Japanse Militaire strategie voor 1868

Uit GeschiedenisJapan

De militaire geschiedenis van Japan is gekenmerkt door een lange periode van feodale oorlogen, gevolgd door stabiliteit, en daarna buitenlandse verovering. Voor de 2de Wereld Oorlog, was er nog geen succesvolle invasie geweest van de Japanse eilanden.

Inhoud

Prehistorie

Recent archeologisch onderzoek heeft sporen gevonden van oorlogen die teruggaan tot de Jōmon periode (ca. 10,000 - 300 VC) tussen verschillende stammen die op de Japanse Eilanden leefden. Sommige onderzoekers geloven dat kort na de Yayoi periode (ca. 300 VC - 250 NC) ruiters van het Koreaanse Schiereiland zuidelijk Kyūshū binnenvielen, om zich daarna to in noordelijk Honshū te verspreiden. Dit is wanneer paardrijden ("Bajutsu") en ijzer ("tetsu") op de eilanden werden geïntroduceerd.

Jōmon Periode (ca. 10,000 - 300 VC)

Naar het einde van de Jōmon periode toe (ca. 300 VC) werden dorpen en steden omringd door grachten en houten hekken vanwege toenemend geweld binnen of tussen gemeenschappen. Enkele resten werden gevonden met hoofd- en pijlwonden. Gevechten werden gevochten met wapens als het zwaard ("Tachi"), slinger, speer ("Yari"), en pijl ("Ya") en boog ("Yumi").

Yayoi Periode (300 VC - 250 NC)

Bronzen goederen en brons-smeedtechnieken van het Aziatische vasteland berijkten wat nu Japan is zo vroeg als fe 3de eeuw VC. Men geloofd dat paarden in Japan werden geïntroduceerd rond het einde van deze tijd (en tot in de vroege Yamato Periode), net als bronzen en later ijzeren gebruiksvoorwerpen en wapens. Al blijkt uit archeologische ontdekkingen dat bronzen en ijzeren wapens niet gebruikt werden voor oorlog tot later, voornamelijk in het begin van de Yamato Periode, omdat de metalen wapens van de overblijselen geen sporen hebben van het gebruik dat wapens normaal tonen. De overgang van de Jōmon tot Yayoi, en later de Yamato Periode was waarschijnlijk geweldadig omdat de inboorlingen vroeg uitgedreven werden door de invallers en hun superieure militaire technologie.

Rond deze tijd is er in de Wei Chih (of Chinese Kronieken) van de Han Dynastie voor het eerst sprake van de natie van Wo (of "Wa" in het Japans). Volgens dit werk, was Wa "verdeeld in meer dan 100 stammen" en voor ongeveer 70 of 80 jaar waren er veel problemen en oorlog. Ongeveer 30 van de gemeenschappen warden verenigd door een koningin genaamd Pimiko (of "Himiko" in het Japans). Ze zond een gezant genaamd Nashonmi met een tribuut van slaven en stoffen naar Daifang in China, waardoor ze diplomatische relaties met Cao Wei (het Chinese koninkrijk van Wei) aanging. Cao streefde tegen de drie koninkrijken naar de macht over China.

Oud en Klassiek Japan

Tegen het einde van de 4de eeuw, was de Yamato clan gevestigd op de vlakte van Nara met vrij veel controle over de omliggende gebieden. Ze stuurden diplomatieke convooien naar de Drie Koninkrijken van Korea en de Chinese heersers. Yamato was zelfs sterk genoeg om een leger naar de machtige staat Gogurye, welke toen het Koreaanse Schiereiland overheerste, te sturen. Japan vormde een front samen met het zuidwestelijke Koreaanse koninkrijk Baekje. Japan en Baekje werden verslagen door China en Silla in de Slag van Baekgang in 663. Hierdoor werd Japan van het Koreaanse Schiereiland verbannen, als zelfverdediging bouwde Japan in deze tijd ook een militaire basis in Kyushu.

Tegen het einde van de Heian periode, verkregen de samurai veel politieke macht, waardoor Japan in het Feodale tijdperk terechtkwam.

Yamato Period (250 - 710 NC)

Oud Japan had dichte banden met de Gaya Confederatie in het Koreaanse Schiereiland en ook met het Koreaanse rijk Baekje. Gaya exporteerde veel ijzeren harnassen en wapens naar Wa (In de Gaya regio was er een overvloed van natuurlijk voorkomend ijzer) en er zou zelfs een Japanese militaire post bij de Gaya en Baekje vereniging zijn.

In 552, verzocht de heerser van Baekje Yamato voor hulp tegen zijn vijanden, te weten het aangrenzende Silla en zijn bondgenoot Tang Dynastie China. De Slag van Baekgang werd gevochten in 663 NC, bij het einde van de Drie Koninkrijken Periode in Korea. In de Nihonshoki staat dat Yamato 32,000 troepen en 1,000 schepen stuurde om Baekje te steunen tegen het leger van Silla en Tang. Maar deze schepen werden onderschept en verslagen door een vijandelijke vloot. Baekje, zonder hulp en omsingeld door de Silla en Tang landmacht, stortte in. Een vijandig Silla (Silla was een rivaal van Baekje, en omdat Baekje een hechte relatie met Wa Japan had, zag Silla Wa Japan ook als een rivaal en was vijandig) voorkwam dat Japan tot veel later enig betekenisvol contact met het Koreaanse Schiereiland had.

Nara Periode (710-784 NC)

Op bijna alle punten, was de Nara periode het begin van Japanse cultuur wat we vandaag als Japans zien. Het was toen dat Japan eerst het Boeddhisme, het Chinese schrift, en de thee ceremonie gebruikte. Het land was voor het eerst verenigd en had een centrale regering en veel van de basis van het Feodale Systeem werde neergezet.

Hoewel veel van de discipline, wapens, pantster, en techniek van de samurai waarschijnlijk nog niet bedacht waren, begon het idee van de Japanse feodale krijger hier. Bereden boogschutters, zwaardvechers en speermannen vochten met wapens die niet veel verschilden van die van andere culturen over de hele wereld met hetzelfde niveau van technologie.

Heian Periode (794 - 1185 NC)

De Heian Periode, militair gezien, bestond voornamelijk uit conflicten en gevechten tussen samurai clans over politieke macht en invloed, voornamelijk werd er over controle over de opvolging van de Chrysantentroon gevochten. De Keizerlijke familie streed tegen de controle van de Fujiwara clan, welke bijna een monopolie had op de post van regent (Sesshō en Kampaku). Feodale conflicten over land, politieke macht, en invloed leidden tot de Genpei Oorlog tussen de Taira en Minamoto clans, en een groot nummer kleinere clans streden samen met een kant of met de andere. Het eind van de Genpei Oorlog bracht het eind van de Heian en het begin van de Kamakura periode.

In deze periode, waren samurai nog steeds boogschutters in plaats van zwaardvechters. Bijna alle duels en gevechten begonnen met een uitwisseling van pijlen, voor men een tegen een gevechten met zwaard en dolk begon.

Met de uitzondering van de Mongoolse invasies in de 3Ade eeuw zou Japan nog geen belangrijke bedreigingen van buitenaf moeten verwachten tot de Europeanen aankomen in de 1§de eeuw, dit wil zeggen dat de Japanse oorlogen voornamelijk binnelandse aangelegenheden zjin.

Feodaal Japan

Deze periode een vertrek van toernament-achtige gevechten en een beweging naar massieve slagen tussen clans voor de controle over Japan. In de Kamakura periode, weerstond Japan successvol Mongoolse invasies en dit startte een wijzing naar ingelijfde legers met een kern van samurai als een elite strijdmacht en als aanvoerders. Na ongeveer 50 jaar van bitter vechten over controle over de keizerlijke opvolging zag de Muromachi periode onder het Ashikaga Shogunaat een korte periode van relatieve vrede voor het traditionele systeem van administratie onder het hof uiteenviel. Provinciale gouverneurs en andere officiële beambten veranderden in een nieuwe klasse van daimyo (feodale heren)n terwijl de eilandengroep in een periode van ongeveer 150 jaar van oorlogen terechtkwam.

Kamakura Periode (1185 - 1333 NC)

Na hun rivalen verslagen te hebben stichtten de Taira, een Minamoto samurai clan het Kamakura shogunaat, wat een periode van vrede bracht. De enige oorlogen tussen Japanners, voor degenen die de val van het shogunaat met zich meebrachten, bestonden uit agenten van de Minamoto die opstanden of dergelijke onderdrukten.

De Mongolen, die China onder de Yuan Dynastie controleerden, probeerden Japan tweemaal binnen te vallen de 13de eeuw, wat de belangrijke militaire gebeurtenissen van de Kamakura periode waren,en ook twee van de zeer weinige invasiepogingen op Japan in het tweede millenium na Christus. Vroeg in October 1274, begon de Slag van Bun'ei met een gecombineerde macht van Mongolen en Koreanen die Tsushima veroverden, waarna ze Kyūshū aanvielen, landend in de Baai van Hakata. 19 October verloren ze vele schepen door een typhoon. Een tweede aanval verwachtend, organizeerde het shogunaat de bouw van muren en forten langs de kust, en verzamelden troepen om Japan tegen verdere invasies te verdedigen. In 1281 probeerden de Mongolen Japan nog eens te veroveren, in wat men nu kent als de Slag van Kōan trokken de Mongoolse troepen zich terug na alweer vele schepen door een typhoon te verliezen.

Het materiaal, de taktieken en militaire houdingen van de samurai en hun Mongoolse tegenstanders verschilden zeer, en al waren de beide invasies complete mislukkingen, toch hadden ze een impact op ontwikkelingen en veranderingen in samurai gevechten. De samurai waren gehecht aan ideeën van één tegen één gevechten, van eervolle gevechten tussen individuele krijgers en van bepaalde rituele elementen van gevechten, zoals een reeks van uitwisselingen in pijlen alvorens hand tegen hand gevechten te beginnen. De Mongolen wisten niets van Japanse gebruiken en waren veel georganizeerder in hun aanvalstaktieken. Ze kozen geen individuele tegenstanders met wie ze eervolle duels aan konden gaan, maar reden voort op hun paarden, met verschillende vormen van vuurwapens en de beroemde Mongoolse boog, recht op de vijandelijke linies afgalloperen en proberen om zo veel tegenstanders als ze kunnen uit te schakelen zonder zich iets aan te trekken van de Japanse opvattingen van protocol. Al waren boogschieten en paardrijden ook centraal voor Japanse oorlogsvoering in deze tijd, toch stonden Mongolen bekend om hun kunnen op dit vlak. De manieren waarop samurai taktieken en houdingen door deze ervaringen beïnvloed werden en hoever dit ging, is natuurlijk moeilijk uit te vinden, maar waren zeker belangrijk.

Muromachi Periode (1336 - 1467 NC)

In deze periode werden gevechten groter en minder ritueel. Al bleven één tegen één gevechten en andere elementan van rituele en eervolle gevechten bewaard, toch begonnen georganiseerde strategieën en taktieken onder militaire commandanten te verschijnen, tezamen met een grotere graad van organisatie van formaties en divisies in legers. Het was in deze periode dat wapensmeden technieken bedachten om de zogenaamde "Japanse stalen" klingen, flexibel maar toch extreem hard en scherp te smeden. De katana en vele dergelijke of gerelateerde wapens verschenen in deze tijd en zouden met relatief weinig verandering de Japanse wapens bij uitstek zijn tot midden de de 20ste eeuw. Dit was onder meer de reden dat samurai van boogschutters naar zwaardvechters overgingen.

Sengoku Periode (1467-1603 NC)

Minder dan een eeuw na het einde van de Nanboku-chō Oorlogen was de vrede onder het vrij zwakke Ashikaga shogunaat vernietigd door de uitbraak van de Ōnin Oorlog, een ongeveer 10 jaar durende strijd waarin de hoofdstad Kyoto een slagveld en een zwaar versterkte stad die een hoeveelheid en grondigheid van vernietiging zou doormaken dat het eerder noch later weer even erg zou zijn.

De authoriteit van zowel het shogunaat als het Keizerlijk Hof stortte in en provinviale Gouverneurs ("shugo") en andere lokale samurai leiders verschenen als de daimyo, die elkaar, religieuze strekkingen (bijvoorbeeld de Ikkō-ikki) en anderen voor land en macht zouden bestrijden voor de daaropvolgende 150 jaar of zo, deze periode word Sengoku genoemd, naar de Periode van de Strijdende Staten in het Oude China. Meer dan 100 domeinen streden door de eilandengroep terwijl clans rezen en voelen, grenzen verlegd werden, en enkele van de grootste oorlogen in de globale pre-moderne geschiedenis gevochten werden.

Vele ontwikkelingen en belangrijke gebeurtenissen vonden in deze periode plaats, van vooruitgang in de aanleg van kastelen tot de geboorte van de cavalerie stormloop, de verdere ontwikkeling van oorlogstrategiën op grote schaal, tot de belangrijke veranderingen gebracht door de introductie van vuurwapens ("teppo").

De samenstelling van legers veranderden en werden strategischer, massas van "ashigaru" voetsoldaten, bewapend met lange lanzen ("yari") hadden een rol naast bereden samurai, boogschutters, en later, vuurwapengebruikers. Belegeringstaktieken en -wapentuig waren zeer zeldzaam, zoals ze zouden blijven tot in de moderne tijd, en gevechten ter zee waren weinig maar dan het gebruik van doten om troepen tot in bereik van boog of musket te brengen, om daarna te enteren.

De late Hōjō clan, rond het Kantō gebied, waren bij de eerste om netwrken van sattelietkastelen aan te leggen en deze kastelen te gebruiken zowel voor gezamelijke verdediging en gecoördineerde aanvallen, een gebruik van kastelen dat in Europa ook werd toegepast. De Takeda, onder Takeda Shingen, ontwikkeleden het Japanse equivalent van de cavalerie stormloop, hoewel niet zo intens en krachtig als de Westerse, wat volgens bronnen uit die tijd revolutionair was en kractig tegen verdedigers die er niet aan gewend waren. Gevechten uit deze periode waarin belangrijke gebeurtenissen plaatsnamen zijn te talrijk om op te noemen, het is genoeg te zeggen dat in deze periode vele strategische en taktische ontwikkelingen, enkele van de langste belegeringen en grootste gevechten in de geschiedenis voor de moderne tijd gebeurden.

Azuchi-Momoyama Periode (1568 -1600 NC)

Deze periode, genoemd naar de kasteelsteden die steeds belangrijker werden wordt gekenmerkt door de introductie van vuurwapens door de Portugezen, en een verdere beweging in de richting van grootse veldslagen, weg van individuele gevechten en de invloeden van de concepten van persoonlijke eer en moed.

De musket werd in 1543 in Japan ingevoerd door Portugezen aan boord van een Chinees schip dat schipbreuk leed op het kleine eiland Tanegashima in de meest zuidelijke delen van de Japanse eilandengroep. Al leken de vuurwapens geen dramatische effecten te hebben voor verschillende decennia, toch waren er tegen rond 1560 duizenden vuurwapens in gebruik in Japan, en ze hadden revolutionaire effecten op Japanse gevechtstaktieken en strategieën, legersamenstellingen en kasteelarchitectuur.

De Slag van Nagashino in 1575, waarin ongeveer 3000 muskettiers geleid door Oda Nobunaga duizenden aanstormende samurai versloegen blijft een van de belangrijke voorbeelden van het effect van de wapens. Zeer onnauwkeurig en onhandig in het herladen, wonnen de musketten op zichzelf geen veldslagen, maar Oda Nobunaga, Toyotomi Hideyoshi en andere commandanten bedachten taktieken om het grootste voordeel uit de wapens te halen. In Nagashino verscholen Nobunaga's schutters zich achter houten barricades met grote houten pieken om cavalerie af te weren, en vuurden en herlaadden om te beurten.

Net als in Europa waren de effecten van nat (en dus nutteloos) buskruit belangrijk in een aantal gevechten, maar een van de voordelen van het wapen was dat, in tegenstelling tot de boog, waarvoor men jaren van training nodig had, wat enkel de aristocratische samurai klasse zich kon veroorloven, vuurwapens door de vrijwel ongetrainde voetsoldaat gebruikt kon worden. Samurai bleven bij hun zwaard en boog, met cavalerie of infanterietaktieken, terwijl de "ashigaru" geweren gebruikten. Enkele militante Boeddhistische facties begonnen vuurwapens te produceren in de smederijen die normaal gebruikt werden om bronzen tempelbellen te maken. Op deze manier maakten de Ikkō-ikki, een groep van monniken en fanatieke leken van hun Ishiyama Honganji kathedraal-fort één van de best verdedigde forten in het land. De "ikki" en een aantal andere militante regilieuze facties waren als dusdanig belangrijke machten op zichzelf en vochten furieuze gevechten tegen enkele van de hoofdgeneraals en samurai clans in de eilandengroep.

Al woedden Sengoku gevechten verder zoals ze de eeuw ervoor deden, steeds groter en taktisch complexer, toch begonnen de vele "strijdende staten" verenigd te worden, eerst onder Oda Nobunaga, daarna onder Toyotomi Hideyoshi, ten slotte door Tokugawa Ieyasu.

In 1592 en 1598 organiseerde Toyotomi Hideyoshi een leger en vloot van 160.000 voor Japanse invasies in Korea nadat de laatste Japanse troepen niet toestond om tot in China te marcheren. Hoewel de Japanse troepen het land tot aan de Yalu Rivier bezetten, werdt de Japanse vloot door de Joseon vloot verslagen. Daarbij stuurde China militaire hulp naar Korea om de overwinning op Japan te verzegelen. Na Hideyoshi's dood gaf de Raad van Vijf Ouderen het bevel aan de overgebleven Japanse troepen om zich terug te trekken.

Tokugawa Ieyasu, een van de regenten nam controle van de meeste van de vormalige leider's torpen. In 1600 vestigde hij zijn heerschappij na de Slag bij Sekigahara. In 1603 kreeg hij de titel van Shogun, waardoor hij de de-facto heerser over het hele land werd.

Referenties

  • [1]
  • Sansom, George (1958). "A History of Japan to 1334". Stanford, California: Stanford University Press.
  • Sansom, George (1961). "A History of Japan: 1334-1615." Stanford, California: Stanford University Press.
  • Sansom, George (1963). "A History of Japan: 1615-1867." Stanford, California: Stanford University Press.
  • Turnbull, Stephen (1982). "The Book of the Samurai, the Warrior Class of Japan". London: Bison Books.
  • Turnbull, Stephen (1998). "The Samurai Sourcebook". London: Cassell & Co.
  • Turnbull, Stephen (2002). "War in Japan: 1467-1615". Oxford: Osprey Publishing.