Japanse tuinen

Uit GeschiedenisJapan

Japanse tuinen (日本庭園, nihon teien), of eerder tuinen in Japanse stijl, vindt men vooral in tempels (寺, tera), in kastelen (城, shiro), in openbare parken (公園, kouen) of als privétuin aangelegd door politici, zakenmensen en dergelijke.

Geschiedenis

Vroege periode

Vele Japanse schrijvers verwijzen naar Indië als oorsprong van het tuinschikken als kunst. Aan het begin van de eerste eeuw N.C. reisden vele Chinese pelgrims naar India om Boeddhisme en filosofie te studeren aan het beroemde Vihara van Nalanda. Zelfs tot in de moderne tijd dienden de historische bergen, vijvers en rivieren die verbonden waren met het leven van Buddha Sakyamuni als voorbeeld voor de vormgeving van Japanse tuinen. Doch niet Indië (dat eerder als religieuze invloed diende), maar China was de grootste esthetische invloed voor Japan. Reeds in de 6de eeuw N.C., toen de religiën en culten van China Japan binnen sijpelden, werden er tuinen aangelegd in Japan. Met name de tuin van Byōdō-in (平等院) te Uji (宇治), en die van Tōdai-ji (東大寺) en Kōfuku-ji (興福寺) te Nara (奈良). De Chinezen geven Yohan Koan Han aan als uitvinder van de tuinschikking. Een andere belangrijke figuur is Chumen Tonkwan. Hij legde immense rotsformaties en bloeiende bloemen en planten aan in de tuin van de toen heersende Chinese keizer. Het is op te merken dat de Japanners reeds een eigen tuinschikkunst, genaamd Shinden-Shiki of de 'Keizerlijke audiëntie hal stijl', hadden ontwikkeld voordat China een rol begon te spelen in de evolutie van de tuinschikkunst. Daar dit de vroegste vorm van tuinschikken was in Japan, is er niet zo veel over bekend. Maar men weet wel dat de Shinden-Shiki stijl is ontwikkeld, om de open plaatsen die zich bevonden voor het Keizerlijke paleis in te richten als tuin voor Keizerlijke recepties.

Kamakura periode

De tweede historische stijl is ontwikkeld in de Kamakura periode (鎌倉時代, Kamakura-jidai, 1185–1333). De tuinschikkunst was sindsdien onderhevig aan een grote invloed van de Boeddhistische priesters. Zij legden zeer grote nadruk op de selectie en het gebruik van grote staande rotsformaties. De grotere tuinen van deze periode werden verondersteld een grote vijver (met één of meerdere kleine stroompjes aan verbonden) te hebben. De stroomrichting van de aanliggende riviertjes was van het oosten naar het westen, daar de andere stroomrichtingen ongeluk brachten. De constructie van droge tuinen (枯れ山水, karesansui) werd ontwikkeld in deze periode, alsook kunstmatige heuvels. De tuinschikkunst van de Kamakura periode was reeds ver ontwikkeld, maar slechts in de handen van priesters (die tuinen aanlegden rond tempels) en de daarbij horende mysterieuze sfeer.

Muromachi periode

Tijdens de Muromachi periode (室町時代, Muromachi-jidai, 1336-1573) genoot de tuinschikkunst een grote populariteit. Hiervoor verantwoordelijk was de priester genaamd Soseki. Hij onderwierp de tuinschikkunst aan hevige studies, en stelde veel regels op die men diende te volgen bij het schikken van een tuin. Helaas zijn er geen geschreven bronnen van hem meer beschikbaar. Een andere priester genaamd Muso-Kokushi werd bekend vanwege de gedeeltelijk door hem aangelegde tuinen van Tenryū-ji (天龍寺), Riusen-ji en Saihō-ji (西芳寺) te Kyoto (京都). Het is in deze tijd dat het arrangeren van een tuin een belangrijk aspect van de theeceremonie (茶の湯, cha no yu) werd. De theemeesters (茶人, chajin) werden dan ook de belangrijkste beoefenaars van het tuinschikken. Zij veranderden de regels die door de Boeddhistische priesters werden opgelegd en zetten deze om naar een voor de theeceremonie geschikt medium: de theetuinen (茶庭, chaniwa). Sho-Ami, een bekend theemeester en schilder, besteedde opmerkelijk veel aandacht aan het aanleggen van zo een chaniwa. Resten van de door hem aangelegde tuinen zijn te vinden in Tōji(東寺), een deel van de tuin van Saihō-ji en van Maruyama te Kyoto. Aan Sho-Ami word ook het ontwerp van de tuin van Ginkaku-ji (銀閣寺) toegekend. Een andere bekende theemeester was Sen no Rikyū (千利休). Hij studeerde reeds van zijn zeventiende de kunst van het tuinschikken en vertoonde opmerkelijk talent. Sen no Rikyū kreeg van daimyo (大名) Oda Nobunaga (織田信長) de titel van Professor der schone kunsten, en werd later de favoriete leraar en theemeester van Toyotomi Hideyoshi (豊臣秀吉). Er zijn vele vernieuwingen aan Rikyū toe te wijzen, waaronder het ontwerp van de gebouwen chaseki (茶席) of sukiya (数奇屋) die dienen om de tuin te observeren, en in het ontwerp van de aanliggende tuinen. Van het einde van de 14de eeuw N.C. tot het einde van de 16de eeuw N.C. waren de meeste tuinen van het chaniwa principe, en dus zo aangelegd dat ze strikt de regels volgden van deze cultus.

Edo periode

Asagori Shimanosuke introduceerde een meer moderne stijl van tuinschikken. Hij legde de tuin van Hongwanji te Kyoto aan en vernieuwde vele door de chajin aangelegde chaniwa. Verscheidene tuinen van Kyoto getuigen van zijn kunnen. Tijdens de Edo periode (江戸時代, 1603-1868) werden er veel paleizen en kastelen gebouwd, elk met een opmerkelijk mooie tuin. Vele van deze tuinen kunnen nog steeds bezichtigd worden. Zoals bijvoorbeeld:

  • Fukiage Ōmiya paleis (吹上大宮御所, fukiage Ōmiya-gosho)
  • Hamarikyu tuinen (浜離宮恩賜庭園, hama-rikyū onshi teien)
  • Kyu Shiba Rikyu tuin (旧芝離宮恩賜庭園, kyu shiba rikyu teien)
  • Korakuen tuin (後楽園庭園, kōrakuen teien)
  • Horaien tuin (蓬莱園, houraien)

Moderne periode

Tijdens de Meiji periode (明治時代, Meiji-jidai), mede door de toenemende modernisatie van het dagelijkse leven, werden vele Japanse tuinen door bekende politici en zakenmensen aangelegd die voor het publiek openbaar gemaakt werden. De bekende tuiniers van deze periode zijn onder andere Ueji en Mirei Shigemori (bekend vanwege zijn innovatieve droogtuinen).

Typische kenmerken

Een Japanse tuin wordt gekenmerkt door typische elementen. Centraal in de tuin bevindt zich steeds een paviljoen of een pagode (of als het om een chaniwa gaat een theehuisje), vanwaar uit men de tuin kan bezichtigen. Verder bevinden zich in de tuin volgende elementen:

  • Een lantaarn, gemaakt van steen.
  • Water, dat ofwel echt is of door kiezeltjes wordt voorgesteld.
  • Rotsen, geplaatst in grote formaties of los van elkaar.
  • Een aantal hekken of traditionele muren om de tuin af te sluiten van de buitenwereld.
  • Stapstenen, die aangelegd zijn als pad om de tuin al wandelend te bezichtigen.
  • Een brug of meerdere bruggen indien nodig.

Al deze elementen worden met de grootste zorg en in een zo harmonieus mogelijke manier geplaatst, met het oog op een natuurlijk uitziende tuin. De tuiniers trachten altijd om een landschap te creëren dat ofwel een bekende plaats nabootst (築山, tsukiyama), ofwel een natuurlijk uitziend landschap benadert. De tuin straalt een sfeer van extreme rust en esthetica uit.

Stijlen

Karesansui

De karesansui (枯れ山水) tuinen zijn sterk beïnvloedt door het Zen Boeddhisme. Daarom vindt men deze ook meestal rond Zen tempels, waar gemediteerd wordt. In een karesansui tuin is er geen water aanwezig. De afwezigheid van het water wordt door middel van kiezeltjes dat in golven geharkt is voorgesteld. Ook bootst men een waterval na, door kiezeltjes zo in een bekken te verdelen, zodat het lijkt alsof het een echte waterval is. Er worden ook vele soorten mossen en planten gebruikt, om de tuin verder af te werken. De mossen en kiezeltjes moeten vijvers, rivieren, eilanden en dergelijke voorstellen. Bekende karesansui tuinen zijn:

  • Muromachi periode
    • Daisenin (大仙院)
    • Daitokuji (大徳寺)
    • Ryouanji (竜安寺)
  • Edo periode
    • Konchiin (金地院)
    • Nanzenji (南禅寺)
    • Shinjuan (真珠庵) en Oubaiin (黄梅院) in Daitokuji (大徳寺)
  • Moderne periode
    • De oostelijke tuin van Houjou 方丈 in Toufukuji 東福寺 (aangelegd door Shigemori Mirei (重森三鈴))

Tsukiyama

Een tsukiyama (築山) tuin (vroeger Kasan (仮山) geheten) is gekenmerkt door een grote rotsformatie, die zo is gearrangeerd dat de formatie op een bestaande of legendarische berg lijkt. Men gebruikt meestal 1 tot 5 rotsen, die soms zelfs beklommen kunnen worden om een nog beter zicht op de tuin te verkrijgen. Tsukiyama tuinen genoten een grote populariteit in de Edo periode. Een typische stijl van tsukiyama is de schildpad en kraanvogel tuin. In deze tuinen bevinden zich twee aparte eilandjes (samen met een eilandje van eeuwige jeugd) waar de schildpad en kraanvogel te bezichtigen zijn.

Bekende tsukiyama tuinen zijn:

  • Tenryūji (天龍寺)
  • Saihōji (西芳寺)

Bekende schildpad en kraanvogel tuinen zijn:

  • Daigoji (醍醐寺)
  • Kōdaiji (高台寺)

Chaniwa

Door de introductie van de theeceremonie in de veertiende eeuw N.C., is de chaniwa stijl ontstaan. De chaniwa is meestal niet een echte tuin, maar eerder een paadje (aangelegd met stenen) dat naar de chashitsu (茶室, het theehuisje) leidt. In de chaniwa vinden we ook de tsukubai (蹲, waterbassin om je te zuiveren voor de deelname aan de theeceremonie) en de tourou (灯籠, de bekende lantaarn). Het doel van de tuinier van een chaniwa is, om een gevoel van eenzaamheid en totale afsluiting van de buitenwereld te creëren. Dit sluit aan bij de esthetische simpliciteit van de theeceremonie. Chaniwa zijn meestal niet toegankelijk voor het publiek. Een bekend voorbeeld van een chaniwa is de in de zeventiende eeuw N.C. aangelegde Katsura tuin.

Andere stijlen

Andere stijlen die gehanteerd worden voor het aanleggen van Japanse tuinen zijn:

  • De Kaiyushiki stijl (回遊式): deze stijl verwacht van de bezoeker, dat hij de tuinpaden volledig bewandelt om zo de tuin te kunnen bezichtigen. Men plaatst vele oneffenheden in het reliëf van de tuin, om ornamenten en beelden zo te plaatsen dat ze niet meteen worden opgemerkt (om zo verlichting te bereiken).
  • De Kanshoh stijl: men legt de tuin zo aan, dat zij vanuit een speciaal daarvoor geplaatste residentie (zijnde een pagode of een paviljoen) kan geobserveerd worden.
  • De vijver stijl: deze tuin wordt bezichtigd vanuit een klein bootje. In dit soort tuinen bevindt zich dan ook altijd een grote vijver.

Fotogallerij

Bronnen

Boeken

  • Nitschke, Günter Japanese Gardens (Taschen, 2003)
  • Conder, Josiah Landscape Gardening In Japan: The 100-year-old Classic (Kodansha, 2002)
  • Slawson, David A. The Secret Teachings In The Art Of Japanese Landscape Gardening (Kodansha, 1987)

Internet