Japans Imperialisme

Uit GeschiedenisJapan

De Kyokujitsuki 旭日旗, de vlag van het Japans keizerrijk

De term ‘Japans Imperialisme’ 日本統治時代 (Nippon touchi jidai), verwijst naar de periode waarin het Japans keizerrijk zijn grenzen aanzienlijk uitbreidde en over geheel Azië kolonies verwierf. Dit tijdperk strekt zich uit van de Meiji-restauratie tot de Tweede Wereldoorlog.

Inhoud

Inleiding

Kort na het ontsluiten van het Japans archipel[1] zette het land al snel zijn eerste stappen op het internationale toneel. Interne conflicten hadden ervoor gezorgd dat het shogunaat werd afgeschaft en de macht in de handen van de keizer werd gelegd. Deze streefde ernaar om van Japan een machtige, welvarende staat te maken naar Westerse normen. Talrijke hervormingen werden doorgevoerd en het land werd in ijltempo gemoderniseerd.

Eerste Sino-Japanse oorlog

Aanleiding van de oorlog

Het was geen geheim dat Japan haar oog op Korea had laten vallen, die toen nog een suzereinstaat van China was. Het Koreaans schiereiland was erg op zichzelf en verafschuwde de toenemende westerse invloed in het oosten. Zowel Frankrijk als Amerika hadden herhaaldelijk gepoogd het land open te stellen voor handel, maar zonder enig succes. Japan, die als de dood was voor de Russische uitbreidingsdrang in Azië wilde koste wat het kost relaties aangaan met Korea. Na een reeks van afwijzingen gaf Korea uiteindelijk toe en tekenden beide landen op 27 februari 1876 het verdrag van Ganghwa.

Verloop van de oorlog

Al snel ontstond er uitgesproken rivaliteit tussen China en Japan. China had geen economische interesse in Korea maar wilde haar vazalstaat zeker niet verliezen. Japan daarentegen zag de geografische ligging van Korea als een bedreiging. Het zou een ramp betekenen als een vreemde macht Korea aan zich toe-eigende. Toen er in aan het einde van de 19de eeuw interne machtsconflicten uitbraken vreesde Japan voor een buitenlandse interventie en besloot zelf in te grijpen. Onder Japanse druk ondertekende keizer Gojong van Korea een verdrag waardoor het land een einde maakte aan haar afhankelijkheid van China. Bovendien kreeg Japan het recht om de Chinese troepen van het schiereiland te verdrijven. Hierop verklaarde China meteen de oorlog aan Japan maar zou de strijd al heel snel verliezen.

Einde van de oorlog

Op 17 april 1895 ondertekenden beide landen het verdrag van Shimonoseki. Dit verdrag hield in:

  • China moest een gigantische vergoeding van 200 miljoen taels betalen[2]
  • Korea werd een soevereine, onafhankelijke staat
  • De Pescadore-eilanden, Liaotung en Formosa, het huidige Taiwan, moesten worden afgestaan aan Japan

Door de Chinese reus te verslaan verwierf Japan veel aanzien bij de westerse machten. Zelfs Rusland voelde het vuur aan de schenen en besloot Korea bij te staan om de Japanse invloed af te weren en haar eigen impact te versterken. Door de Drie Landen-Interventie van Frankrijk, Rusland en Duitsland werd Japan aangeraden het Liaotung-schiereiland terug af te staan. Japan zag in dat het zonder bondgenoten in een lastige situatie zat en gaf uiteindelijk toe. De publieke opinie was razend en de vijandigheid tegenover Rusland nam toe.

Formosa

Annexatie

Japan had eindelijk gekregen wat het al zo lang wilde, een eigen overzeese kolonie. Ondanks hardnekkig verzet van de inwoners in het begin, kreeg Japan uiteindelijk volledige controle over het eiland. Formosa werd onder leiding geplaatst van een Japans Luitenant-Generaal. Die werd aangesteld door Tokio en moest toezien op een positieve ontwikkeling van Taiwan. Aan de bevolking werd twee jaar de tijd gegeven om te kiezen tussen Japanse of Chinese staatsburgerschap. Onder principe van de kouminka kyouiku 皇民化教育[3] werd gestreefd om Taiwan te japaniseren en zo de Japanse maatschappij te assimileren. De overheid voerde fanatiek campagnes om Japanse migratie naar Taiwan te bevorderen, wat effectief bleek te zijn. Toch kwamen Japanners alleen om te kunnen werken bij de overheid. Toen er geen werkplaatsen meer beschikbaar waren droogde het migratiecijfer op.

Economie

De eerste jaren van Japanse bezetting waren een financiële ramp. Ondanks de gigantische sommen die de keizerlijke schatkist in Taiwan investeerde stevende het eiland af op een regelrechte bankroet. Pas onder het ambtstermijn van Luitenant-Generaal Kodama Gentarō begon de bezetting op te brengen, als gevolg van modernisering. Met de enorme geldbedragen uit Japan verkreeg men door het bouwen van spoorwegen en snelwegen op korte tijd een sterk uitgebreid infrastructuur. Er werden riolen aangelegd, ziekenhuizen opgericht en scholen gebouwd. Taiwan kreeg zelfs haar eigen waterkrachtcentrale. Bovendien werd de leerplicht ingevoerd en Japans werd de officiële taal. Ook film, cultuur en literatuur kenden in deze periode een geweldige bloei. De overheid nam een monopolie op opium, zout, kamfer en tabak, in die tijd zeer lucratieve producten. De export naar het buitenland werd dichtgeknepen en de economie richtte zich volledig op handel met het thuisland. Kortom: onder de Japanse bezetting steeg de levensstandaard sterk, economische activiteit nam toe en de overheid kreeg steeds meer populaire steun.

Mensenrechten

De Japanse bezetting was geen ethisch sprookje. Het doel van de Japanners was niet ‘hoe kunnen we de welvaart van de lokale bevolking verbeteren’ maar ‘hoe kan Taiwan optimaal benut worden in het voordeel van Japan’. Zo waren de prestigieuze banen bij de overheid niet weggelegd voor de gewone Taiwanees, enkel Japanners werden aangenomen. Met andere woorden: de gewone man werd gediscrimineerd ten voordele van de bezetter. De meeste Taiwanezen waren meestal boeren, die rijst oogstten om uit te voeren naar Japan. Bovendien werden duizenden vrouwen tegen hun wil meegenomen als ‘troostmeisjes[4] voor het keizerlijk leger, een gevoelig onderwerp die nog altijd voor laaiende discussies zorgt.

Cessie

Japan zou tot het einde van de Tweede Wereldoorlog zoveel uit Taiwan knijpen als het maar kon. Na de oorlog moest Japan Taiwan afstaan, hoewel het nog tot 1952 aanspraak zou blijven doen op het eiland. Hier werd een einde aan gemaakt met het Verdrag van San Francisco.[5]

De Russisch-Japanse oorlog

Aanleiding

Rusland, onder leiding van tsaar Nicolas II, probeerde haar invloed in Azië uit te breiden. Na een akkoord met China in 1898 kreeg het het recht om het Liaotung-schiereiland (nu Lushunkou) voor 25 jaar te pachten. Rusland maakte hiervan gebruik om de Eastern Chinese Railway te stichten: een spoortraject dat begon in het door Japan begeerde Port Arthur, Harbin doorkruiste en eindigde in het Russische Vladivostok. Met Port Arthur verkreeg Rusland haar eerste en enige haven die aan een warme golfstroom lag en was dus van essentieel belang. Met Liaotung in haar handen begon Rusland de aanwezige hout en grondstoffen te ontginnen en breidde zelfs haar spoorweg uit tot in het noorden van Korea, waar de Japanners zich onpopulair hadden gemaakt met de aanslag op koning Myeongseong. Hierdoor kon Rusland moeiteloos een geheim verdrag sluiten met Korea.

Anglo-Japans Verdrag

Japan, die dit schouwspel niet langer kon aanzien, sloot een verdrag met Groot-Brittannië in ruil voor Japanse erkenning van de Engelse aanwinsten in China. Hierdoor werd de kans dat Rusland nog bijstand kreeg van andere grootmachten miniem, omdat dit meteen de Engelsen erbij zou betrekken. Dit verdrag hield onder meer in:

  • Zowel Japan als Groot-Brittannië erkenden en beschermden de onafhankelijkheid van China en Korea, alsook elkaars belangen in de landen
  • Indien een van de twee landen in een oorlog verwikkeld raakte door de voorgaande regel, moest het andere land neutraal blijven
  • Als een van de twee partijen in een conflict met twee of meerdere landen zou betrokken worden, zou de andere partij hulp verlenen
  • Beide landen zouden geen enkel ander verdrag afsluiten dat nadelig zou uitwerken op dit Anglo-Japans verdrag.

Verloop en einde

Japan poogde aanvankelijk een diplomatieke oplossing omdat volgens de prominente Itō Hirobumi, Japan nog niet klaar was voor een militaire confrontatie met Rusland. Japan zou het Russisch belangen in Mantsjoerije erkennen in ruil voor Russische erkenning voor de Japanse ondernemingen in Korea. Na het afsluiten van het Anglo-Japans verdrag echter veranderde de aanpak drastisch. Door de Engelse steun voelde Japan zich oppermachtig en was niet bang meer voor aanvaring met het Russisch leger, die geen bondgenoten had. Op 8 februari 1904 verklaarde Japan formeel de oorlog aan Rusland. De oorlog eindigde met een Japanse overwinning en Rusland ondertekende op 5 september 1905 het verdrag van Portsmouth:

  • Rusland erkende de Japanse belangen in Korea
  • Het door China verpachte Mantsjoerije moest worden afgestaan, alsook de spoorwegen die door Rusland waren aangelegd
  • Japan verwierf de helft van 樺太 karafuto, de Sachalin eilanden

De overwinning op de Russische reus gaf Japan een ware boost in haar zelfvertrouwen. Maar hoewel het land door dit verdrag zeer waardevolle aanwinsten had gekregen, verkeerde Japan in een economische malaise.

Korea

Annexatie

Korea was nu eindelijk een onafhankelijke staat, vrij van Chinese en Russische invloed. Dankzij het Taft-Katsura akkoord kreeg Japan feitelijk carte blanche voor haar ondernemingen in Korea, zonder bemoeienissen van de VS. Dit leidde tot het tekenen van het Eulsaverdrag op 17 november 1905, waardoor Korea een protectoraat werd van Japan. Keizer Gojong stuurde brieven naar de Westerse grootmachten om hun hulp in te roepen maar daar werd geen gehoor aan gegeven. Zelfs toen er een geheime deputatie naar de vredesconferentie van 1907 in Den Haag werd gezonden werd deze genegeerd. Als vergelding hiervoor eiste Itō Hirobumi, die toezichter was van Korea, het aftreden van Keizer Gojon. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Sunjong. Drie jaar later, op 22 augustus 1910 werd het Japans-Koreaans annexatieverdrag ondertekend, waardoor Korea volledig werd ingelijfd.

Economie

Door de conservatieve instelling van het hof en de weerzin tegen alles wat modern en westers was, was Korea feitelijk een agrarische landbouwstaat gebleven. Contact met het buitenland was ook ten strengste verboden geweest, dus er was zo goed als geen uitvoer. Japan annexeerde Korea met handelskapitalistische bedoelingen; grondstoffen, landbouwproducten en andere natuurlijke rijkdommen uit te buiten en te ontginnen. Om dit te verwezenlijken was een uitgebreid infrastructuur onmisbaar. Men begon massaal met het aanleggen van spoorwegen, havens en snelwegen. Korea kon niet meer ontsnappen aan de modernisering die haar te wachten stond. Er werden miljarden yen in het schiereiland gepompt maar al gauw namen de investeringen terug af; onder meer door de grote depressie van 1930 maar ook omdat het kersvers veroverde Mantsjoerije ook een schat aan potentieel bood. Het feodaal-geïnspireerde landbouwsysteem van Korea werd volledig hervormd naar Japanse wensen. Hierdoor kwam steeds meer landbouwgrond in Japanse handen. De Koreanen mochten het nog altijd pachten, in ruil voor een vorstelijke vergoeding weliswaar. Bovendien werd de bevolking zwaar belast.

Assimilatie

Japan probeerde Korea in haar imperium te integreren. Zo werd het onderwijs, dat voor de bezetting enkel voor de aristocratie weggelegd was, algemeen gemaakt, maar was ultranationalistisch Japans. De lessen werden alleen gegeven in het Japans en geschiedenis van Korea werd niet onderwezen. Ook de verheerlijking van de Japanse keizer was een vast onderdeel van het leerplan. Het was duidelijk dat Japan in Korea hetzelfde doel in ogen had als in Taiwan: het assimileren van de Japanse maatschappij. Het ging zelfs zo ver dat Koreanen aangemoedigd werden om hun naam te veranderen en Japanse namen aan te nemen.

Mensenrechten

Door middel van de beruchte Nationale Mobilisatiewet (国家総動員法), werden honderdduizenden Koreanen naar Japan gebracht om het schrijnend tekort aan manskracht te compenseren. De gastarbeiders werden verplicht om in erbarmelijke omstandigheden te werken in fabrieken en mijnen. Velen van hen stierven door de mensonwaardige behandeling die ze kregen of door bombardementen van de geallieerden. Ook hier werden talrijke vrouwen gebruikt en verkracht als troostmeisjes.

Cessie

Korea bleef nog een Japanse kolonie tot de overgave van Japan in 1945. Pas twintig jaar later in 1965, vatte Japan terug diplomatieke relaties aan met Zuid-Korea. Hierbij werden alle verdragen van voor de Tweede Wereldoorlog ongeldig verklaard.

Japan tijdens de Eerste Wereldoorlog

Toestand van Japan

Japan speelde geen prominente rol in de Eerste Wereldoorlog. Mede door het Anglo-Japans verdrag koos het land de zijde van de geallieerden. Op verzoek van Groot-Brittannië beschermde Japan de Engelse aanwezigheid in Azië tegen Duitse offensieven. Dit gaf Japan een uitstekende kans om zich zonder zware gevolgen in Chinese belangen te mengen en haar machtssfeer uit te breiden. Japan verklaarde de oorlog aan Duitsland op 23 augustus 1914. Zonder enig vorm van verzet verkregen de Japanners de Carolinen, Marianen en de Marshalleilanden. Niet veel later volgde de val van Tsingtao, die ook in Japanse handen viel.

De 21 eisen

Na de opkomst van de Chinese republiek en een aantal rellen begon het Keizerlijke leger op te rukken. Maar op aandringen van de Chinese bevolking besloot Japan zich toch terug te trekken, mits goedkeuring van de notoire ’21 eisen’ die het aan China opdrong. Deze hielden onder meer in:

  • Japan zou de Duitse bevoegdheden in China overnemen
  • China zou de de Japanse belangen in Mantsjoerije goedkeuren en de pachttijd met een eeuw verlengen
  • Het verwerven van de faciliteiten van de Chinese Eastern Railway

Een laatste rubriek voorwaarden dat inhield dat China Japanners zou aanstellen in haar overheid, werd door Japan zelf verworpen. Indien deze goedgekeurd geweest zouden zijn, was China eigenlijk ook een Japanse protectoraat geworden. Op nog enkele na, werden alle eisen ingewilligd. Japan had dus haar doel om haar invloed uit te breiden, met succes bereikt.

De Japanse invasie op Mantsjoerije

Aanleiding

Met Mantsjoerije in handen had Japan een enorm potentieel verworven. Om haar greep op het gebied te versterken wist het leger dat ze nog verder in het land moest oprukken. Hiervoor had het leger hevige provocatie nodig van Chinese zijde, maar die kwam er niet. Daarom werd besloten om zelf actie te ondernemen en een Chinese aanslag te veinzen. Op 18 september 1931 blaast het leger een deel van de spoorweg op bij de stad Mukden. Dit wordt het Mukden incident genoemd. Vervolgens werd, zoals gepland, de schuld bij de Chinezen gelegd. Het leger kon nu als ‘vergelding’ geheel Mantsjoerije binnenvallen en bezetten.[6]

Manchukuo

Op 1 maart 1932 werd de vazalstaat Manchukuo opgericht. Manchukuo moest een onafhankelijke, soevereine staat voorstellen maar werd in werkelijkheid gerund door het Kanto-leger. De laatste telg van de Qing-dynastie, Pu Yi, die zijn keizerlijke positie verloren had door de Xinhai-revolutie van 1911, werd aangesteld als keizer van Manchukuo. Het internationale gemeenschap keek fronsend neer op dit Japanse knutselwerk, wat ertoe leidde dat Japan de Volkerenbond verliet in 1933.[7]

Economie

Door het agressieve economisch beleid van het leger, groeide Manchukuo uit tot een monderne, welvarende natie. Het exportcijfer verveelvoudigde en het land en het bevolkingscijfer nam explosief toe. Net zoals alle andere Japanse kolonies, werd Manchukuo razendsnel gemoderniseerd. Er werd vanuit Japan massaal geïnvesteerd en de zaibatsu[8] hadden grote verwachten voor Manchukuo. Met de spoorwegen die de Russen gebouwd hadden, had de overheid een schat in handen. Dit spoorwegennet werd extensief uitgebreid en er werd meer dan 6500 km aan snelwegen aangelegd. Bovendien werd het South Manchurian Railway Company gesticht, die zou uitgroeien tot een van de grootste bedrijven op het Aziatisch continent. Met behulp van het uitgebreide infrastructuur konden de aanwezige grondstoffen, zoals hout en steenkool, aan sneltempo ontgonnen en getransporteerd worden. Elektriciteit werd voorzien door de ultramoderne hydraulische installaties die de Japanners hadden gebouwd aan onder andere de Nonni -en de Liaorivier. Ondanks de toenemende fabrieken en de talrijke moderniseringen kende vooral de landbouw een exponentiële groei. Sojabonen, die het leeuwendeel van de koek vormden, werden wereldwijd uitgevoerd.

Mensenrechten

Ook in Manchukuo waren mensenrechten geen prioriteit voor de Japanners. Het bekendste voorbeeld hiervan is wellicht Eenheid 731, onder leiding van de beruchte Ishii Shiro. Eenheid 731 was een geheime formatie van het leger die allerlei experimenten uitvoerde op mensen; zowel burgers als gevangenen. De proefdieren werden onderworpen aan experimenten met biologische wapens of werden ingeënt met ziekelijke bacteriën om het effect op het menselijk lichaam te bestuderen. Bij anderen werden dan weer organen verwijderd of voerde men zonder verdoving vivisecties uit. Duizenden mensen vonden hier de dood. Bij het binnenvallen van het Rode Leger in Mantsjoerije probeerde het leger, net zoals bij sommige Duitse concentratiekampen, alle sporen van het vernietigingscomplex uit te wissen. Alle documenten moesten worden verbrand en de gebouwen in brand gestoken, maar dat mislukte. Ishii Shiro werd nooit vervolgd voor zijn daden. De Amerikanen, die zelf ook onderzoek deden naar biologische wapens, gooiden het op een akkoordje met Ishii en gaven hem volledige immuniteit in ruil voor de bevindingen van zijn experimenten.

Cessie

Het verhaal van Manchukuo eindigt in 1945, het jaar van de Japanse overgave, wanneer het Soviet-leger Manchukuo binnenviel. Uiteindelijk werden alle Japanners terug naar hun thuisland gerepatrieerd. Hierbij bleven duizenden Japanse weeskinderen achter tot Japan pas in de jaren tachtig een repatriëringsprogramma voor hen opstartte.

De Tweede Sino-Japanse Oorlog

Aanleiding en verloop

Japan maakte gretig gebruik van de Chinese burgeroorlog om ongestoord dieper in het Chinese vasteland op te rukken. De Tweede oorlog tussen China en Japan begon feitelijk met het Marco Polo-incident, toen het Japanse leger beschoten werd door Chinese troepen. Dit was een van de voorwendsels die het leger gebruikte om een tweede oorlog te verklaren aan China. Maar de Chinese bevolking alsook de Chinese soldaten waren de Japanse bezetting beu. Op 4 december 1936 werd de leider van de Chinese nationalisten, Chiang Kai-Shek, ontvoerd door toedoen van zijn eigen partijgenoot Zhang Xuelian. Dit wordt het Xi’an incident genoemd. Zhang en andere legerofficieren verplichtten Chiang Kai-Shek om samen met de communisten gezamenlijk een front te vormen tegen de Japanners. Chiang ging hier uiteindelijk mee akkoord en sloot een akkoord met de communisten. Sindsdien vochten de nationalisten en de communisten zij aan zij tegen de bezetter.

De oorlog tussen China en Japan duurde verder tot 1945, toen Japan zich overgaf.

Mensenrechten

Op de nacht van 13 december 1937 viel Nanking in handen van het keizerlijke leger. Nanking was de hoofdstad van de Kuomintang en daarbij dus uiterst belangrijk. Met een manschap van duizenden soldaten viel het leger de stad binnen. Toen de Chinese soldaten zich vermengden met de burgers besloot de legerleiding om gewoon iedereen af te maken. Soldaat of niet, meer dan 300.000[9] mensen werden meedogenloos afgeslacht. Dit noemt men ‘Het bloedbad van Nanking’. Aan Japanse zijde betwist men die cijfers en sommige Japanners ontkennen de massamoord zelfs.

De ondergang van Japan

De atoombommen op Hiroshima en Nagasaki

Na de luchtaanval op het Amerikaanse Pearl Harbor begon het geluk tegen de Japanners te keren. De Japanners maakten gebruik van hun island-hopping[10][11] techniek om de Amerikanen aan te vallen, het werd een bloederige strijd tussen de Amerikanen en de Japanners, met miljoenen slachtoffers als gevolg. Op 6 augustus 1945 dropten de Amerikanen ‘Little Boy’, de eerste atoombom op Hiroshima. Maar liefst 100 000 mensen kwamen om bij deze aanval. De locatie was strategisch gekozen want Hiroshima was een militair, industrieel en logistiek knooppunt met verschillende legerbasissen. Toen duidelijk was dat Japan zich nog altijd niet wilde overgeven volgde een tweede atoombom op Nagasaki, de ‘Fat Man’. Nagasaki was een industrieel centrum voor militaire producties en scheepsbouw. Deze aanval was goed voor 80 000 slachtoffers. Door het bergachtig reliëf van Nagasaki reikte de straling niet zo ver als in Hiroshima en maakte daarom ook minder slachtoffers.

Inval van het Rode Leger

Tot overmaat van ramp zei, op datzelfde dag, de Sovjet-Unie haar neutraliteitsverdrag met Japan op en viel Mantsjoerije binnen. Hoe modern en groot het Japanse leger ook was, het was niet opgewassen tegen het Rode Leger van de USSR. In minder dan twee weken werd het Kantou-leger verslagen en de marionettenstaat Manchukuo opgedoekt.

Overgave

Het land waar ooit de zon rees was met de grond gelijk gemaakt en het zelfvertrouwen van de Japanners verwoest. Japan zag dat het geen kant meer uit kon en dat het wel moest capituleren. De geallieerden beschreven hun eisen in het Verdrag van Potsdam, die door de Japanse keizer Hirohito ondertekend werd. Op 15 augustus maakte keizer Hirohito de overgave bekend op de radio. Doordat de verklaring in archaïsch, hoofs Japans geschreven was, ontstond er veel verwarring bij de bevolking. Velen begrepen niet of ze zich nu überhaupt moesten overgeven of niet. Vervolgens verkondigde de keizer dat hij geen godheid was.[12] Dit schokte zeer veel Japanners en honderden mensen pleegden ritueel zelfmoord.

Op 28 augustus begon de geallieerde bezetting van Japan, die 7 jaar zou duren.

Voetnoten

  1. Met het ontsluiten van zijn grenzen, beëindigde Japan zijn meer dan 200 jaar lange isolement. Dit gebeurde officieel met het afsluiten (onder dwang van Perry) van het Japans-Amerikaanse vriendschapsverdrag op 31 maart 1854, dergelijke verdragen werden daarna met meerdere landen afgesloten.
  2. 200 miljoen gouden taels, wat in die tijd overeenkwam met 310 miljoen Japanse yen.
  3. 皇民化教育 letterlijk: imperialistische opvoeding.
  4. Deze vrouwen en meisjes die zogezegd uit vrije wil handelden, waren in werkelijkheid seksslavinnen die werden vastgehouden en tot prostitutie gedwongen werden aan Japanse militairen. Dit gebeurde voor en tijdens de tweede wereldoorlog.
  5. Het was een verdrag tussen de geallieerden en Japan en is ondertekend door 49 landen op 8 september 1951 San Fransico. Met de ondertekening van dit verdrag kwam er officieel een einde aan de tweede wereldoorlog en kreeg Japan haar soevereiniteit terug (die ze tijdens de bezetting van Amerika verloor). Het verdrag werd niet ondertekend door de Sovjet-Unie waaruit latere geschillen over de koerillen voortvloeiden.
  6. Dit hele gebeuren kan worden verzameld onder het mantsjoerije incident wat staat voor alle gebeurtenissen die Japan in Mantsjoerije heeft teweeggebracht tussen 1909 en 1945.
  7. Hierdoor geraakte Japan weer in een internationaal geïsoleerde positie. Italië en Rusland volgeden het voorbeeld van Japan toen ze inzagen hoe machteloos de volkenbond wel was en stapten ook uit de bond.
  8. 財閥: Rijke families met zeer veel vermogen die bedrijven in handen hadden
  9. 300 000 slachtoffers volgens de Chinese regering, 260 000 slachtoffers volgens de het Internationaal Tribunaal van de processen van Tokio. Japan houdt het op ongeveer 150 000 doden.
  10. Island hopping: strategie die eruit bestaat om van eiland naar eiland te gaan, en zo het verloren gegane terrein te heroveren.
  11. Japan had na de aanval op Pearl Harbor, kolonies verworven over heel Oceanië, met onder andere de Filipijnen, Indonesië, Thailand en honderden andere kleine eilandjes.
  12. Volgens het Japanse geloof was de keizer een mens geworden godheid, een 'akitsumikami' Die in een zuivere, ononderbroken lijn afstamd van de zonnegodin Amaterasu. Sinds de tweede wereldoorlog is de keizer officeel geen godheid meer.

Bronnen

Digitale bronnen

Artikels

  • Herbert P. Bix (1972) "Japanese Imperialism and the Manchurian Economy, 1900-31", The China Quarterly, Jul. - Sep., 1972, nr. 51, pp. 425-443.
  • E. H. de Bunsen (1927) "Formosa", The Geographical Journal, Vol. 70, No. 3 (Sep., 1927), pp. 266-285
  • A. J. Grajdanzev (1942) "Formosa (Taiwan) Under Japanese Rule", Pacific Affairs, Vol. 15, No. 3 (Sep., 1942), pp. 311-324
  • Lawrence H. Battistini (1952) "The Korean Problem in the Nineteenth Century", Monumenta Nipponica, Vol. 8, No. 1/2 (1952), pp. 47-66

Websites

Boeken

  • Vande Walle Willy (2007) Een geschiedenis van Japan, van samurai tot soft power. Leuven: Acco.
  • Zöllner Reinhard (2006) Geschichte Japans. Schöningh: Paderborn.