Ieyasu Tokugawa en het Tokugawa shogunaat
Uit GeschiedenisJapan
De Tokugawafamilie (1603-1868) leidde een feodaal-militaire dictatuur die werd opgericht door Tokugawa Ieyasu(徳川家康 Tokugawa Ieyasu; 31 januari 1543 – 1 juni 1616). Ieyasu regeerde deze dictatuur en werd opgevolgd door de shoguns uit de Tokugawa familie waaronder zijn zoon. Deze periode staat bekend als de Edoperiode, genoemd naar de toenmalige hoofdstad Edo, die nu Tokyo heet. Het Tokugawa shogunaat was aan de macht tot de Meiji-restauratie, toen de macht van de shoguns werd ontnomen en ze gedegradeerd werden tot Ronin.
Vandaag wordt het shogunaat met een kritische blik bekeken en ligt de klemtoon vaker op de feodale, reactionaire en vooral dictatoriale aard van het regime, in tegenstelling tot vroeger. Het regime werd, in de periode dat het actief was, geloofd en bewonderd voor zijn stabiliteit, iets wat de vroege moderne wereld nog niet vaak gekend had. De neiging om het Tokugawa shogunaat als kritisch en zelfs negatief te interpreteren, wordt veroorzaakt door het feit dat het verleden bekeken wordt alsof het het heden is. Het Japan ten tijde van het shogunaat was geen ‘land’ en het shogunaat geen ‘overheid’ in de zin van het woord zoals men die vandaag begrijpt. Een heerser kon immers akkoord gaan met een tokugawa-voorstel of het volledig negeren zonder hierbij ongehoorzaam te zijn.
Enkele belangrijke termen om het regime ten volste te begrijpen zijn Omote en Uchi, ‘binnenin’ en ‘buitenaf’ of ‘aan het oppervlak’ en ‘onder het oppervlak’. Omote stond voor de rituele onderdanigheid van de samurai aan zijn overste. Uchi was de bereidheid van die overste om zijn onderdanen de vrijheid te geven om te doen wat ze willen binnen hun eigen rechtsgebied, op voorwaarde dat er geen enkel teken van disrespect of wanorde aan het licht kwam. De rituele Omote-onderdanigheid werd door de samurai gerespecteerd, het maakte immers deel uit van het samurai zijn. Rituelen veranderen nederigheid in trots, overgave in overwinning en ongehoorzaamheid in samenwerking, alsdus Michael Hoffman. Ze zijn de grootse oorzaak van de stabiliteit van het shogunaat gedurende 2 ½ eeuw.
Inhoud |
Ieyasu Tokugawa
Het leven en de list
In 1526 werd Matsudaira Hirotada geboren. Hij was een relatief onbelangrijke heerser van Mikawa die het grootste deel van leven besteedde aan het afweren van de militaire advances van de Oda. Ook de politieke bedreiging van Imagawa vormde een probleem dat zijn leven domineerde. De wetgeving is vele jaren een bron van controverse binnen de Matsudaira geweest en heeft uiteindelijk bijgedragen tot de moord op Hirotada’s vader in 1536. Hirotada neigde eerder akkoord te gaan met de Imagawa, die hij minder gevaarlijk inschatte, met als gevolg dat meerdere familieleden in de armen van de Oda werd gedreven, want Oda Nobuhide maakte immers voor een groot deel de beslissing voor hem. In 1548 besluit de Oda om Mikawa aan te vallen, waarop Hirotada naar Imagawa Yoshimoto keert voor hulp. Die was bereid om zijn legers in te zetten ten voordele van Hirotada op voorwaarde dat diens zoon Takechiyo naar Sumpu werd gestuurd als gijzelaar. Dit was geen makkelijke beslissing die een storm aan protest opriep binnen de Matsudaira, maar uiteindelijk ging Hirotada akkoord.
Helaas kreeg Oda Nobuhide lucht van de deal en zorgde ervoor dat Takechiyo’s entourage werd aangevallen op de weg naar Suruga met als gevolg dat die werd ontvoerd en opgesloten in het Kowatari kasteel. Hoewel hij niet slecht behandeld werd, dreigde Nobuhide hem te vermoorden als Hirotada zijn banden met Imagawa niet opgaf om samen te werken met de Oda. Hirotada doorzag de list van zijn rivaal en reageerde op de dreigementen met de boodschap dat de opoffering van zijn zoon alleen maar indruk kon maken op de Imagawa en een teken was van de loyaliteit aan hun pact. Nobuhide was teleurgesteld dat zijn plan niet had gewerkt, maar deed de jonge Takechiyo geen kwaad. Matsudaira bleef in 1549 achter zonder leider toen zowel Hirotada en Nobuhide stierven. Ook Oda was verzwakt. Imagawa verspilde geen tijd om deze gebeurtenissen in hun voordeel te gebruiken en stuurde zijn oom, Sessai, met een leger naar Oda’s grenskastelen met de verovering van Anjo als hoofddoel. Dit was een voormalig Matsudaira fort dat toen werd bewoond door Oda Nobuhiro, Nobuhide’s oudste zoon en opvolger. Sessai, een bekende strijdheer, omsingelde Anjo en de val ervan leek onvermijdelijk. Toch besloot Sessai de aanval niet door te voeren en sloot een deal met Oda Nobunaga, Nobuhide’s tweede zoon. Anjo en Nobuhiro zouden worden gespaard in ruil voor de vrijlating van Takechiyo. Nobunaga had weinig keuze en ging akkoord en Sessai keerde terug naar Suruga met Takechiyo, wie uiteindelijk arriveerde in Sumpu na een jaar vertraging.
De weg naar de macht en de naam
Takechiyo werd volwassen in 1556 en kreeg de naam Matsudaira Motoyasu. Toen hij toestemming kreeg om terug te keren naar Mikawa, werd hij belast de taak om een reeks gevechten tegen de oda te leiden, in naam van Imagawa. Ondanks de schade die de jaren van Imagawa-tussenkomsten had veroorzaakt, was de strijdgeest van de Mikawa samurai amper aangetast. Motoyasu won een slag in Terabe en gaf zichzelf naam (ten koste van Nobunaga) met zijn bevoorrading van Odaka. hij bracht de hoognodige voorraden naar een belegerd fort door de massa aanvallers in de val te lokken zodat ze weg marcheerden naar een onbestaand vijandelijk leger.
Yoshimoto was erg druk met het plannen van zijn meest ambitieuze militaire onderneming, waardoor hij geen oor had voor de mening van de Mikawa mannen. Zij vonden namelijk dat het tijd werd dat Takechiyo de vrijheid kreeg om zijn eigen beslissingen te nemen, met de recente overwinningen in het achterhoofd. In 1560 stelde Yoshimoto een leger samen van 20000 man en bereidde zich voor om Kyoto aan te vallen. Geen enkele andere Daimyo had gepoogd zo’n actie te ondernemen sinds in 1508 en het was enkel mogelijk na politieke onderhandelingen met de Takeda en Hojo clans. Matsudaira werd aangesteld in het leger, maar toen de aanslag begon in juni werd Motoyasu van het hoofdleger verwijderd om een kleinere strijd te leiden tegen Marune. Na een moeizaam gevecht werd dit fort verslagen en kregen de Mikawamannen toestemming om er te rusten. Zo ontkwamen takechiyo en zijn clan aan de slag die enkele kilometers verderop het einde betekende van het leven van Yoshimoto.
Motoyasu trok terug naar Mikawa waar hij werkte aan zijn vrijheid van de Imagawa invloed. Hij sloot een alliantie met Nobunaga die in het begin geheim moest blijven (een deel van zijn familie werd nog steeds gegijzeld in Sumpu door Yoshimoto’s opvolger Ujizane). In 1561 gaf Motoyasu het bevel voor de arrestatie van kaminojo, een beslissing die veel voordelen met zich meebracht. Ten eerste zond het een duidelijke boodschap naar Nobunaga dat de Matsudaira officieël zijn banden had verbroken met Imagawa. Ten tweede slaagde Motoyasu erin twee zonen van de kasteelheer Udono Nagamochi gevangen te nemen, die hij gebruikte om ruilhandel te doen met Ujizane. Udono was een belangrijke clan was die de Imagawa hoog in het vaandel droeg, waardoor Ujizane de onwijze beslissing nam om de Motoyasu familieleden vrij te laten voor de Udono kinderen. Toen Motoyasu verenigd werd met zijn vrouw en zoon was hij vrij om elke beslissing te nemen die hij wou zonder hinder. De volgende jaren bracht bij door met de heropbouw van de clan. Hij verzorgde en versterkte de overige banden die hij nog had door land en posities binnen Mikawa te verdelen.
Na zijn overwinning op de Mikawa Monto in Maart 1564 begon hij met het testen van de Imagawa verdedigingen in Totomi. Terwijl hij zo naam voor zichzelf maakte, legde hij in 1566 het voorstel voor aan het hof om toestemming te krijgen zijn naam te veranderen in Tokugawa. Het voorstel werd goedgekeurd waarop hij bekend werd als Tokugawa Ieyasu. Hij beweerde dat hij het bloed van grote clans in zich had vloeien, terwijl er in feite weinig geweten is over Matsudaira/Tokugawa voor de 15e eeuw.
Onstaan
Begin 1602 overlegde Ieyasu met Shimazu van Satsuma om een overeenkomst te sluiten over de machtsverdeling in Japan. Tijdens een ceremonie in het Fushimipaleis gaf Shimazu Tadatsune toe en werd er een akkoord gesloten, met als gevolg dat Ieyasu de eerste Tokugawa Shogun werd. Nadat het duidelijk werd dat Shimazu goed behandeld werd na zijn overeenkomst met Ieyasu, gaven ook andere meer noordelijke Daimyo (vergelijkbaar met krijgsheren) de macht aan hem over. In 1603 nam Ieyasu officieel de titel van Shogun aan. Hij stelde zijn oudste zoon, Hidetada, aan in het Edokasteel en verhuisde naar Sumpu in de Suruga provincie (nu Shizuoka) waar hij als kind is opgegroeid. In Sumpu zette hij het politieke proces van de consolidatie van zijn macht voort.
De basis van het Bakufubeleid is overheidscontrole en buitenlandse handel. Dit werd in 1604 duidelijk wanneer een Bakufubevelschrift verklaarde dat Bakufu het monopolie kreeg over de verkoop van zijde dat geïmporteerd werd uit China. Bakufu was de politieke machtsstructuur van een Shogun. Het werd nu duidelijk dat de Shogun nemen wat ze willen van de Daimyo, Shimazu en de keizer. In 1605 leek “Verdeel en heers” het heersende motto te zijn. Ieyasu gaf de titel van Shogun door aan zijn zoon Hidetada, maar bleef actief bezig met het consolideren van zijn macht vanuit zijn residentie in Sumpu. Doordat hij Daimyo’s heraanstelde in verschillende politieke posities, zorgde hij dat al de Tozama Daimyo omgeven waren en gecontroleerd werden door andere Daimyo clans.
De Japanse politieke hiërarchie tijdens het Tokugawa shogunaat
Keizer: De absolute heerser van Japan. De rol van de keizer varieert doorheen de geschiedenis van die van een geestelijke van de hoogste rang met symbolische macht en die van een echte, politieke heerser. Een keizerlijke cultus die aan de grondslag ligt, beschouwt de keizer als een afstammeling van de goden of een “heilige vorst.”
Shogun: De generaal van het Japanse leger. Hij wordt niet aangesteld door de keizer, de verantwoordelijkheid volgt de bloedlijn van de familie. De Shogun heeft complete militaire macht over het volledige land.
Daimyo: Vergelijkbaar met krijgsheren. De Daimyo zijn de machtigste feodale heersers van de 10e tpt de 19e eeuw in Japan. “Daimyo” betekent letterlijk “Grote naam”.
Samurai: Vergelijkbaar met militaire officieren. Een Samurai dient zijn meester op Daimyo. “Samurai” is afgeleid van een archaische term “saburau” wat “dienen” betekent.
Ronin: Een Samurai zonder meester om krijgsheer, vergelijkbaar met een militaire huurling. Een samurai wordt meesterloos door de val van zijn meester of het verlies van diens gunst.
Ninja: huurlingen die gecontracteerd werden om te moorden. Ze behoren niet tot de militairen, maar zijn een hulpmiddel waar veel gebruik van werd gemaakt. Ze werden laag op de sociale rang geplaatst. Het inhuren van een ninja was privé en werd beschouwd als smadelijk.
Dynastie van de 15 Tokugawa shoguns
Naam Leefde Regeerde Tokugawa Ieyasu 1543-1616 1603-1605 Tokugawa Hidetada 1579-1632 1605-1623 Tokugawa Iemitsu 1604-1651 1623-1651 Tokugawa Ietsuna 1641-1680 1651-1680 Tokugawa Tsunayoshi 1646-1709 1680-1709 Tokugawa Ienobu 1662-1712 1709-1712 Tokugawa Ietsugu 1709-1716 1712-1716 Tokugawa Yoshimune 1684-1751 1716-1745 Tokugawa Ieshige 1711-1761 1745-1760 Tokugawa Ieharu 1737-1786 1760-1786 Tokugawa Ienari 1773-1841 1786-1837 Tokygawa Ieyoshi 1793-1853 1837-1853 Tokugawa Iesada 1824-1858 1853-1858 Tokugawa Iemochi 1846-1866 1858-1866 Tokugawa Yoshinobu 1837-1913 1866-1868
Bronnen
- SADLER, A.L., TURNBULL, S., Shogun: the life of Tokugawa Ieyasu, Tuttle Publishing, 2009, 352 pagina’s.
- HOFFMAN, M., Tokugawa: The art of governing, The Japan Times, 13 Mei 2012 (http://www.japantimes.co.jp/text/fb20120513a1.html).
- History of Shoguns: Dynasty of Tokugawa Shoguns (1603-1868), Pondkoi, (http://www.pondkoi.com/tokugawa_shoguns.htm#Ieyasu).
- WEST, C.E., SEAL, F.W. Tokugawa Ieyasu, Samurai-archives, 1999-2009 (http://www.samurai-archives.com/ieyasu.html).
--Laura Colémont 30 May 2012 18:12 (UTC)

