Iwakura Tomomi

Uit GeschiedenisJapan

Iwakura Tomomi, 岩倉具視

Iwakura Tomomi (岩倉具視, 26 oktober 1825 - 20 juli 1883) was een staatman die een belangrijke rol in de Meiji-restauratie heeft gespeeld, de beslissingen van het Keizelijke Hof beïnvloedend.

Inhoud

Jonge jaren

Hij werd geboren in Kyoto als tweede zoon van een minder belangrijke hofedelman (Horikawa (堀川康親). In 1836 werd hij geadopteerd als zoon en erfgenaam van Iwakura Tomoyasu (岩倉具康), een andere hogergeplaatste edelman. Hij werd getraind door de Kampaku[1], op dat moment Takatsukasa (鷹司政通). In 1954 werd hij benoemd tot kamerheer, vertrouwenspersoon en persoonlijke adviseur van keizer Komei[2] , toegewijd de macht van de keizer te herstellen.

Verdere leven

Zoals vele edelen in Kyoto, was Iwakura tegen het plan Japan open te stellen voor het buitenland. Wanneer Hotta Masamune, een Roju[3], naar Kyoto kwam om de toestemming van de keizer te krijgen i.v.m. het tekenen van het verdrag tussen Japen en de V.S. in 1858, bracht Iwakura de edelen samen die tegen het verdrag waren, en probeerde hij de onderhandelingen tussen het Shogunaat en het Hof te verhinderen.

Samoerai die tegen het Shogunaat en hun beleid waren zagen Iwakura als een aanhanger van het Shogunaat, en voerden druk uit op het Hof om hem te ontslaan. Als een gevolg hiervan verliet Iwakura het Hof en vertrok naar Iwakura, ten noorden van Kyoto.

In Iwakura schreef hij veel opinies en zond ze naar het Hof of naar zijn politieke partners in Satsuma Han (藩)[4]. In 1866 wanneer de Shogun Iemochi stierf, probeerde Iwakura het Hof politiek initiatief te laten nemen. Hij probeerde daimyo’s[5] te laten samenkomen onder de naam van het Hof, maar faalde. Wanneer Keizer Komei[6] het volgende jaar stierf, werd Iwakura ervan verdacht gepland te hebben de keizer te willen vermoorden, maar hij werd vrijgesproken.

In 1867 werkte hij vooral rond de afkondiging van de keizer Meiji om de politiek van Japan te vernieuwen. Dit was de start van de Meiji restauratie. In december 1867, samenwerkend met Okubo Toshimichi, dwong Iwakura Tokugawa Yoshinobu (de shogun) zijn eretitel en plaats aan het Hof af te staan, en al zijn grond terug te geven aan het Hof, alle macht teruggevend aan keizer Meiji.

Tijdens de Meiji restauratie zorgde hij voor de dragers van een nieuwe regering. In 1871, werd hij Minister van Staat, en in het zelfde jaar vertrok hij op een twee jaar durende reis gekend als de iwakura missie.

Na zijn terugkeer van zijn missie in 1873, leidde hij de oppositie tegen een expeditie naar Korea. Samen met Okubo betoogde Iwakura dat Japan te zwak was om een militaire missie in het buitenland op te nemen, en dat de binnenlandse problemen als prioriteit moesten gesteld worden. Ondanks het feit dat hij gelijk kreeg, werd hij zwaar verwond door would-be moordenaars in januari 1876 voor zijn rol in de beslissing.

Na Okubo’s dood in 1878, werd Iwakura de meest gezaghebbende persoon in de regering tot aan zijn dood in 1883.

De studiereizen van Ito Hirobumi

De overheid besloot om Itō Hirobumi naar Europa te sturen om enkele grondwettelijke modellen te bestuderen. Vlak voor hun afreis verklaarde Iwakura Tomomi, op dat moment de meest invloedrijke politicus van de regering, dat de Pruisische grondwet hem de meest geschikte leek, zodat Itō vooral zijn licht ging opsteken aan de Duitse en Oostenrijkse universiteiten. Na de terugkeer van Itō werd een bureau opgericht dat moest onderzoeken hoe de Pruisische grondwet best aan de Japanse situatie kon worden aangepast.

Iwakura-missie (1871-1873)

Iwakura Mission. Iwakura Tomomi, hier getoond gekleed in traditionele Japanse dracht.
In 1872 kwam de herziening van de vriendschaps- en handelsverdragen [7] (Tsusho joyaku no kaisei) bovenaan de politieke agenda van het nieuwe regime te staan. De regering besloot om een diplomatieke delegatie onder leiding van Iwakura Tomomi naar de Verenigde Staten en Europa te sturen, om er de instellingen en de cultuur te bestuderen, maar ook om voorbereidende onderhandelingen in verband met de herziening van de verdragen te beginnen. Enkele invloedrijke leden uit de regering, zoals Kido Takayoshi(木戸孝允), Okubo Toshimichi en Itō Hirobumi (伊藤 博文), maakten ook deel uit van het gezelschap. Voor hun vertrek dwongen zij de thuisblijvende regering te beloven in hun afwezigheid geen nieuwe bestuurlijke initiatieven te nemen en de opheffing van de Han keurig af te werken. Het belofteprogramma omvatte twaalf punten. Eind 1871 vertrok de delegatie uit Yokohama naar de Verenigde Staten. Voorbereidende besprekingen inzake de herziening der verdragen werden niet zonder moeilijkheden afgewerkt. Vervolgens ging de reis naar Europa. Pas in september 1873 keerde de delegatie terug. Ondanks de mislukte onderhandelingen over het afschaffen van de ongelijke verdragen, betekenden de opgedane ervaringen en de gelegde contacten een enorme stimulus voor het later gevoerde beleid.

Voetnoten

  1. Kampaku: theoretisch een soort hoofd adviseur van de keizer, maar eigenlijk de naam van beide de eerste secretaris en de regent van de keizer.
  2. Keizer Kōmei (孝明天皇) (22 juli 1831 – 30 januari 1867) was de 121ste Keizer van Japan. Hij regeerde van 10 maart 1846 tot 30 januari 1867.
  3. Roju: De hoogst geplaatste staatsambtenaar in leiding van de buitenlandse zaken van het Tokugawa Shogunaat.
  4. Han: het leengoed van de feodale clans van Japan die bestonden tijdens de volledige Edo periode en een paar jaar na de Meiji restauratie. </li>
  5. een Japanse krijgsheer behorend tot de samoeraiklasse </li>
  6. Keizer Kōmei (孝明天皇) was de 121ste keizer van japan, Hij regeerde van het jaar 1846 tot 1867.</li>
  7. Deze verdragen, afgesloten in 1858, staan ook bekend als de ongelijke verdragen, of de Verdragen van de Ansei-periode. Deze verdragen erkende het beginsel van extraterritorialiteit en ontzegde Japan het recht tot autonome tolheffing.</li></ol>

Bronnen

Boeken

  • W. Vande Walle, Een geschiedenis van Japan – Van samurai tot soft power, Acco, Leuven, 2007
  • Ian Nish, Japanese Foreign Policy 1869-1942: Kasumigaseki to Miyakezaka

Internet