Hideyoshi en het buitenland

Uit GeschiedenisJapan

Betrekkingen met het westen

Hideyoshi leefde in een tijd waarin de horizonten verruimd werden. Het middeleeuwse wereldbeeld reikte niet verder dan de boeddhistische landen. India was het einde van de wereld. Met de komst van de Portugese handelaars en de jezuïeten hoorden de Japanners verhalen over een schier fabelachtige wereld. De pracht en rijkdom van de Portugese kraken gaf alleen maar een voorproefje van de macht en rijkdom van de westerse koningen. De tijd was rijp voor verkeer van personen en goederen tussen Japan en het Westen. In 1582 stuurden drie tot het christendom bekeerde daimyō van Kyūshū een gezantschap van jongelingen naar Portugal, Venetië en Rome.

In 1591 stuurt Hideyoshi een brief aan de Portugese onderkoning in Goa (gelegen aan de westkust van het Indische subcontinent), waarin hij een krachtige samenvatting geeft van zijn visie op de internationale betrekkingen. Daarin zegt hij dat hij Japan vrede en eenheid geschonken heeft en dat hij nu hoopt om zijn heerschappij tot China uit te breiden. Hij schept op dat het voor hem een koud kunstje is om op zijn ‘paleisschip’ tot China te varen. Eenmaal daar, zal hij van de gelegenheid gebruik maken om een ommetje tot India te maken en de onderkoning een bezoek te brengen.

Hij geeft de onderkoning dan een preek over de godsdienst en filosofie van Japan, die gekenmerkt worden door menselijkheid en rechtvaardigheid. Over de christelijke leer zegt hij: “In uw land wordt één doctrine onderwezen en alle andere verworpen en u bent onwetend over de filosofie van menselijkheid en rechtvaardigheid. Dus is er geen respect voor God en Boeddha en geen onderscheid tussen heer en onderdanen. Door heresie wilt u de rechtvaardige leer vernietigen. Predik geen onredelijke en verderfelijke doctrines in onwetendheid van wat juist en wat fout is. Enkele jaren geleden kwamen de zogenaamde paters naar mijn land met de bedoeling onze mannen en vrouwen, leken en clerus, te beheksen. Op dat ogenblik werden zij gestraft en zij zullen opnieuw gestraft worden indien zij naar onze gebieden terugkeren om het geloof te verspreiden. Om het even welke sekte of obediëntie zij vertegenwoordigen, zij zullen vernietigd worden. Indien u de wens koestert met dit land vriendschap te sluiten, de zeeën zijn bevrijd van de dreiging der piraten en handelaars mogen komen en gaan...”

Inval in Korea

Hideyoshi koesterde dromen van een groot imperium. Zijn ambitie hield niet op bij de Japanse grenzen. Hij wilde ook zijn hegemonie vestigen over de Ryūkyū-archipel, Taiwan, Korea, China en de Filippijnen. Relaties met China waren er altijd geweest en de Ashikaga-shōgun hadden meerdere tribuutgezantschappen naar China gestuurd, die vanuit Japans oogpunt vooral commerciële winst tot doel hadden. Vanuit Chinees standpunt ging het hier echter om de bevestiging van de suzereniteit van de Chinese keizer over de Japanse ‘koning’.

Kort na de beëindiging van de eenmaking van Japan, begon Hideyoshi zijn onderwerping van China te plannen. Daarvoor moest hij eerst Korea aan zijn kant zien te krijgen, omdat dit de springplank naar China was. Hij eiste dus dat Korea zich zou onderwerpen, hetgeen hier in deze context betekent dat de Koreaanse koning de suzereniteit van de Japanse keizer zou erkennen, naar het voorbeeld van de Chinese tribuutrelaties. Hij kreeg echter nul op het rekest en in 1592 lanceert Hideyoshi een militaire campagne op het Koreaanse schiereiland, geleid door zijn trouwe vazallen Katō Kiyomasa en Konishi Yukinaga. De Japanse troepen landen in Pusan 釜山 en in een maand tijd is de hoofdstad Seoul (Hanyang 漢陽) gevallen. Katō Kiyomasa rukt zelfs op tot P’yŏngyang 平壌 en verder noordelijk. Het tij keert echter al gauw: de Japanse vloot wordt vernietigd door de Koreaanse onder leiding van admiraal Ri Shunshin 李舜臣 (Yi Sunsin). De bevoorrading komt hierdoor ernstig in het gedrang, temeer omdat de Koreanen de tactiek van de verschroeide aarde toepassen. Overal breken opstandjes uit onder het Koreaanse volk, dat een soort guerrilla voert tegen de Japanse invallers. Zij worden ook achternagezet door Chinese troepen, die weliswaar technisch achterop zijn en gemakkelijk verpletterd worden. Maar ziekte en ontbering teisteren het moreel, en de uitputting dreigt, zodat in 1593 het vuren wordt gestaakt en vredesonderhandelingen beginnen.

Ondanks deze dure les blijkt Hideyoshi hardleers te zijn. In 1596 arriveren Chinese gezanten met het antwoord van keizer Wànlí 万暦 op de voorstellen die Hideyoshi in 1593 gedaan heeft. Hij verwachtte veel van dit gezantschap, dat hij van plan was te ontvangen in het onlangs opgerichte prachtige paleis van Fushimi 伏見. De audiëntie greep uiteindelijk plaats in het kasteel van Ōsaka en liep uit op een grote sisser. In het Chinese antwoord werden weliswaar enkele eisen ingewilligd, maar hij werd er toch behandeld als ‘koning’ van Japan en dus vazal van de Chinese keizer. Een andere verhouding met een buitenlandse vorst was niet denkbaar in de Chinese optiek. Hideyoshi was er niet minder boos om. Vanaf begin 1597 stuurt hij opnieuw troepen naar het Koreaanse schiereiland. Weer winnen ze er vele veldslagen, maar wanneer Hideyoshi in 1598 sterft, trekken de Japanners zich terug en eindigt dit roekeloze avontuur.


Hoofdstukken Syllabus tot 1868
tot 645| 645-784| Heian| Kamakura| Muromachi| Eenmaking | Edo