Ikkō-ikki

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

In deze tekst zal ik het hebben over de opkomst en val van de Ikkō-ikki, een afgescheiden sekte van het Reine Land Boeddhisme tijdens de Muromachi periode.

De Ikkō-ikki

Inhoud

Begin van de Ikkō-ikki

Rennyo 蓮如

Wanneer men over de Ikkō-ikki spreekt heeft men het allereerst over een afgescheiden groep volgelingen van de leer van Rennyo(蓮如). Rennyo was de achtste abt van de Jōdo Shinshu en is in zijn eentje verantwoordelijk voor de hergeboorte van deze sekte. Hoewel hij van nature een pacifist was en geweld alleen goedkeurde als een verdedigingsmiddel, waren het toch zijn preken en volkse houding die het verzet in de vorm van de Ikkō-ikki startten.

Rennyo maakte zichzelf heel populair bij het gewone volk van die tijd: boeren, monniken, lagere samoerai, ...Daarom dat het ook juist deze groep was waaruit de Ikkō-ikki voornamelijk bestond. Het ontstaan van de Ikkō-ikki wordt gelinkt met het jaar 1475, omdat dit het jaar was waarin Rennyo zijn benoeming van abt kreeg in de Hongan-ji tempel in Yoshizaki.

Onder de leiding van Rennyo slaagde de Ikkō-ikki erin de Kaga provincie(加賀) onder hun bewind te krijgen en vandaar uit te breiden naar Nagashima, Ishiyama Hongan-ji en naar de provincie van Mikawa.

Betekenis van de term Ikkō-ikki

De term Ikkō-ikki wordt in het Japanse geschrift zo geschreven: 一向一揆, en wordt grof vertaald als "toegeweide groep".

Do-ikki 土一揆

Vanaf de 2de helft van de 14de eeuw, begonnen de eerste vormen van dorpen uit te komen, en vooral daar waar de handelsactiviteit een zodanig peil had bereikt. In deze streken begonnen de boeren zich te organiseren tot regionaal georganiseerde groepen die al vlug de confrontatie aan konden gaan met hun beheerders, commissarissen,... Deze georganiseerde milities kregen de naam Do-ikki 土一揆.

Door het voedseltekort in 1428 werden deze do-ikki 土一揆 alleen maar sterker. De voedselschaarste mondde uit in opstanden die zich organiseerden tot ware volksopstanden tegen het Bakufu(tegen de macht zelf) en niet tegen een bepaalde shōen-beheerder in het bijzonder. De toestand was dus onstabiel en de do-ikki wisten hier goed op in te spelen. In de gehele streek van Kyōto braken her en der opstanden uit van boeren, en de leiders van hun dorpen verloren alle controle over deze opstandige groep.

Ondertussen was er ook vanalles op til in de Sankan Shishiki domeinen. Ook hier waren opstanden en keerde de lagere Bushi zich tegen hun heersers. Verscheidene twisten tussen Hosokawa Katsumoto en Yamana Souzen zouden escaleren tot de Ōnin-oorlog(応仁の乱 Ōnin no Ran), een burgeroorlog van 1467 tot 1477 waarbij onder andere het Ashikaga shogunaat(足利幕府) betrokken zou raken.

De Ōnin-oorlog zou ook leiden tot de Sengoku jidai(戦国時代), een periode waarin daimyō individueel onderling strijd voerden om de macht over Japan in handen te krijgen. Deze periode zou op langere termijn echter 3 grote daimyō verenigen en deze zouden later Japan weten te verenigen onder een clan: Oda Nobunaga, Toyotomi Hideyoshi en Tokugawa Ieyasu. Het zou ook Oda Nobunaga(織田信長) zijn die in 1580 de Ikkō-ikki de das zou omdoen.

Ontstaan

Al deze voorgaande factoren brachten een grote onstabiliteit met zich mee. Overal in het land keerden vazallen zich tegen hun leenheer en daimyō's negeerden Shōgun en keizer. Deze toestand werd omschreven als Gekokujō(下剋上), wat letterlijk "De lagere overmeestert de meester" betekent. Zo had men naast de Do-ikki ook de Kunni-ikki van Yamashiro in de Kinki regio, en in de regio van Hokuriku had men de Ikkō-ikki. Deze zou maar liefst een onafhankelijkheid van 100 jaar genieten voor definitief uitgeroeid te worden door Oda Nobunaga te Nagashima na 3 pogingen.

Ikkō-ikki: Wapens&Riten

De Ikkō-ikki bestond vooral uit boeren en monniken, wat te zien was aan zowel kleding als bewapening. De monniken droegen vooral het traditionele gewaad met daaraan vast een divers aanbod van wapens. Heel gebruikelijk was de naginata. Ook was er een zeker aantal van arquebusiers aanwezig, een primitief vuurwapen.

Wapens

Naginata(長刀, ook 薙刀)

Naginata, vaak vertaald in het Nederlands als een "hellebaard" is een wapen dat veel gelijkenissen vertoont met een speer. Het verschil met een speer is echter dat slechts een zijde van de Naginata scherp is met een holle kant die bot is en dan de scherpe bolle kant, net zoals dit het geval is bij ander Japanse zwaarden. Het verschil met de westerse hellebaard zit hem ook in het feit dat het blad van de naginata in de paal geschoven wordt en niet de paal in het metalen stuk. De lengte van het blad van de naginata is afhankelijk van het geslacht van de gebruiker: de vrouwelijke versie heeft een licht, kort blad. Ook diende de naginata niet om te steken zoals een speer, maar eerder om al zwiepend de vijand te snijden. Dit wapen was uitermate geschikt om benen van paarden of mensen te verwonden of zelfs onderuit te hakken. Het wordt gezegd dat de Suneate(脛当て, beenbeschermers van het harnas) speciaal ontworpen zijn om bescherming te bieden tegen de naginata.

Dit wapen was zeer populair bij de monniken, en omdat de Ikkō-ikki voor een groot deel hieruit bestond was dit dus meteen het meest voorkomende wapen bij gevecht.

Arquebusier

De arquebusser

Een arquebusier is een primitief vuurwapen dat vanaf de 15de eeuw zijn opgang maakte in de wereld. Het heeft enkele gemeenschappelijkheden met het musket, dat als de voorganger van de arquebusier wordt beschouwd maar is smaller en daardoor makkelijker te dragen. Het is nog steeds een westerse misvatting dat Japanse samoerai het gebruik van vuurwapens verafschuwde, omdat ze de tuigen als “oneervol” beschouwden. De ikkō-ikki en haar rivaal Oda Nobunaga tonen ons echter dat dit niet per se het geval was.

De eerste arquebusiers deden in intrede in Japan in 1543. Ze waren de bewapening van enkele Portugezen die per ongeluk in Tanegashima belandden. De Japanners waren onder de indruk van de wapens en besloten kopieën ervan te maken voor eigen gebruik. Al in 1550 kon men de eerste Japanse arquebusiers zien op het slagveld. Later zouden de Japanners de arquebusiers ook aanpassen en verbeteren naar eigen model waarop het wapen in de Edo-periode de naam “Teppo” kreeg.

Een arquebusier werd afgevuurd vanaf de schouder en moest geen rustpauze hebben tussen schoten zoals het musket. Het wapen bestond uit een ijzeren loop gezet in een houten slagplaat (de handgreep van het geweer) en aan de rechterkant was er een bronzen (soms leek die wel eerder koperachtig) serpentine die gelinkt was aan een veer die de serpentine liet vallen als de trekker werd overgehaald. De serpentine bevatte een lont of smeulend houtstukje dat in de vuurpan (vlak achter de kogel, bedoeld om de kogel te doen ontsteken) werd geramd als je schoot.

Zowel de ikkō-ikki als Oda Nobunaga maakten handig van dit wapen gebruik bij de slagen te Nagashima. Regen echter zou het vuurwapen doen blokkeren tijdens de strijd wat Oda een tweede nederlaag zou kosten. Later na het verslaan van de ikkō-ikki echter zou Oda nog een bestelling plaatsen van 500 arquebusiers.

Slogans en Nembutsu(念仏)

De Ikkō-ikki, maakte ook gebruik van Boeddhistische slogans, die vaak bij het ten strijde trekken werden uitgeroepen. Vaak waren ze ook geschreven op een banier. Een bekende slogan is: Namu Amida Butsu (南無阿弥陀仏) wat “Heil aan de Amida Boeddha” betekent. Het woord Amida werd ook gebruikt om angst bij de strijders de kop in te drukken. De ikki hanteerde hiervoor een belofte van de Jōdo Shinshu: Iedereen die in de strijd gedood werd, moest vlak voor zijn dood het woord “Amida” zingen. Hierop zou de dode naar het Paradijs van het reine land gaan, waar hij zou reïncarneren en het eeuwige geluk zou vinden. Deze gedachtegang zorgde voor onverschrokkenheid tijdens de strijd, en de Ikkō-ikki vochten met het paradijs dat hun wachtte na de dood indachtig. De Amida Boeddha verdient hier nog een extra uitleg. Amida Boeddha, bevindt zich in het reine land terwijl de gewone mens eerst nog in een onzuivere, slechte wereld leeft. Daarom moet men bij het tijdstip van dood deze Amida Boeddha aanroepen en hij zal ons dan naar het paradijs voeren.

De Amida Boeddha wordt uitgevoerd volgens het principe van nembutsu念仏(denken aan Boeddha). Hierbij scandeert men de slogan Namu Amida Butsu meerdere malen. Het uitoefenen van nembutsu kan zodoende leiden tot een tranceachtige staat, waardoor men minder vatbaar zou zijn voor pijn en angst. Er zijn drie manieren om de Amida Boeddha via nembutsu aan te roepen

  1. een aanroepende manier
  2. een meditatieve manier
  3. een contemplatieve manier van nembutsu

Bovendien zijn er ook 3 soorten van nembutsu:

  1. Jinjo Gyogi: de dagdagelijkse nembutsu
  2. Betsuji Nembutsu: op voorhand bepaalde tijd en dag, waarop bepaalde nembutsu plaatsvinden
  3. Rinju Gyogi: wordt gescandeerd vlak voor de dood

Het einde van de Ikkō-ikki

Tegen het einde van de 16de eeuw, was de Ikkō-ikki zo in macht en aantal gegroeid, dat ze werden geviseerd door enkele van de grote samoerai van die tijd. Dit was echter niet uit een militaire vrees, maar eerder op basis van politieke en economische dreiging. Bijna al de Ikki gebieden lagen op belangrijke handelsroutes, of waren gebieden die Oda Nobunaga tot de zijne wou maken. De Ikkō-ikki controleerden ook enkele belangrijke wegen (vb: de wegen die naar de hoofdstad leiden) en genoten veel economische macht omdat de roots van de Ikkō-ikki populistisch was. De belangrijkste forten van de Ikkō-ikki werden hierom aangevallen (en uiteindelijk vernietigd) door Oda Nobunaga, namelijk de Ishiyama Hongan-ji en Nagashima. Een allerlaatste groep van Ikkō-ikki die na deze aanvallen nog over was zouden opgeruimd worden door Oda's opvolger Toyotomi Hideyoshi(豊臣秀吉).

Tokugawa Ieyasu (徳川家康)

Tokugawa Ieyasu vreesde dat de Ikkō-ikki van Mikawa elk moment de macht gingen grijpen en hem van zijn machtspositie zouden stoten. Daarom ging hij in 1564 de strijd met hen aan, de tweede strijd van Azukizaka. Tijdens de strijd echter kwamen enkele lagere samoerai tot de conclusie dat hun feodale plicht tegenover Tokugawa Ieyasu hun trouw aan de Ikkō-ikki overtrof, met als gevolg dat het kamp van Tokugawa zich uitbreidde. Door deze wissels echter was het Tokugawa die overwon en in Mikawa verdween de Ikkō-ikki als eerste.

Oda Nobunaga (織田信長)

Foto van Oda Nobunaga

Ishiyama Hongan-ji 石山本願寺

Ishiyama Hongan-ji, was een dorpje waar Rennyo, in 1496 naartoe zou gaan voor rust. Hij werd echter gevolgd door een groot aantal volgelingen, en al vlug kon men spreken van een site, rond het tempeltje dat Rennyo voor zichzelf gemaakt had. In 1570 werd Hongan-ji onder vuur genomen door Oda Nobunaga, maar het zou 10 jaar duren eer Oda van een overwinning kon spreken. De locatie en oriëntatie van het fort, zorgden ervoor dat het al zeer moeilijk doordringbaar was. Daarbovenop, waren er op elk moment van de dag zo’n 100 monniken op patrouille en duizenden konden verzameld worden bij een directe aanval. Dit aantal kwam niet alleen uit de streek zelf(het huidige Osaka) maar ook uit andere vele bondgenootschappen die de Ikkō-ikki had weten te maken over de jaren heen. Ook werden ze gesteund door vijanden van Oda, die ze te vriend hadden gemaakt. Het zou duren tot 1580, dat de Ikkō-ikki in Hongan-ji zich zou overgeven onder de abt Kōsa.

Terzelfdertijd zou ook de Ikki in Kaga verslaan worden door Shibata Katsui(柴田勝家).

De drie slagen te Nagashima

Nagashima, gelegen in de Owari provincie, was een ketting van forten en verdedigingsmuren gemaakt en gecontroleerd door de Ikkō-ikki .

Eerste slag(1571)

De allereerste poging van Oda om de Ikkō-ikki te verslaan was in 1571. Net zoals de volgende twee speelde het eerste gevecht zich af te Nagashima in de Owari provincie. Oda besloot zijn troepen te Tsushima op te stellen gescheiden door niets meer dan een brede ondiepe rivier van de Ikkō-ikki. Oda stelde Shibata Katsuie en Sakuma Nobumori aan tot aanvoerders en liet hun hun plannen uitvoeren. Oda's troepen besloten om langs de rivier aan te vallen, maar de paarden van de soldaten raakten vast te zitten in de zachte en vochtige bodemmodder, en geraakten niet verder, met als gevolg de verdrinkingsdood. De enkelingen die er wel in slaagden de andere kant van de rivier te bereiken, werden beschoten. De eerste slag bij Nagashima was aldus een groot verlies voor Oda.

Tweede slag(1573)

In 1573 keerde Oda terug met extra troepen uit de Ise provincie en een groot aantal arquebusiers. Dit keer waren de aangestelde aanvoerders Sakuma Nobumori en Hashiba Hideyoshi. Oda's ambities waren volledig hernieuwd, dankzij een succesvolle campagne tegen de krijgermonniken van de Hiei berg(比叡山).

Helaas voor hem waren het deze keer de weersomstandigheden die hem parten speelden. Alhoewel vernieuwende in die tijd nieuwe prospectaanbiedende wapens, de arquebusiers waren niet bestand tegen de regen en wordt aldus nog een grote faling. Het vallende water zorgde ervoor dat zo’n 90% van het vuurwapenarsenaal van Oda onbruikbaar werd. Dit kwam doordat de lont die zou moeten branden om een kogel af te varen uitdoofde door de regen. Het wapen zelf bleek ook niet meer zo handvast te zijn door de waterval en daardoor kon men spreken van Oda’s tweede faling in zijn poging om de Ikkō-ikki te verslaan.

Zij echter namen hun kansen en vochten terug. Hun eigen arquebusiers waren via de beschutting die de forten te Nagashima boden droog gebleven en dus nog wel in perfecte staat om te vuren. Zodoende werd ook de tweede slag te Nagashima gewonnen door de Ikkō-ikki.

Derde slag(1574)

In 1574 zou Oda zijn laatste en uiteindelijk winnende slag uitvoeren, en Nagashima vernietigen, dat een van de primaire basissen was van de Ikkō-ikki. Met Oda zelf als aanvoerder deze keer en met Yoshitaka Kuki aan zijn zijde blokkeerde hij het Nagashima gebied, waarna hij het wist te bombarderen. Hiervoor werden vanop een afstand vuurpijlen en kanonnen gebruikt. Deze vuuraanval vernietigde allereerst de houten beschuttingen van de Ikkō-ikki waardoor Oda de kans kreeg om voor de eerste keer tot het centrum van Nagashima door te dringen en de Ikkō-ikki vast te zetten door ze af te sluiten van de buitenwereld, gebruik makende van een houten muur die van fort tot fort liep. De Ikkō-ikki, die op dat moment met zo’n 20.000 man aanwezig was, waren zodoende ook volledig afgesloten van waterbronnen, voedingsbronnen en andere bevoorradingelementen. Nadat de houten blokkade geconstrueerd was werd het in brand gestoken, wat leidde tot de gehele verwoesting van het Nagashima complex en de dood van de Ikkō-ikki, geen man ontsnapte of overleefde deze aanslag.

Bronnen

Links

Cursussen

  • Vande Walle, Willy. Geschiedenis van Japan tot 1868, cursus gedoceerd in het kader van het vak 'Geschiedenis van Japan tot 1868', Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Letteren, Departement Oosterse en Slavische Studies, Afdeling Japanologie, 2006.

Boeken

  • The Cambridge History of Japan, Volume 3: Medieval Japan, Cambridge University Press, 1990. USA
  • Japan, an illustrated Encyclopedia, Kodansha Ltd, 1993, 1st edition
  • Yumoto, John M. The Samurai Sword: A Handbook. Rutland, Vermont & Tokio: Charles E. Tuttle Company, 1999, (1958)