Hideyoshi's handelspolitiek
Uit GeschiedenisJapan
Strikte controle
Nobunaga en Hideyoshi schaften gilden en tolbarrières af en bevorderden de handel, niet omdat ze dat principieel zo wenselijk achtten, maar omdat ze zichzelf erdoor konden verrijken. Zij hielden dus een rigide controle over de handel en het lag helemaal niet in hun bedoeling om een mercantilistische economie tot bloei te laten komen. De steden genoten geen vrijheden zoals onze middeleeuwse steden, die deze van de feodale heren bevochten hadden. Het waren ofwel kasteelsteden die onder directe controle van een daimyō vielen ofwel rechtstreeks door Hideyoshi gecontroleerd werden, zoals Kyōto. Hij stelde ook een ambtenaar aan in de handelshavens.
Hij stichtte zilver-en goudmunterijen. Rijke handelaren zoals bijvoorbeeld Konishi Ryūsa van Sakai traden op als economisch adviseur en kregen het statuut van hofleverancier (goyōshōnin 御用商人), wat heel wat voordelen inhield, maar ook betekende dat zij vaak ‘gemolken’ werden: zij moesten voordelige leningen toestaan aan de overheid of speciale ‘schenkingen’ doen.
Piraterij en koopvaardij
In de zestiende eeuw waren Japanse vrijbuiters heel actief op de Chinese kusten en in Indochina. Hun activiteiten waren een mengsel van handel en plundering. Toen de Europese schepen in de Japanse havens verschenen werden nieuwe mogelijkheden voor handel geopend. De daimyō van Kyūshū waren het ijverigst in het beschermen van de Europese handelsschepen, omdat ze er ook het grootste voordeel uit konden halen. Ōsaka, het hoofdkwartier van Hideyoshi, werd de grootste haven van Centraal-Japan en de nieuwe entrepot voor Chinese zijde. Nadat hij in 1587 Nagasaki onder zijn controle had gebracht, probeerde hij van hieruit alle handel met het buitenland te controleren. Hij hield het recht van eerste aankoop op de rijke vrachten die buitenlandse, vooral Portugese, schepen aanvoerden en pas nadat hij de beste goederen voor zichzelf gekocht had, kregen daimyō en handelaren de kans.
Hij legde diplomatieke contacten met China en andere landen in Zuidoost-Azië in de hoop officiële handelsconcessies van hen los te krijgen. Hij probeerde de piraterij aan banden te leggen door het invoeren van vergunningen, te herkennen aan hun rode zegel (shuin 朱印). China bleef weigeren met hem te onderhandelen.

