Industrie in de Meiji
Uit GeschiedenisJapan
Inhoud |
Inleiding
Toen Japan met de Meiji revolutie in het moderne tijdperk terecht kwam, veranderden de dagelijkse levensomstandigheden van de Japanners aanzienlijk. Niet enkel het straatbeeld veranderde maar ook het levenspatroon van de Japanners veranderde enorm. Overal doken westerse elementen als paddestoelen op uit de grond. Men zag hoe elementen uit het traditionele Japan zich vermengden met Westerse ideeën en elementen.
Hoe waren de werkomstandigheden in deze tijd van chaos? We weten dat de levens- en werkomstandigheden in Europa uit die tijd niet iets is om op trots terug te kijken. Japan verschilde in dat opzicht echter niet veel van Europa. Het was echter zo dat de gemiddelde westerling helemaal niet op de hoogte was over de omstandigheden waarin de Japanse arbeiders leefden. Japan propageerde aan de hand van de uiterst populaire ukiyo-e een beeld van een modern Japan terwijl Japan nog ver van een moderne staat was. Het was natuurlijk ook zo dat een westerse toerist zich niet tot op een Japanse werkvloer begaf.
Wie werkt er?
De vrouw
|
In de textielsector waren de werkkrachten vooral vrouwen en kinderen.Men had vooral een tekort aan werkkrachten om in de fabrieken te werken. Daarom lokte men aan de hand van mooie verhaaltjes jonge mensen weg van het platteland om naar de stad te komen. Men beloofde ze een goed salaris,mooie werk- uren, een mooie kamer, een interessant sociaal leven enz. Vooral dat laatste lokte veel mensen van het platteland naar de stad. Voor de mensen van het platteland waren alle stadse wonderen nog echt bekend. Theater, festivals, muziek, westerse zaken waren in het begin van de Meiji nog niet door - gedrongen tot op het platteland. Eenmaal in de stad aangekomen bleek pas waar ze aan begonnen waren. Hun salaris was helemaal niet hoog, hun slaapplaatsen waren meestal een houten barak met erbarme- lijke hygiëne en veiligheid. Het zogenaamd gemakkelijk werk waren werkdagen van 12 uur of meer. Ook hun beloofde sociaal leven was een grap. Werknemers mochten heel af en toe eens een wandeling maken buiten de werkuren maar daarvoor moesten ze eerst toestemming krijgen. En zelfs wanneer ze toe- stemming kregen waagden velen zich niet in het nachtleven omdat ze nu eenmaal geen finaciele moge- lijkheden hadden. |
http://www.grips.ac.jp/teacher/oono/hp/image_j1/lec05_5kojo.jpg |
</tr>
De man
|
De man zat in een lichtjes betere situatie dan de vrouw. De man werd tewerkgesteld in de zware industrie zoals bv. metaalbewerking, scheepsbouw, wapenfabrieken, enz. Maar ook in de mijnbouw werd de man tewerkgesteld. Deze mijnwerkers werkten zeker ook niet in de meest ideale werkomstandigheden. Velen onder hen stierven door instortingen, ziekten. Toch genoot de man enkele voordelen op de vrouw in het feit dat de man zich steeds kon specialiseren in een bepaald gebied. Zo werden de traditionele ambachten steeds van vader op zoon overgebracht. Zo had men ineens een voordeel op de vrouwelijke werkneemsters die van kleinsaf enkel huishoudelijke taken aangeleerd werden. Ook de aangeboren technische handigheid (van sommige mannen) speelde in het voordeel van de man. Zo kon de man in tegenstelling tot de vrouw gemakkelijk van job veranderen indien hij dit wenste. Zo leerde hij verschillende specialiteiten die hij dan weer kon gebruiken om voordelen af te dwingen bij zijn werkgevers. |
</tr> |
Er zijn echter ook heel wat overeenkomsten met de vrouwen. Zo leefden ook de mannelijke werknemers in houten barakken in vaak even erbarmelijke omstandigheden. Enkel op de werkvloer hadden de mannen niet af te rekenen met sexuele misbruiken en lichaamlijke straffen.
Leef-en werkomstandigheden
Vooral in de grotere werkplaatsen waren de werkomstandigheden onmenselijk. De werkgevers hielden geen rekening met de door de overheid opgelegde wetten omtrent bv werktijden, verplichte pauzes enz. Zo moesten de arbeiders voor dag en dauw beginnen tot laat in de avond. De arbeiders werden in 2 ploegen verdeeld die elk een shift van 12 uur hadden met een pauze van 30 min voor de middag- en avondmaaltijd. Machines stonden dus maar zelden stil.
De werkgevers gaven hun personeel een onderdak in schamelijke houten barakken waar mannen en vrouwen (soms gemengd , soms gescheiden) met elkaar moesten samenleven. Deze barakken waren soms zo klein dat het grote aantal arbeiders bijna letterlijk op elkaar moesten leven. Om te beletten dat men zou gaan vluchten werden rond deze barakken een hekken met stalen punten of gebrokken glas gebouwd. Maar zelfs indien men erin slaagde te vluchten moest men nog altijd opletten voor de politie die ingehuurd waren door de fabrieksleiders.
http://www.taisei.co.jp/bookfilm/hajimete/image/tekkotsu05.gif
Ook de hygiëne liet te wensen over. Men sliep op kleine strooien matten of zelfs op een stuk karton. Ook het voedsel was erbarmelijk. Men kreeg net genoeg om niet te sterven aan hongersnood. Het eten was ook helemaal niet vers. Velen werden ziek omwille van gebrek aan hygiëne en ondervoeding. De barakken waren soms zo erbarmelijk dat wanneer er een brand ontstond of wanneer er een aardbeving plaats had de werkgever de barakken gewoon liet vernietigd worden en daarna ze terug opnieuw opbouwde op dezelfde plaats. De barakken waren nu eenmaal goedkoop om te laten herbouwen.
Hoewel de regering van deze onmenselijke toestanden op de hoogte was kon (of wou) ze geen maatregelen treffen om de misbruiken gepleegd door de werkgevers aan banden te leggen.
Overzicht van de problemen in een fabriek
|
</tr>
Het is dan ook niet verwonderlijk dat lichamelijke ongevallen dan ook heel vaak voorkwamen. Vooral in de zware industrie zoals bv. de metaal industrie, mijn industrie,... waren lichamelijke ongevallen dagelijkse kost. Maar ook in de textielfabrieken waren ernstige verwondingen niet ongewoon. In hun haast om zo snel mogelijk te werken raakten veel vrouwen enkele vingers of tenen kwijt in de machines. Deze verwondingen waren zo gewoon dat dokter, die ook wel aan de kant van de fabrieksleiders stonden, zelfs de moeite niet deden om deze verwondingen te vermelden in hun rapporten.
Vooral in fabrieken met uitsluitend vrouwelijke werknemers waren er buiten de erbarmelijke omstandigheden nog heel wat andere problemen. De fabrieken hadden meestal mannelijke voormannen die de vrouwen moesten controleren. Hiermee ontstonden problemen zoals bv. favoritisme voor de knappe werkneemsters en een onfaire harde aanpak van de minder knappere vrouwen. Ook vernedering en sexuele misbruiken door de voormannen waren niet ongewoon. Maar niet enkel in de fabrieken was het onveilig voor de vrouwen ook op straat. Na een lange werkdag moesten sommige vrouwen nog een uur wandelen van de fabriek tot aan de slaapplaatsen. Onderweg lag het gevaar van verkrachting, ontvoering om zo verkocht te worden als prostitue, en moord op hen te loeren.
Ook heel veel ziekten kwamen voort uit deze fabrieken en werkplaatsen. Zoals gezegd leefden de meeste arbeiders samen in een slaapzaal of houten barak. Door de kleine leefruimte en het hieruit voortkomende gebrek aan hygiëne kwamen ziekten zoals tuberculose, longaandoeningen, huidziekten,.... veel voor. Als een werknemer ziek werd, werd deze gewoon naar huis gestuurd. Men stuurde ze niet naar het hospitaal of een dokter. Daar hadden de fabrieksleiders immers geen geld voor of dit werd hen toch voorgelogen.
Ook was werkloosheid een probleem. Als er niet genoeg werk was voor iedereen werden sommigen gewoon naar huis gestuurd zonder enige vorm van vergoeding en teruggeroepen als er terug werk was. En omdat de meesten echter ook geen opleiding genoten hadden konden zijn ook geen ander beroep uitoefenen. De meeste onder hen keerden dan maar terug naar hun geboorteplaats in het platteland om te helpen met hun ouders en familie op het land. Sommigen onder hen vonden werk als huishoudster bij een rijke familie.
De eerste stakingen
Na het beschrijven van de werkomstandigheden kan men begrijpen dat men deze situatie niet langer kon tolereren. Een van de eerste stakingen om zo betere werkomstandigheden af te dwingen was de staking van de werkneemsters van de Amamiya Silk Reeling Company in Kofu. De staking vond plaats op 12 juni 1886. Een 100 tal werkneemsters legden het werk stil en zochten toevlucht tot een lokale tempel. Ze waren ontevreden met de plannen van de fabrieksleiders om de lonen te verminderen maar het aantal werkuren met 30 minuten te verlengen. In een korte tijd vervoegden de overige werkneemsters de stakende vrouwen. De fabrieksleiders zagen in dat ze moesten toegeven want nu hadden ze niemand meer om de fabriek draaiende te houden.
Zo waren ze (bijna verplicht) toegevingen te doen aan de eisen van de vrouwen. Ze zouden het oude systeem behouden indien de vrouwen in plaats van een lunchpauze van 1 uur tevreden zouden zijn met een lunchpauze van een half uur én indien ze daarboven op nog eens bereid zouden zijn om de toilet pauzes op te geven. Vanzelfsprekend gingen de vrouwen niet in op dit aanbod.
Ten einde raad gaven de leiders van de fabriek toe aan de eisen van de vrouwen om het oude systeem te behouden én om de straffen die de vrouwen konden opgelegd worden te verminderen. De vrouwen stemden in en gingen terug aan het werk.
Ontstaan van de vakbonden
Omdat de meeste onder hen geen opleiding hadden genoten konden zij zich ook niet echt organiseren om zo de uitbuiting tegen te gaan. Toch probeerden de arbeiders die de uitbuiting meer dan moe werden zich te organiseren. Ze eisten meer salarissen die meer in overeenstemming waren met het werk. Ze kregen zelfs soms hulp van regerings-functionarissen. Sommigen onder hen hadden zelfs naar de Verenigde staten gereisd om te onderzoeken hoe de vakbonden werkten. Zo ontstond in 1890 de Coöperatieve van Textielarbeiders(職工義友会). Na de Chino-Japanse oorlog kwamen ze terug naar Japan om hun actieviteiten terug verder te zetten. Ze riepen op tot het organiseren van werknemersorganisaties doorheen het hele land. Zo ontstonden verschillende vakbonden zoals ondermeer de Metaalwerknemersbond(鉄工組合), de Drukkersbond,.. Het parlement reageerde onmiddellijk met een verbod op het zich aansluiten tot een vakbond. Hierdoor zagen de werknemers zich als het ware genoodzaakt om op een andere manier te uiten. Het evolueerde tot algemene stakingen en gewapende conflicten in het hele land. Het zou echter nog vele jaren duren vooraleer het lot van deze werknemers er beter op werd.
Bronnen
- Louis,Frederic. Het dagelijks leven in Japan 1868-1912,Hollandia
- Hosoi,Wakiro. Joko Aishi (Geschiedenis van de arbeidsters), Tokyo, Iwanami Shoten
- James,L.McClain. Japan a modern history, W. W. Norton & Company
- Vande Walle, Willy en Hans Coppens. Geschiedenis van het Moderne Japan. Leuven: Katholieke Universiteit van Leuven afdeling Japanologie, 2003.

