Hirohito en de Japanse expansie in Azië
Uit GeschiedenisJapan
Hirohito[1](裕仁, 1901–1989) was de keizer van Japan tijdens de periode 1926-1989. In de Japanse tijdrekening heet zijn regeerperiode Shōwa (昭和). Vertaald betekent dit "Verlichte vrede". Als we kijken naar de eerste helft van zijn regeerperiode, is deze benaming nogal paradoxaal. Het Japan van 1925[2] tot 1945 is namelijk gekenmerkt door onderdrukking en oorlog. Toch werd hij echter nooit veroordeeld voor de Japanse politieke acties uit deze periode.
De mythe
Na de oorlog werd er, volgens sommige schrijvers zoals Wetzler en Behr, zorgvuldig een mythe gecreëerd die de keizer vrijsprak van zijn aandeel in de Japanse agressie. In dit verhaal word de keizer voorgesteld als een willoos instrument dat misbruikt werd door een militaire kliek om Japan aan expansie in Azië te laten doen en in Wereld Oorlog 2 te storten. Hirohito had geen echte macht en werd slecht geïnformeerd over de situatie in Japan en het buitenland. M.a.w. hij zou dus niet in staat geweest zijn om tegen politieke beslissingen in te gaan. Wat het voor Hirohito extra pijnlijk maakte is dat alle politieke besluiten in zijn naam gesloten werden.
De creatie van deze mythe werd uitgewerkt door vertrouwelingen van Hirohito, Hirohito zelf en belangrijke personen uit het geallieerde kamp zoals MacArthur. Ondanks de duidelijke bewijzen die dit verhaal tegenspreken zijn deze personen er in geslaagd de keizer en het keizerlijke huis te vrijwaren van enige vervolging. Men liet Hirohito toe van zijn rol als keizer[3] te behouden tot aan zijn dood in 1989. In de moderne geschiedenis is het nog nooit gebeurd dat de leider van een natie na zulke acties ongestraft heeft kunnen verder regeren.
MacArthur
MacArthur (1880–1964) was een Amerikaans generaal die de aanval op Japan leidde. Na de Japanse capitulatie op 2 september 1945 was hij opperbevelhebber van de Amerikaanse bezettingstroepen in Japan.
Zijn opdracht was Japan te demilitariseren en er een democratische natie van te maken. MacArthur wou deze opdracht zo vlot en efficiënt mogelijk uitvoeren. Hij had namelijk ambitie om president van Amerika te worden en hoopte dat hij via een goede uitvoering van zijn opdracht aan populariteit kon winnen.
MacArthur was ervan overtuigd dat hij Hirohito nodig had om zijn hervormingen door te voeren. Zonder Hirohito zou er chaos ontstaan onder het Japanse volk. De keizer was hun enige houvast na de bittere nederlaag die ze te verwerken kregen. Deze chaos zou een perfect voedingsbodem voor het communisme geweest zijn. Als dat gebeurde had men, om een pro-Amerikaans beleid te handhaven, een bezettingsmacht van minstens 1000000 manschappen nodig. Japan was voor Amerika essentieel als Westers bastion in het door communisme doordrongen Azië. De Koude Oorlog was toen al volop bezig. Om deze redenen besloot MacArthur Hirohito in bescherming te nemen. MacArthurs bijnaam was "de blauwogige shōgun". Net als de echte shōguns beschermde hij de keizer. MacArthur liet aan de Amerikaanse overheid weten dat Hirohito geen aandeel had in het politieke leven. Via zijn connecties in de regering en de kracht van zijn argumenten, slaagde MacArthur erin de Amerikaanse regering te overtuigen. Hirohito's positie en die van de keizerlijke familie was gered. MacArthur, Hirohito's volgelingen en vooral Hirohito zelf hadden hun doel bereikt.
Enkele quotes van MacArthur omtrent Hirohito:
- "His indictment will unquestionably cause a tremendous convulsion among the Japanese people, the repercussions of which cannot be overestimated.
He is a symbol which unites all Japanese. Destroy him and the nation will disintegrate."[4]
- "His indictment will unquestionably cause a tremendous convulsion among the Japanese people, the repercussions of which cannot be overestimated.
- "I believe all hopes for introducing modern democratic methods would disappear and that when military control finally ceased some form of intense regimentation,
probably along communistic lines, would arise from the mutilated masses."[5]
- "I believe all hopes for introducing modern democratic methods would disappear and that when military control finally ceased some form of intense regimentation,
- "If he is to be tried great changes must be made in occupational plans and due preparation therefor should be initiated.
It is possible that a minimum of a million troops would be required which would have to be maintained for an indefinite number of years.
In addition a complete civil service might have to be recruited, possibly running into a size of several hundred thousand."[6]
- "If he is to be tried great changes must be made in occupational plans and due preparation therefor should be initiated.
- "No specific and tangible evidence has been uncovered with regard to his exact activities which might connect him in varying degree with the political decisions of the Japanese Empire during the last decade."[7]
Hirohito's persoonlijke mening
Na de oorlog beweerde Hirohito dat hij een machteloze marionet was en dat hij volgens de Meiji-grondwet niet het recht had om beslissingen van de regering tegen te gaan. Indien hij dit toch deed zou hij een despotische keizer zijn en waarschijnlijk gedood worden. Hirohito hield vol dat hij tegen de oorlog was die in zijn naam gevochten werd en dat hij, indien het mogelijk was, de oorlog had voorkomen. Kort na de oorlog legde hij zijn situatie uit aan enkelen van zijn vertrouwelingen:
- It goes without saying that the war was unavoidable. Concerning the war, [We] attempted somehow to avoid it. I thought until totally exhausted,
played every hand that was to be played. Even though I did everything in my power [to avoid hostilities], in the end my efforts were to no avail, and we plunged into war.
This was indeed regrettable. With respect to this conflict, as I mentioned recently in a general way, the war came to an end because I stopped it.
Because I did this a debate has arisen about why the war was not stopped before it began. Indeed, this argument seems logical. It sounds reasonable in some ways. However, this could not be done. Needless to say, our country has a constitution. Strictly speaking the must act in accord with the provisions of the constitution.
According to the constitution, responsibility for state affairs is borne by the ministers of state who are vested with due authority. The emperor is not allowed to willfully meddle, interfere, or intervene in the areas of responsibility of the ministers of state specified in the constitution. Therefore, with respect to internal affairs and foreign relations,
there are persons designated by the constitution who are charged with carefully deliberating and formulating policy. If they do this, present the policy in accord with the regulations, and request that is be approved, whether I am satisfied with it or not there is no way around agreeing and approving it.[8]
- It goes without saying that the war was unavoidable. Concerning the war, [We] attempted somehow to avoid it. I thought until totally exhausted,
In february 1946 gaf Hirohito, aan de hand van ingestudeerde vragen[9], een 8-uur durende monoloog waarin hij zijn onschuld verdedigde. Deze monoloog wordt ook wel de Hirohito- of Shōwa-monoloog genoemd. Het is een uniek moment waarop Hirohito zijn eigen mening gaf. Buiten deze monoloog is er geen enkele commentaar van Hirohito op de evenementen rond Wereld Oorlog 2 bekend. De objectiviteit van deze monoloog is echter uiterst twijfelachtig. Hirohito sprak niet voor de geschiedenis, maar voor de Japanse versie van de geschiedenis[10]. Met als doel zijn positie te beschermen in een tijd waarin men nog niet volledig zeker was of het keizerschap zou blijven verder bestaan.
Taboe
Voor het merendeel van de Japanners is Hirohito's onschuld vanzelfsprekend. Dit heeft ervoor gezorgd dat heel de discussie in een taboesfeer gehuld is. Hirohito als schuldige aanduiden kan zware gevolgen hebben. Journalisten spelen hun licentie[11] kwijt, onderzoeksgroepen verliezen hun subsidies en ultra-nationalisten schuwen geen geweld.
Een mooi voorbeeld van deze taboesfeer is het incident rond Motoshima Hitoshi (本島 等).[12]Protest tegen Hirohito's immuniteit
Vanuit het geallieerde kamp en de Aziatische landen die onder Japanse aanvallen geleden hadden, kwam er veel protest tegen de immuniteit van Hirohito.De Sovjet-Unie wou, vooral omwille van de onderdrukking van de Japanse communistische partij, dat Hirohito werd berecht en dat het keizerschap werd afgeschaft. Australië, Nieuw-Zeeland en Nederland achtten Hirohito verantwoordelijk voor de mishandeling en executie van krijgsgevangenen. China en de Aziatische landen die van de Japanse aggressiepolitiek slachtoffer waren, beschouwden Hirohito verantwoordelijk voor de Japanse aanvallen. In de Verenigde Staten namen de beide huizen van het Congres een resolutie aan waarin ze streefden naar een veroordeling van Hirohito als oorlogsmisdadiger. Het Verenigd-Koninkrijk volgde de mening van de Vernigde Staten.
Toen de Japanse overheid op 10 augustus 1945 instemde met de Verklaring van Potsdam[13], was hun enige eis dat de Keizer als staatshoofd zijn pregoratieven mocht behouden. Als reactie hierop stuurde de Australische overheid een telegram naar de Geallieerde Staf. "Wij dringen aan dat de keizer, als staatshoofd en als opperbevelhebber van de strijdmachten, verantwoordelijk wordt gehouden voor de daden van agressie en de Japanse oorlogsmisdaden. Dientengevolge eisen wij zijn afzetting." In een daarop volgende telegram verklaren de Australiërs ter verduidelijking: "De Keizer mag niet de gunst van immuniteit genieten."MacArthur slaagde er echter in de Amerikaanse regering te overtuigen van de rol die Hirohito zou spelen in de heropbouw van Japan. Met Amerika als voorstander van het behoud van de keizer hadden de andere landen niet veel meer keuze dan te volgen in Amerika's besluit. Nu nog steeds is men in vele aziatische (en sommige Europese) landen wantrouwig tegenover het Japanse keizershuis omdat Hirohito keizer is gebleven. Bv. toen Hirohito in 1971 een staatsbezoek bracht aan Nederland, reageerden veel Nederlanders met betogingen.
Hirohito's ware rol
Tot de dag van vandaag zijn de meeste onderzoekers het er over eens dat de keizer geen verantwoordelijkheid draagt voor de acties van Japan. Toch zijn er enkelen (bv. Edward Behr, Peter Wetzler, David Bergamini, etc), vooral niet-Japanners, die het hier niet mee eens zijn en onderzoek hebben gedaan naar de ware rol van de keizer. Dit zijn vooral niet-Japanners omdat, zoals ik al aangetoond heb, in Japan de hele discussie in een taboesfeer gehuld is.
In tegenstelling tot de officiële opinie is er een beweging die Hirohito niet als de machteloze, onschuldige keizer beschouwdt. Volgens hen heeft hij zeker en vast een rol gehad in de Japanse expansie. Een rol die volgens hen groot genoeg was om hem op het Tribunaal van Tokio te laten veroordelen.
Ze (bv. Wetzler, Behr, ...) zien Hirohito echter ook niet het megalomane meesterbrein achter de oorlog die sommigen (bv. Bergamini, ...) van hem willen maken. Hirohito was eerder een opportunist die vooral bekommert was om zijn eigen positie en die van het keizerlijke huis. Hij wou deze 2 beschermen ten koste van alles. Deze bezorgheid is terug te vinden in de Japanse geschiedenis. 1000 jaar lang was de keizer in de periferie gedwongen door de shōgun die de werkelijke heerschappij over Japan bezat. De rol van de keizer was herleid naar een puur symbolische invulling. Pas sinds de Meiji-restauratie (1854-1868) speelde de keizer op het politieke vlak terug een belangrijke rol. De angst om terug te keren naar de keizer zonder macht was iets dat altijd in Hirohito's achterhoofd zat.Hirohito's positie in Japan
Meiji-grondwet (大日本帝國憲法 dainipponteikokukenpō)
In de Meiji-grondwet (1890) is er een hoofdstuk (hoofdstuk 1) gewijd aan de keizer. Hier geef ik enkele belangrijke artikels die de keizer zijn politieke rol aangeven.
- Artikel 1
- Het Japanse rijk zal geleid en bestuurd worden door een ongebroken lijn van keizers
- Artikel 3
- De keizer is heilig en onschendbaar
- Artikel 4
- De keizer is het hoofd van het rijk. Hij heeft soevereine rechten en voert ze uit volgens de bepalingen van de grondwet
- Artikel 5
- De keizer voert de rechterlijke macht uit met goedkeurig van het keizerlijke parlement
- Artikel 6
- De keizer geeft kracht aan wetten and beveelt van ze uit te vaardigen en uit te voeren
- Artikel 7
- De keizer roept het keizerlijke parlement samen, opent het, sluit het, schort zittingen op en kan de leden van het Lagerhuis[14] afzetten
- Artikel 10
- De keizer bepaalt de organisatie van de verschillende overheidstakken, het salaris van alle civiele en militaire officieren en stelt hen aan en ontslaat hen uit hun functie. Hier zijn enkele uitzonderingen op in overeenstemming met de grondwet
- Artikel 11
- De keizer is opperbevelhebber van de landmacht en de marine
- Artikel 12
- De keizer bepaalt de organisatie en vredeshouding van de landmacht en de marine
- Artikel 13
- De keizer verklaart oorlog, sluit vrede en sluit verdragen af
Volgens de Meiji-grondwet heeft de keizer dus enkele verregaande pregoratieven op het wetgevende, uitvoerende en rechterlijke vlak. In de praktijk maakte hij hier echter weinig gebruik van en liet het beleid over aan anderen. Het valt echter niet te ontkennen dat de keizer een grote macht en invloed bezat als hij er op stond van deze aan te wenden.
Arahitogami (現人神)
Sinds keizer Meiji (明治天皇 Meiji-tennō, 1852-1912) werd de keizer, door de (staats)Shintō-mythologie als een mensgeworden god beschouwd (arahitogami). De keizer was een directe afstammeling van de zonnegodin, Amaterasu-o-mi-kami(天照大神). Deze afstamming werd gesymboliseerd door de 3 regalia (zwaard, spiegel en de magatama-halsketting). De keizer was niet zomaar een god die aanbeden moest worden, hij voerde zelf riten uit voor de zonnegodin. Hij diende dus als een medium tussen de Japanse goden en het Japanse volk. Dit betekende dat hij essentieel was om het Japanse volk en de Japanse staat bijeen te houden. Het centrale punt van de Japanse ideologie was de keizer. Het ging zo ver dat het verschil tussen goed en kwaad een verschil was tussen de keizer gehoorzamen of niet. Deze rol maakte van de keizer zonder twijfel de belangrijkste persoon in heel Japan. Hij stond aan de spirituele top en niemand was hoger dan hem. Hirohito moest van MacArthur zijn goddelijke status afzweren. Dit deed hij op nieuwjaarsdag 1946 via een radio-omroeping. Deze gebeurtenis heet in het Japans Ningen-sengen (人間宣言). Dit zorgde voor een schokgolf in Japan. Hun goddelijke keizer bleek toch maar een gewone mens te zijn.
Hirohito's goddelijke status en zijn grondwettelijke pregoratieven gaven hem het vermogen om een aanzienlijke macht aan te wenden.
Hirohito instrument van propaganda
In het vooroorlogse Japan (en tijdens de oorlog) verscheen Hirohito in het openbaar zo goed als altijd in een legeruniform (rijdend op een wit paard). Hij profileerde zich als de opperbevelhebber. Tevens vond hij het geen probleem om, in het openbaar, de successen van het Japanse leger op te hemelen. Op deze manier speelde hij een belangrijke rol in de Japanse oorlogspropaganda. Deze rol gaf al genoeg reden om hem na de oorlog af te zetten[15].
Sleutelmomenten uit de Japanse expansie in Azië en Hirohito's reactie
Het Mukden-incident (満州事件 Manshū jiken)
Beter bekend als het Mantsjoerije-incident. Deze gebeurtenis speelde zich af op 18 september 1931. Enkele jonge Japanse officieren blaasden (zonder toestemming van de Japanse regering) een stuk van de Japanse Zuid Mantsjoerije Spoorweg op. Als schuldigen werden Chinese dissidenten aangeduid. Dit gaf het Japanse leger een goed excuus om Mantsjoerije te bezetten en de marionettenstaat Manshūkoku (満州国) op te richten. Dit is 1 van de eerste gebeurtenissen van de 2de Sino-Japanse oorlog (1937-1945). De echte oorlog begon echter pas in 1937.
Het Mukden-incident was een heel goed voorbereid plan, waar heel veel hooggeplaatste mensen van afwisten. Het is onwaarschijnlijk dat de ijverige en in legerzaken geïnteresseerde Hirohito hier niets van afwist. Hij wist in ieder geval van de grote lijnen van het plan. Hirohito koos echter van zich afzijdig te houden en geen gebruik te maken van zijn bevoegdheid om in te grijpen of althans duidelijk zijn afkeuring te laten blijken voor het te laat was. Als hij een keizerlijk decreet had uitgevaardigd tegen het ingrijpen van het Japanse leger in Mantsjoerije en later China, had hij hoogstwaarschijnlijk het merendeel van de officieren kunnen overtuigen om van hun plannen af te zien. Ondanks zijn zogenaamde afkeuring van het hele incident, deed hij niets.
Nadien liet hij zelfs de militairen die hierbij betrokken vrijuit gaan, ondanks hun insubordinatie. Sommige onder hen werden zelfs gepromoveerd en geëerd door Hirohito. Tevens hemelde hij de hele aanval op en zei dat de invasie van China een meer dan logische stap was.
De aanstelling van Pu Yi[16] als keizer (en Japanse stroman) van de nieuwe staat Manshūkoku was een politieke beslissing die Hirohito's toestemming nodig had.
De enigse logische verklaring voor Hirohito's gedrag tijdens en na het Mukden-incident is dat hij voor een dilemma stond. Hij wou zowel de militaristen als de tegenstanders van het militarisme niet tegen het hoofd stoten. Door een onduidelijke positie in te nemen stelde hij degenen gerust die de militairen wantrouwden zonder de militairen zelf voor het hoofd te stoten. Op deze manier kon hij in het buitenland ook de indruk wekken dat hij onverantwoordelijk was voor het hele gebeuren.
Volgens het officiële Japanse standpunt was de keizer volledig door het optreden van het Kantō-leger (関東軍 Kantōgun)[17] verrast, had hij te weinig voorkennis van het Mukden-incident om tijdig te kunnen ingrijpen en deed hij alles om zijn officieren in te tomen en escalatie van het eenmaal begonnen conflict te voorkomen.
Het 26 februari-incident (二・二六事件 Ni-niroku jiken)
Het 26 februari incident is de benaming voor een staatsgreep die plaatsvond in 1936. Een 20-tal jonge officieren wou via een staatsgreep de zogenaamde Shōwa-restauratie (昭和維新 Shōwaishin)[18] doorvoeren. De vestiging van een militair bewind onder leiding van keizer Hirohito, uitgebreide sociale hervormingen en het einde van de door de zaibatsu (財閥)[19] Ze beschouwden de "verraderlijke adviseurs" van de keizer als de bron van de problemen in Japan.
Tijdens de nacht van 25 op 26 februari werd om 2 uur 's nachts het sein gegeven voor de putsch. Het begon in de barakken van de 1ste divisie en de Keizerlijke Garde die gelegen waren bij het keizerlijke paleis te Tokio. De manschappen dachten dat het gewoon een nachtelijke oefening was tot de betrokken officieren hen inlichtten over de operatie. Verscheidene officieren van beide eenheden, die de onderneming als een tot mislukken gedoemd avontuur beschouwden, keerde zich niet direct tegen hun collega's, maar probeerde hun superieuren te waarschuwen. De grote meerderheid van de opperofficieren sympathiseerden duidelijk met de rebellen, die in totaal ongeveer 1200 man telden, maar namen pas een definitieve houding aan toen het duidelijk was dat de putsch ging mislukken. De rebellen barricadeerde de binnenstand van Tokio en bestormden de huizen van Saitō Makoto (斎藤実, minister van Binnenlandse Zaken en grootzegelbewaarder[20]), Takahashi Korekiyo (高橋是清, minister van financiën), Suzuki Kantarō (鈴木貫太郎, admiraal en grootkamerheer[21]), Watanabe Jōtarō (渡辺錠太郎, generaal en hoofdadviseur voor het onderwijsbeleid), Okada Keisuke (岡田啓介, premier), Makino Nobuaki (牧野伸顕, ex-grootzegelbewaarder) en Saionji Kimmochi(西園寺公望, politieker). Takahashi, Suzuki, Watanabe en Saitō overleefden de opstand niet. Okada had het geluk dat zijn zwager goed op hem leek waardoor de rebellen zich van persoon vergisten en de zwager neerschoten.
Hirohito reageerde aangeslagen op deze gebeurtenissen en wou zo snel mogelijk het incident de kop indrukken. Hirohito reageerde zo hevig omdat zijn eigen toekomst en misschien zelfs zijn leven op het spel stonden. Hij vond het niet meer nodig om zich bezig te houden met compromissen en intriges om rivaliserende groepen tevreden te stellen en tegen elkaar uit te spelen. Hirohito gedroeg zich als opperbevelhebber en beval de minister van Marine de vloot te mobiliseren om desnoods op die manier de rebellen te onderdrukken. Hirohito wou via hard ingrijpen de rebellen tot overgave dwingen. Onderhandelen met de muiters zou, volgens Hirohito, blijvend gezichtsverlies veroorzaakt hebben. Omdat men in de waan was dat premier Okada dood was [22] had Hirohito Gōto Fumio (後藤文夫) als waarnemend premier benoemd. Een lastige beslissing, want toen had hij 2 premiers. Toen het kabinet en de legerleiding een plan voor het neerslaan van rebellen aan het opstellen waren, liet Hirohito zich om het half uur inlichten over hun vorderingen. Veel kwam er uit dit overleg niet voort. Na urenlang beraadslagen kwamen ze met een verklaring (die aan het Japanse volk meegedeeld zou worden) dat Tokio onder het gezag van de 1ste divisie was geplaatst en dat de barricades, controleposten waren die waren opgericht met toestemming van de keizer. Hirohito was razend over deze verklaring. Naar de buitenwereld scheen het uit alsof de rebellen officiële goedkeuring kregen voor hun acties, terwijl Hirohito de rebellen eigenlijk hardhandig wou neerslaan.
Tegen de avond kwam het kabinet het over 2 punten overeen. Ze wilden onmiddelijk de staat van beleg afkondigen en heel het kabinet bood zijn ontslag aan uit schaamte voor wat er gebeurd was. Hirohito stemde in met de staat van beleg, maar vroeg de ministers voorlopig nog aan te blijven. Uit zijn uiterst koele stem viel echter op te maken dat hun dagen geteld waren.
Honjō[23] raadde Hirohito aan van de rebellen mild te straffen omdat ze hun daden deden met de overtuiging dat het voor het welzijn van de natie was. Hirohito moest hier echter niets van weten en eiste dat de rebellen zwaar veroordeeld werden. Door Hirohito's invloed werd in de officiële berichtgeving de benaming van de muiters veranderd van "een groep die in beweging is gekomen om het staatsbestel te handhaven en te verduidelijken" naar "het opstandige leger".
Toen Hirohito het beu was van te wachten op de legerleiding, die er maar niet in slaagde van een oplossing te vinden, zei hij tegen Honjō "Als ze niet snel iets tegen de muiters ondernemen, zal ik persoonlijk het bevel over de Keizerlijke Garde op mij nemen en hen onderwerpen.". Op de 3de dag van de crisis, 28 februari, had Hirohito genoeg van het wachten. In de vroege ochtend vaardigde hij een keizerlijk edict uit waarin hij de rebellen opriep zich snel uit de bezette stadsdelen terug te trekken en naar hun barakken terug te keren. Indien ze dit niet binnen de 24 uur deden, zouden regeringsgetrouwe troepen het vuur op hen openen. Hierdoor verloren velen van de rebellen de moed en keerden terug naar hun barakken. Via Honjō kwam Hirohito te weten dat de bezetters van het ministerie van Oorlog enkel zelfmoord als een uitweg zagen, enkel en alleen als er een afgezant van de keizer aanwezig was op het ritueel. Hirohito vond dat zo'n mensen geen afgezant van de keizer verdienden.
Op de ochtend van 29 februari waren de legerbevelhebbers eindelijk bereid tot actie over te gaan. Bij het aflopen van Hirohito's ultimatum, om 8 uur 's morgens, riep de militaire gouverneur de rebellen door een luidspreker op om zich over te geven. Tanks rukten op door de straten en vliegtuigen wierpen boven het centrum pamfletten uit met de tekst:
- "Keer terug naar uw eenheden. Het is nog niet te laat.
- Allen die weerstand bieden zijn verraders. Wij zullen hen neerschieten.
- Denk aan uw familie, die huilt om uw verraad."
- "Keer terug naar uw eenheden. Het is nog niet te laat.
De onderofficieren en soldaten keerden prompt terug naar hun barakken. De laatste leiders gaven zich zonder verzet over en werden in een legergevangenis geplaatst. Ze gaven zich zonder verzet over omdat ze dachten dat ze tijdens hun langdurige processen ruimschoots de gelegenheid zouden krijgen voor hun zaak op te komen en slechts een milde straf zouden krijgen, zoals bij soortgelijke processen in het verleden[24]. Dat was buiten Hirohito gerekend. Hij beschouwde de opstand als een "onuitwisbare zwarte vlek op de geschiedenis van de heilige Shōwa-periode" en was ervan overtuigd de schuldige als voorbeeld te stellen. In het leger en de regering werden enkele duizenden onbetrouwbare personen uit hun ambt ontzet. O.a. Honjō werd de laan uitgestuurd omdat Hirohito dacht dat hij iets met de opstand te maken had.
Uit Hirohito's handelingen omtrent het 26 februari-incident valt duidelijk op te maken dat Hirohito over aanzienlijke macht beschikte. Toen hij merkte dat het leger en de regering niet deden wat hij wou, nam hij het recht in eigen handen en loste hij het conflict zelf op. Zijn krachtig gedrag zorgde ervoor dat hij na het 26 februari-indicent nog meer macht had. Bovendien was het leger en de regering veel extremisten kwijt die Japan aan expansie wilden laten doen. Toch bevond Japan zich 18 maanden later, met Hirohito's goedkeuring, in de 2de Sino-Japanse oorlog. Hirohito vond dat militaire operaties buiten de eigen grenzen beter waren dan de voortdurende onrust die de complotten in eigen land verzoorzaakten. Ondanks zijn vechtlustige houding ten opzichte van de muiters leverde Hirohito zich op deze manier volledig over aan de militairen, hij had net zo goed meteen op hun wensen kunnen in gaan. Deze beslissing laat goed zien hoe Hirohito vooral bezorgd was over zijn eigen positie en die van het keizerlijke huis. Beiden moesten in stand blijven, kost wat kost.
Het Marco Polo-brug-incident (盧溝橋事件 Rokōkyōjiken)
Op 7 juli 1937 werd even ten noorden van Peking, door de in Noord-China gelegerde Japanse troepen, het Marco Polo-brug-incident uitgelokt. Dit betekende het begin van de 2de Sino-Japanse oorlog. Net zoals het Mukden-incident was alles goed voorbereid om de schuld op Chinese dissidenten af te kunnen schuiven en van een klein conflict een regelrechte oorlog te maken.
Met Hirohito's volledige instemming kreeg het Kantō-leger in Noord-China snel versterking. De steun van Hirohito aan deze aanval op China had meerdere redenen. Het conflict vond plaats 2 dagen nadat de Guomindang[25] en de Chinese communisten en akkoord hadden gesloten waarbij ze hun geschillen bijlegden om tegen hun gezamelijke vijand, Japan, te kunnen vechten. Op 17 juli, 10 dagen na de uitbreken van de 2de Sino-Japanse oorlog, werden 19 Japanse officieren geëxecuteerd voor hun aandeel in de 26 februari-opstand. Door de oorlog werd er in de media over de executies nauwelijks iets over vermeld. Hirohito's angst voor het communisme en zijn angst voor het mogelijke effect van de executies zorgden ervoor dat hij de gang van zaken als een bevredigende oplossing zag. Hij wou ook de binnenlandse onrust temperen via een buitenlands conflict. Nogmaals had zijn drang naar zelfbehoud een hoge kost.
Hirohito werd volledig ingelicht over wat zijn commandanten in China aan het voorbereiden waren. Hij werd van alle troepenbewegingen en interne promoties op de hoogte gehouden en hij ontving alle commandanten voor hun vertrek naar China. Naar het buitenland liet hij, via misleiding, echter uitschijnen dat hij niets aan de situatie kon doen en dat het land in handen was van de militairen. In tegenstelling tot het Mukden-incident kan onmogelijk worden volgehouden dat de belangrijke beslissingen achter Hirohito's rug om werden genomen of dat hij door de legercommandanten voor een voldongen feit werd gesteld. Hij toonde niet de afstandelijkheid en besluiteloosheid van tijdens het Mukden-incident. Hirohito betreurde de escalatie van de oorlog niet, hij gebruikte zijn invloed om de oorlog voort te zetten. De enige kritiek die hij later op de 2de Sino-Japanse oorlog uitte was dat de oorlog niet snel genoeg werd gewonnen. Hirohito's generaals hadden hem beloofd dat de verovering van China op enkele maanden afgerond zou zijn. Dat deze overwinning niet snel behaald werd, was voor Hirohito een groot probleem. Hij had namelijk zijn zinnen gezet op de "Mars naar het Zuiden"[26]. Om dit te kunnen doen moesten de troepen, die in China gestationeerd waren, naar het zuiden gestuurd worden. Hirohito was een tegenstander van het beëindigen van de oorlog in China zonder een totale overwinning, anders zou het lijken op een nederlaag en dat was een schande.
Slachting van Nanking (南京大虐殺 Nankin daigyakusatsu)
De verovering van Nanking in december 1937 ging gepaard met een genocide die duurde tot februari 1938. Minstens 100000 krijgsgevangenen en burgers werden gedood, 20000 vrouwen verkacht en de hele stad werd geplunderd. Dit gebeurde zeker en vast niet op bevel van Hirohito[27] , maar hij was ongetwijfeld op de hoogte van wat er zich afspeelde in Nanking. Enkele dagen voor de opmars naar Nanking had hij in het paleis een stafkamer laten inrichten waar alle middelen beschikbaar waren om te oorlog te kunnen volgen. Alle belangrijke militaire berichten bereikte via deze manier de keizer. Het kan dus niet anders dan dat hij berichtgeving had ontvangen over de slachting[28]. Hirohito hield zich echter weer afzijding en liet het gebeuren. Hij onderhield zelfs goede relaties met zijn aangetrouwde oom prins Asaka Yasuhiko (朝香鳩彦, 1887-1981) die mee verantwoordelijk was voor de slachting. Hirohito en Asaka speelden wekelijks een partijtje golf. We kunnen ervan uitgaan dat tijdens deze golfpartijtjes er ook over het onderwerp Nanking gepraat werd.
Het Driemogendhedenpact (日独伊三国同盟 Nichi-Doku-I sangoku dōmei)
Het Driemogendhedenpact werd op 27 september 1940 door Japan, Duitsland en Italië ondertekend. Door dit verdrag beloofden de 3 landen militaire steun aan elkaar en erkende ze elkaars soevereiniteit in hun eigen continent. Duitsland en Italië mochten in Europe een nieuwe orde stichten, en Japan in Azië.
Weeral probeerde men Hirohito voor te stellen als een tegenstander van een belangrijke politieke beslissing. In realiteit was Hirohito er eigenlijk van overtuigd dat dit pact het enige beschermmiddel tegen een Amerikaanse aanval was[29]. Sinds het begin van de 2de Sino-Japanse oorlog waren de relaties met Amerika helemaal verzuurd. Amerika had zelfs economische embargo's tegen Japan uitgevaardigd. Hierdoor lijdde Japan aan een tekort aan belangrijke grondstoffen zoals olie. Uiteindelijk zou dit leiden tot de Japanse aanval op Amerika.
Bij de officiële proclamatie van het pact gebruikte Hirohito een erg uitbundig taalgebruik.
- Het is de grote opdracht van Amaterasu dat onze verheven morele plicht naar alle windstreken wordt uitgedragen en dat de wereld onder één dak wordt verenigd. Wij houden deze opdracht dag en nacht voor ogen... [Het pact is] een bron van grote vreugde... wij geloven dat het van een ongeëvenaarde grootsheid getuigt alle naties hun juiste plaats te laten zoeken en myriaden volkeren ongestoord van de vrede te laten genieten... Onze onderdanen zijn gehouden de inrichting van de maatschappij aanzien en zuiverheid te verlenen en zich dit grootse gebeuren in overleg en samenwerking eigen te maken, opdat zij de Keizerstroon tussen hemel en aarde beschermen.
Tevens achtte Hirohito het nodig om bij de officiële inhulding van het pact, een religieus ritueel te laten uitvoeren. Dit religieus ritueel stond niet voorgeschreven in het protocol omtrent zulke gebeurtenissen. Op deze manier benadrukte Hirohito het belang van het pact.
Pearl Harbor
De bezetting van Indo-China zorgde voor nog meer problemen met Amerika. Amerika wou de onvoorwaardelijke terugtrekking van de Japanse troepen. De Japanners moesten hier echter niets van weten. Dit zorgde voor een diplomatieke oorlog tussen Japan en Amerika. Met als gevolg een totaal verbod op de uitvoer van olie, sloopijzer, staal en vliegtuigbrandstof naar Japan en bevriezing van Japanse tegoeden in Amerika. Deze economische maatregelen zouden in een korte tijd Japan economisch ten gronde gericht hebben. Japan kon namelijk niet genoeg grondstoffen halen uit de door hun bezette gebieden.
Voor de Japanners leek een aanval op Amerika onvermijdbaar was. Hirohito nam deel aan het overleg over een aanval tegen Amerika. Hij had niet zo zeer morele problemen met het aanvallen van Amerika, hij had vooral schrik voor een nederlaag. Zijn generaals konden hem geen 100% zekerheid geven dat Japan zou winnen en bij de 2de Sino-Japanse oorlog waren zijn generaals ook veel te optimistisch geweest. Ze slaagden er echter in van Hirohito te overtuigen dat een aanval op Amerika noodzakelijk was. Hoe langer de oorlog uitgesteld werd, hoe slechter Japans positie zou worden door een tekort aan voorraden. Hirohito deelde uiteindelijke deze mening, en stemde met een aanval op Amerika in.
Op 7 december 1941 voerde Japan een verrassingsaaval uit op de Amerikaanse militaire haven Pearl Harbor. Met deze aanval werden zowel Japan als Amerika in Wereld Oorlog 2 geworpen. Deze aanval werd al sinds 1939 voorbereid. Hirohito was goed op de hoogte van hoe de aanval op Pearl Harbor zou verlopen. Hij kreeg gedetailleerde rapporten en deed mee aan vergaderingen over de aanval. Hij had zelfs de mogelijkheid om wijzigingen aan te brengen. I.p.v. de passieve, onwetende rol die men Hirohito wilt toeschrijven was hij eigenlijk een actieve mederwerker van heel het plan. Tesamen met de aanval op Pearl Harbor deden de Japanners verrassingsaanvallen op Malakka, Thailand en de internationale concessie in Shanghai. De keuze voor verrassingsaanvalrn was gebaseerd op een uitspraak van Hirohito. Hij vond dat verrassing en geheimhouding essentieel waren voor het welslagen van een ingewikkelde operatie op verschillende fronten tegelijk.
Hirohito tijdens Wereld Oorlog 2
Paleisambtenaren, achtereenvolgende Japanse kabinetten, vooraanstaande deskundigen en publicisten en niet in de laatste plaats Hirohito zelf hebben de indruk gewekt dat de oorlogsjaren een voortdurende nachtmerrie voor de keizer waren. Het was echter pas een nachtmerrie vanaf 1943. Toen was het duidelijk dat de oorlog voor de Japanners slecht zou aflopen. Net zoals bij de Duitsers werden de successen uit het begin van de oorlog vervangen door nederlaag na nederlaag. Tijdens het begin van de oorlog was Hirohito echter blij met de situatie. Zijn Japanse keizerrijk breidde zich gestaag uit en de droom van een Groot Aziatisch Gemenebest onder Japans leiderschap leek nog realistisch.
Hirohito uitte zijn tevredenheid door als opperbevelhebber regelmatig leger en vloot met hun grote overwinningen te feliciteren. Hirohito steunde de oorlogsmachine, hij wou pas vrede sluiten als de geallieerden de Japanse hegemonie in Azië erkenden. De enige reden waarom Hirohito de oorlog snel beëindigd wou zien was dat een te lange duur van de strijd het Japanse leger te hard zou verzwakken. De mensenlevens die verloren gingen en de pijn die de oorlog veroorzaakte was niet zijn grootste zorg. Toen Japan duidelijk aan de verliezende hand was, jutte Hirohito toch zijn generaals op om verder te vechten. Hij wou de geallieerden nog 1 zware slag toebrengen zodat Japan in een betere onderhandlingspositie zou staan. Dit was voor Hirohito essentieel omdat hij dacht dat hij, bij een onvoorwaardelijke overgave, afgezet en het keizerschap afgeschaft zou worden.
Bij de verdediging van Hirohito wordt altijd verwezen naar de Japanse overgave. Hirohito zou op eigen kracht de oorlog gestopt hebben omdat hij niet langer kon aanzien wat de militairen met zijn land deden. Dit heroïsch verhaal is, net zoals vele andere na-oorloogse verhalen over Hirohito, zeer twijfelachtig en het vormt een paradox. Hoe kan een machteloze marionet, zoals hij zichzelf graag voorstelde na de oorlog, op eigen kracht een land in handen van extremistische militairen tot vrede dwingen? Dat Hirohito Japan tot vrede dwong bewijst nogmaals dat hij wel veel macht bezat. Deze keuze voor vrede maakte hij echter niet uit goedheid. Reeds in 1944 was er in de Japanse regering al een beweging naar een vredesverdrag. Hirohito werkte hier gedeeltelijk met mee, maar hij steunde evengoed de voorzetting van de oorlog om toch maar die laatste overwinning te kunnen behalen. Erger nog, in 1945 keurde Hirohito nog een resolutie goed getiteld "Fundamentele politiek ten aanzien van de oorlogsvoering" waarin gesproken werd over "de eervolle dood van 100 miljoen zielen". Deze resolutie ging over de strijd die iedere Japanner moest voeren tot de dood. Hirohito's grootkamerheer Kōichi Kido[30] (木戸幸一, 1889–1977) vond dit te ver gaan en zag in dat vrede een veel betere oplossing was. Hij wist Hirohito van zijn standpunt te overtuigen en hem het Verdrag van Potsdam te laten aanvaarden. Zelfs na de 2 atoombommen en een oorlogsverklaring van de Sovjet-Unie ijverde Hirohito nog voor een vredesverdrag waarin de positie van de keizer niet in gevaar kwam. Pas nadat de Amerikanen hem lieten weten dat zijn keizerlijke positie in stand zou blijven, ging hij met het verdrag akkoord.
Toen hij op 12 augustus de keizerlijke familie inlichtte over het einde van de oorlog, vroeg prins Akasa of de oorlog verder zou gaan indien zijn positie toch niet in stand werd gehouden. Daarop antwoorde Hirohito "Natuurlijk!". Op 15 augustus werd het einde van de oorlog via radio aan het Japanse volk meegedeeld en was Wereld Oorlog 2 officieel gedaan.
Voetnoten
- ↑ Tijdens het leven van een keizer verwijst men in Japan naar de keizer met de term Tennō Heika (天皇陛下). Het gebruiken van de voornaam van de keizer (de keizer heeft geen familienaam) bv. Hirohito, wordt door Japanners als onbeleefd beschouwd. Na de dood van de keizer wordt hij benoemd met de naam van zijn regeerperiode bv. Shōwa.
- ↑ Hij was al sinds 1921 regent.
- ↑ De keizer is in de huidige Japanse grondwet echter herleid tot een symbool zonder formele politieke macht.
- ↑ Awouters, Marci. Het Internationaal Militair Tribunaal voor het Verre Oosten. p.42
- ↑ Awouters, Marci. Het Internationaal Militair Tribunaal voor het Verre Oosten. p.42
- ↑ Awouters, Marci. Het Internationaal Militair Tribunaal voor het Verre Oosten. p.42
- ↑ Awouters, Marci. Het Internationaal Militair Tribunaal voor het Verre Oosten. p.41
- ↑ Wetzler, Peter. Hirohito and war: imperial tradition and military decision making in prewar Japan. p.13, 14.
- ↑ Wetzler, Peter. Hirohito and war: imperial tradition and military decision making in prewar Japan. p.14
- ↑ Wetzler, Peter. Hirohito and war: imperial tradition and military decision making in prewar Japan. p.14
- ↑ In Japan moet een journalist lid zijn van een journalistenclub om bv. de keizer van dichtbij te kunnen volgen. Indien men zo geen licentie heeft is het dus moeilijk om over een onderwerp informatie te verkijgen.
- ↑ Motoshima is de voormalige burgemeester van Nagoya. Een maand voor de dood van de keizer zei hij: "Volgens mij draagt de keizer verantwoordelijkheid voor de oorlog. Maar de overgrote meerderheid van de bevolking en de geallieerde machten hebben hem daarvan bevrijd. De keizer is nu het symbool van onze nieuwe grondwet. Naar mijn mening moeten we aan deze opstelling vasthouden.", onstond er hevig protest. Vooral vanuit de extreemrechtse en ultranationalistische hoek. Ze zochtten vergelding door een aanslag op Motoshima's leven te plegen. Motoshima overleefde deze aanslag.
- ↑ De Verklaring van Potsdam werd op 26 juli 1945 aan de Japanse overheid en de wereldpers meegedeeld. In 13 punten werden de overgave van Japan geëist. Het laatste artikel waarschuwde Japan voor een vlugge en totale destructie indien indien Japan zich niet overgaf. De Japanse overheid paste de mokusatsu (negeer)-tactiek toen. Pas na 2 atoombommen en een oorlogsverklaring van de Sovjet-Unie werd er met het verdrag ingestemd.
- ↑ In Japan werkt men met het 2-kamerstelsel. Er is het Lagerhuis (衆議院, shūgiin) en het Hogerhuis (参議院, Sangiin), vergelijkbaar met onze Kamer en Senaat. Traditioneel representeerde het Lagerhuis het volk en het Hogerhuis de staat en de keizer.
- ↑ Ter vergelijking. Koning Leopold 3 van België werd na de 2de wereldoorlog afgezet omdat hij niet gevlucht was naar het buiteland en volgens de Belgische bevolking niet genoeg verzet tegen de bezetters had getoond. Hirohito daarentegen, mocht van de Japanse bevolking zijn positie behouden zelfs nadat hij openlijk de militaristische beweging gesteund had.
- ↑ Aisin-Gioro 'Henry' Pu Yi (1906–1967) was onder de naam Xuantong de laatste keizer van de Qing-dynastie en tevens ook de laatste keizer van China. Tijdens de Japanse bezetting van Mantsjoerije diende hij als stroman voor de Japanse overheersers.
- ↑ Japanse militaire troepen die in Mantsjoerije gestationeerd waren om de Japanse spoorwegen te bewaken. Ze speelden een essentiële rol in de verovering van Mantsoerije.
- ↑ Geïnspireerd door de schrijver Kita Ikki (北一輝, 1883-1937). Na het 26 februari incident werd hij opgepakt voor medeplichtigheid, door een krijgsraad veroordeeld en terrecht gesteld.
- ↑ Zaibatsu is de Japanse term voor een groep van bedrijven met verschillende specialisaties, in het exclusief bezit van één familie gedomineerde kapitalistische politiek.
- ↑ Was een ambtenaar door de Hirohito zelf aangewezen. Deze ambtenaar zorgde voor de contacten tussen de keizer enerzijds en het kabinet, de politiek en heel het Japanse establishment anderzijds.
- ↑ Dit was ook een ambtenaar door Hirohito zelf aangesteld. De grootkamerheer regelde de agenda van de keizer (dit betekende dat de grootkamerheer een aanzienlijke invloed had, want hij kon bepalen wie op audiëntie bij die keizer kwam en wie niet), stond aan het hoofd van het hele personeel van het paleis en hij beheerde het grote particuliere vermogen van de keizer (en daardoor onderhield hij ook de relaties tussen de keizer en de zaibatsu).
- ↑ Hij leefde nog, maar zat verborgen in zijn huis dat bezet was door de rebellen.
- ↑ Honjō Shigeru (本庄繁, 1876–1945) was de opperbevelhebber van het Kantō-leger tijdens het Mukden-incident. Tot 1936 was hij Hirohito's persoonlijke assistent.
- ↑ Zulke opstanden en aanslagen werden voordien licht bestraft omdat de daders ze deden uit "liefde voor het vaderland".
- ↑ Benaming van de Chinese Nationalistische partij onder leiding van Chiang Kai-shek
- ↑ Benaming voor wat de Japanners beschouwden als de bevrijding van het door Westerse imperialistische landen bezette Zuid-Oost Azië.
- ↑ Het bevel luidde dat de stad op een ordelijke manier bezet moest worden. Er waren echter enkele commandanten die dit bevel negeerden en een ware slachting aanrichtten.
- ↑ Tijdens de maanden van de slachting was Nanking het meest besproken onderwerp in de Japanse politiek wereld.
- ↑ Behr, Edward. Hirohito, die keizer die moest blijven: de waarheid achter de mythe. p.198.
- ↑ Hij werd op het Tribunaal van Tokio tot levenslang veroordeeld, maar toen in 1951 de Amerikanen Japan verlieten werd hij vrijgelaten.
Bronnen
- Wetzler, Peter. Hirohito and war: imperial tradition and military decision making in prewar Japan. University of Hawai'i Press, 1998
- Behr, Edward. Hirohito, die keizer die moest blijven: de waarheid achter de mythe. A.W. Bruna Uitgevers B.V. Utrecht, 1989
- Chagoll, Lydia. Hirohito keizer van Japan Een vergeten oorlogsmisdadiger?. Houtekiet Antwerpen, 1989
- Adriaensens, Edward en Vanoverbeke Dimitri. Op zoek naar het nieuwe Japan. Globe, 2004
- Vande Walle, Willy. Een geschiedenis van Japan: Van samurai tot soft power. Acco Leuven, 2007
- Maenaut, David. Expansionisme en nationale ideologie van het Groot Japanse Keizerrijk. Leuven, 1988
- Awouters, Marci. Het Internationaal Militair Tribunaal voor het Verre Oosten. Leuven
- "Organisatie" <http://www.gastdocenten.com/KNIL/Hiroito.htm>.(01-11-2007)
- "BBC Timewatch - Emperor Hirohito"
- "Constitution of the Empire of Japan" <http://en.wikisource.org/wiki/Constitution_of_the_Empire_of_Japan#CHAPTER_I._THE_EMPEROR>.(29-11-2007)

