Het Nō-theater (能)
Uit GeschiedenisJapan
Inhoud |
Wat is Nō & Kyogen
Het Nō-theater is één van de traditionele theatervormen in Japan en kent zijn oorsprong in de 14e eeuw tijdens de Muromachi periode. (1333-1573) Het is een gestileerd dansdrama onder begeleiding van muziek en zang. De acteurs staan op een kaal podium en dragen weelderig bewerkte kostuums en maskers. De Nō-maskers, omote 面 genaamd (1) zijn het belangrijkste kenmerk van deze theatervorm. Ze moeten de levendige expressie van de dansers uitbeelden. De bewegingen zijn langzaam en de verhaallijn volgt een symboliek die voor vreemdelingen soms moeilijk te begrijpen is. Personen die een belangrijke rol speelden in de ontwikkeling van het Nō-theater waren Kana'ami Kiyotsugu en zijn zoon ''Zeami.
Kyogen komt voort uit de komische intermezzo’s tijdens de serieuze Nō-voorstellingen. Menselijke zwakheden worden op informele manier op de hak genomen. Men gebruikt nauwelijks maskers en veel kostuums. De acteurs dragen kenmerkende gele tabisokken. (2)
Zowel Nō als Kyogen werden vanaf het begin op hetzelfde podium vertoond. De dag van vandaag worden de beide theatervormen Nōgaku genoemd.
Het Nō theater doorheen de geschiedenis
Ontstaan
Het Nō theater is zo'n 1300 jaar geleden ontstaan, toen in Japan enkele nieuwe theatervormen, uit China hun intreden deden. Eén daarvan is Sangaku. Sangaku, was een mengeling van zang, dans, acrobatische kunstjes en tovertrucjes. Later kwam vooral het humoristische element centraal te staan en veranderde men de naam in Sarugaku, wat eigenlijk apenkunstjes betekende.
Muromachi periode
Rond de 13e eeuw begonnen er zich verschillende professionele sarugaku groepen te ontwikkelen. Vanaf dan raakte deze theatervorm pas echt in bloei. In de eerste helft van de 14e eeuw werd Kana'ami (1333-84) geboren. Kana'mi was diegene die Saraguka omvormde tot een meer elegantere theatervorm, Nō. Hij introduceerde ook enkele nieuwe complexere technieken, en ging over tot een meer monotone zangstijl. Hierdoor ontwikkelde zich een hele filosofie rond deze theatervorm. Zeami, Kana'ami's zoon, wordt beschouwd als de grondlegger van het Nō-theater. Zeami (1363-1443) was zowel een toneelschrijver, acteur als intellectueel. Hij heeft dan ook maar liefst 250 Nō-werken achtergelaten die zelfs vandaag nog worden opgevoerd. In 1423, schreef hij ook een beroemde verhandeling, Fushi Kaden, waarin hij de vaardigheden en methodes van een Nō-acteur behandelt. In zijn verhandeling verwijst hij naar de term Yūgen (幽玄).(3) Hij richtte ook de eerste Nō-school op, namelijk de Kanze-school (観世). Kana'ami en Zeami wonnen niet alleen het gewone volk voor zich, maar ook een van de machtigste politici tijdens deze periode, namelijk Ashikaga Yoshimitsu (1358-1408)
Edo periode
Tijdens de Edo-periode (1603-1868) werd het Nō, in verscheidene clans, toegevoegd aan de opleiding van de Samurai.
Meji periode
De aandrijvende modernisatie tijdens de Meji restauratie (1868-1912) betekende bijna het einde van het Nō, aangezien de leiders alles wat met de Samurai te maken had wouden verwerpen.
Moderne periode
Het Nō onderging een volgende crisis tijdens WOII, maar dankzij enkele artiesten bleef het Nō overeind en kwam het weer in bloei.
In Mei 2001 werd het Nō theater erkend door de UNESCO als Wereld erfgoed.
Voor WOII, mochten vrouwen geen rollen spelen, maar de dag van vandaag zijn er steeds meer en meer vrouwelijke actrices. Ook steeds meer buitenlanders zijn geboeid door deze unieke theatervorm, met als gevolg dat er ook voorstellingen buiten Japan worden vertoond.
Vandaag wordt Nō, nog in verschillende grote steden van Japan opgevoerd.
Het Nō podium
Het Nō podium (nōgakudō), heeft de vorm van een klein, in hout gemaakt tempelgebouw met een hon butai (hoofdpodium), drie openingen en een wandelgang. Het podium wordt ondersteund door pilaren, die elk een eigen naam hebben. Het hon butai is kaal met uitzondering van een geschilderde pijnboom op de achtergrond.
- 1. Kagami-no-ma: groene kamer
- 2. Hashi-gakari: wandelgang / brug speelt een belangrijke rol tijdens de voorstellingen, want het is de bedoeling dat men de acteurs op ziet komen.
- 4. Metsuke-bashira: pilaar waar de acteurs naar moeten kijken
- 5. Shite-bashira: pilaar waar de hoofdacteur moet staan
- 6. Fue-bashira: pilaar waar de fluitspeler staat
- 7. Waki-bashira: pilaar waar de tweede acteur zich bevindt
- 8. Jiutai-za: plaats waar het koor zich bevindt
- 12. Shirasu bashigo: trap
- 13. Shirazu: wit zand
- 16. Ichi-no-matsu: eerste pijnboompje
- 15. Ni-no-matsu: tweede pijnboompje
- 14. San-no-matsu: derde pijnboompje (bij elk pijnboompje is het de bedoeling dat de acteur even wacht alvorens verder te gaan.)
- 18. Age-maku: gordijn
Verschillende typen Nō
Er zijn twee soorten Nō, namelijk Genzai No (realistische Nō) en Mugen no (fantasie Nō)
Verder wordt het Nō ook onderverdeeld in 5 verschillende categorieën:
- Categorie 1: Waki no/ God Nō
- Categorie 2: Shura no/ Krijger Nō
- Categorie 3: Kazura-mono / Vrouwen Nō
- Categorie 4: Diverse Nō
- Categorie 5: Kiri no / Eind Nō
Okina, een religieuze ceremonie, dat vroeger gespeeld werd door priesters en later overgenomen door Nō. Deze ceremonie wordt tijdens speciale Nō-voorstellingen gehouden. De acteurs moeten voor hun optreden een zuiveringsritueel ondergaan en dragen speciale kostuums gemaakt voor deze gelegenheid. Okina bestaat uit drie dansen: Senzai, Okina, Sambasō.
Rollen
De rollen worden gespeeld door professionele acteurs, vooral mannen die hun werk als artiest van generatie op generatie overleveren. Er zijn vier verschillende rollen tijdens een Nō voorstelling:
- De Shite: De hoofdacteur speelt in het eerste deel een menselijke personage en in het tweede deel een geest. Het eerste staat bekent als maeshite en het tweede als nochishite.
- De Waki: De tweede acteur. Meestal speelt hij de rol van een priester, monnik of samurai. De waki draagt geen masker.
- Wakitsure: assistent van de waki
- Hayashi (muzikanten): bestaande uit 4 typen, namelijk de fluitspeler, en drie verschillende trommelspelers.
- Kyogen acteur: speelt de Kyogen komedies
Nō maskers
Het masker nōmen of omote 面 is het belangrijkste kenmerk van Nō. Er zijn verschillende soorten maskers die verschillende rollen voorstellen. Meestal is het de shite, hoofdacteur die een masker draagt maar in sommige gevallen zal ook de Tsure een masker dragen, meestal dat van een vrouw. Men kent 200 typen maskers, onderverdeeld in 4 groepen:
Binnen deze groepen worden nog wel nieuwe maskers gemaakt, soms voor één bepaalde rol, door speciale maskermakers. De maskers worden gemaakt van het hout van de Japanse cipres en dit hout wordt gedurende 5 jaar geprerareerd, voordat het masker gesneden gaat worden. Hoewel de gezichtsuitdrukkingen eigenlijk vastliggen door het gebruikte masker kan dit wel beïnvloed worden door de kijkrichting en lichtval en is men in staat allerlei gevoelens uit te drukken.
Instrumenten
Men gebruikt vier verschillende instrumenten tijdens een Nō voorstelling.
- Fue of No-kan: Een fluit, gemaakt uit bamboe. Vooral gebruikt wanneer de shite zijn dans opvoert.
- Ko-tsuzumi: Een schouder trommel
- O-tsuzumi: Een heup trommel
- Taiko: Een trommel met stokjes
Externe links
- Lijst met Nō-spelen in het Engels
- Stijlen van Nō maskers en hun bewerking
- Stijlen van Nō maskers
- Site met foto's van de instrumenten en hun geluid
Voetnoten
- Omote betekent letterlijk gezicht.
- Tabi zijn witte sokken waarbij de grote teen los van de andere tenen zit.
- Yūgen is een belangrijk concept in de Japanse esthetica. Volgens Zeami moest elk Nō-spel een ideaal creeëren van diepgaande schoonheid en elegantie, Yūgen genaamd.
Bibliografie
- Karel Hellemans, Inleiding tot de Japanse cultuur, Leuven, Katholieke Universiteit Leuven, 1995
- Kenny, D. (1971) Noh. Osaka: Hoikusha Publishing co., LTD
- Japan-Photo-Archiv Nô http://www.japan-photo.de/no.htm 30 november 2006
- Japan Arts Council Noh & Kyogen http://www2.ntj.jac.go.jp/unesco/noh/en/index.html 30 november 2006
- Artelino Japanese Noh Theater http://www.artelino.com/articles/noh_theater.asp 30 november 2006
- Mauricio Martinez, R. Artes escenicas de Japon http://www.japonartesescenicas.org/teatro/generos/noh/zeami.html 30 november 2006

