen vaak met de heersende realiteit van de Meiji-Periode. Zijn denken gaat in tegen het Westers individualisme, dat in Japan door de Christenen en de humanistische filosofen verkondigd wordt. Wanneer hij ziet dat noch de regering noch het volk op de vele faillissementen van deze periode reageren, schrijft hij pessimistische artikels, zoals “De verlamming van het volk” (kokumin no mahi) gepubliceerd in 1897 in de chūō kōron (中央公論 Het centrale tijdschrift)[5], en “Een ideaalloos volk” (risō naki kokumin) uitgegeven in het tijdschrift Yorozu Chōhō (万朝報 Al het nieuws)[6] in 1900.

“De corruptie in de politieke wereld en de economische spanningen maken de dagelijkse publieke moraal erger: dit alles laat de mislukking van ons land vermoeden. Maar het volk blijft onverschillig, alsof het niet gewaarschuwd was voor het gevaar. Echt, men kan zeggen dat de verlamming van het volk een extremum bereikt heeft.”
(Van “ De verlamming van het volk”).(10)


Maar eigenlijk denkt Kōtoku vooral over het individu en zijn rol in de maatschappij, hetgeen in zijn socialistische periode altijd het moeilijke punt geweest is. Dat is te merken in fragmenten in één van zijn grootste werken “Kwintessens van het socialisme” (shakaishugi umshinzui, 1903).


Hij neemt vanaf 1895 langzaam afscheid van jiyūtō minken undō en wordt socialist.

Socialistische Periode (1900-1905)

Vanaf 1895 maakt Kōtoku deel uit van de socialistische groep Shakaishugi Kenkyū-kai (社会主義研究会 De vereniging voor het onderzoek van socialisme)[7]. In 1900 noemt hij zich officieel een socialist. Door de toenemende repressie van de regering en het toenemend nationalisme en imperialisme, versterken en verscherpen zijn kritieken en meningen. Op 20 mei 1901 richt Kotoku samen met Nishikawa Mitsujirō (西川光二郎), Kinoshita Naoe (木下尚江), Abe Isoo (安部磯雄) en Katayama Sen (片山潜) de eerste Japanse sociaal-democratische partij op, de Shakai Minshutō (社会民主党 de Sociaal-democratische Partij). Deze partij is maar een kort leven beschoren omdat de regering drie principiële ideëen van de partij afkeurt, namelijk de afschaffing van de adel, de vermindering van de strijdmachten en het invoeren van het universele stemrecht.

Bij de toenemende problemen met Rusland in Mantsjoerije[8] keert het Japanse volk zich tegen Rusland. In augustus 1903 richt Konoe Atsumaro (近衛篤麿) de Tairo Doshikai (対露司志会 de Anti-Rusland alliantie) op, en 7 professoren uiten hun anti-Rusland gevoel en bekritiseren de regering voor haar aarzelingen. Vanaf dit moment ontwikkelt zich een hele polemiek omtrent een oorlog tegen Rusland. Men kan twee groepen onderscheiden, de pacifisten en de aanhangers van de oorlog. De socialist Sakai Toshihiko (堺利彦) en Kōtoku behoren tot de eerste groep. In oktober 1903 neemt de Yorozu Chōhō, waar ze voor werken, een pro-oorlog positie aan. Sakai Toshihiko en Kōtoku beslissen om een nieuwe socialistische groep op te richten, de Heiminsha (平民社 de groep van het volk) en tegelijkertijd een krant te lanceren. In november 1903 wordt het eerste nummer van de Heimin Shinbun (平民新聞 de Krant van het volk) gepubliceerd. Op 10 februari 1904 begint de Russisch-Japanse Oorlog. De repressie van de regering van alle socialistische activiteiten wordt sterker en in november 1904 wordt de krant verboden, ten gevolge van de publicatie van de vertaling van Het Communistische Manifest[9]. Omdat de regering de artikels steeds als gevaarlijker beschouwt, wordt Sakai, de editeur-uitgever van de krant, veroordeeld tot 2 maanden gevangenis. Het is de eerste Japanse socialist die vastgezet wordt omwille van zijn overtuiging. Kōtoku wordt eveneens tot 5 maanden gevangenis veroordeeld. Op 28 februari 1905 begint Kōtoku Shūsui zijn straf uit te zitten in de Sugamo gevangenis[10]. Het is het begin van zijn anarchistische periode.

Alvorens Kōtoku zich socialist verklaart, twijfelt hij tussen twee politieke stromingen: het nationalisme en het socialisme. Het nationalisme is een invloedrijke stroming in de 19de eeuw. Deze stroming wordt versterkt door de Sino-Japanse en de Russisch-Japanse oorlog. Maar na analyse van deze twee stromingen verwerpt Kōtoku het nationalisme, want hij gelooft dat het nationalisme het individu in een onderworpen positie plaatst, nadat het van de feodale slavernij verlost is. Hij vindt dat het nationalisme het volk gewelddadig maakt. Hij beslist dus om socialist te worden. In 1901 schrijft hij een artikel in de Yorozu Chōhō van 9 april: Ware wa shakai shugi sha nari (Ik ben een socialist geworden). Vanaf dat moment, en wegens de grote problemen in Japan, gaan pacifisme en socialisme samen in het ideaal van Kōtoku. Zeven punten vormen de basis van zijn denkbeeld:

  • Universeel broederschap;
  • ontwapening en universele vrede;
  • afschaffing van de economische en politieke verschillen;
  • publiek eigendom van communicatie- en vervoermiddelen;
  • gratis volksopvoeding door de staat;
  • gelijkheid van politieke rechten;
  • rechtvaardige verdeling van de gezondheidszorgen.

Hij wordt beïnvloed door andere socialisten, zoals Saint-Simon[11] en Louis Blanc[12]. Tijdens de oorlog en bij het lanceren van de Heimin Shinbun, worden de artikels van Kōtoku radicaler en bijna virulent. Op 13 maart 1904, publiceert hij een oproep aan de Russische socialisten waarin hij beweert dat ze allen broeders zijn, dat het patriottisme en het nationalisme beide vijanden zijn en dat de oorlog van economische oorsprong is. Zijn verblijf in de gevangenis is een keerpunt in zijn denkwereld.

Nieuwe ideeën (1905-1911)

De Reis naar Amerika (1905-1906)

Zijn gevangenisverblijf bestond uit 5 maanden van studie over het socialisme waarin Kōtoku’s denkbeelden evolueerden. Hij schrijft:

"Ik heb een groot aantal zogezegde misdadigers gezien en geobserveerd, en ik ben er zeker van dat de gouvernementele instellingen, rechten, hoven en gevangenissen de enige verantwoordelijken zijn van de misdaad en de armoede"[13]

Op 10 september 1905 schrijft hij:

"Ik ben als een maxistische-socialist binnengetreden en ben als een radicale anarchist vertrokken.”[14]

Maar wat zijn de redenen van deze veranderingen? De teleurstelling over zijn tweejarig gevecht tegen de oorlog, de voortdurende en harder wordende onderdrukking en de gevangenis als uiterste punt van repressie van vrijheid en bewustzijn waren de oorzaak van zijn ontgoocheling in de regering. Na zijn vrijlating gaat Kōtoku in Odawara (小田原) uitrusten.

Hij wenst naar het buitenland te gaan om zijn kennis van het Frans en het Engels te verdiepen en om vrij de rol van de keizer en de politieke en economische instellingen te kunnen bekritiseren. Op 14 november 1905 vertrekt Kōtoku van Yokohama (横浜) naar San Francisco waar hij op 5 december opgewacht wordt door 11 anarchisten. Elke dag voert Kōtoku gesprekken met lokale Japanners en Westerse en Russische socialisten en anarchisten. Hij wordt heel bezorgd over de socialistische beweging van de Amerikaanse Japanners en schrijft artikels voor de lokale Japanse krant, maakt toespraken en organiseert studievergaderingen. Al zijn inspanningen worden bekroond door de oprichting van de Shakai Kakumeitou (Socialist Revolutionaire Partij) door Amerikaanse Japanners op 1 juni 1906. Alle contacten en gesprekken met Westerse en Russische anarchisten vormen de basis van zijn revolutionaire denkbeeld. Op 18 april 1906 is er een grote aardbeving in San Francisco en op dat moment ziet Kōtoku wat voor hem het echte communistisch anarchisme betekent: geld heeft geen enkel belang meer en iedereen helpt elkaar. In zijn dagboek (Diary of a Voyage to Amerika) schrijft hij: “Het was niets anders dan dat: vanaf de 18de dag van deze maand is de hele stad San Francisco helemaal in de staat van communistisch anarchisme.”[15]

Na observering van de westerse anarchisten, schrijft hij nog op het einde van zijn reis:

"Niet alleen in Amerika, maar ook in alle landen van Europa zullen we de geboorte zien van de volgende twee facties: de idealistische en de praktische, de revolutionaire en de reformistische, de radicale en de matige, de factie die principes wil propageren en de factie strevend naar de overwinning in de verkiezingen.(…) Wat mij betreft, kies ik om idealist, revolutionair, en progressist te worden.[16]

Op 5 juni vertrekt hij van San Francisco, en komt op 23 juni in Yokohama aan. Kōtoku zal opschudding veroorzaken op 28 juni tijdens een vergadering van de nihon shakaitō (日本社会党 Japanse Socialistische Partij)[17] in de Kinkikan van Kanda (神田), een district van Tokyo.

Anarchistische Periode (1906-1911)

Wat is anarchisme? En wat is dan socialisme?

“Zoals ik het zie, is het socialisme dat het anarchisme aanvalt, een namaaksocialisme, namelijk staatssocialisme. En het anarchisme dat het socialisme aanvalt, is geen echt anarchisme, maar iets ziekelijks, een individualistisch anarchisme. (…) Zoals ik het zie, baseren de anarchisten zich alleen op geweld (…). Ze willen in deze gemeenschap een nieuw economisch systeem opbouwen, gebruik makend van de natuurlijke solidariteit tussen de arbeiders; en dan willen ze dat de politieke orde van heden onmachtig wordt door de ontwikkeling van dit economische systeem. Later willen ze een laatste slag geven door een algemene staking(…). Het doel van het socialisme is ook de afschaffing van de autoriteiten. Daarvoor willen ze de meerderheid in het parlement bezitten, de macht van de arbeidersinstellingen gebruikend. Op het einde willen ze de regering overnemen en er een bindsel van maken, waardoor er een nieuwe economische orde voor deze gemeenschap zou ontstaan, met tegelijk de afschaffing van de terreurregering en de creatie van een nieuwe echte volksregering .(…) Anarchisten willen de arbeiders aan de politieke partijen onttrekken, en socialisten willen ze met de politieke partijen verenigen”(Sakai Toshihiko, “Het socialisme en het anarchisme”)[18].

De toespraak van Kōtoku, “De stroming van de revolutionaire beweging in de wereld”, die hij in de Kinkikan op 28 juni gaf, sloeg in als een bom bij de Japanse Socialisten. Hij verklaarde dat het anderhalf jaar gevangenis en buitenland niets had veranderd aan zijn principes. Hij was nog altijd een socialist, maar had zijn inzicht veranderd over hoe het socialisme zijn doel moest bereiken. Hij definieerde de socialistische partij als een revolutionaire partij. Hij citeerde ook Marx en Engels, want hij beweerde dat communisme tot iedere revolutionaire beweging behoorde. Naar zijn mening stellen socialisten zich bloot aan corruptie bij verkiezingen en bedreigen zo het socialistische ideaal. Daarom moet de socialistische beweging, zoals in het buitenland, een andere manier dan de parlementaire zoeken om immuun te blijven van vijanden.

“Het zou volstaan dat alle arbeiders voor dagen, weken of zelfs maanden niets deden. Het stilleggen van alle communicatikanalen en productiemiddelen in de hele maatschappij zal voldoende efficiënt zijn. Met andere woorden, de manier om de revolutie te starten is een algemene staking.”[19]

Voor sommigen is de toespraak van Kōtoku een ontdekking, anderen beschouwen het als een oorlogverklaring. Inderdaad, het was de eerste keer dat men het had over een algemene staking. Dit is het begin van de verbrokkeling van de socialistische partij.

Er wordt een middel gezocht om een brug te slaan tussen de verschillende partijfacties: de Christelijke socialisten, de parlementairen en de anarchisten. De socialistische partij kon inderdaad alleen samen blijven als de leden een compromis vonden over de idealen. De samenwerking was heel moeilijk. Ze beslissen om de heimin shinbun opnieuw te publiceren, ditmaal als een dagelijkse krant, met de vijf oprichters Kōtoku Shūsui, Sakai Toshihiko, Ishikawa Sanshirō (石川三四郎)[20], Nishikawa Kojirō, en Takeuchi Kaneshichi. Het eerste nummer werd op 15 januari 1907 gepubliceerd en het laatste was het nummer 75 van 14 april 1907. De oorzaken van dit korte bestaan zijn te veel conflicten tussen de anarchisten en parlementairen, namelijk tussen Kōtoku en Tazoe Tetsuji (田添鉄二)[21], en de ontbinding van de Japanse Socialistische Partij op 22 februari 1907 op bevel van de regering. De ontbinding was het gevolg van de publicatie van het artikel “De verandering van gedachte” (Yo ga shihou no kenka) van Kōtoku in de heimin shinbun op 5 februari, en zijn tweede toespraak op de vergadering van 17 februari, die beide als te gevaarlijk beschouwd werden. In beide beweert Kōtoku dat parlementaire verkiezingen inefficiënt zijn en dat de partij georganiseerd moet worden, wat voor hem betekent dat hun tegenstand tegen de regering zowel materieel als psychologisch moest versterkt worden.

Omdat zijn gezondheid sterk verzwakte, besliste Kōtoku eind oktober 1907 om terug naar Nakamura te keren, om zich aan het lezen en het vertalen van anarchistische teksten te wijden. In juli 1908, besliste Kōtoku om terug naar Tōkyo te gaan om het proces bij te wonen van de Akahata jiken (赤旗事件 Het ongeval van de rode vlagen)[22], waar Sakai en Sanno Sugako (管野スガコ)[23] moesten voorkomen.

De zaak van het grote verraad (Taigyaku jiken 大逆事件)(1910-1911)

Ook bekend als de Kōtoku zaak. Het is een anarchistisch moordcomplot tegen Keizer Meiji (明治天皇) met de massale arrestatie van linkse activisten in 1910 en de executie één jaar later van Kōtoku Shūsui en 11 anderen.

Alles begint op 20 mei 1910, wanneer de politie een huiszoeking in het huis van de arbeider Miyashita Takichi uitvoert en er materialen ontdekt die voor de vervaardiging van een bom gebruikt kunnen worden. In 5 dagen verzamelt de politie genoeg bewijsmateriaal om Miyashita en zijn medewerkers Nitta Toru, Niimura Tadao, Niimura Zembei en Furukawa Rikisaku te beschuldigen. Kōtoku Shūsui en Kanno Sugako, waarmee hij samenwoont (hij heeft 2 echtscheidingen achter de rug), worden kort daarna aangehouden. Na ondervraging en verder onderzoek verklaart de procureur generaal de zaak als een nationale samenzwering tegen de keizer. Na een inleidend onderzoek, waarin honderden socialisten worden ondervraagd, worden 25 mannen en 1 vrouw voor het hof gebracht, beschuldigd van overtreding van artikel 73 van het Misdaadwetboek. Dit artikel verbiedt wapens en kwaadaardige acties tegen de keizer en de keizerlijke familie. De zaak werd door Hiranuma Kiichirō (平沼騏一郎)[24] voor het Hof van Cassatie gebracht. Hoewel de bewijsstukken van de 5 hoofdsamenzweerders overtuigend zijn, zijn ze onvoldoende voor wat de 21 anderen betreft. Desondanks veroordeelt het hof op 18 januari 1911 alle verdachten schuldig. Vierentwintig worden ter dood veroordeeld voor inbreuk tegen artikel 73, en twee worden tot 8 en 11 jaar gevangenis veroordeeld voor inbreuk tegen de wetten over de productie en het bezit van springstoffen. Op 19 januari verzacht een keizerlijk decreet het vonnis van twaalf beschuldigden tot levenslang. Twaalf samenzweerders, Kōtoku en Kanno inbegrepen, worden geëxecuteerd op 24 en 25 januari.

In zijn laatste werk, “De afschaffing van Christus”(Kirisu massatsu ron), in gevangenis geschreven, schrijft hij over het christendom, waar hij altijd tegen was, maar ook tegen het Japans imperialistische systeem. Dit werk zal een grote impact hebben en wordt als één van zijn bekendste geschriften beschouwd .

De gevolgen van die zaak zijn heel zwaar voor de socialistische en anarchistische bewegingen die de volgende jaren een algemene terugval kennen, bekend als het fuyu no jidai (冬の時代, wintertijdperk). Dit evenement maakt de intelligentsia, voornamelijk de schrijvers, bewust van de realiteit van het regime en de omvang van het socialistische denkbeeld.

Invloed van Kōtoku

Ondanks vele kritieken, onder andere door marxisten en liberalen die vinden dat Kōtoku zijn intellectuele visie niet genoeg in praktijk bracht, wordt Kōtoku als één van de eerste theoretici van het Japanse socialisme beschouwd. Daarenboven wordt zijn waarde verhoogd door de zaak die zijn leven kostte. De heeft een grote, belangrijke en diepe invloed gehad in het geheugen van het Japanse volk, zeker in de jaren 20 waarin het anarchisme een heel grote bloei kende.

Voetnoten

  1. Nakamura (中村)bevindt zich in het de prefectuur van Kōchi, te Shikoku.[1]
  2. Liberale Partij,is de eerste politieke Partij van Japan opgericht op 29 oktober 1881 door de leiders van de Jiyūtō Minken Undō.
  3. Yamagata Aritomo (1838-1922)is een politieke leider van de Meiji (1868-1912) en Taisho (1912-1926) perioden. Hij is de architect van het moderne Japanse leger en speelt een belangrijke rol in het opbouwen van politieke instellingen in de Meiji-Periode.
  4. Nakae Chōmin (中江兆民)(1847-1901), ook de Rousseau van het Oosten genoemd, is een materialistische philosoof, politieke theoreticus en woordvoerder van het radicale deel van de Jiyūtō Minden Undō.
  5. De maandelijkse Chūō kōron (中央公論)gaat over algemene onderwerpen en verhuisde in 1896 van Kyōto naar Tōkyo. Heeft nu nog een invloed op meningen en lopende zaken.
  6. Yorozu Chōhō (万朝報)is een in 1892 opgerichte krant, beroemd voor zijn sensationele teksten, zijn artikels over sociale problemen, en zijn vertalingen van westerse romans.
  7. Shakaishugi kenkyū-kai(社会主義研究会); is in 1898 opgericht door de grondleggers van het socialisme in Japan, om te zien welk socialisme in Japan zou kunnen toegepast worden. Werd in 1900 georganiseerd in de shakaishugi kyōkai.
  8. De Russisch-Japanse oorlog (1904-1905)
  9. Communist Manifest: boek geschreven door de communisten Engels en Karl Marx, voor de eerste keer gepubliceerd op 21 februari 1848. Eén van de meest invloedrijke politieke geschriften.[2]
  10. Sugamo Gevangenis, werd in de jaren 1920 voor politieke misdadigers gebouwd in de stad Ikeburo bij Tōkyo. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er veel communisten daar opgesloten. Het werd in 1971 afgebroken en op de site werd in 1978 het Sunshine 60 opgetrokken, toen het grootste gebouw in Japan.
  11. Claude-Henry de Rouvroie, comte de Saint-Simon (1760-1825), stichter van het socialisme in Frankrijk.
  12. Louis Jean Joseph Charles Blanc(1811-1882), Franse politicus en historicus.
  13. Vertaald uit 'Kōtoku Shūsui: Socialiste anarchiste: Suivie de lettres de Kōtoku Shūsui', Pelletier Philippe (1956).
  14. Vertaald uit 'Kōtoku Shūsui: Socialiste anarchiste: Suivie de lettres de Kōtoku Shūsui', Pelletier Philippe (1956).
  15. Vertaald uit "Kōtoku Shūsui:The change in Thought", van George Elison.
  16. Vertaald uit "Kōtoku Shūsui:The change in Thought", van George Elison."
  17. Nihon Shakaitō (日本社会党)is een partij die op 24 februari 1906 opgericht werd. De partij was het resultaat van de versmelting tussen de Nihon Heimintō (日本平民党 Japanse gewone volkspartij) en de Nihon Shakaitō van Sakai Toshihiko. Het was de eerste legale socialistische partij in Japan,die zijn eerste algemene vergadering hield op 28 juni.Zijn ledenaantal was niet hoger dan 200. Het werd op 22 februari 1907 door de regering opgeheven, na zijn tweede algemene vergadering van 17 februari 1907.
  18. Vertaald uit "Kōtoku Shūsui:The change in Thought", van George Elison.
  19. Vertaald uit "Kōtoku Shūsui:The change in Thought", van George Elison.
  20. Ishikawa Sanshirō (石川三四郎)(1876-1956)is een socialist en wordt een christen. 190Na de taigyaku jiken, verblijft hij in Europa van 1913 tot 1920, waar hij zich aangetrokken voelt door het anarchisme en wordt ook anarchist.
  21. Tazoe Tetsuji (田添鉄二) was een christelijke socialist, die tegen Kōtoku Shūsui voor een parlementaire systeem van verkiezingen pleitte ,tijdens de tweede vergadering van de Nihon shakaitō.
  22. Akahata jiken (赤旗事件), ook bekend als het kinkikan ongeval van 22 juni 1908. Socialisten en anarchisten hadden beslist om een vergadering te organiseren voor de herdenking van de vrijlating van een andere socialist Yamaguchi Gizo(1882-1920). Op die dag hebben anarchisten, onder anderen Sakai Toshihiko, rode vlaggen gehesen waarop anarchisme en anarcho-communisme geschreven werden, wat een gevecht met de politie veroorzaakte. Anarchisten werden gearresteerd.
  23. Sanno Sugako (管野スガコ)(1881-1911) was een anarchiste. Ze werd journaliste in 1902 en woonde samen met Arahata Kanson, een socialist, vanaf 1906.Ze werd gearresteerd voor de zaak van de akahata jiken. Na haar vrijlating woonde ze samen met Kōtoku Shūsui. Ze werd nogmaals gearresteerd voor de zaak Taigyaku jiken, en werd geëxecuteerd in 1911.
  24. Hiranuma Kiichirō (平沼騏一郎)(1867-1952), ex-minister en ex-premier. Een rechtste politieke leider voor het voeren van oorlog, een krachtige politieke figuur in de jaren 20 en 30.

Bronnen

Internet Bronnen

Aozora

[3]

Wikipedia

[4]
[5]
[6]
[7]
[8]

Supertravelnet

[9]
[10]
[11]
[12]

Weather-Forecast

[13]

Portraits of Modern Japanese Historical Figures

[14]
[15]
[16]
[17]

Jstor

[18]
[19]

Boeken

  • Dr. Van de Walle W.(2007)Leuven: Een geschiedenis van Japan: Van Samurai tot soft power:Acco.
  • Collcutt,M. (1988):Cultural Atlas of Japan Oxford: Equinox.
  • Kodansha Ltd. (1993) Japan: An Illustrated Encyclopedia Tokyo: Kodansha Ltd.
  • Taniguchi J.,Sekikawa N.(2005):Au temps de Botchan:Seuil.
  • Frédéric L.(1999):Le Japon: Dictionnaire et civilisation:Robert Laffont.
  • Pelletier P.(1956):Kōtoku Shūsui:socialiste anarchiste:suivie de lettres de Kōtoku Shūsui:Pelletier Philippe.