Japanse schilderkunst tijdens en na de Meiji Periode

Uit GeschiedenisJapan
Ga naar: navigatie, zoeken

De Japanse schilderkunst vindt zijn oorsprong in de Boeddhistische schilderijen. Doorheen de jaren is de kunst steeds verder geëvolueerd met als een van de belangrijkste stijlen de Ukiyo-e stijl, de zogenaamde prentenkunst. Ook al is de Japanse schilderkunst constant beïnvloed geweest door zowel China als Europa, toch is zij trouw gebleven aan haar eigen traditionele waarden.

De Meiji Periode (1868-1912)

Lakeside door Kuroda Seiki,1887.

Voor het hoofdartikel zie Yōga (洋画) en Nihonga (日本画) tijdens de eerste helft van de Meiji-periode (tot 1900)

Tijdens de Meiji Restauratie werd de Japanse kunst enorm beïnvloed door het Westen. Er werd een departement voor Westerse kunst opgericht (Kobu Daigakko 工部大学校), Westerse kunstenaars werden naar Japan gehaald om er als leraar te werken (met name Antonio Fontanesi voor landschapschilderkunst en Vincenzo Ragusa voor beeldhouwkunst), en Japanse studenten werden naar Europa gestuurd om er te studeren (vooral in Italië en Frankrijk). De Japanse kunst liet men volledig links liggen en men concentreerde zich op de Westerse kunst.

Maar na een periode van complete onderdrukking van de Japanse kunst en ophemeling van de Westerse kunst, kwam er een beweging op gang die voor het terugwaarderen van de Japanse kunst pleitte, aangevoerd door kunstcriticus Okakura Kakuzo en Ernest Fenollosa. Er onstond een herwaardering voor de Japanse kunst, Nihonga. In 1880 werd de Westerse kunst verbannen van de officiële galerijen en werd zwaar bekritiseerd.

De Yoga-stijl schilders stichtten het Meiji Bijutsukai, en zetten kunstenaars er aan toe terug in de Westerse stijl te schilderen.

In 1907 kregen beide stijlen erkenning en versmolten ze zelfs met elkaar.

Belangrijke schilders tijdens de Meiji Periode

  • Harada Naojiro (1863-1899)
  • Yamamoto Hosui (1850-1906)
  • Asai Chu (1856-1907)
  • Kano Hogai (1828-1888)
  • Hashimoto Gaho (1835-1908)
  • Kuroda Seiki (1866-1924)
  • Wada Eisaku (1874-1959)
  • Okada Saburosuke (1869-1939)
  • Sakamoto Hanjiro (1882-1962)
  • Aoki Shigeru (1882-1911)
  • Fujishima Takeji (1867-1943)
  • Hishida Shunso (1874-1911)
  • Kawai Gyokudo (1873-1957)
  • Maeda Seison (1885-1977)
  • Shimomura Kanzan (1873-1930)
  • Takeuchi Seiho (1864-1942)
  • Tomioka Tessai (1837-1924)
  • Uemura Shoen (1875-1949)
  • Yokoyama Taikan (1868-1958)

De Taisho Periode (1912-1926)

Landscape door Kishida Ryusei.
Snowy Peak With Cranes door Yokoyama Taikan.

Tijdens de Taisho Periode werd de Nihonga stijl volledig gedomineerd door de Yoga stijl. Veel Japanse kunstenaars die lange tijd in Europa hadden gewoond, keerden terug naar Japan en brachten de technieken van het Impressionisme en Post-Impressionisme met hun mee. De werken van Cezanne, Pissarro en dergelijke, waren een belangrijke inspiratie voor vroege Taisho werken. Tegen het einde van de Taisho Periode was het de Nihonga stijl die zich ging laten beïnvloeden door het Post-Impressionisme, interessant genoeg. De 2de generatie Nihonga schilders stichtten de Academie voor Japanse Schone Kunsten (Nihon Bijutsuin) om te concurreren met het door de overheid gesponsorde Bunten. De Yamato-e tradities bleven sterk vertegenwoordigd, doch het toenemend gebruik van Westerse perspectieven en concepten van ruimte en licht vermengden zich met de Nihonga stijl. De grens tussen Yoga en Nihonga begon te verbleken.

Belangrijke schilders tijdens de Taisho Periode

  • Kishida Ryusei (1891-1929)
  • Yorozu Tetsugoro (1885-1927)
  • Yokoyama Taikan (1868-1958)
  • Shimomura Kanzan (1873-1930)
  • Hishida Shunso (1874-1911)
  • Maeda Seison (1885-1977)
  • Imamura Shiro (1880-1916)
  • Tomita Keisen (1879-1936)
  • Hayami Gyoshu (1894-1935)
  • Kawabata Ryushi (1885-1966)
  • Tsuchida Hakusen (1887-1936)
  • Murakami Kagaku (1888-1939)
  • Itō Shinsui 伊東深水 1898-1972
  • Kaburaki Kiyokata 鏑木清方 1878-1972
  • Takehisa Yumeji 竹久夢二 1884-1934
  • Uemura Shoko 上村松篁 1902-2001

De Showa Periode (1926-1989)

Woman Head door Yasui Sotaro,1905.
Sakurajima Island door Umehara Ryuzaburo.

De Japanse schilderkunst werd tijdens de showa periode aangevoerd door Yasui Sotaro en Umehare Ryuzaburo, die het abstract schilderen introduceerden in de nihonga stijl. Het surrealisme werd geïntroduceerd door Leonard Foujita en de Nika Vereniging. Om deze stijlen te promoten werd de Onafhankelijke Kunst Associatie (Dokuritsu Bijutsu Kyokai) opgericht in 1931.

Tijdens de 2de Wereldoorlog, werd de kunst aan banden gelegd en hevig gecensureerd door de overheid. Enkel patriottische thema’s mochten worden uitgebeeld. Veel kunstenaars werden door de overheid aangeworven om propaganda te ontwerpen.

In de naoorlogse periode werd de door de overheid gesponsorde Japanse Kunst Academie (Nihon Geijutsuin) in 1947 gesticht, die zowel een yoga als een nihonga afdeling had. De overheid sponsorde kunstexhibities, zoals de Nitten, echter niet meer. De Nitten was een exhibitie die gehouden werd door de Japanse Kunst Academie, maar sinds 1958 werd het gehouden door een privé onderneming. Een tentoonstelling op deze exhibitie garandeerde je een plaats op de Japanse Kunst Academie, die op zichzelf dan ook een onofficiële nominatie voor de Orde Van Cultuur betekende.

Belangrijke schilders tijdens de Showa Periode:

  • Yasui Sotaro (1881-1955)
  • Umehara Ryuzaburo (1888-1986)
  • Leonard Foujita (1886-1968)
  • Yasuda Yukihiko (1884-1978)
  • Kobayashi Kokei (1883-1957)
  • Higashiyama Kai'i 1908-1999
  • Ogura Yuki (1895-2000)

Moderne kunst

Army Of Mushrooms door Takeshi Murakami.

Na het abstracte principe van de 1960’s, kon men in de 1970’s een herleving van het realisme waarnemen, geïnspireerd door de op- en pop-art cultuur. De explosieve werken van Shinihara Ushio zijn hier een voorbeeld van. Vele van deze uitstekende avant-garde kunstenaars werkten zowel in Japan alsook in het buitenland en wonnen vele internationale prijzen. Maar deze kunstenaars vonden dat er helemaal niks Japans in hun kunst te herkennen was en tegen de late 1970’s ontstond er weer een herwaardering voor de traditioneel Japanse schilderkunst. De nihonga stijl werd versmolten met het modern Abstractisme en Surrealisme. Het realisme van Maruyama Okyo’s school en de kalligrafie en de spontane Japanse stijl werden veel beoefend in de 1980’s. Veel Japanse kunstenaars werden bekroond met talloze prijzen voor het heruitoefenen van traditionele Japanse kunststijlen. Meer en meer internationale kunstenaars begonnen zich af te keren van de Westerse kunst en praktiseerden de traditionele Japanse kunst.

Er was ook een groot aantal moderne schilders die werden beïnvloed door de anime subcultuur en andere jongerenculturen. Een goed voorbeeld hiervan is Takeshi Murakami samen met de andere kunstenaars in zijn Kaikai kiki studio collectief. Hij ontwerpte werken hevig geïnspireerd door deze subculturen maar ook beïnvloed door de schone kunsten. Waardoor de grenzen tussen populaire, commerciële en schone kunsten opzettelijk verdwijnen.

Bronnen

Mason, Penelope. History of Japanese Art . Prentice Hall (2005)

Vande Walle, Willy. Een Geschiedenis Van Japan. Acco (2007)

Stanley-Baker, Joan. Japanese Art. World Of Art. (1984)

Tsuda, Noritake. Handbook Of Japanese Art. Charles E. Tuttle Company. (1976)