Hirata Atsutane (平田篤胤) 1776-1843

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

Hirata Atsutane (平田篤胤) (1776-1843) was een Japanse religieuze leider van een Shintō school. Hij was samen met Kado no Azumamaro, Kamo no Mabuchi en Motoori Norinaga, één van de vier grote kokugaku geleerden. Hij was een beloftevolle schrijver met uitgebreide interesses, onder meer filologie, geschiedenis en spirituele kwesties.


Inhoud

Levensbeschrijving

Hirata was geboren in Akita als vierde zoon van de Ōwada familie. Hij werd van het ene familielid doorgestuurd naar het andere, want zijn ouders zorgde niet voor hem. Dit kwam waarschijnlijk door de periode van grote droogde en de hongersnood.
Op ongeveer de leeftijd van twintig jaar verhuisde Hirata naar Edo. Men weet niet de juiste details van Hirata’s eerste jaren hier, maar er is wel gezegd geweest dat hij een training onderging in de vechtsport.
Het was heel moeilijk om aan de kost te komen en er waren niet veel andere mogelijkheden dan handarbeid te doen. Ondanks deze financiële problemen zette hij toch zijn studies voort.
Hirata Atsutane werd geadopteerd en waardoor hij zijn huidige naam verkreeg. In het jaar daarop trouwde hij met Ishibashi Orise en kreeg drie kinderen, waarvan de oudste stierf bij de geboorte. Hirata’s financiële situatie werd er niet beter op. Hij spendeerde lange tijden aan zijn studies en beoefende ook geneeskunde zodat hij een extra inkomen had. Men zegt dat hij een zorgzame echtgenoot en liefdevolle vader was. De dood van zijn vrouw in 1812 ontroerde hem diep.
Na zes jaar trouwde Hirata met de dochter van een welvarende landbouwer, die de naam van zijn eerste vrouw overnam wat zeer verrassend was. Door dit huwelijk verbeterde zijn financiële situatie, waardoor hij meer vrijheid had om zijn studies verder te zetten. Hij adopteerde ook een zoon, namelijk Hirata Kanatane.
In zijn latere jaren werd hij kritischer tegenover het Tokugawa regime, die de keizer dwong niet meer dan een machteloos symbool te zijn. Door zijn activiteiten werd Hirata verbannen naar zijn geboorteplaats, waar hij uiteindelijk ook stierf.

Invloed van Motoori Norinaga

In zijn jonge jaren werd hij onderwezen in klassieke Chinese literatuur, geneeskunde en confucianisme. Een lezing van Motoori Norinaga wekte een interesse bij hem op in oude studies.
Hirata verklaarde zichzelf als leerling van Motoori Norinaga, hij vertelde dat de meester in een droom was verschenen en hem als zijn leerling accepteerde. Twee jaar na de dood van deze meester werd Hirata officieel erkend door Motoori Haruniwa, de opvolger van Motoori Norinaga en studeerde ook aan zijn academie.
Het jaar daarop stelde Hirata een kleine private academie op in Edo en kon zich zo meer concentreren op het schrijven (en onderwijzen). Hij breidde Norinaga’s werk verder uit en ontwikkelde zijn gedachte door een grotere nadruk te leggen op politieke en religieuze elementen. Dit maakte Hirata verschillend van de meerderheid van Norinaga’s aanhangers, die zich meer concentreerde op de taalkundige betekenis van de Japanse klassieke teksten.

Werken van Hirata Atsutane

Hirata was een beloftevolle schrijver met uitgebreide onderwerpen. Deze waren vaak van verschillende commentaren voorzien, dit om foute interpretaties te vermijden. Sommige van zijn belangrijkste werken werden geschreven in de beginperiode van 1811.
Een belangrijke bron voor de werken van Hirata was de Japanse mythologie die men vaak vond in oude Japanse verhalen en gedichten. Men vond deze bronnen vaak verdacht omdat ze vaak waren geschreven in het Chinees of in een Japans script ontworpen met een Chinese basis. Volksgeloof werd ook regelmatig bij zijn teksten betrokken.
Ook bovennatuurlijke fenomenen zoals geesten en tengu kon men vaak terugvinden. Naarmate zijn onderzoek vorderde naar tengu kreeg hij een afkeer voor hen en vond hij ze verachtelijk. Hirata was altijd geïnteresseerd in bewijs van ongeziene krachten. Door zijn interesse in de wereld van geesten en het hiernamaals zocht hij niet alleen in oude teksten, maar ook in de bergen. Hier ondervroeg hij bergkluizenaars, één van hen was Torakachi. Hij had een ascetische training ondergaan. Torakachi beweerde ook dat in zijn jeugd bovennatuurlijke ervaringen een deel uitmaakte van zijn alledaags leven. Omdat hij zodanig graag een nieuw medium wou voor zijn bovennatuurlijk onderzoek, ontvoerde hij Torakachi. Want door hem kon hij de gebeurtenissen van de Andere Wereld opvolgen.
Terwijl andere filosofen economische en sociale oplossingen aan het zoeken waren voor de grote crisissen van die tijd, vond Hirata de oorzaken en antwoorden hierop in de wereld van de goden.
In één van zijn eerste werken, namelijk Honkyō Gaihen, gebruikte hij de werken van Jezuïtische missionarissen. Waaronder Matteo Ricci, Diego de Pantoja en Giulio Aleni, die in de vroege zeventiende eeuw in China werkte. Maar de Tokugawa overheid weigerde om hun religieuze boeken toe te laten. Hoe Hirata de kopieën hiervan bemachtigde is nog altijd een mysterie. Zijn werk werd dus geschreven onder invloed van het christendom.
Men kon afleiden uit Hirata’s leer dat men beter geen religies kan beoefenen buiten het Shintoïsme en dat de shōgunaat afgeschat zou moeten worden.
In 1841 werd het duidelijk aan de overheid welk gevaar Hirata teweegbracht en beval hem te stoppen met schrijven. Ook al deed hij dit toch was de invloed die Hirata met zich mee had gebracht niet terug te draaien. (Deze invloed was belangrijk voor de Imperiale Restauratie.) Uiteindelijk werd hij verbannen uit Edo en was verplicht om naar zijn geboorteplaats terug te keren.

Het Hirata Shintoïsme

Hirata en Motoori legden de basis voor de invoering van het staatsshintoïsme. Het was de kokugaku op het einde van de Tokugawa periode dat het meeste invloed had op de vorming van het staatsshintoïsme.
Hirata creëerde een nieuwe visie van het Shintoïsme, namelijk het “Hirata shintoïsme” wat een belangrijke tak van het Fukko Shintoïsme is.
Volgens hem is shintoïsme de ultieme religie en zijn andere religies, waaronder boeddhisme en confucianisme, verlaagde vormen van shintoïsme. Hirata kende zowel Chinese als westerse religies en vond dat Japan met zijn shintoïsme het bijzonderste was door zijn pantheon van goden.
Hirata verdeelde shintoïsme in twee categorieën. De eerste is het “echte” shintoïsme, dit was het shintoïsme in Japan. Het tweede is het “ordinair” shintoïsme wat inhield het shintoïsme van Chou I en scholen die samenwerkte met confucianisme en boeddhisme.
Hirata was veel bezig met het hiernamaals, ook omdat naarmate hij ouder werd het hem verontruste waar de ziel naartoe zou gaan. Yuumeikai had Hirata beschreven als het heiligdom van de doden en tevens een verborgen rijk. Volgens hem kon de ziel, die voor eeuwig is, na de dood het lichaam verlaten en ofwel een kami worden ofwel een demon.

Zijn volgelingen

Hirata had gedurende zijn leven meer dan vijfhonderd studenten en na zijn dood liep dit op tot meer dan duizend, dit dankzij Hirata Kanatane met zijn organisatorische capaciteiten. De studenten kwamen vooral van rijkere stedelingen en boeren, lagere samurai of waren priesters van het shintoïsme. (Meestal had de Hirata school meer aantrek van dorpelingen dan van stedelingen.)
Hirata Kanetana is door Hirata geadopteerd en zijn officiële erfgenaam alsook opvolger.
Na Hirata’s dood veranderd hij zijn leer zowaar in een sekte. Hij moedigde proselieten aan om Hirata’s boodschap te verspreiden in Japan. Hirata Kanetana richtte ook fondsen op voor de publicatie van Hirata’s belangrijkste teksten. Leerlingen moesten een honorarium betalen en een belofte ondertekenen om de “Weg van de Goden” te bestuderen en deze ook trouw te volgen, de voorschriften van de overheid uitvoeren, de school steunen en geen ketterse gedachten te hebben.
Door Kitahara Inao, een leerling van Hirata,zorgde voor de eerste vrouwelijke leerling aan de Hirata school, genaamd Matsuo Taseko. Hij kreeg ook een brief waarin Hirata Kanetane zijn angst uitdrukte dat Edo een mogelijk slachtveld zou kunnen worden. Hierdoor kon hij zijn toewijding bewijzen aan de Hirata school en liet Hirata’s manuscripten verzegeld met het Shirakawa familiezegel, een nobele familie met veel autoriteit over Shinto heiligdommen, verschepen naar de Ina vallei.

Gevolgen

graf van Hirata Atsutane
Hirata’s twee belangrijkste bijdragen aan de geschiedenis is dat hij leider van een kokugaku school was, die een grote invloed had op het keizerlijk hof en zijn staatsshintoïsme tijdens de vroege Meiji periode.
Tijdens een bezoek aan Kyōtō probeerde Hirata een paar van zijn boeken aan het keizerlijk hof te schenken, waarmee direct contact verboden was. Zijn boeken en zijn leer drongen tot de diepste kringen van het hof door. De gedachten van Hirata die de goddelijke natuur beklemtoonde van de keizer, werkte een krachtige invloed uit op de royalisten die vochten voor het herstellen van het keizerlijk regeren. Ook kregen zijn ideeën een groeiend netwerk van voorstaanders in het land.
Yasukuni heiligdom


Hij hielp met zijn culturele en intellectuele invloeden de Japanse cultuur te ontwikkelen.

Hirata was uiteindelijk toch niet de juiste persoon om de Japanse staat te veranderen. Hij was een intellectueel, maar met een kleine basiskennis van politiek en economie. Na Hirata zijn dood en na het herstel van de keizerlijke macht in 1868, werd hij gewaardeerd als held van het keizerlijk nationalisme.

Zelfs vandaag nog leven zijn religieuze leer in de riten uitgevoerd aan het Yasukuni heiligdom.

Opsomming werken van Hirata Atsutane

Een paar belangrijke werken van Hirata Atsutane.
  • Honkyōgaihen
  • Indo zōshi
  • Inō mononokeroku
  • Kaidaiki
  • Kamōsho
  • Katsugorō saisei kibun
  • Kishin shinron
  • Kodō taii
  • Kōkoku doseikō
  • Kokon yomikō
  • Kōninreki unkikō
  • Koshichō
  • Koshiden
  • Koshiseibun
  • Miyabi no kami godenki
  • Morokoshi taikoden
  • Senkyō ibun
  • Shinkishinron
  • Shinshū Hirata Atsutane zenshū
  • Tamadasuki
  • Tama no mihashira
  • Tenchō mukyūreki
  • Zoku Shintō taii

Bronnen

Boeken

  • Van De Walle W. Een geschiedenis van Japan: Van samurai tot soft power, Leuven: Uitgeverij Acco, 2007
  • Creemers, W.H.M. Shrine Shinto after world war II, Leiden, Brill, 1968
  • C.W. Hepner, Genchi Kato. The Kurozumi sect of Shinto, New York, Garland; Kessinger Publishing, 2005
  • Breen, J. & Teeuwen, M. Shinto in history : ways of the kami, Surrey, Curzon Press, 2000
  • Kasulis, T.P. Shinto : the way home; Honolulu, Hawaii; University of Hawaii Press, 2004
  • Thal, S. Rearranging the landscape of the gods : the politics of a pilgrimage site in Japan, Chicago, University of Chicago Press, 2005
  • Teeuwen, M. Shinto : een geschiedenis van Japanse goden en heiligdommen, Amsterdam, Amsterdam University Press Salomé, 2004
  • Hardacre, H. Shintō and the state, 1868 - 1988; Princeton, NJ; Princeton University Press, 1989
  • Burns, S.L. Before the nation : Kokugaku and the imagining of community in early modern Japan, Durham, Duke University Press, 2003

Elektronische Bronnen