Japanse Communistische Partij

Uit GeschiedenisJapan
Ga naar: navigatie, zoeken

De Japanse Communistische Partij (JCP Japanese Communist Party, 日本共産党 Nihon Kyōsan-tō) is een politieke partij in Japan die in 1922 is opgericht en nog altijd werkzaam is. Hoewel ze een Marxistische partij zijn, staan ze niet achter een arbeidersrevolutie. In plaats daarvan stellen ze een "democratische revolutie" voor om "democratische veranderingen in de politiek en in de economie" te verwerven. Verder willen ze een maatschappij die gebaseerd is op socialisme, democratie en vrede.

Geschiedenis

Aanleiding (voor 1922)

Marxisme is naar Japan gekomen via de route van intellectuele studie tegen het einde van de 19e eeuw. Op 18 oktober 1898 hield een kleine groep verwesterde intellectuelen de eerste vergadering van de Shakaishugi Kenkyūkai[1] (Vereniging voor de Studie van het Socialisme) in de Unitarische Kerk van Tōkyō. In deze vergaderingen bestudeerde de leden de teksten van onder meer Karl Marx, Henry George, Fourier, Blanc en Lassalle.

In 1901 werd Japans eerste socialistische partij (Shakai Minshutō)[2] opgericht. Hoewel deze partij volledig achter het principe van legalisme stond en tegen anarchisme en geweld was, werd ze een paar uur na de officiële oprichting, verboden. Dit was mogelijks doordat de partij totale ontwapening, afschaffing van de standen en algemeen stemrecht eiste.

Na de eerste wereldoorlog, werd het communisme in Japan nieuw leven geblazen door de Bolsjewistische revolutie. Een groep jonge intellectuelen begonnen de arbeidersbeweging te ondersteunen door na hun studies lid te worden van de Yūaikai (de Vriendelijke Vereniging), een gematigde arbeidersorganisatie onder leiding van Suzuki Bunji. Voorbeelden van deze jonge mannen zijn: Nosaka Sanzō, Hisatome Kōzō, Asō Hisashi, Tanabashi Kotora, Sakai Kamesaku en Takayama Yoshizō[3]. Na een korte tijd begonnen zij doctrines te produceren die veel linkser waren dan die van hun mentoren.

In 1919 richtte Katayama Sen[4] in de Verenigde Staten de Associatie voor Japanse Socialisten in Amerika op. Deze associatie was verantwoordelijk voor het versturen van veel materiaal en documenten naar Japan.

Oprichting (1922-1923)

Op 15 juli 1922 werd de Japanse Communistische Partij officieel opgericht met aan het hoofd Tokuda Kyūichi. In november 1922 werd hun politieke agenda naar voren geschoven. Ook stuurde de JCP twee mannen naar de vierde Comintern om Japan te vertegenwoordigen. Op 4 februari 1923 hield de partij een algemene vergandering in Ichigawa, Chiba Prefectuur, en begon ze met praktische verrichtingen.

Eerste val (1923)

In mei 1923 waren er rellen in de Waseda Universiteit over de kwestie van militaire training. Tijdens het onderzoek vond de politie bezwarende documenten. In de vertrekken van Sano Manabu, die lezingen gaf aan de Waseda Universiteit, werd een rooster met de namen van de leden van de JCP gevonden. Op 5 juni verspreidden tien politiewagens zich over Tōkyō om bijna alle leden van de partij mee te nemen. Gelijkaardige invallen werden gehouden overal in Japan. Alle officiële leden van de JCP, buiten zij die naar het buitenland hadden kunnen vluchten, werden gearresteerd. De eerste Japanse Communistische Partij was niet meer.

Tussenjaren (1923-1925)

Tegen 1924 waren de meeste leden van de voormalige JCP vrij gelaten. Onder leiding van Yamakawa Hitoshi groepeerde ze zich opnieuw. Nu rees de vraag of ze de partij opnieuw zouden oprichten. De meesten waren er tegen gekant onder de toenmalige omstandigheden. Er werd geargumenteerd dat Japan nog niet rijp was en dat het noodzakelijk was om steunpilaren te creëren door arbeidersverenigingen, Marxistische studentenorganisaties en gelijkaardige groepen te ontwikkelen. Ze dachten dat het bestaan van een illegale partij deze ondernemingen alleen maar zou tegen houden. Ze hoopten dat, als ze werk verrichten via legale manieren, de weg ooit vrij zou zijn om een communistische partij op te richten.

Deze gedachte leverde hun zware kritiek op van andere communistische bewegingen elders in de wereld. De Comintern[5] authoriteiten zeiden dat het totaal onacceptabel was om, zelfs voor tactische redenen, de enige echte partij voor het proletariaat te laten vallen. Het was onmogelijk om de JCP direct terug op te richten, dus stelden ze eerste een aantal doelen op: Eerst moesten ze alle woordvoerders voor de socialistische bewegingen uit de weg ruimen om zo de proletarische beweging onder hun toezicht te brengen. Ten tweede moesten ze een proletarische partij vormen die zowel klasse als massa aan de basis had liggen. En ten derde moesten alle groepen zoals de Werkers Educatie Vereniging en de Liga voor Proletarische Jongeren onder directe leiding van de communisten komen te vallen. Dit wilden ze bereiken door het vormen van fracties in alle bestaande unies.

Hierin slaagden ze niet. De leden van de bestaande arbeiderspartij koesterden veel argwaan tegenover de communisten en waren bang dat de communisten hun ideeën zouden opdwingen. Als resultaat ontstonden er in 1925-1926 niet één geünificeerde proletarische partij, maar vier met allemaal verschillende visies.

Eerste Restoratie (1925-1929)

In augustus 1925 werd er een communistische groep opgericht als eerste stap naar het formeel heroprichten van de Japanse Communistische Partij met opnieuw Tokuda Kyūichi als voorzitter. Door hun doorzettingsvermogen, hun superieure organisatorische vaardigheden en hun uitgebreide propaganda begonnen ze snel veel macht te verwerven.

Veel van deze macht kwam van een groep Marxistische studenten die tegen 1926 een formidabele kracht vormden in de linkse wereld van Japan. Uit deze groep rees iemand die de leiding over deze machtige groep zou nemen: Fukumoto Kazuo[6], een jonge leraar die een aantal jaren in Europa had doorgebracht waar zijn ervaringen en contacten hem ideaal maakte om na zijn terugkeer naar Japan, aan het hoofd te staan van een nieuwe beweging. Het "Fukumotisme" dat heel wat extremer was dan het "Yamakawaisme", was razend populair en tegen het einde van 1926 had het totale controle over de JCP. Ook was de grip van de "Fukumotisten" op de Arbeiders-Boeren Partij heel sterk, waardoor ze in de praktijk twee partijen controleerden: de ene illegaal en de andere legaal.

Tweede Val (1929)

Linkse extremisme bleef gedurende de jaren die volgde erg populair. De regering antwoordde hier op door hun toezicht en repressie te verhogen. Zo plaatste ze spionnen in bijna alle takken van de operaties van de JCP. De arrestaties volgden elkaar op. Toen op 18 maart 1929 een prominente JCP partijlid werd gearresteerd, werd de organisatiegrafiek van de partij voor de Tōkyō regio gevonden in zijn huis. Dit leidde tot de arrestatie van Maniwa, de leider van de partij, een week later. In zijn huis vonden ze een rooster met alle namen van de partijleden. Op 16 april werden er massa-arrestaties gehouden. Bijna alle partijleden werden opgepakt. Opnieuw was de Japanse Communistische Partij gevallen.

Tweede Restoratie (1929-±1932)

Wegens alle arrestaties moest de partij terug opgericht worden door volledig onervaren, pas aangeworven jongeren. In Juli 1929 werd de Communistische Partij Bureau opnieuw gevestigd door Tanaka Seigen, Zennō Zenshirō en Sano Hiroshi. Tanaka werd als voorzitter gekozen.

Dankzij de zware onderdrukking die toen heerste, wilden vele radicalen de partij afschaffen. Wegens amendementen aan de Peace Preservation Law, mochten communistische leiders geëxecuteerd worden en de straf voor het uitdelen van communistische strooibiljetten, was vaak zeven jaar. Dus het werd cruciaal om geen documenten te versturen of bij te hebben.

Het was een erg wanhopige periode voor de JCP. Leiders hadden altijd pistolen op zak die ze van buitenlandse communistische zeemannen kregen. Er waren geregeld rellen met de politie en de JCP schrok niet terug voor brandstichting, sabotage en geweld. Ook binnen de partij zelf, waren er geregeld conflicten. Deze jaren werden "de era van de gewapende communisten"[7] genoemd.

Voor En Tijdens Wereldoorlog II (±1932-1945)

Dankzij de oorlog voor een nationalistische golf over Japan en overal neigde men naar de rechtse kant binnen de politieke kringen. Nationaal socialisme was de enige vorm van socialisme die staande hield tijdens deze jaren. De voortdurende arrestaties en internationale wrijvingen tussen de communisten, hadden de Japanse communisten haast onbestaande gemaakt.

Na Wereldoorlog II (1945-1950)

Na WO II werd Japan bezet door Amerikaanse troepen. Op 4 oktober 1945 kwam het bevel dat alle politieke gevangenen bevrijdt moesten worden. Zes dagen later kwam een kleine communistische bende vrij. Direct daarna begonnen ze terug met politiek actief te zijn. De Japanse Communistische Partij werd ook door de bezetters gelegaliseerd.

In de eerste uitgave van Akahata (Rode Vlag) publiceerde de JCP een "Beroep aan de Mensen" gedateerd 10 oktober 1945. Daarin werden volgende thema's aangekaart:

(1) Dankbaarheid voor de "democratische revolutie" in Japan als resultaat van de geallieerde bezetting en enthousiaste steun voor het vredesbeleid van de geallieerde machten.
(2) Een belofte om het keizerlijke systeem[8] omver te werpen en een volksdemocratie te stichten.
(3) Een belofte om militarisme af te schaffen en "parasitair" land in beslag te nemen en het onder de boeren te verdelen.
(4)[9] Een belofte om vrije vakbonden op te richten, de oude veiligheidswetten af te schaffen en algemeen kiesrecht voor alle Japanners boven 18 jaar te vestigen.
(5) Een aanval op "valse liberalen" en "pseudo-socialisten"[10] die het keizerlijke systeem hadden gesteund.
(6) Een oproep om een verenigd front te creëren onder de leiding van de JCP met iedereen die de bovenstaande doelen ondesteunde.

Er werd veel werk geleverd om volgelingen te vinden in onder meer arbeidersvakbonden. Vrouwen moesten deel uitmaken van de opgerichte boerencomités, werkplaatsunies en fabrieksverenigingen. Jongerenactiviteiten waren ook zeer belangrijk. Verder werd er speciaal belang gehecht aan de werklozen en de ex-militairen.

De volgende vijf jaren kende de JCP een vrij snelle groei zoals kan gezien worden aan de hand van de volgende officiële partij cijfers over het aantal leden:

- december 1945: 1.180

- februari 1946: 7.500

- december 1947: 70.000

- april 1950: 108.693

Tegen 1950 had de JCP een formeel lidmaatschap gelijk aan die van om het even welke partij in Japan, zelfs de Liberale Partij. Ook waren eind 1947 meer dan zes miljoen mensen lid van de verschillende communistische unies. Op 23 januari 1949 haalde de JCP 9,7% van de stemmen in de verkiezingen voor het Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Maar de partij bleef de daarop volgende jaren klein en haalde meestal rond de 3% met nooit meer dan 10%.

Ultralinkse Jaren (1950-1955)

De partij, nog steeds onder leiding van Tokuda Kyūichi kwam met nieuwe radicale ideeën af. In tegenstelling tot hun vroeger uitlatingen, zeiden ze dat het Amerikaanse imperialisme enkel "kettingen en slavernij"[11] had gebracht. Ook ontwikkelde het idee zich dat geweld nodig zou zijn om Japan te bevrijden van het imperialisme. Enkel dan zou echte en permanente vrede mogelijk zijn.

De jaren 1951-1952 waren jaren van verhoogd militarisme. Jonge extremisten gingen op pad om zich te bewijzen. De partij zelf leed onder zware chaos terwijl vele van haar leden op autonome wijze handelden. Na 1952 keek de partij terug op een aantal terroristische aanvallen door individuelen of kleine groepen.

Tegen 1953 dachten de meeste JCP leden dat het op zijn minst nodig was om hun tactieken en strategieën te veranderen. Ze wisten wel dat als ze hun programma echt wilden veranderen, ze buitenlandse steun zouden nodig hebben.

Maar in 1953 leed de partij twee zware verliezen. Leider Tokuda Kyūichi en autoriteit- en machtssymbool Stalin overleden. Dit stuurde de partij grondig in de war. Daarbij kwam dat ze zich in de voorafgaande jaren schuldig hadden gemaakt aan de zware tactische blunder van het streven naar ultralinkse avonturisme waardoor ze heel wat gezag onder de bevolking had verloren.

Legalisme (vanaf 1955)

Vanaf 1955 werden bepaalde veranderingen zichtbaar in de Akahata dankzij een artikel genaamd: "Partij Eenheid en Solidariteit met Alle Democratische Machten". De JCP had besloten om af te wijken van ultralinkse avonturisme en zich te concentreren op het gevecht tegen Japanse monopolie kapitalisme. Ze geloofden dat de combinatie van het parlement en de strijd van de massa's een vredevolle, democratische route naar het socialisme bood.

Deze ideeën gelden nog steeds en sindsdien heeft de partij weinig structurele veranderingen gekend. Er zijn enkel nog een paar gebeurtenissen en data die genoemd moeten worden.

De Sovjet-Chinese Breuk

Tijdens de Sovjet-Chinese Breuk oftewel de Rode Schisma vermeed de Japanse Communistische Partij om een kant te kiezen in dit conflict. Dit verzuurde de relatie met zowel de Sovjet communisten als de Chinese communisten. De JCP drong er altijd op aan dat ze een positie van onafhankelijkheid en autonomie had ten opzichte van zowel Moskou als Beijing.

Electoraal Hoogtepunt

Op 10 december 1972 kenden de JCP zijn electorale hoogtepunt. Tijdens de verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden haalde de JCP 38 zetels van de 491. Dit maakte de JCP de op één na grootste oppositiepartij. Dit gaf hen ook het recht om zelfstandig wetsvoorstellen in te dienen.

Verkiezing Van Shii Kazuo

De huidige leider van de JCP is Shii Kazuo (志位 和夫). Hij werd geboren op 29 juli 1954 in Yotsukaido, Chiba Prefectuur. Tijdens zijn eerste jaar aan de universiteit van Tōkyō werd hij lid van de JCP. In 1990 werd hij het hoofd van het secretariaat en tijdens de 1993 verkiezingen, verdiende hij een zetel in het Kamer van Volksvertegenwoordigers. Tijdens het partijcongres van 2000 werd Shii verkozen tot partijvoorzitter.

Politiek Beleid

Anti-militarisme

De JCP is voor de demilitarisatie van Japan. Hoewel ze niet volledig tegen het bestaan van het Japans leger is, en toegeeft dat als Japan aangevallen zou worden, ze het gebruik van het leger zou toestaan. Maar de JCP hoopt dat in de toekomst, als de internationale situatie het toelaat, het leger volledig afgeschaft zal worden. Ze argumenteert dat ten allen tijde er voorkeur moet gegeven worden aan vredevolle oplossingen door middel van onderhandelingen in plaats van militaire oplossingen.

De JCP is ook tegen het gebruik van de Japanse vlag en het Japans volkslied omdat het deze ziet als relieken van het militaire verleden van het land.

Neutraliteit En Onafhankelijkheid

De JCP is zwaar tegen de aanwezigheid van Amerikaanse legerbasissen in Japan. Ook wil ze een afschaffing van de militaire allianties met de VSA. Ze vindt dat Aziatische landen zouden moeten focussen op onderlinge diplomatie in plaats van nadruk te leggen op diplomatieke relaties met de Verenigde Staten.

Ze steunt Japan in het vestigen van "onafhankelijke buitenlandse betrekkingen in het belang van het Japanse volk" en weigert om "onkritisch een buitenlandse macht te volgen". De JCP wil van Japan een neutraal land maken in overeenstemming met de principes van zelfbeschikkingsrecht en soevereiniteit.

Tegen Nucleaire Bewapening

De JCP is tegen het bezit van nucleaire wapens. Ze gelooft dat de enige manier om een nucleaire oorlog te voorkomen, het afschaffen van alle nucleaire wapens is. Voorzitter Shii zegt dat omdat niemand nog gelooft dat een land nucleaire wapens zal gebruiken, ze hun strategische waarde kwijt zijn. Voorts zegt de JCP dat Japan de militaire overeenkomst met de VSA waardoor Japan onder de nucleaire paraplu[12] valt, moet afschaffen. Alleen dan kan Japan vanuit een moreel standpunt eisen dat andere landen hun nucleaire wapens wegdoen.

Positie Tegenover Het Keizershuis

Traditioneel is de JCP altijd al tegen het keizershuis geweest. Vandaag aanvaardt de partij de keizer als staatshoofd van Japan zolang hij niet meer dan een boegbeeld is. Voorts zegt de partij dat als de JCP ooit aan de macht zou komen, ze de keizer niet zullen vragen om af te treden.

Tegen Globalisering en Kapitalisme

De JCP probeert om de Japanse kijk op de economie te veranderen. Ze vindt dat de huidige economie de belangen dient van grote bedrijven en banken in plaats van de "belangen van het volk te beschermen". Ze stelt voor om wetten in te voeren die de activiteiten van grote bedrijven te controleren en de rechten van het volk te beschermen.

De JCP vindt dat internationale bedrijven, multinationals en internationale kapitalisten als opdringers van globalisering, de globale economie zwaar beïnvloeden. Ze veroorzaken financiële, ecologische en Noord-Zuid problemen. Ook op internationaal vlak wil de JCP het invoeren van wetten zien die deze bedrijven in toom houden.

Vrouwelijke Kandidaturen

De JCP is de Japanse partij met de meeste vrouwelijke kandidaten tijdens verkiezingen. Zo hoopt de partij om vrouwelijke stemmen te winnen. Er zijn meer vrouwen verkozen die lid zijn van de de communistische partij dan van alle andere politieke partijen in Japan.

Recente Ontwikkelingen

In tegenstelling tot de meeste communistische partijen in de wereld, die in de jaren '90 stilaan verdwenen zijn, is de JCP nog redelijk populair gebleven. In de verkiezingen van 2005 haalde ze 7,3% van de stemmen. Dankzij de huidige economische crisis, werft de JCP ook nieuwe aanhangers die vrezen voor hun banen.

Nadat de Democratische Partij van Japan (DPJ, 民主党, Minshutō) de verkiezingen van 2009 won, zei JCP voorzitter Shii, dat hij hoopt een constructieve oppositiepartij te kunnen zijn. Hij hoopt dat, nu dat een meer socialistische partij de macht heeft, de JCP met voorstellen kan komen waarnaar geluisterd zal worden.

Zie Ook

- De arbeidersbeweging in de Taishō periode

- Sanzō Nosaka

- Ultra nationalisme in Japan tijdens de aanloop naar WOII

- Tokuda Kyūichi

- Zengakuren (=opstandige Japanse studentenbewegingen)

- Politieke partijen in Japan (na WOII)

- De Arbeidersbeweging

Voetnoten

  1. Voor details van de Shakaishugi Kenkyūkai, zie Rikugō Zasshi (The Universe Magazin) dat werd gebruikt als medium door de groep.
  2. Voor de Manifesto van de Shakai Minshutō, zie Rōdō Sekai (Labor World) 20 mei 1901, een speciale editie uigegeven op dezelfde dag dat de partij werd gevormd.
  3. Soms hadden deze jonge mannen ervaring als journalisten of dergelijke maar het was zelden dat ze fysieke arbeid hadden vericht.
  4. Voor een gedetailleerd beeld van zijn leven, zie Hyman Kublin, Asian Revolutionary: The life of Sen Katayama, Princeton, 1964.
  5. De Communistische of Derde Internationale, in het Russisch afgekort tot Comintern(of Komintern), was een wereldwijd samenwerkingsverband van communistische partijen onder aanvoering van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU).
  6. Fukumoto zei in een interview met auteur Robert Scalapino (gedateerd oktober 1957) dat hij zijn weg naar het Marxisme vond via individualisme, humanisme en antifeodalisme.
  7. Voor een verslag van deze periode door een communistische leider, zie Tanaka Seigen, "The Era of the Armed Communist Party", Bungei Shujū (Spring and Autumn Culture), Vol. 28, No. 7, juni 1950.
  8. Hiermee wordt het systeem bedoeld dat tijdens de de meiji-restauratie terug op de pootjes werd gebracht, met name het ritsuryo-systeem, dat de Keizer in zijn macht zou herstellen.
  9. In het oorspronkelijke document stonden punten 3 en 4 samen.
  10. Ze beschuldigde de Socialistische Partij van fascistische plannen, plannen om de keizer te restaureren en niets meer te willen dan het oude militaire regime. Spottend gaven ze de partij als naam de "Sociale Keizerlijke Partij".
  11. Afkomstig uit een thesis die bekend staat als de 1951 Thesis. Een vroegere thesis door Tokuda uit 1950 lag aan de basis hiervan. Voor een Engelse vertaling van de 1951 Thesis, zie "Immediate Demands of Communist Party of Japan-New Programme," For a Lasting Peace, For a People's Democracy!, 23 november 1951, p. 3.
  12. Dit begrip komt aan bod in de Yoshida doctrine, waarin Yoshida Shigeru beschrijft dat Japan zich moet concentreren op hun economie, niet het militaire, want daar hebben ze Amerika voor.

Bronnen

Boeken

- Robert A. Scalapino, The Japanese Communist Movement 1920-1966, University of California Press, 1967.

- Manfred Pohl, Die Kommunistische Partei Japans: Ein Weg Ohne Peking und Moskau, Hamburg, 1976.

- Bernard Béraud, La Gauche Révolutionnaire Au Japon, Éditions du Seuil, 1970.

- Atsuko Hirai, Indivisualism and Socialism, Harvard University Press, 1986.

Internet

- Officiële Site van de JCP

- JCP Wikipedia Artikel

- Rapport van de 1972 Verkiezingen

- Artikel People's Daily Online over Verkiezingen 2009

De inhoud van deze pagina is beschikbaar onder CC-BY-SA/GFDL.