Het christendom en de westerse beschaving

Uit GeschiedenisJapan

Het christendom en de westerse beschaving

In de zestiende eeuw maakten de Japanners voor het eerst kennis met de westerse beschaving. In 1543 landden Portugezen op het eiland Tanegashima 種子島 en introduceerden het gebruik en de fabricage van vuurwapens en buskruit. De stad Sakai, die zowel haven als centrum van metaalnijverheid was, werd één van de grote productiecentra van vuurwapens. Dat het gebruik van dit nieuwe type wapens een enorme invloed zal hebben op de oorlogsvoering laat zich makkelijk raden. In het kielzog van de Portugese schepen komen ook de missionarissen. In 1549 zet de Jezuïet Franciscus Xaverius voet aan wal in Kagoshima. In zijn spoor volgen vele priesters (bateren バテレン・伴天連) en broeders (iruman イルマン・伊留満). Hun strategie was er in de eerste plaats op gericht de daimyō te bekeren om dan onder diens officiële bescherming het hele volk voor het geloof te winnen. Sommige daimyō stelden in elk geval de handesrelaties met de Portugezen erg op prijs en om deze lucratieve contacten op geen enkele manier in gevaar te brengen, lieten zij prediking en bekering binnen hun territorium toe. Sommigen bekeerden zich zelfs, zoals bijv. ōmura Sumitada 大村純忠 van Bizen. In 1580 schonk hij de haven van Nagasaki 長崎 en haar omgeving aan de Sociëteit van Jezus. Hij was ook één van de drie daimyō die in 1582 een gezantschap van jonge bekeerlingen naar de curie te Rome stuurde. De schenking van de haven van Nagasaki was in de eerste plaats door politieke beweegredenen ingegeven. Het gebied dreigde namelijk geannexeerd te worden door de Ryūzōji 竜造寺-clan en door de haven aan de jezuïeten af te staan, kon hij tenminste nog vruchten van de handel blijven plukken.

Xaverius had gehoopt de Shogun in Kioto te kunnen ontmoeten, maar was daar niet in geslaagd. In 1560 slaagde de Jezuïet Vilela daar wel in. Hij werd in audiëntie ontvangen door Shogun Yoshiteru en kreeg de toelating om te prediken in de hoofdstad. In de twee volgende decennia kende het christelijke geloof een spectaculaire opgang in Kioto, mede dank zij de welwillende houding van Oda Nobunaga, die door de Westerse cultuur geïntrigeerd was en kennelijk in het christendom een middel zag om het boeddhisme te fnuiken. De Portugese Jezuïet Luis Froïs won zijn vertrouwen en kreeg de toelating om in Azuchi en Kioto een kerk en een college op te richten.

In 1569, precies twintig jaar na Franciscus Xaverius, arriveerde de Italiaanse jezuÎet Alessandro Valignano (1539-1606) als visitator in Japan. Het werd het begin van een ware bloeiperiode voor het christendom. Hij onttrok Japan aan het gezag van de diocees van Goa en maakte er een zelfstandige diocees van, richtte seminaries op voor de opleiding van inlandse clerus, scholen waar de kinderen van Japanse bekeerlingen met de katholieke leer en de diverse takken van de Westerse humane wetenschappen konden kennismaken, dispensaria en een drukkerij. Hij was ook het brein achter het beroemde gezantschap van christen jongelingen naar Rome. In 1582, het jaar van de dood van Oda Nobunaga, voer hij samen met vier bekeerlingen, zonen van daimyo, en hun gevolg uit de haven van Nagasaki op weg naar Lissabon, om vandaar dan verder te reizen naar Rome. Dit was een ongeëvenaarde propagandastunt. De passage van deze exotische stoet door de steden Lissabon, Madrid, Venetië en Rome, gooide hoge ogen, en werd de aanleiding tot talloze publicaties over de reizigers en de kerk in Japan. De onderneming diende een dubbel doel: door de ontmoeting met paus Gregorius XIII erkenning winnen voor het in Japan geboekte missioneringssucces en de ogen van de Japanners openen voor de schittering van de Westerse, de christelijke beschaving. Valignano slaagde in beide opzetten, maar het succes zou toch niet duurzaam zijn. Toen de gezanten in 1590 terug thuis kwamen was de sfeer van euforie verdwenen.

Op hun terugreis namen de gezanten een aantal wetenschappelijke boeken, onder meer een exemplaar van Ortelius' atlas Theatrum orbis terrarum mee naar hun thuisland. Het pronkstuk in hun baggage was ongetwijfeld de Westerse drukpers. Dit was ook een idee geweest van Valignano. De nood aan religieuze boeken en prenten steeg hand in hand met de toename van het aantal bekeerlingen en kon alleen gelenigd worden door plaatselijke productie. Daartoe werden een drukkerij en een academie voor religieuze kunst opgericht. In de academie onderrichtte de Napolitaan Giovanni Cola zijn Japanse leerlingen in de westerse technieken van olieverfschilderen en kopergravure. Vaak dienden Vlaamse prenten als model. Een van de belangrijkste collecties van religieuze prenten was het door Hiëronymus Nadal samengestelde boek Evangelicae historiae imagines, een collectie van 153 kopergravures in folio, in 1593 te Antwerpen gepubliceerd.

De Portugese stijl van kolonisering kenmerkte zich door een verregaande versmelting van commerciële, militaire en religieuze doeleinden. Aan de missionering waren politieke implicaties verbonden en dit hield het gevaar in van een botsing met de bewindvoerders van het land. Ten tijde van Oda Nobunaga had dat geen probleem gevormd, maar inmiddels was hij door Hideyoshi opgevolgd als de facto heerser over het land. Hij stond veeleer wantrouwig tegenover het christendommen en ging in 1587 over tot zijn eerste verbod op de missionering. Gelukkig voor de missionarissen en de bekeerlingen ging het slechts om een korte opstoot van christenvervolging. Na verloop van tijd versoepelde Hideyoshi weer zijn houding, en liet hij betijen. Van 1590 tot 1592 en van 1598 tot 1603 verbleef Valignano weer in Japan en zette zich verder in voor de uitbouw van de missie. Het wantrouwen van Hideyoshi nam echter toe, en hij ging nog meerdere keren over tot het arresteren en kruisigen van christenen.

Volgens de rapporten van de jezuïeten telde Japan op het hoogtepunt van de missionering ongeveer 150.000 bekeerlingen en meer dan 200 kerken.