Het verdrag van Shimonoseki
Uit GeschiedenisJapan
Inhoud |
Situering
Naar het einde van de 19e eeuw komen de Japanse handel en nijverheid goed op gang en probeert Japan hiervoor buitenlandse afzetmarkten te zoeken. Het meest gunstige gebied voor Japan was in de eerste plaats Korea, dat toen nog altijd een tribuutrelatie had met China en dus de soevereiniteit van de Chinese keizer erkende. Hierdoor bereiken de spanning tussen China en Japan een hoogtepunt. De mening van de Koreanen was verdeeld, de conservatieve partij van de koning koos voor aanhang bij de Chinese keizer en de meer progressieve partij van de koningin zag de toekomst van het land bij Japan. Na enkele incidenten escaleren de spanningen tot gewapende acties en breekt de Eerste Sino-Japanse Oorlog uit in 1894. Bij de Slag van de Gele Zee haalt Japan de overwinning op de Chinese vloot ook te land veroverd Japan gebieden als Mantsjoerije en Shandong. Kort daarna geeft China zich over. De overwinning van Japan was vooral te danken aan het moderne en gedisciplineerde leger, maar ook dankzij de steun van de hele natie die achter de militaire acties van Japan stond. Om het einde aan de oorlog te stellen, komen in maart 1895 onder leiding van John Watson Foster, gewezen staatssecretaris van Amerika, de onderhandelingen tussen China en Japan tot stand en wordt het Verdrag van Shimonoseki opgemaakt.
Totstandkoming van het verdrag
Aan het einde van de Sino-Japanse oorlog, na de overname van Port Arthur (ten zuiden van het Liaodong schiereiland), probeerde China om zo snel mogelijk de vredesonderhandelingen met Japan te beginnen om de oorlog te stoppen voordat de Japanse troepen zouden doorbreken tot Peking. Voor Japan van zijn kant, kwam het er op aan om het vredesverdrag te kunnen opstellen zonder tussenkomst van de grootmachten. Japan mocht dan wel een gemoderniseerd leger hebben, maar tegen de legers van de grootmachten zou het geen kans maken. Verder probeerde Japan om zijn oorlogsbuit te maximaliseren door de oorlog zo lang mogelijk te laten aanslepen. Op territoriaal vlak ging Japan voor de vordering van het Liaodong schiereiland en Taiwan, met het oog op latere uitbreiding van het Japanse rijk.
Mislukte vredesonderhandelingen
Binnen de week na de val van Port Arthur, zet de Chinese regering een eerste vredesmissie op gang. Deze werd geleid door Gustav Dertring, een Duitser die goede banden had met Li Hongzhang en die was aangesteld tot commissaris van de douane van Tianjin, en Alexander Michie, correspondent voor de London Times in Tianjin. Op 26 November 1894 komen ze aan in Hiroshima met een brief van Li Hongzhang gericht aan de toenmalige premier Itō Hirobumi (伊藤博文). De opdracht van Detring bestond uit het bezorgen van de brief en het uithoren van de mogelijke Japanse vredeseisen. Maar de vredesmissie werd niet eens ontvangen door Itō Hirobumi en werd 2 dagen na zijn aankomst teruggestuurd. Japan voelde zich vernederd door het feit dat China 2 buitenlandse, weinig betekende vertegenwoordigers naar Japan stuurde. Voor China was het enerzijds een manier om de aandacht van de grootmachten te krijgen.Anderzijds kon China Japan publiekelijk vernederen.
Met het oog op een optimale oorlogsbuit, wordt na de mislukte onderhandelingen de militaire druk door Japan verhoogt. Binnen een maand na de eerste vredesmissie, word er een tweede vredesmissie naar Japan georganiseerd. Deze keer vertegenwoordigd door John Watson Foster, voormalige staatssecretaris van de Verenigde Staten; Zhang Yinhuan, Raadsminister, voormalige vice-directeur van het Bureau voor Opbrengsten en minister van het Buitenlands Bureau van China (Zongli Yamen); Shao Youlian, voormalige verantwoordelijke van China in St. Petersburg, vroegere gouverneur van Taiwan en uitvoerend gouverneur van Hunan. Door de aanwezigheid van Foster kreeg deze tweede vredesmissie wat geloofwaardigheid bij de Japanners. Deze keer werden de onderhandelaars met meer respect behandeld, en werd er rond de tafel gezeten. Maar toen de Japanse onderhandelaars te horen kregen dat de Chinese gezanten geen autoriteit hadden om de basistekst van een vredesverdrag te tekenen, kregen ze in een speech van Itō Hirobumi te horen dat China zijn verantwoordelijkheid van grootmacht niet serieus nam en dat Japan slechts bereid was de onderhandelingen aan te vatten indien er een Chinese delegatie zou komen die de volmacht had om een vredesverdrag te ondertekenen. Waarop ook deze Chinese vredesmissie naar huis werd gestuurd.
Minachting van de Chinezen
De Chinezen proberen de Japanners voor schut te zetten door hen geen hoog gekwalificeerde vredesonderhandelaars te sturen. Soms worden er wel goede voorstellen voor vertegenwoordigers van de vredesmissies naar voor gebracht, maar deze worden verworpen door de hoogste Chinese autoriteiten. China wil zijn hoogste minachting aan Japan tonen, maar de Japanners spelen het spelletje mee. Met de winnende hand in de oorlog, verhogen de Japanners de militaire druk zodanig dat China niet anders kan dan een gekwalificeerde vredesmissie te sturen. Maar door het lange aanslepen en doordat de Chinese regering niet wil toegeven om Japan als gelijke te behandelen en toch de mogelijkheid had om de oorlog vroegtijdig stop te zetten, maakt China grote verliezen. Het hele Beiyang Leger, waaronder ook de Chinese vloot behoort, werd vernietigd of gevangen genomen en duizenden mensen kwamen om. Verder werd nu ook Weihaiwei door de Japanse grondmacht veroverd en hadden ze samen met de verovering van Liaodong en Port Arthur een gunstige strategische positie om door te stoten naar Peking. Indien China niet zo snel mogelijk de vredesonderhandeling zou starten, stond haar de totale vernietiging te wachten. Maar dat was echter niet de intentie van Japan, want anders kreeg het de andere grootmachten tegen zich.
De derde vredesmissie
De zondebok die de derde vredesmissie zou vertegenwoordigen was Li Hongzhang. Hij was een expert in buitenlands beleid, stichter van het gemoderniseerde Beiyang Leger en had in China de westerse technologie geïntroduceerd. Voor zijn nieuwe verantwoordelijkheid werd hij voor zijn vertrek nog eerst in volle eer hersteld door de Chinese keizer. Op 19 maart 1895 kom Li Hongzhang samen met zijn gezanten aan in de haven van Shimonoseki. Daar wordt hij ontvangen door Premier Itō Hirobumi, die aangesteld was als onderhandelaar voor Japan. Al snel gaan de onderhandelingen van start en word er gesproken over de geschillen tussen beide landen. Verder stelde Li Hongzhang een onmiddellijk staakt-het-vuren voor. Maar dat wordt door de Japanners afgewezen. In plaats hiervan, wordt er door Japan een staakt-het-vuren voorgesteld met heel wat extra eisen, waaronder de bezetting en de ontwapening van heel wat belangrijke Chinese gebieden. Het was onmogelijk voor Li Hongzhang om op deze eisen in te gaan, het werd tevens ook door de Chinese hoogste raad afgewezen. Maar voor Japan was het niet de bedoeling dat de eisen ook direct aanvaard zouden worden. Japan hoopte dat de oorlog nog even verder zou duren omdat de Japanse vloot op weg was voor om Taiwan te bezetten. Taiwan was voor Japan een belangrijke strategische positie om na de oorlog te zorgen voor de verdere uitbouw van het Japanse imperium aan het vaste land.
Op 24 maart, toen de onderhandelingen werden verder gezet, waarschuwde Li Hongzhang Itō Hirobumi dat Japan voorzichtig moest zijn indien de vredeseisen van Japan gepaard gingen met de interessen van de Westerse grootmachten. Verder verklaard hij dat Japan Taiwan zal aanvallen, en dat daarom het staakt-het-vuren werd geweigerd. Na de vergadering beloofde Japan zijn eisen volgende morgen tijdens de vergadering voor te leggen. Maar toen Li Hongzhang terugkeerde naar zijn loge, werd hij door een Japanse jongere beschoten. De kogel kwam terecht in zijn linkerkaak, maar Li weigert om de kogel te laten verwijderen omdat dan de onderhandelingen langer zouden aanslepen dan nodig was. En dat zou alles behalve voordelig zijn voor China. Na de aanslag is heel Japan verontwaardigt en toont begrip voor het doorzettingsvermogen van Li Hongzhang. De Meiji Keizer (明治天皇) stuurt zijn persoonlijke dokters en verontschuldigd zich publiekelijk aan de Chinese regering. Ook in de massapers verontschuldigt Japan zicht tegen China. Hier stelt Japan zich op als mindere tegenover China, hoewel het via de oorlog door China als gelijkwaardige grootmacht erkend wou worden. Men was bang dat Li de onderhandelingen stop zou zetten om zo een tussenkomst van de andere grootmachten te veroorzaken. De Meiji Keizer stelde zelfs een staakt-het-vuren voor een periode van drie weken voor, maar deze geld niet voor Taiwan en de Pescadoren.
Op 1 april, ontmoet Li Jingfang, geadopteerde zoon van Li Hongzhang, de Japanse minister van het buitenlandse beleid Mutsu Munemitsu (陸奥宗光). Nadat Mutsu de gevolmachtigde bevoegdheden van Li Jingfang had goedgekeurd, legde hij Li Jingfang het 11 artikel bevattende verdragsontwerp voor. Het ontwerp weerspiegelde de wensen van de grote groepen in de regering: de Japanse vloot eiste Taiwan op, het leger had zijn oog laten vallen op het Liaodong schiereiland en het ministerie van financiën was tevreden met een grote oorlogsschuld van China. Na verdere onderhandelingen, China vond de territoriale eisen van Japan onaanvaardbaar en de oorlogsschuld te groot, komen beide partijen tot een besluit en wordt op 17 april het verdrag door de gevolmachtigden ondertekend.
Betrokken Partijen
De onderhandelingen en de opstelling van het verdrag werden geleid door John Watson Foster, gewezen staatssecretaris van Amerika en tevens adviseur van de Chinese Qing Dynastie. Het werd ondertekend door Itō Hirobumi en Mutsu Munemitsu in naam van de Japanse Keizer, en door Li Hongzhang en Li Jingfang, die de Chinese Keizer vertegenwoordigden.
Bepalingen van het verdrag
- Artikel 1
China erkent definitief de volledige en complete onafhankelijkheid en autonomie van Korea, en rechtstreeks gevolg daarvan, de betaling van erkeninning en uitoefening van ceremonies en formaliteiten door Korea voor China, dit zal in de toekomst blijven duren.
- Artikel 2
China staat volgende gebieden, samen met zijn versterkingen, wapenarsenalen en publieke eigendommen, af aan Japan:
- Het zuidelijke deel van Fêngtien, samen met bijhorende eilanden in het oostelijk deel van de baai van Liaodong en het noordelijk deel van de Gele Zee.
- Het eiland Formosa (Taiwan) samen met alle eilanden die tot Formosa behoren.
- De Pescadoren, een eilandengroep gelegen tussen 119-120°OL en 23-24°NB.
- Artikel 3
De grenslijnen beschreven in het voorafgaande artikel, en zoals getoond op de bijgevoegde map; zal onderwerp zijn voor verificatie en markering ter plaatse door een Samengestelde Commissie van Restrictie, bestaande uit 2 of meer Japanse en 2 of meer Chinese Afgevaardigen, die onmiddellijk worden aangeduid na de uitwisseling van de ratificaties van deze daad. In geval dat de geplande grenzen in deze daad in enig opzicht gebrekkig zijn, ofwel topografisch ofwel administratief, dan zal de Commissie van Restrictie zich hiermee bezig houden. De Commissie van Restrictie zal zo snel mogelijk aan zijn taak beginnen, en zal een conclusie van zijn werk vormen binnen de periode van 1 jaar, na deze afspraak. De grenzen, beschreven in deze "daad", zullen behouden worden totdat de verbeteringen van de Commissie van Restrictie, als er verbeteringen gemaakt worden, de goedkeuring van de overheden van Japan en China gekregen hebben.
- Artikel 4
China stemt toe om Japan een som van 200 miljoen Kuping taels te betalen als oorlogsafbetaling. De som moet in 8 termijnen betaald worden. De eerste van 50 miljoen taels moet betaald worden binnen 6 maanden, de tweede van 50 miljoen moet binnen de 12 maanden betaald worden. De resterende som moet betaald worden in 6 gelijke termijnen als volgt: de eerste van zulke gelijke jaarlijkse afbetalingen moet betaald worden binnen 2 jaar. De tweede binnen 3 jaar , de derde binnen 4 jaar, de vierde binnen 5 jaar, de vijfde binnen 6 jaar en de zesde binnen 7 jaar na de bekrachtiging van deze Akte. Intrest van 5% per jaar zal beginnen wanneer de eerste afbetaling faalt. China zal het recht hebben om in afwachting, alle schulden op elke moment te kunnen terugbetalen. In het geval dat het volledige bedrag van de vooropgestelde afbetaling binnen de 3 jaar na de bekrachtiging van deze Akte betaald word, zal alle intrest vervallen. De intrest voor 2 en een half jaar of elke kortere periode, als die intrest al betaald is, zal toegevoegd worden als groot geheel aan het bedrag van de afbetaling.
- Artikel 5
De inwoners van de gebieden die afgestaan zijn aan Japan, die wensen buiten die gebieden te gaan wonen, hebben de vrijheid hun eigendom te verkopen en zicht terug te trekken. Voor dit doel wordt een tijd van 2 jaar uitgetrokken na de bekrachtiging van dit document. Al wie tegen dan nog in de gebieden leeft of woont is dan onderhevig aan Japan Elk van de twee overheden zal, onmiddellijk na uitwisseling van de bekrachtiging van dit document, één of meer bevelhebbers naar Formosa sturen met als opdracht de provincie volledig over te geven. Twee maanden na de uitwisseling van de bekrachtiging zal de overdracht voltooid zijn.
- Artikel 6
Alle verdragen tussen Japan en China die ten einde liepen door de oorlog, zal China onmiddellijk na de uitwisseling van de bekrachtiging van deze Akte, enkele afgevaardigden aanduiden die zullen overleggen met Japanse afgevaardigden over een Verdrag van Handel, Navigatie en een conventie om bepalingen in verband met de grenshandel te regelen. De verdragen, conventies en regels die nu bestaan tussen China en de Europese landen zal als een basis dienen voor het reeds vermelde Verdrag en Conventie tussen Japan en China. Vanaf de datum van de uitwisseling van de bekrachtiging van deze Akte tot het reeds eerder vermelde Verdrag en Conventie in feite operationeel zijn, zal de Japanse overheid, haar ambtenaren, handel, navigatie, grenshandel, industrie, schepen, en dingen zullen in elk opzicht overeenkomen door China's meest begunstigde natie-behandeling.
China maakt daardoor de volgende concessies die plaats zullen vinden 6 maanden na de datum van deze Akte:
- De volgende steden, dorpen en havens, mochten ze al open zijn, zullen opengesteld worden voor handel, woningen, industrie en bedrijven van Japanse afkomst, met dezelfde voorwaarden en met dezelfde privileges en faciliteiten zoals die bestaan in de huidige opengestelde steden dorpen en havens van China :
De Japanse overheid heeft het recht om consuls te plaatsen in sommige of alle hierboven vermelden plaatsen.
- Stoomaandrijving voor voertuigen onder Japanse vlag, voor de transport van passagieren en vrachten zal voorzien worden op de volgende plaatsen:
- Aan de Boven Yangtze rivier, van Ichang tot Chungking.
- Aan de Woosung rivier en het kanaal van Shanghai tot Suchow en Hanchow.
- De regels en normen die nu heersen voor het vervoer over de binnenlandse wateren van China voor buitenlandse voertuigen, voor zover van toepassing, zal van toepassing blijven totdat over nieuwe regels en normen, samen overeengekomen wordt.
- Japanse ondernemingen die goederen aankopen of produceren in het centrum van China, of die geïmporteerde goederen transporteren naar het centrum van China, zullen het recht hebben om tijdelijk waarhuizen te huren of lenen voor de opslag van goederen die dan aangekocht of getransporteerd worden, zonder betaling van enige taksen of gelden.
- Japanse ondernemingen zullen vrij zijn om allerlei industrieën op te starten in alle opengestelde steden, dorpen en havens van China, en ze zullen vrij zijn om alle soorten van machines te importeren in China, daarbij enkele betalende de gestipuleerde importtaksen.
Alle goederen gemaakt door Japanse ondernemingen in China zullen, met respect voor de binnenlandse transit en interne taksen, en allerlei, en met respect voor de waarhuizen en opslagmogelijkheden in het centrum van China, zullen op éénzelfde hoogte staan en dezelfde privileges en uitzonderingen hebben als de goederen die door Japanse ondernemingen in China worden geïmporteerd.
- Artikel 7
Behoudens de bepalingen van het volgende artikel, zal de uittocht uit China door het Japanse leger afgerond moeten zijn drie maanden na uitwisseling van bekrachtiging van deze Akte.
- Artikel 8
Als garantie van deze hoopvolle uitoefening van de clausules van deze Akte, zal China de tijdelijke bezetting van het Japanse leger in de provincie Shantung toestaan.
Na de betaling van de eerste twee vergoedingen van de oorlogsafbetaling, die hierin staat, en de uitwisseling van bekrachtiging van het Verdrag van Handel en Navigatie, zal de eerder vermelde plaats ontruimd worden door de Japanse troepen, onder voorbehoud dat de Chinese overheid haar belofte nakomt onder de overeengekomen overeenkomsten. In het geval china dit niet doet, blijven de troepen daar totdat de laatste afbetaling heeft plaatsgevonden. Het is te verstaan dat zulke ontruiming enkel kan plaatsvinden na de uitwisseling van bekrachtiging van het Verdrag van Handel en Navigatie.
- Artikel 9
Onmiddellijk na de uitwisseling van de bekrachtiging van deze Akte, zullen alle oorlogsgevangenen vrijgelaten worden. China noch Japan zal ze mishandelen of straffen. China zal ook Japanners vrijlaten waarvan vermoed wordt dat ze militaire spionnen zijn of die men beschuldigt van andere militaire overtredingen. China zal ze op geen enkele manier straffen of toestaan dat ze gestraft worden.
- Artikel 10
Alle bezwarende militaire operaties zullen stopgezet worden na de uitwisseling van de bekrachtiging van deze Akte.
- Artikel 11
De huidige Akte zal bekrachtigd worden door zijne majesteit, de keizer van Japan en de keizer van China. De bekrachtigingen zullen uitgewisseld worden in Chefoo op de achtste en vijfde dag van de maand van het 28ste jaar van het Meiji tijdperk(明治時代), overeenkomend met de 14de dag van de 4de maand van het 21ste jaar van het Kuan Hsü tijdperk.
Getuige hiervan waren de afgevaardigden, die hetzelfde ondertekend hebben waartoe ze hun wapens zullen neerleggen.
In duplicaat opgemaakt in Shimonoseki, deze 17de dag van de 4de maand van het 28ste jaar van het Meiji tijdperk, overeenkomstig met de 23ste dag van de 3de maand van het 21ste jaar van her Kuang Hsü tijdperk.
Gevolgen
Door de nadelige gevolgen van het Verdrag van Shimonoseki voor China, stootte de Chinese Keizer op veel verzet uit de provinciën en de Hoge Raad. Men verzocht de keizer het verdrag te verwerpen en de oorlog verder te zetten. Men was zelfs bereid deze oorlog verder te financieren. Toen de keizer Li Hongzhang terugriep naar China, stuurde hij John Watson Foster naar China. Foster herinnerde de keizer eraan dat hij de autoriteit en toelating had gegeven, na de vredesvoorwaarden en na het advies van de Hoge Raad te hebben aanhoord, om het verdrag te tekenen. En indien hij de ratificatie van het verdrag zou verwerpen, zou de keizer zichzelf en de Hoge Raad ten schande maken voor de hele wereld. Verder werd hem, door voorstanders van het verdrag, de nadruk gelegd op het feit dat de weg naar Peking en Moekden nog altijd open lag voor de Japanse troepen. Deze twee steden waren belangrijke symbolische plaatsen voor de Qing Dynastie, zodat de keizer de ratificatie van het verdrag aanvaardde.
Vanuit Rusland werd er gereageerd met angst op een verdere opmars van het Japanse leger naar Rusland. Rusland was zelf op zoek naar uitbreiding aan de Oost-Aziatische kustlijn, Rusland wilde een ijsvrije haven voor de aanvoer en de handel van goederen. Om zijn grenzen te versterken zorgde Rusland dat de bouw van de Trans-Siberische Spoorlijn vroegtijdig zou klaar zijn en dat deze zelfs door Mantsjoerije kruiste.
Op 23 april, zes dagen na de ratificatie van het Verdrag van Shimonoseki, spoorden Rusland, Duitsland en Frankrijk Japan aan om het Liaodong schiereiland terug te geven aan China onder het voorwendsel dat het een continue dreiging voor zou vormen voor de Chinese hoofdstad en dat het een eeuwige hindernis zou zijn voor de vrede in het Verre Oosten. Dit “vriendelijk advies” wordt ook wel de Drie Landen-Interventie (三国干渉) genoemd. Japan gaf het gebied terug aan China maar eiste er wel een vergoeding voor. De Chinezen waren bereid deze vergoeding te betalen, maar werden door Rusland aangespoord dat niet te doen en Japan een verdrag te laten ondertekenen dat China het gebied aan een andere grootmacht zou afstaan.
Bronnen
- Vande Walle, Willy, en Hans Coppens. Geschiedenis van het Moderne Japan. Leuven: Katholieke Universiteit Leuven, 2003.
- Paine, S.C.M. The Treaty of Shimonoseki and the Triple Intervention. In The Sino-Japansese War of 1894-1895: Perceptions, Power and Primacy. Cambridge: Cambridge University Press, 2003.
- http://en.wikipedia.org/wiki/Treaty_of_Shimonoseki
- http://www.encyclopedia.com/html/S/ShimonT1r.asp
- http://www.isop.ucla.edu/eas/documents/1895shimonoseki-treaty.htm
- http://sun.menloschool.org/~sportman/westernstudies/second/24/2003/eblock/leet/

