Het Reine Land: Hōnen en Shinran

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

Tijdens de Heian-periode ontstond de "leer van het Reine Land". Deze leer leidde later tot de stichting van de Sekte van het Reine Land (Jōdoshū 浄土宗) door Hōnen 法然 en de Ware Sekte van het Reine Land (Jōdo-shinshū 浄土真宗) door Shinran 親鸞.


Inhoud

De leer van het Reine Land

Het Pure Land Boeddhisme is gebaseerd op de Reine Land sutra’s die voor het eerst in China werden aangetroffen rond het jaar 150. Deze sutra’s beschrijven de leer van Boeddha Amida. In de leer van het Reine Land staat de verering van Boeddha Amida, een figuur die haast deïstische proporties aanneemt, centraal..

Er wordt wel eens gezegd dat Genshin (942-1017) de eerste Reine Land verkondiger in Japan zou zijn geweest, maar Genshin wordt toch meer beschouwd als een soort van tussenpersoon tussen de Chinese en de Japanse Reine Landexpressies. Reden hiervoor is dat Genshin weliswaar zijn religieuze overtuiging verkondigde, maar zonder hiervan een aparte leertraditie te maken. Toch wordt zijn bijdrage beschouwd als de eerste formele vorm van de Japanse Reine-Landleer.

Deze leer is ook aanvaard door de Tendai sekte en genoot vooral bij de aristocratie een uitzonderlijke populariteit. Tijdens de tweede helft van de Heian periode breidde ze zich echter uit naar de volksklassen. De leer werd verspreid door rondreizende monniken.

De Kamakura periode betekent een revolutionaire periode voor het Boeddhisme. Er ontstonden nieuwe vormen van religies (zoals de Sekte van het Reine Land (Jōdoshū 浄土宗), de Ware Sekte van het Reine Land (Jōdo-shinshū 浄土真宗), het Zenboeddhisme en het Nichiren-boeddhisme) die zich onder de gehele bevolking verspreidden. Deze Religies werden gestuwd door het verlangen om het leven op aarde te kunnen voortzetten in de andere wereld.

De Sekte van het Reine Land (Jōdoshū 浄土宗)

Deze sekte werd gesticht tijdens de Kamakura periode door Hōnen 法然 (1133-1212) in 1174. Deze vorm van boeddhisme was het meest populair in Japan.

Hōnen had een radicaal nieuwe benadering van religie. Hij verklaarde dat het geen zin had om te trachten op eigen kracht naar Verlichting te streven. In plaats daarvan kon men de Verlichting bereiken door het uitspreken van de Nembutsu(1).

Het idee achter het Reine Land bestond erin dat het Nirwana(2) moeilijker en moeilijker te bereiken werd voor de gewone mens. Dit zag Hōnen dan ook in en hij zocht naar een heilsleer die voor iedereen begrijpbaar zou zijn. In plaats van te mediteren om Verlichting te bereiken, leert het Reine Land dat door toewijding aan enkel Amida en het uitspreken van de Nembutsu, men genoeg karma verwerft, waardoor men in het Reine Land komt. Van hieruit is het veel makkelijker is om het Nirwana te bereiken, omdat men in het Reine Land geen negatieve ervaringen kan opdoen, waardoor men dan ook geen negatief karma kan aanmaken. Wanneer men al bestaand negatief karma had, zou dit gewoon verdwijnen.

Het Reine Land zelf is een Boeddhistische term voor een land dat door het werk van de bodhisattvas vrij is van slechtheid, lijden en moeilijkheden.

Het Reine Land Boeddhisme was dan voornamelijk ook heel populair bij het gewone volk aangezien het een zeer rechttoe rechtaan manier verkondigde om zijn geloof als Boeddhist te betuigen. Het was ook heel populair onder degenen die aan de rand van de samenleving leefden, zoals prostituees en invaliden. Hen werd meestal spirituele hulp geweigerd, maar ze konden wel individuele troost vinden bij Amida.

De Reine Land Sekte is in Japan zeer succesvol en wordt later nog opgedeeld.

Hōnen Shonin 法然

Hōnen werd geboren in het jaar 1133 in Inaoka in de provincie Mimasaka, wat nu de Okayama prefectuur is (ongeveer op 640 kilometer ten westen van Kyōto). Op de geboorteplaats van Hōnen staat nu de Tanjo-ji tempel.

Zijn vader, Uruma no Tokikuni, kwam uit een van de leidinggevende families uit de provincie. Hij was een locale officier die als taak had de publieke rust en vrede te behouden. De moeder van Hōnen was een dochter van de Hada-familie. Deze familie kwam uit China en was zeer rijk en bezat veel macht in de provincie.

Op 07 april 1133 kregen ze een zoon Seishi-maru, die later als Hōnen bekend zou staan. De naam “Seishi” komt van de Bodhisattva Mahasthamaprapta (Daiseishi-bosatsu), een van de dienaars van de Boeddha Amida, die wijsheid symboliseert.
Hōnen

In 1141, waneer Seishi-maru negen jaar oud is, geraakte zijn vader dodelijk gewond bij een gevecht. Op het moment van zijn dood zei Tokikuni tegen zijn zoon de vijand niet te haten en vroeg hem een monnik te worden en te bidden voor de verlossing van hem en van Seishi-maru.

Deze tragedie zorgde ervoor dat Seishi-maru religieus veel meer bewust werd. Hij werd naar de tempel van zijn oom, Kangaku, gestuurd om de laatste wens van zijn vader uit te voeren. Kangaku was de hoofdpriester van de Bodai-ji temple, ongeveer 105 kilometer ten noorden van de geboorteplaats van Seishi-maru. Hier begon hij aan zijn studie van het Boeddhisme. Terwijl Kangaku les gaf in het Boeddhisme aan Seishi-maru, besefte hij dat Seishi-maru veel potentieel bezat om meer te leren, en zond hem naar de Hiei berg, waar destijds het centrum van het de Boeddhistische studie was gelegen.

In 1145, op dertienjarige leeftijd, ging Seishi-maru dan ook naar de Hiei berg. Hij werd na twee jaar de leerling van Koen in de Kudoku-in tempel. Seishi-maru werd ingewijd door Koen en bestudeerde het Tendai Boeddhisme. Hij vond dit niet voldoende en in 1150, op achttienjarige leeftijd, ging hij weg bij Koen en ging studeren bij Jigem-bo Eiku in de Kurodani vallei in dezelfde streek. Daar kreeg Seishi-maru van Eiku een nieuwe naam: Hōnen-bo. Hōnen begon intensief te zoeken naar manieren om religieuze Verlossing te bereiken.

Volgens biografieën van Hōnen verwief hij op de Hiei-berg een grote reputatie als geleerd monnik, maar dit was niet wat hij zocht. Het was niet zijn bedoeling om een hoge sociale status te verwerven, dit in tegenstelling tot veel andere priesters uit die tijd.Wat Hōnen echt wou, was om een manier te vinden om Universele Verlossing te bereiken, een manier waardoor iedereen samen de uiteindelijke Verlossing kon bereiken in het Reine Land.

In 1156, op twintigjarige leeftijd, ging Hōnen naar Nara, de oude hoofdstad van Japan, om meer over het Boeddhisme en de manier om tot Universele Verlossing te komen, te weten te komen.

Hōnen beschreef zijn zoektocht naar ‘de weg’ als volgt: “"In essentie bestaat het Boeddhisme uit het eerbiedigen van de voorschriften (sila), het bereiken van concentratie (samadhi), en het bekomen van wijsheid (prajna). Maar ik kan aan deze drievoudige vereisten niet voldoen. Is er dan geen andere manier waarop zelfs ik kan bevrijd worden? Ik bezocht veel tempels en priesters, maar geen van hen kon me een bevredigend antwoord geven. Dus ben ik eens te meer teruggekeerd naar de bibliotheek in Kurodani om nog harder te sturderen en de weg naar Verlossing te vinden."

Hij las al de Boeddhistische scripties (Tripitaka) drie keer en [[Shan-tao[[’s ‘Commentary on the Meditation Sutra’ vijf keer. Het was de tekst van Shan-tao die hem uiteindelijk de weg naar universele verlossing openbaarde. Dit zou door de beoefening van de Nembutsu zijn. Deze openbaring kwam tot hem op drieënveertigjarige leeftijd.

De Nembutsu werd wel reeds beoefend op de Hiei-berg en in Nara nog voor Hōnen, maar had maar een ondergeschikte betekenis als religieuze discipline. Niemand zag de Nembutsu als een onafhankelijke praktijk. Men beschouwde het als een van de vele disciplines. Het was Hōnen die van de Nembutsu een absoluut onafhankelijke praktijk maakte.

Nadat hij de waarheid over de Nembutsu had gerealiseerd, verliet Hōnen de Hiei-berg voor Kyoto en begon daar de ‘leer van de Nembutsu’ te verspreiden. In de lente van het jaar 1175 stichtte Hōnen Jōdoshū, of de Sekte van het Reine Land in Japan. Het centrum van zijn leer bevond zich in Yoshimizu, waar Chion-in, de hoofdtempel van Jōdoshū, nu staat
De Chion-in Tempel
. Jōdoshū trok vele mensen aan en degenen die naar het centrum kwamen om naar de leer van Hōnen te luisteren waren niet enkel priesters en nobelen, maar ook krijgers, vissers en zelf prostituees.

Uit de priesters die kwamen luisteren waren Shoku, Shoko en Shinran zeer belangrijk aangezien zij later door de Sekte van het Reine Land geïnspireerde sekten ontwikkelden. Shoku (1177 1247) werd de leerlling van Hōnen in 1190 op veertienjarige leeftijd wanneer Hōnen 58 jaar was. Hij bestudeerde het Reine Land Boeddhisme onder de leiding van Hōnen voor drieëntwintig jaar en wordt nu gerespecteerd als de stichter van de Seizen tak van Jōdoshū. Shoko (1162 1238) ging studeren bij Hōnen in 1197 wanneer hij zesendertig jaar was. Nadat hij de leer van Hōnen geleerd en geslaagd was, ging hij naar Kyushu en spreidde de dharma van de Nembutsu. Hij wordt gezien als de tweede patriarch van Jōdoshū, met uiteraard Hōnen als eerste partriarch. Shinran (1173 1262) werd een leerling van Hōnen in 1201 op 29 jarige leeftijd. Hij wordt aanzien als de stichter van Jōdo-shinshū of de Ware Sekte van het Reine Land.

De band van Hōnen met het Japanse keizerlijke hof ontstond toen hem werd gevraagd om de ceremonie te leiden van het aanvaarden van de Boeddhistische voorschriften door drie keizers: Goshirakawa, Takakura and Gotoba. Een van de nobelen die aangetrokken werd tot de leer van Hōnen was Kujo Kanezane, een bekend en belangrijk figuur. Hij bezat verschillende posities in de aristocratische overheid van de Heian periode en werd eerste minister in 1189. Kanezane nam zo’n vijf maal deel aan de ceremonie van de aanvaarding van de Boeddhistische voorschriften geleid door Hōnen. Hij was het ook die er voor zorgde dat de ballingsplaats van Hōnen werd gewijzigd van Tosa naar de provincie Sanuki. Het was ook Kanezane die Hōnen verzocht om een boek over de Nembutsu te schrijven. Dit boek werd later de Senchaku Hongan Nembutsu-shu (Passages on the Selection of the Nembutsu in the Original Vow) en werd de basistekst van Hönens ideeën over de Nembutsu.

Het “Ohara Debat” in 1186 met een groep Boeddhistische geleerde monniken van Nara en de Hiei-berg, kenmerkt een cruciaal ogenblik voor de erkenning en de verspreiding van de leer van Hōnen. In 1191 geeft hij een reeks lezingen over de Three Pure Land Sutras (jodosanbukyo) aan een groep monniken aan Todai-ji in Nara en in 1195 wordt Genchi de eerste van zijn belangrijke discipelen.

De magnum opus van Hōnen, de Senchaku Hongan Nembutsu Shu (Passages on the Selection of the Nembutsu in the Original Vow), wordt in 1198 gedicteerd aan en genoteerd door zijn discipelen Junsai, Kansai en Shoku. Van 1198 tot 1206 ervaart Hōnen langere perioden van ononderbroken medidatie en spontane visualisatie van het Reine Land, een proces dat door hem beschreven wordt in de Sanmai-hottokuki (Record of Attaining Samadhi). In 1204 schrijft hij de Shichikajo-kishomon (Seven Article Pledge) als antwoord op de Genkyu Onderdrukking door de geleerde moniken van Mt. Hiei In 1207 wordt Hōnen naar Shikoku verbannen door Keizer Gotoba nadat twee van zijn hofdames zich bekeerden en non werden door de discipelen van Hōnen, Anraku en Jurenn, die vervolgens onthoord worden. In 1211 krijgt Hōnen uiteindelijk de toestemming om terug te keren naar Kyoto, vier jaar nadat hem genader werd verleend.

In 1212 schrijft Hōnen Ichimai Kishomon’ (The One Sheet Document) en sterft uiteindelijk op 23 januari 1212, terwijl hij de Nembutsu reciteert.

De Ware Sekte van het Reine Land (Jōdo-shinshū 浄土真宗)

Deze sekte werd gesticht door Shinran 親鸞 (1173-1262) in 1224. Shinran was een leerling van Hōnen en nam het idee van Hōnen nog een stap verder. Deze vorm wordt ook wel het ‘Shin Boeddhisme’ genoemd.

Shinran Shonin 親鸞

Shinran Shonin werd geboren op het einde van de Heian-Periode in de Hino-familie. Op negenjarige leeftijd trad Shinran in bij de Tendai tempel op de Hiei-berg. Hier zou hij twintig jaar blijven en hij beoefende er de meest lastige fysieke en mentale disciplines. In de voornaamste leer van het kloosterwezen werd de nadruk gelegd op de reiniging van het Zelf om Verlichting te kunnen bereiken. Nog nooit legde een jonge priester zich zo grondig toe op alle disciplines. Al snel werd hij beroemd om zijn eruditie en zou hij gemakkelijk het hoofd van een van de grotere kloosters geworden kunnen zijn, maar hij was noch geïnteresseerd in machtsposities noch in de zoektocht naar kennis. Van hoofdbelang voor hem was de Verlossing.
Een houten standbeeld van Shinran, bewaard in de Senjuji tempel in de Mie Prefectuur

Na twintig jaar op de Hiei-berg realiseerde Shinran zich dat Verlossing onmogelijk was voor de gewone mens. De disciplines van de Hiei-berg maakten hem eigenlijk bewust van zijn eigen menselijke zwakheid. Zijn leven was eindig: zijn kennis onvolledig en zijn capaciteiten voor de perfecte goedheid waren beperkt. Door meditatie ontdekte hij dat in al zijn activiteiten de Drie Giffen van hebzucht, haat en woede hem hoofdzakelijk motiveerden.

In deze staat van mentale verscheurdheid, nam Shinran afstand van zijn leven op de Hiei-berg. Zijn afdaling van de berg was een keerpunt in zijn religieuze leven. Kort daarna ontmoette hij Hōnen, die hem het uitsluitende geloof in de Amida Boeddha en het uitspreken van de Nembutsu als de weg naar religieuze vervulling gaf.

Gedurende 100 dagen ging Shinran dagelijks luisteren naar Hōnen en hij verzaakte de Tendai om de Sekte van het Reine Land van Hōnen te volgen.

Hōnen bracht Shinran in contact met de oneindige wijsheid en medeleven van de Amida Boeddha. Voor de eerste keer in het leven van Shinran vond hij innerlijke rust in het geloof dat de Amida Boeddha zich hoofdzakelijk ontfermde over mensen zoals hem. Hij realiseerde zich dat dit het Boeddhistische leven is dat kon beleefd worden door de gewone man op de straat zonder zich te binden aan een klooster.

De deur naar de betekenis van het leven was nu open voor iedereen en duizenden mensen kwamen bijeen en accepteerden het hoopgevende bericht van de Nembutsu.

De machtige kloosterordes waren echter bang dat hun lang gevestigde traditie en prestige ging verzwakken en overtuigden het Keizerlijke Hof om zijn leer van het Reine Land van overheidswege te verbannen. Verschillende volgelingen werden terechtgesteld en velen, inclusief Hōnen en Shinran werden verbannen uit de hoofdstad. Maar de spirituele energie van de Nembutsu was al losgelaten en de leer won aan stootkracht toen ze zich van persoon tot persoon en van dorp tot dorp verspreidde. Men ontman Shinran de titel van priester en hij kreeg de naam van een leek. Voorral tijdens de jaren van zijn ballingschap zocht Shinran persoonlijk verschillende mensen op om bij hen het geloof in de Amida Boeddha te laten ontwaken.

Hij ging in ballingschap naar Echigo (Niigata) aan de Japanse kust. Rond deze tijd trouwde hij met Eshinni en stichtte een gezin. Hij vond zichzelf noch monnik, noch leek. Hij voelde zich niet in staat om de discipline en de goede werken van een monnik te vervullen, maar juist daarom werd hij gegrepen door het medeleven van Amida. Daarom koos hij voor zichzelf de naam Gutoku, "dwaas/kaalkop", waarmee hij aangaf dat het doelloos was om zich vast te klampen aan de eigen intelligentie en goedheid.

Na 5 jaar werd hem genade geschonken, maar hij besloot niet naar Kyōto terug te keren. In plaats daarvan, op de leeftijd van tweeënveertig jaar, in 1214, kwam hij terecht in de Kanto regio, waar hij voor twintig jaar de Nembutsu leer verkondigde. Hierdoor ontstond een grote beweging onder de boeren en de lagere klassen samurai.

Toen hij zestig was, begon Shinran een nieuw leven. Hij keerde terug naar Kyōto om zijn laatste dertig jaar aan het schrijven te spenderen. Hij gaf geen leerredes en onderwees ook geen leerlingen, maar hij leefde samen met verwanten, gesteund door giften van zijn volgelingen uit de Kanto regio. Toen zijn vrouw naar Echigo terugkeerde om op de bezittingen daar te letten, werd hij verzorgd door zijn jongste dochter, Kakushinni.

Uit deze periode stammen de meeste van zijn geschriften. Hij beëindigde zijn meesterwerk, dat het best bekend is als Kyogyoshinsho, en componeerde honderden hymnes waarin hij de Chinese geschriften toegankelijk maakte voor het gewone volk. In deze periode ontstonden er problemen met de interpretatie van de leer bij zijn volgelingen in de Kanto regio en hij schreef vele brieven en commentaren om ze op te lossen.

Sommigen beweerden dat men er naar moest streven om de Nembutsu zoveel mogelijk op te zeggen, anderen daarentegen waren van mening dat het echte vertrouwen zich manifesteerde in het maar één keer zeggen van de Nembutsu waarbij men de rest aan Amida moest overlaten Shinran wees beide af als menselijke vindingrijkheid gebaseerd op de gebondenheid aan de Nembutsu als de eigen, goede daad van iemand. Aangezien de oprechte Nembutsu voortkomt uit het echte vertrouwen waardoor Amida zich in een persoon manifesteert, doet het aantal keer dat de Nembutsu wordt gezegd, er niet toe.
Shinran

Verder meenden sommigen dat, aangezien Amida’s Gelofte bedoeld was om mensen te redden die niet in staat waren goed te zijn, men zich dus vrij kon voelen om slechte daden te verrichten. Voor Shinran echter betekende emancipatie niet gewoon de vrijheid om te doen wat men wilde, maar het vrij zijn van onderworpenheid aan de eisen van egocentrische verlangens en emoties. Hij schreef daarom dat het diepe vertrouwen in Amida’s Gelofte leidde tot het onderkennen van het slechte in zichzelf.

Tegen het einde van zijn leven werd Shinran gedwongen zijn oudste zoon, Zenran, te verloochenen, omdat deze de oorzaak was van verdeeldheid in de Kanto regio doordat hij er aanspraak op maakte een geheime leer van Shinran te hebben. Shinrans creatieve energie bleef zich echter manifesteren tot aan zijn dood. Zijn werken laten een toenemende rijke, volwassen en duidelijk sprekende visie over het menselijk bestaan waardoor Shinran kan beschouwd worden als een van de meest diepgaande en originele religieuze denkers van Japan.

Shinran vestigde zich uiteindelijk in Inada en voltooide daar het eerste ontwerp van de Teaching, Practice, Faith and Attainment in 1224. In 1232, op negenenvijftigjarige leeftijd, trok hij zich terug in Kyōto. Tot aan zijn dood, schreef hij vele boeken die ook nu nog gelezen en bestudeerd worden. Hij stierf op 16 januari in het jaar 1263.

Werken van Shinran Shonin

  1. The True Teaching, Practice and Realization of the Pure Land Way (Ken Jodo Shinjitsu Kyogyosho Monrui)
  2. Hymns of the Pure Land (Jodo Wasan)
  3. Hymns of the Pure Land Masters (Koso Wasan)
  4. Hymns of the Dharma Ages (Shozomatsu Wasan)
  5. Passages on the Pure Land Way (Jodo Monrui Jusho)
  6. Notes on the Inscriptions On Sacred Scrolls (Songo Shunzo Meimon)
  7. Notes on Essentials of Faith Alone (Yuishinsho Mon-i)
  8. Notes on Once Calling and Many Calling (Ichinen Tanen Mon-i)
  9. Gutoku's Notes (Gutoku Sho)
  10. Gatha on the Two Gates of Entering and Leaving (Nyushutsu Nimonge)
  11. Passages from the Three Sutras on Birth in the Pure Land (Jodo Sangyo Ojon Mon-rui)
  12. Notes on the Two Kinds of Merit Transference (Nyorai Nishu Ekomon)
  13. The Virtue of the Name of Amida Tathagata (Mida Nyorai Myogo Toku)
  14. On the Forty-eight Vows (Shiju-hachi Daigan)
  15. A Torchlight to the Latter Age (Mattosho)
  16. Letters of Shinran (Goshosokushu)
  17. Sayings of Zendo (Zendo Kasho Gon)
  18. Notes Lamenting Differences (Tannisho) - A collection of Shinran's Teaching by Yuien

Voetnoten

  1. De Nembutsu is het stichtelijke herhalen van de zin: “Hulde aan Amida Boeddha” (“namu Amida Butsu”), als een middel van het verwerven van verdiensten en het verzekeren van hergeboorte in het “Westerse Paradijs” van de Amida Boeddha. In dat Westerse Paradijs zijn de omstandigheden voor het bereiken van Verlichting en het Nirwana optimaal. De kracht van universele verlossing opgeleverd door Amida Boedha wordt belichaamd door zijn Naam waarmee hij met de gelovige in contact treedt. Ergens is gezegd geworden dat één uitspreken van de Nembutsu niet te weinig is, en duizend invocaties niet te veel zijn. De Nembutsu herhaalt immers zichzelf in een nooit-eindigend universeel ritme dat gelijkloopt met het kloppen van het hart van de Oneindige Boeddha. Hij opent op deze wijze de communicatie van de gelovige met de Boeddha. Het uitspreken van de Nembutsu is geen beschouwende oefening of een manier om verdiensten te verwerven ,maar hierdoor vertrouwt de gelovige zich volledig toe aan de Gelofte-Kracht (Amida’s Vow) die in zijn Naam vervat is en die als bedoeling heeft alle levende wezen te redden en Verlichting te brengen..</div>
  2. Het Nirwana: het Paradijs.

Bronnen

Boeken

Machida, Soho. Renegade Monk: Hōnen and Japanese Pure Land Buddhism. London: University of California Press, 1999, (1950).

C. Dobbins, James. Jōdo Shinshu: Shin Buddhism in Medieval Japan. Hokolulu: University of Hawaï Press, 2002.

Internet

Jodo Shu. "About Hōnen Shonin". 09-12-2006. <http://www.jodo.org/about_hs/ho_life.html>

Buddist Faith Fellowship Of Connecticut. "Shinran Shonin: Buddhist Reformer". 10-12-2006. <http://buddhistfaith.tripod.com/pureland_sangha/id69.html>

Jodo Shinshu Hongwanji-ha Official Site. "Shinran Shonin". 18-12-2006. <http://www2.hongwanji.or.jp/english/shinranshonin.html>

Cursussen

Vande Walle, Willy, ‘’Geschiedenis van Japan tot 1868’’, cursus gedoceerd in het kader van het vak 'Geschiedenis van Japan tot 1868', Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Letteren, Departement Oosterse en Slavische Studies, Afdeling Japanologie, 2006.

Verdere Informatie

Link naar Engelstalig artikel over het Reine Land Boeddhisme