Hideki Tōjō 東條 英機

Uit GeschiedenisJapan

Hideki Tōjō 東條 英機; (30 December 1884– 23 December 1948) was de 40ste premier van Japan wiens mandaat voornamelijk liep tijdens de Tweede Wereld Oorlog. Hij werd voorgegaan door Fumimaro Konoe en opgevolgd door Kuniaki Koiso. Na zijn regeerperiode is hij geëxecuteerd omwille van oorlogsmisdaden.

Alt text
Hideki Tōjō

Inhoud

Biografie

Vroege leven

Tōjō groeide op in een militair gezin, zijn vader was een officier. [1] Als derde van zeven zonen en vijf dochters was Tōjō de gedoodverfde opvolger van zijn vader. Van jongs af aan werd hij klaargestoomd voor een carrière in het leger. Zo zijn er bijvoorbeeld foto's van hem op zeer jonge leeftijd in uniform. Zijn opleiding was dus ook geheel gericht op een militaire carrière. Helaas stelden zijn vroege schoolresultaten niet zo heel veel voor. Tōjō haatte het echter om de mindere te zijn van anderen, zodat zijn prestaties in hoge mate verbeterden in de militaire academie van Tokio waar hij studeerde. Hij verliet de academie in het jaar 1905[2] met de positie van 2de luitenant. Vijf jaar later trouwde hij met Ito Katsu. Zij was, wat zeer ongewoon was voor die tijd, bezig met universitaire studies. In die tijd waren meisjes immers vaak niet opgeleid. Omwille van haar huwelijk heeft ze haar studies niet afgemaakt. Zij en Tōjō kregen samen zeven kinderen. Later, tijdens de oorlog zou ze speeches geven die de propaganda van haar man ondersteunden.

Begin van de carrière

Na het verlaten van de militaire academie nam hij deel aan de Russisch-Japanse oorlog. Veel heeft hij echter niet moeten doen want zijn jaar was vroeg afgestudeerd omwille van een schrijnend tekort aan officieren. Daardoor was er weinig werk op het slagveld maar ook niet veel kans op promotie naar hogere rangen. Na zijn buitenlandse missie kreeg hij een kleine decoratie en werd eerste luitenant. In 1912 ging hij naar het “War College[3]”. Het was een prestigieuze instelling waar men niet zomaar binnen raakte. Tōjō blonk echter uit als een toegewijde student en kreeg toen hij afstudeerde zelfs een bijzondere onderscheiding. Daarbij werd hem ook nog eens de rang van kapitein toegewezen en ging hij, in 1919 mee naar zwitserland als attaché[4]. Een jaar later werd hij, tijdens zijn terugkeer naar Japan, gepromoveerd tot majoor en nog een jaar later ging hij weer als attaché naar het buitenland, dit keer naar duitsland. Vaak reisde hij omwille van financiële omstandigheden alleen. Hij keerde in het jaar 1922 terug naar Japan via de VS, dat op Tōjō geen indruk maakte. Hij vond dat ze geen bedreiging voor iemand konden zijn als ze zo, naar zijn mening, decadent waren.
In 1922 werd hij instructeur in het beroemde “war college” waar hij zelf gestudeerd had en hij kreeg gedurende de jaren '20 nog verscheidene militaire functies. Het was ook rond die tijd dat hij zich meer en meer met politiek ging bezighouden. Hij werd lid van het meer conservatieve Tōseiha[5] samen met nog een paar andere grote namen uit die tijd

In 1933 werd hij benoemd tot majoor-generaal, en werd hij te werk gesteld in het ministerie van oorlog. In 1935 werd hij bevelhebber van de Kempeitai[6] van het Kanto[7] leger. Hier kreeg hij de bijnaam “Kamisori” omwille van het feit dat hij ontzettend snel belangrijke beslissingen kon nemen. In 1936 vond er een staatsgreep plaats, maar deze mislukte en had als voornaamste gevolg dat het leger ontdaan werd van radicale officieren en dat Tōjō aan de leiding werd gezet van de fusie tussen de Tōseiha en Kōdōha fractie.
Daarna werd hij stafchef van het Kantō-leger en leidde verscheidene militaire operaties in de tweede Sino-Japanse oorlog[8]. Hij speelde een belangrijke rol in de bezetting van Mantsjoerije maar zou daar later de zware gevolgen van ondervinden.
Onder Seishirō Itagaki werd hij vice-minister van oorlog en bevelhebber van de militaire luchtmacht, in deze functie gedroeg hij zich zeer agressief door verschillende aanvallen op zowel China als Rusland uit te voeren tot 1940. In dat jaar werd hij door eerste minister Konoe aangewezen tot minister van oorlog.

Politiek hoogtepunt

Als minister van oorlog had hij een groot aandeel in het uitbreiden van de Sino-Japanse oorlog en het pact tussen Duitsland, Japan en Italië. Dit zorgde voor internationale spanningen tussen de VS en Japan en uiteindelijk tot economische maatregelen tegen Japan. Tegen die tijd was Konoe veel van zijn politieke macht verloren. Op de laatste samenkomst van het kabinet zei Tōjō:

“For the past six months, ever since April, the foreign minister has made painstaking efforts to adjust relations. Although I respect him for that, we remain deadlocked.... The heart of the matter is the imposition on us of withdrawal from Indochina and China.... If we yield to America's demands, it will destroy the fruits of the China incident. Manchukuo will be endangered and our control of Korea undermined.”[9]

Op 17 oktober 1941 nam Konoe ontslag als eerste minister, hij voelde dat het vertrouwen van de keizer in hem op een lage pijl stond. Hij verwoordde het als volgt:
Of course his majesty is a pacifist, and there is no doubt he wished to avoid war. When I told him that to initiate war is a mistake, he agreed. But the next day, he would tell me: "You were worried about it yesterday, but you do not have to worry so much." Thus, gradually, he began to lead toward war. And the next time I met him, he leaned even more toward war. In short, I felt the Emperor was telling me: "My prime minister does not understand military matters, I know much more." In short, the Emperor had absorbed the views of the army and navy high commands.[10]

De volgende dag werd Tōjō door de keizer Hirohito ontboden. In zijn dagboek schreef hij dat hij dacht dat de keizer hem op de vingers wilde tikken voor zijn mening over het laatste kabinet van Konoe. Het bleek een dag later dat de keizer hem als premier wilde. De keizer had ook al meteen een opdracht voor zijn nieuwe premier, dat was uitzoeken of er nog een vredige uitweg was, met andere woorden: proberen om oorlog te vermijden. Dus ging Tōjō met zijn kabinet op zoek naar een oplossing. Die meldden echter op 2 november dat een vredige oplossing in het conflict met de rest van de wereld onvindbaar was. Hierop gaf Hirohito de toestemming voor oorlog. Dat was op 5 november. Tijdens de rest van de maand probeerde Tōjō nog een paar keer om de vrede te bewaren, terwijl ondertussen zijn medewerkers hun oorlogsplannen al de keizer voorlegden en die deze op zijn beurt voor de VS, Engeland en Nederland goedkeurde. Dit deed hij op de Keizerlijke conferentie van 1 december 1941. Zes dagen later begon de oorlog tegen de Verenigde Staten wanneer Japanse vliegtuigen Pearl Harbor aanvallen. Eerst leek het of de aanvallen succes hadden, tot aan het gevecht bij midway. Het was een verpletterende nederlaag, maar dankzij slim gebruik van propaganda wist hij het op een soort overwinning voor Japan te doen lijken.

Dit kwam simpelweg door het feit dat hij gedurende zijn mandaat als premier zich meer en meer functies had kunnen toe eigenen. Hij stond ondertussen aan het hoofd van het leger, handel, het ministerie van onderwijs etc. Tōjō was een dictator geworden, en kon zo de “nationalistische indoctrinatie” zowel in het onderwijs als in het algemeen ongestoord uitbreiden.

Terechtstelling & Levenseinde

Na het gevecht bij midway kreeg hij echter meer en meer tegenstand dus moest hij om zich van zijn posities te kunnen verzekeren door zichzelf te benoemen tot stafchef van het keizerlijke leger van Japan. Na de val van Saipan[11] had het echter geen zin meer. Vanaf dan ging het voor Tōjō enkel nog bergafwaarts. Na de overgave van Japan in 1945 gaf Douglas MacArthur het bevel om de oorlogsmisdadigers te arresteren. Tōjō was bij de veertig eerste daarvan. Wanneer Tōjō dit vernam liet hij bij hem thuis een dokter komen en de plek waar zijn hart zat aanduiden. Even later kwam de amerikaanse militaire politie Tōjō arresteren. Voor ze binnen waren hoorden ze echter een schot. Als ze na wat moeite toch binnen raken zien ze dat hij ondanks dat zijn hart met een zwarte plek was aangeduid, vier keer geschoten had en toch nog leefde. Toen ze hem vonden mompelde hij het volgende; “Het spijt me dat ik er zo lang over doe om te sterven, de oorlog was rechtvaardig. Ik voel spijt voor de grote Aziatische machten Ik wacht op rechtvaardige veroordeeling door de westerse machten. Ik wou zelfmoord plegen maar soms mislukt dat[12]
Hij werd naar het ziekenhuis gebracht en daarna naar Sugamo[13], daar werd hij vastgehouden voor zijn proces. Hij werd terechtgesteld door het Militair tribunaal voor Oost Azië, voor de volgende oorlogsmisdaden:

  • Het voeren van agressieve oorlog, in overtreding van internationale wetten
  • Het voeren van de niet geprovoceerde oorlog tegen De republiek China
  • Het voeren van agressieve oorlog tegen de Verenigde Staten van Amerikaans
  • Het voeren van agressieve oorlog tegen het gemenebest van naties
  • Het voeren van agressieve oorlog tegen Het koninkrijk der Nederlanden
  • Het voeren van agressieve oorlog tegen de franse republiek
  • Het bevel om toestemming voor de onmenselijke behandeling van krijgsgevangen geven.[14]

Hiervoor nam hij bij de veroordeling volle verantwoordelijkheid. Als voorbeeld is hier een deel uit de verklaring die hij bij zijn proces aflegde:

“It is natural that I should bear entire responsibility for the war in general, and, needless to say, I am prepared to do so. Consequently, now that the war has been lost, it is presumably necessary that I be judged so that the circumstances of the time can be clarified and the future peace of the world be assured. Therefore, with respect to my trial, it is my intention to speak frankly, according to my recollection, even though when the vanquished stands before the victor, who has over him the power of life and death, he may be apt to toady and flatter. I mean to pay considerable attention to this in my actions, and say to the end that what is true is true and what is false is false. To shade one's words in flattery to the point of untruthfulness would falsify the trial and do incalculable harm to the nation, and great care must be taken to avoid this.” [15]

Hij werd veroordeeld op 12 Nov 1948, de straf zelf werd uitgevoerd op 23 Dec 1948. Voor de executie verontschuldigde hij zich voor alles dat hij had laten gebeuren, hoewel hij in verband met sommige zaken zei dat hij orders volgde gegeven door keizer Hirohito. Verder vroeg hij ook om compassie te tonen voor het bezette Japan. Tōjō werd bijgezet in de Yasukuni[16] schrijn wat voor bij sommigen kwaad bloed zet omdat ze hem verantwoordelijk houden voor de gruwelijkheden in frans indochina mantsjoerije etc.

Voetnoten

  1. briljant strateeg en bekend in het leger. bron: The Razor, internet, (http://www.onwar.com/articles/0102.htm)
  2. De bronnen geven voor verscheidene promoties verschillende data aan
  3. Het Army War College was een instelling opgericht om het japanse leger te verwesteren en te moderniseren, waar veel eliten van afstudeerden. Bron: Army War College Wikipedia, internet, (http://en.wikipedia.org/wiki/Army_War_College_(Japan))
  4. Een militair attaché gaat mee op diplomatieke missies en om zich daar met het leger bezig te houden. Bron Military Attaché Wikipedia, internet, (http://en.wikipedia.org/wiki/Military_attaché)
  5. Tōseiha was een politieke factie in het japanse leger die politiek gematigde standpunten innam in tegenstelling tot Kōdōha, dat extremistisch ingesteld was. Bron: Tōseiha Wikipedia, internet, (http://en.wikipedia.org/wiki/Tōseiha)
  6. Kempetai was de militaire politie van het Japanse keizerlijke leger. Sterk lijkend op een franse gendarmerie. Bron: Kempetai Wikipedia, internet, (http://en.wikipedia.org/wiki/Kempeitai)
  7. Het Kanto leger was een van de grote onderdelen van het Japanse keizerlijke leger. Het was een van de meest prestigieuze. Bron Kanto leger wikipedia, internet, (http://nl.wikipedia.org/wiki/Kanto-leger)
  8. De Tweede Sino-Japanse Oorlog,was een oorlog tussen China en Japan van 1937 tot 1945.
  9. Hideki Tojo | World War II Database, internet, http://ww2db.com/person_bio.php?person_id=G65
  10. Quote. Bron: Hideki Tōjō - Wikipedia, the free encyclopedia, internet, (http://en.wikipedia.org/wiki/Hideki_Tōjō
  11. Saipan is een eiland dat behoort tot Marianengroep en hoort bij de verenigde staten. Bron: Wikipedia Saipan, internet, (http://nl.wikipedia.org/wiki/Saipan)
  12. Quote, vertaald. Bron: Hideki Tōjō - Wikipedia, the free encyclopedia, internet, (http://en.wikipedia.org/wiki/Hideki_Tōjō
  13. . De gevangenis van Sugamo is gebouwd in de jaren Twintig met een Europese gevangenis als voorbeeld. Bron: Sugamo Wikipedia, internet, (http://en.wikipedia.org/wiki/Sugamo_Prison)
  14. Quote, vertaald. Bron: Hideki Tōjō - Wikipedia, the free encyclopedia, internet, (http://en.wikipedia.org/wiki/Hideki_Tōjō
  15. Quote. Bron: Hideki Tōjō - Wikipedia, the free encyclopedia, internet, (http://en.wikipedia.org/wiki/Hideki_Tōjō
  16. De Yasukuni schrijn is een shinto schrijn in Tokio waar de geesten van overledenen die diensten aan de keizer geleverd hebben worden vereerd, het monument is erg omstreden omdat sommigen vinden dat bepaalde namen er niet thuishoren omwille van oorlogsmisdaden; buiten japan vinden sommigen het ook revisionistisch. Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Yasukuni_Shrine

Bronnen

Boeken

  • W.Vande Walle. Een Geschiedenis van Japan: Van samurai tot softpower,2009.

Internet