Japan en de walvisvaart
Uit GeschiedenisJapan
Inhoud |
Inleiding
De walvisvaart en -vangst bestaat over heel de wereld al sinds de Prehistorie. Vooral de Europese landen, Amerika en een beperkt deel van Azië, waaronder Japan, hebben actief enkele honderden jaren lang jacht op walvissen gemaakt. Zelfs nu al enkele walvissoorten voornamelijk hierdoor zijn uitgestorven of met uitsterven zijn bedreigd, wordt er nog steeds door enkele landen op de dieren gejaagd. Japan is één van die weinige landen, samen met Noorwegen en IJsland.
Traditionele walvisvangst
Algemeen
Al sinds de Jōmon-periode (縄文時代, 7000 - 300 v.Chr.) gebruikten de Japanners het vlees en de olie van dode en gewonde aangespoelde walvissen of kujira (鯨), maar werd er niet actief jacht op ze gemaakt. De actieve jacht begon pas in de 16de eeuw, ongeveer rond de aanvang van de Tokugawa-periode (徳川時代, 1603 - 1868).
Om te kunnen jagen op de vaak wel 40 ton wegende dieren, werden er enkele groeperingen (de zogenaamde kujiragumi 鯨組) opgericht die hun basis vestigden in onder andere de Ise Baai (伊勢湾) in Aichi (愛知県, 1572), Ogawajima (緒川島) in Saga (佐賀県, 1593) en Taiji (太地町) in Wakayama (和歌山 県, 1606). Zo’n groepering bestond uit twee grote groepen: één groep die zich bezighield met de vangst op de walvissen en een andere groep die zich bezighield met de verwerking ervan in de kuststations (een nayaba) aan land. De Japanners verwerkten vrijwel elk deel van de walvis, in tegenstelling tot de Westerlingen, die alleen maar het spek voor olie en de baleinen bijhielden en de rest terug in zee gooiden.
Soms jaagden de walvisjagers buiten hun eigen gebied of, als ze zelf geen gebied hadden, deden ze dat in de visterritoria van de kustdorpen. Voor het gebruik van hun gronden, zowel op zee - voor de jacht - als op land - voor de verwerking van het karkas -, betaalden de walvisvaarders belasting aan de vissersdorpen. Meestal was dit een deel van het vlees of de verwerkte olie. Tegelijkertijd werden er ook regels opgesteld over wie er mocht beschikken over de walvisgronden, hoe de verdeling van de vangst diende te gebeuren en hoeveel belasting er betaald moest worden.
In de 17de eeuw ging men voornamelijk jagen met netten (amitori-hō, 網取法), vooral bij de jacht dicht bij de kust. Men joeg dan de walvis met boten in een baai, die vervolgens met netten werd afgesloten. Zo kon het dier niet meer ontsnappen en konden de vissers met harpoenen het enorme beest, vaak vermoeid door de achtervolgingstocht en verwond, het werk afmaken en de walvis doden. Deze techniek werd door verschillende dorpen vanaf ongeveer 1670 gebruikt en wordt in Japan nog altijd toegepast in de jacht op dolfijnen.
Er werd een bijdrage aan de dorpen betaald voor de rechten om bepaalde walvisgrond te exploiteren, ontleend door de feodale leenheren of de han (藩). De betalingen waren dus een vorm van compensatie voor de commotie die ontstond door de vangst. De dieren moesten immers aan land gebracht worden om verwerkt te worden en dit gebeurde in de dorpen. Deze belastinginkomsten werden gebruikt voor het welzijn van het dorp, door onder andere scholen of huizen te bouwen. Soms werd de opbrengt ook verdeeld onder de gezinnen van het dorp. Men behield na de Meiji-restauratie in 1868 gedeeltelijk de traditionele compensatiebelasting.
De jacht
Er werden verschillende soorten schepen gebruikt tijdens de jacht en meestal werd er gejaagd met de harpoenmethode (tsukitori-hō, 突取法). Sommige groeperingen jaagden ook met speren waarvan de punten met gif waren ingesmeerd.
Het is echter dankzij de netmethode ontwikkeld door Wada Yoritomo dat men ook in open zee op de dieren kon jagen. Deze methode hield in dat men vanaf de kust de wateren in het oog hield en als men dan een walvis in het vizier kreeg, werd een kleine jagersvloot te water gelaten. Het dier werd ingesloten door de boten en naar de kust en de wachtende netboten gedreven, terwijl de mannen op de netboten lange, stevige netten neerlieten. Als de walvis uiteindelijk verstrikt geraakte in de netten, werd hij geharpoeneerd door de jagers. Dit kon men uiteraard alleen bewerkstelligen met grote groepen mensen. Als het dier dan uiteindelijk verzwakt was, werd hij geharpoeneerd en sprong er één iemand op zijn rug om een gat vlak naast het spuitgat te maken. Dit deed men om de walvis onbeweeglijk te maken. Daarna sprong er een tweede jager lager op de rug om ook daar een gat te maken. Deze twee jagers hadden speciale schoenen met kammen, om niet van de glibberige rug van de walvis te glijden. Vervolgens dook er een derde jager (meestal was dit een meer ervaren jager) met enkele touwen onder de walvis door. Vervolgens maakte men het geheel vast aan twee boten, die dan als een soort vlot fungeerden (een mossō-bune, 持双船). Uiteindelijk werd het dier de genadeslag toegediend met een zwaard. Daarna werd de walvis aan land gebracht voor verdere verwerking.
De kuststations en hun bijhorende jagers van onder andere Taiji en Kōchi (高知) doodden zo zo’n 90 tot 100 walvissen per dorp per jaar. Hierdoor was dit de meest efficiënte jachtmethode die vooral dominant was in Noord-Kyūshū , Shikoku en Wakayama (和歌山県) vanaf de vroege 18de eeuw. Daarna verspreide de techniek zich naar de rest van Japan en bleef dominant tot het einde van de 19de eeuw. Tijdens een hongersnood in 1732-1733 ontdekte men trouwens dat de walvisolie gemengd met azijn gebruikt kon worden als een soort pesticide voor de rijstvelden. Hierdoor steeg de vraag naar walvisolie enorm.
Op kleinere walvissen werd niet gejaagd door de grotere groepen, maar door kleine, individuele groepen. Deze jaagden met handharpoenen en meestal niet meer dan zeven man per boot. Dit was vooral zo in Taiji en Katsuyama (勝山). Deze twee dorpen legden dan ook de fundering voor het latere STCW of Small Type Coastal Whaling. STCW werd vooral gedaan in het gebied vanaf de kust tot ongeveer 12 mijl verder in zee.
Producten
In tegenstelling tot het westen die alleen de baleinen en de olie gebruikten en de rest van het karkas - vlees inclusief - terug in zee gooiden, gebruikten de Japanners vrijwel alles van een walvis. Enkele producten en de lichaamsdelen waarvan ze gemaakt werden:
- Walvisspek -> olie: zeep, lampolie, detergenten, shampoo, vernis, margarine, kleurpotloden, gemengd met azijn werd dit een pesticide...
- Ingewanden: voedsel, productie van olie
- Beenderen: olie, meststof
- Pezen: muziekinstrumenten (snaren van de shamisen (三味線)) en boogpezen
- Baleinen: koorden van bunrakupoppen (文楽の人形), het ribstuk van waaiers, lantaarnhouders, vishengels, korsetten, paraplu’s, hoepels, bezems, borstels
- Hartvliezen: trommelbladen
- Interne organen: medicijnen
- Kaakbeenderen: shamisen-plectrums
- Vlees: mensenvoedsel, dierenvoeding, saus
- De grijze amber van de potvis: parfum
- Lever: als grondstof gebruikt in de vitamine-industrie, in de leder- en rubberindustrie, cosmetica
- Walvisblubber: gelatine
Gebruik
Walvisvlees werd (en wordt nog steeds, maar niet meer zo frequent) bij belangrijke gebeurtenissen zoals Nieuwjaar, verjaardagen of geboorten gegeten. Ook bij religieuze evenementen werd het vlees geserveerd. Tijdens de Tokugawa-periode was er zelfs een hele walviscultuur, met liederen, dansen en gedenkdiensten voor de ziel van de walvis. Ook kwam de walvis veel terug in de literatuur.
Moderne walvisvaart
Invloed van Westerse Mogendheden
Amerika
Nadat Perry de Japanse grenzen had kunnen openstellen [1], kregen de Amerikanen toegang tot de japanse havens en konden ze basissen oprichten voor hun eigen walvisvaart. De Amerikaanse en Britse walvisvaarders bevonden zich immers al sinds 1820 in Japanse wateren, 30 jaar voordat de Japanse grenzen officieel geopend werden. Ze vaarden vooral in Japans zeegebied rond de Bonineilanden (of de Ogasawara 小笠原) die in 1824 door de Britse kapitein James J. Coffin waren opgeëist. De eilanden werden echter niet officieel geannexeerd door Brittannië. Ze werden pas veel later, in 1876, door Japan opgevorderd. Perry hielp na de opening van de grenzen ook om het schipbreukelingenbeleid te verbeteren. Schipbreukelingen van niet-Japanse origine werden immers doorgaans gevangen genomen of geëxecuteerd, maar met enkele verdragen [2] kon Perry de buitenlandse - en dan vooral Amerikaanse - schipbreukelingen redden van dit lot.
Nadat de Amerikanen vrij spel hadden gekregen over het zeegebied en de landbasissen op Japan, verminderde het aantal walvissen dat de Japanners in hun netten vingen radicaal. De Amerikanen joegen immers met meer moderne boten en gebruikten meer geavanceerde wapens. Ook joegen ze verder in open zee, waar de walvissen die normaal meer naar de kust en dus in de netten van de Japanners zouden zwemmen al gevangen werden. Het was duidelijk dat, wilden de Japanners een winstmakende walvisjacht behouden, dat ze moesten moderniseren. Ze behielden wel hun traditionele systeem met de verwerking in de kuststations, maar de jachttechnieken van de Amerikanen namen ze bijna volledig over.
Noorwegen
Toen de Noor Svend Foyn in 1864 de Noorse methode introduceerde, startte hij een ommekeer in de walvisvaart over heel de wereld. Hij voer met het eerste walvisstoomschip ter wereld, maar werd vooral beroemd door zijn uitvinding van de granaatharpoen. In tegenstelling tot de Japanners en Amerikanen, die de walvis beschoten vanaf kleine bootjes, stationeerde de Noor zijn harpoen op de boeg van het schip zelf. Dankzij deze vernieuwing konden ze ook op snel zwemmende walvissen, zoals de blauwe walvis, de Noorse vinvis en de gewone vinvis jagen, terwijl ze met de traditionele vangst alleen maar traag zwemmende dieren konden vangen.
Deze methode werd voor het eerst in Japan gebruikt voor LTCW [3] Het was echter via de Russen dat de Noorse methode in Japan geïntroduceerd werd, aangezien verscheidene Japanse pioniers in Russische dienst waren geweest. De Noorse methode gaf ook aanleiding tot de vorming van de verschillende soorten walvisvangst. [4]
Ook de Noor Peter Sorlle en zijn uitvinding betekenden een vernieuwing voor de walvisvaart. Hij vond de befaamde ‘Stern Slipway’ [5] uit, die het mogelijk maakte om de walvis direct aan boort te verwerken. Zo kon men ook langer aan jachten deelnemen. Japan nam deze uitvinding vrijwel meteen over en stelde tegelijkertijd ook de Antarctische jacht in.
De hoogste vangst en bewerking die met deze moderne technieken werd bewerkstelligd, schrijft men toe aan de vloot van Tōyō Hogei, eigendom van Jūrō Oka, die de vader van de moderne Japanse walvisvaart wordt genoemd.
Jūrō Oka
Jūrō Oka maakte in 1898 een wereldreis rond de wereld. Hij vergaarde zoveel informatie en materiaal mogelijk over de walvisvaart in buitenlandse landen. Hij ging onder andere naar Noorwegen om over harpoenen en kanonnen te leren, naar de Azuren om over de potvisvangst te leren en naar New Foundland om de organisatie bij het opstarten van een nieuw visserijbedrijf te bestuderen. Hij was ook de oprichter van de Japanese Whaling and Fishing Association (nihon hogeigyoo suisan kumiai 日本捕鯨業水産組合). [6]
I am firmly convinced that we shall become one of the greatest whaling nations in the world. The whaling grounds round Korea and Japan offer unlimited possibilities, and should stocks of whales, contrary to expectations, fail in those areas, we have the Sea of Okhotsk and the Berring Sea to the north and we are aware of the great treasure houses to the south. The day will come when we shall hear one morning that whales have been caught in the Arctic and in the evening that whales are being hunted in the Antarctic. [7]
Russisch-Japanse oorlog
De oorlog van 1904 tussen Rusland en Japan was in feite een twist over de heerschappij over Mantchoerije en Korea. Japan was de grote overwinnaar en dit had ook een belangrijke impact op de walvisvaart. De Russische walvisschepen werden namelijk opgeëist door Japan, dat ook de Russische bemanning als oorlogsgevangenen hield. Tegelijkertijd werd ook vrijwel de hele normale Russische oorlogsvloot in beslag genomen door Japan en die schepen werden gegeven aan Jūrō Oka’s organisatie, die ze meteen liet ombouwen tot walvisschepen. Zo slaagde Japan erin om de walvisgronden tussen Taiwan en de Ogasawara te monopoliseren.
Dankzij de eliminatie van de Russische vijandige vloot en de verhoogde vangst die met de Russische schepen gevangen kon worden, was er plaats voor nieuwe bedrijven om zich te vestigen. De ongereguleerde walvisjacht die hierdoor ontstond zorgde er echter voor dat de walvispopulaties met rasse schreden achteruit gingen en de bedrijven failliet gingen. Toen de regering dit inzag, ging men voor het allereerst stappen ondernemen om de walvisvangst te regulariseren. Er werd een economisch plan opgesteld, dat zowel de natuurlijke bronnen beschermde en overkapitalisatie voorkwam. De vele verscheidene bedrijven die zich hadden opgericht toen de schepen van de Russische vloot ter beschikking werden gesteld, werden gevraagd om hun krachten te bundelen en samen grotere, meer stabiele ondernemingen te vormen.
Voor, tijdens en na Wereldoorlog II
Met de modernere uitrustingen die de Japanners zich eigen hadden gemaakt, breidden ze ook hun jachtgronden uit. Na de Russisch-Japanse Oorlog werd er in het grootste deel van het jaar rond heel Japan, Korea en Taiwan gejaagd. In de jaren 1930 veranderde dit echter en werden de Antarctische walvisgronden het belangrijkst. Tijdens de zomermaanden voer men vooral af naar de koudere wateren van de Noordelijke Oceaan. Daar deed men tot kort voor de Tweede Wereldoorlog vooral aan Pelagic Whaling.
In het begin van de Tweede Wereldoorlog werd het grootste deel van de Japanse walvisjagers ingelijfd in de Japanse marine, waardoor de walvisvangst van 1941 tot en met 1945 zeer beperkt bleef. Toch bleef dankzij de schaarste de vraag naar olie en vlees groot, en behield men een klein aantal walvisjagers die de jacht tijdens de oorlog verder zetten. Er werd toen vooral aan STCW, LTCW en PW gedaan in de dichtbijgelegen gebieden zoals de gronden rond de Bonineilanden gedaan en ook de nettenjacht op dolfijnen en grienden bleef men toepassen.
Op het einde van de oorlog waren echter alle drijvende fabrieken [8] en vrijwel alle walvisjachtboten vernietigd door de luchtbombardementen. Toen ook nog eens de Amerikanen op 16 maart 1945 Iwo Jima, één van de Bonineilanden innamen, werden de Japanners opgedragen om hun walvisjacht stil te leggen. Deze pauze duurde echter niet lang. De Amerikanen moedigden de Japanners aan om de jacht verder te zetten in november van datzelfde jaar om het Japanse hongerige volk van voedsel te voorzien. Daarom werden twee tankers in allerijl omgebouwd tot de Hashidate maru (橋立丸) en de Nisshin maru.
Na de oorlog ging men dus vooral walvisvlees eten, gewoonweg omdat dat zowat het enige wat dat men kon verkrijgen in die tijd. Ongeveer de helft van de dierlijke proteïnen die in 1947 gegeten werden, was afkomstig uit walvisvlees. In 1964 was dat nochtans nog maar een vijfde.
De ICRW en de IWC
De International Convention for the Regulation of Whaling (ICRW) werd in 1946 opgericht en ging in de eerste instantie over de regularisering van de prijs en productie van walvisolie. Om het evenwicht tussen de natuurlijke populaties (de 'stock') en de verdere ontwikkeling van de walviseconomie te bereiken, richtte men daaropvolgend in 1949 de International Whaling Commission (IWC) op, die enkele regels en richtlijnen [9] voor de walvisjacht opstelde en vastlegde. Daarnaast sponsorde de IWC zowel wetenschappelijk onderzoek naar walvissen en hun gedrag, leefpatroon en dergelijke als studies die de menselijkheid van de jachten onderzoeken . Ook publiceerde ze deze resultaten en bevindingen van de onderzoeken. [10] Critici beweren dat de IWC en ICRW duchtig gefaald hebben, vanwege het feit dat hun regels geen afdwingend karakter hadden en er in het reglement enkele gaten zaten waardoor de jacht wel kon doorgaan.
Japan werd lid van deze commissie in 1951. Voordien hielden de Japanse walvisjagers geen rekening met de eisen van de IWC en vingen de quota die ze gewend waren, hoeveelheden ver boven het door de IWC toegestane aantal.
In 1972 werd het voorstel van de United Nations Conference on Human Environment om een tienjarig moratorium op alle commerciële walvisjacht aan de IWC voorgelegd. Dit voorstel werd desondanks hevige protesten van milieubewegingen toch afgewezen. Toen het jaar daarop het voorstel opnieuw werd ingediend en eveneens werd afgewezen, dreigden de milieuactivisten om goederen van landen die aan walvisvangst deden te boycotten en werd het IWC genoodzaakt om een akkoord te bereiken.
In 1975 werd de New Management Procedure van Australië goedgekeurd. Deze hield in dat het moratorium op de walvisvangst verlengd werd totdat er enkele voorwaarden bereikt waren, zoals onder andere resultaten over de gevolgen van de vangst op het ecosysteem en de walvispopulaties, een doelmatige manier om de fouten die gemaakt werden in het management van de stocks op te sporen en te verbeteren.
Japan werd door de Verenigde Staten gedwongen om deze voorwaarden te aanvaarden en een verdrag te ondertekenen dat de stopzetting van de Japanse commerciële vangst verzekerde. Japan hield woord en zette al zijn commerciële vangst stop op 1 april 1988, maar ging desondanks toch door met de vangst voor wetenschappelijke doeleinden en Aboriginals, een achterpoortje in het reglement van de IWC.
Recente ontwikkelingen
Tegenwoordig zijn de walvisjagers zelf nog spectaculairder in aantal gedaald dan de walvissen. In Japan zijn er nu nog zo’n duizendtal walvisjagers over, maar desondanks slagen ze erin om de voor Japan vastgelegde quota per jaar te bereiken. Dit gebeurt nog altijd voor wetenschappelijke doeleinden. De tonnen vlees die ze daarmee winnen worden echter bijna volledig ingevroren. Over de jaren heen heeft Japan een mooie voorraad van enkele duizenden ton aan walvisvlees opgebouwd, die ze nu probeert weg te werken door campagnes op te starten in de lagere scholen, die het eten van walvisvlees promoot. [11] De meerderheid van de Japanners steunt ook de jacht op walvissen.
De Verenigde Staten schijnen tevens een volledig andere houding te hebben aangenomen tegenover de walvisjacht. Ze hebben plannen om de walvisjacht uit te breiden en zijn zelfs bereid om Japan toe te staan om opnieuw te jagen in zijn eigen kustwateren. Dit zou inhouden dat ook op de beschermde soorten, zoals de bultruggen en de blauwe vinvissen ook opnieuw gejaagd mag worden. [12]
Vanaf dit jaar blijken de Japanners ook militairen aan boord van de walvisvaarders te hebben gestationeerd, dit om de veiligheid van de jagers zelf te garanderen, aangezien de milieuorganisaties steeds maar gewaagdere stunts uithalen, met -uiteraard- Greenpeace en the Sea Shepherd als koplopers. [13]
Voetnoten
- ↑ Voor verder informatie over Matthew Perry en de opening van de Japanse grenzen, zie Vande Walle W.,Een geschiedenis van Japan: van samourai tot soft power, Hoofdstuk 8: De Meiji-restauratie (1854-1868), pp.200 t.e.m.254.
- ↑ Zoals onder andere het Japans-Amerikaans Vriendschaps- en Handelsverdrag van 29 juli 1858. Vande Walle W., Een geschiedenis van Japan: van samourai tot soft power, pp. 206.
- ↑ Large Type Coastal Whaling is de jacht op walvissen 12 tot 200 mijl van de kust.
- ↑ De verschillende typen van walvisjacht zijn STCW (Small Type Coastal Whaling, tot 12 mijl van de kust), LTCW (zie hierboven) en PW (Pelagic Whaling, de jacht in de Grote Oceaan en de Antarctische Zee.)
- ↑ De 'stern slipway' is een soort van poort aan het achtersteven van het schip die het mogelijk maakt om de walvis op het schip in plaats van naast de boeg te verwerken, (http://img44.imageshack.us/img44/8427/japanesewhaling.jpg).
- ↑ De Japanese Whaling and Fisching Association werd opgericht in 1908 om walvisindustrie te ontwikkelen, de walvisaantallen te behouden en de totale verdiensten van de industrie te verbeteren.
- ↑ Jūrō Oka in Sculley M., Dominion: the power of man, the suffering of animals, and the call to mercy, Santa Ana, Griffin, 2003, pagina 157.
- ↑ De drijvende fabrieken voeren mee met de jacht- of catcherboten om het vlees en de olie meteen in open zee te kunnen verwerken. Zo bleef het vlees erg vers en de olie van een goede kwaliteit.
- ↑ Zoals onder andere de hoeveelheden die gedood mochten worden, het niet doden van kalveren, vrouwtjes met een kalf, de gebieden en tijden waar er gejaagd mocht worden, etc…
- ↑ The International Whaling Commission Official Site, History and Purpose, (http://www.iwcoffice.org/commission/iwcmain.htm#history/), laatst geraadpleegd op 2009/12/17.
- ↑ Australian Broadcasting Corporation, The 7.30 Report, Japan encourages young to eat whale meat, (http://www.abc.net.au/7.30/content/2007/s1847071.htm), laatst geraadpleegd op 2009/12/16.
- ↑ IFAW, Amerikaanse plannen bekend om walvisjacht uit te breiden, (http://www.ifaw.org/ifaw_netherlands/media_center/press_releases/2_3_2009_52286.php), laatst geraadpleegd op 2009/12/17.
- ↑ HLN Buitenland, Walvisoorlog grimmiger: Japan zet militairen in, (http://www.hln.be/hln/nl/960/Buitenland/article/detail/1042546/2009/12/16/Walvisoorlog-grimmiger-Japan-zet-militairen-in.dhtml), laatst geraadpleegd op 2009/12/18.
Bronnen
Boeken
- Vanhooydonck N., Historisch Overzicht van de walvisvaart in Japan, een gegeven in de cultuur, licentiaatsverhandeling KULeuven 2000-2001 Faculteit Letteren Departement Oosterse en Slavische Studies, 137 pagina's.
- Ellis R., Man and whales, New York, Alfred A. Knopf Inc, 1991, 542 pagina's.
- Sculley M., Dominion: the power of man, the suffering of animals, and the call to mercy, Santa Ana, Griffin, 2003, 448 pagina's.
- Vande Walle W., Een geschiedenis van Japan: van samourai tot soft power, Leuven/Voorburg, Acco, 2007, 495 pagina's.
Internet
- Whaling in Japan, laatst geraadpleegd op 2009/12/18
- The International Whaling Commission, laatst geraadpleegd op 2009/12/18


