Haiku

Uit GeschiedenisJapan
Ga naar: navigatie, zoeken


Haiku (俳句) is een klassieke Japanse dichtvorm. Deze korte gedichtjes hebben geen bepaald onderwerp, wel is het komt vaak voor dat ze over natuurelementen gaan.

We komen ook Haiku’s tegen die helemaal niet over de natuur gaan. Vaak schrijven de Haikuschrijvers ook hun eigen doodshaiku. Wat we wel meestal terugvinden in de Haiku is zijn klassieke vorm en ook de Zen inspiratie.


Lotusbloem.jpg


All the beauty is
Captured in the silence
Of a floating wave



Vandijck Maarten

Opbouw

De opbouw van een Haiku is vrij simpel:

Haiku opbouw
5 lettergrepen
7 lettergrepen
5 lettergrepen


Maar als echte haikuschrijver moet je je zeker aan deze kleine regel houden. Natuurlijk zijn er ook uitzonderingen.

Er wordt altijd een natuurelement (kigo: 季語) ingevoerd, maar we komen ook vele schrijvers tegen die over ander dingen schrijven, zoals bv. Een relatie, de Dood, familie, …

De Inhoud van een Haiku is net zoals de inhoud van elk ander gedicht, het wordt bepaald door de schrijver zelf, en dus kan het over eender welk onderwerp gaan.

Wel is het zo dat de haiku een volksgedicht is en dus worden er meestal simpele woorden gebruikt die iedereen kan begrijpen. We mogen deze dichtvorm dus absoluut niet bekijken als iets filosofisch.

Wel kunnen we voelen dat bijna elke haiku geïnspireerd is door Zen, waardoor we dus merken dat de haiku ook altijd een diepere betekenis bevat.

Geschiedenis

De Haiku is echter ontstaan uit andere vormen van de Wakka (=Tanka). Deze was zeer populair in de Heian-Periode (794-1185), vooral bij Monniken en aan het hof. Toch vinden we al overblijfselen terug in de de Tempyō-periode (729-749).

Na een tijd begonnen de mensen zich samen te zetten om samen poëzie te schrijven, zo is het ook gekomen dat men niet meer alleen Wakka’s ging schrijven, maar wel met meerdere en ook vaak werden de Wakka’s uitgebreid of werden er meerdere achterelkaar geschreven. Deze nieuwe vorm stond bekend als Renga, ook wel gezien als een ketting- of combinatiegedicht. In de Muromachi-Periode (1333-1573) was deze vorm vooral veel terug te vinden bij de gewone mens (het lagere volk).

Hieruit is de vroege voorloper van de Haiku ontstaan, namelijk de Haikai. Hierin vinden we de eerste 3 regels van de Wakka terug, 5-7-5 (een totaal van 17 lettergrepen). De Haikai was ook heel populair bij het gewone volk en vaak ging het over grappige dingen, soms zelfs ordinair. Later werd deze vorm dan omgetoverd tot de Haiku door onder andere Bashō, die het thema volwassener heeft gemaakt.

Overige Japanse dichtvormen

Senryū (川柳)

Senryū is een bepaalde vorm van een Haiku, maar deze vorm is bekend als de meer humoristische vorm van haiku. Hierin staat ook de mens meer centraal; het doen en laten van de mens, het handelen van de mens, het denken, etc.

De opbouw van de Senryu is net hetzelfde als deze van de Haiku, nl:

5 lettergrepen
7 lettergrepen
5 lettergrepen

Tanka (短歌)

De Tanka is een meer uitgebreide vorm van een Haiku. Je krijgt een soort inleiding in de vorm van een Haiku (5-7-5) <kami-no-ku: “bovenste zin”>, gevolgd door een eigen interpretatie van de schrijver in nog 2 regels van 7 lettergrepen <shimo-no-ku: “onderste zin”>. Er bevindt zich dus een soort van wending na de 3e regel.

Yosano Tekkan's (Tanka schrijver) monument met Tanka

Ook hierin worden vaak natuurelementen verweven, maar natuurlijk zijn hier ook weer de eigen gevoelens van de dichter die bepalen waarover het gedicht uiteindelijk zal gaan. Hierin komen we minder zelfbeklag, of andere sentimentele waarden tegen.

5 lettergrepen
7 lettergrepen
5 lettergrepen
7 lettergrepen
7 lettergrepen

Dit is samen goed voor een totaal van 31 Lettergrepen.

Ook hier kunnen we weer een meer humoristische vorm terugvinden, deze wordt de Kyōka (狂歌) (Gek Gedicht) genoemd.

De Waka (和歌) is een benaming voor de Tanka, die tussen de 12e en de 15e eeuw heel erg populair was.

Renga (連歌)

We kunnen de Renga zien als een soort van “Combinatiegedicht”, want het wordt geschreven door meerdere dichters, dit kan men dus zien als een soort van dialoog tussen de schrijvers.

De opbouw van het gedicht blijft hetzelfde als een Tanka (5-7-5-7-7), maar er je kan er meerdere onder elkaar zetten om zo een groot gedicht te krijgen (een samengesteld gedicht).

Deze dichtvorm is ontstaan tijdens de Naraperiode, maar is vooral populair geworden in de Heianperiode. Vooral aan het hof was deze dichtvorm populair, bij het gewone volk kunnen we pas spreken Muramachiperiode van haar populariteit.

Manyōshū (万葉集)

De Manyōshū is de oudste en de meestomvattende bloemlezing die er in de Japanse Poëzie is ontstaan, rond de 8e eeuw. Een goede vertaling is “Verzameling van de 10 000 Tijdperken”.

In deze bundel vinden we meer dan 4 500 verzen, in bijna alle verschillende dichtvormen (de Tanka is de meest voorkomende). Niet alleen de omvang van deze bundel maakt hem zo speciaal, ook het feit dat hij is ontstaan uit privé-initiatief geeft hem nog een extra dimensie. Vroeger kwam een bloemlezing meestal tot stand op bevel van de keizer, maar bij de Manyoshu was het een aristocratische mecenas die de opdracht gaf om de beste gedichten in één bundel te verzamelen. Enkele dichters hebben dit dan ook gedaan, waaronder Otomo no Yakamochi, Yamanoe Okura, Kakinomoto no Hitomaro, …

De opbouw van deze dichtbundel in gebaseerd op de indeling van Chinese bundels. Daar er een grote Chinese invloed is op de Japanse Cultuur.

Er zijn drie grote groepen te onderscheiden:

Somonka

挽歌: liefdesgedichten

Banka

相聞歌: elegische verzen

Zoka

雑歌:

diverse onderwerpen

Het grootste deel van de gedichten situeren zich rond de periode na 650, maar dit wil niet zeggen dat er nog vele oudere gedichten in staan, of zelfs nog recentere (van rond de 8e eeuw).

De gedichten die we in de Manyōshū vinden zijn zeker niet alleen geschreven door mannen, er bevinden zich ook een aantal vrouwen in het gezelschap van de dichters. Wat we zeker niet mogen vergeten in deze tijd, is de relatie tussen de man en de vrouw. Want deze vinden we ook terug in de poëzie en dus zeker in de Manyōshū, de mannen dichten in het Chinees, maar voor de vrouwen is deze taal verboden terrein, zij dichten daarom eerder in het Japans. Een van de bekendste vrouwelijk dichters van de Manyoshu was Ono no Komachi.

Daar het om zo’n een grote verzameling van poëzie gaat is de Manyōshū vertaald geworden naar een aantal talen, zodat de hele wereld zou kunnen meegenieten van deze oude Japanse dichtkunst.[1]

Moderne Haiku

In de moderne Haiku’s is het niet meer zo dat men vooral over de natuur gaat schrijven, nu neemt men zelfs heel andere onderwerpen die soms helemaal niet meer te linken zijn aan de natuur. Zoals bv. Over de mode, hoe het is in een kroeg, etc. Wel blijven we meestal de diepere betekenis nog altijd terugvinden, maar toch vinden we ook nu voorbeelden van Haiku’s die te banaal worden. We zouden zelfs kunnen spreken over een vernietiging van het oude gedicht. Maar gelukkig zijn er ook nog mensen die zich houden aan de traditionele normen of aanwijzigen. Toch als men zich houdt aan de klassieke regels dan zien we toch nog altijd dat de mensen de andere thema’s volgen (Fujiyama, koi, vrouw, etc.).

Een andere soort moderne Haiku zouden we de religie-haiku kunnen noemen. Hier gaat het dan om mensen die over bepaalde gebeurtenissen, personen, belangrijke artefacten, etc. schrijven. Niet alleen over het Boeddhisme maar ook over de ander godsdiensten.[2]

Bekende Japanse dichters

  • De 4 belangrijkste haikudichters waren:


Matsuo Bashō (松尾芭蕉)

Bashō, zijn echte naam was Matsuo Munefusa


Mastuo Munefusa werd geboren in een Ueno in een verarmde saoerai-familie. De naam Bashō (bananenboom) zag hij als het symbool voor zijn eigen leven. In zijn jeugd heeft hij poëzie lessen gevolgd. Zijn eerste poëzie bundels waren niet echt een succes, daardoor leidde hij een armzalig leven in een hutje langs de Sumidagawa-rivier. Daar bestudeerde hij vooral het Zen-boeddhisme, de Chinese klassieken en de Japanse literatuur.

In 1682 gebeurde voor Bashō 2 onaangename dingen:

• Zijn hutje brandde af.

• Zijn moeder overleed.

Omdat hij nu toch geen dak meer boven zijn hoofd had ging hij op reis, terug naar huis om haar graf te gaan bezoeken. Tijdens die reis komt hij erachter dat de volledige onthechting aan deze wereld de hoogste vervuiling was voor de mens. Dus werd zwerven een spirituele zoektocht voor hem. Tijdens de laatste jaren van zijn leven reist hij rond en in dagboeken schrijft hij alles op wat hij meemaakt en voelt. Bashō heeft tijdens zijn leven enkele leerlingen gehad, maar heeft nooit een echte school gesticht. Maar na zijn dood, op 50 jarige leeftijd, noemden zo’n 2000 mensen zich leerlingen van hem.

Zijn beroemdste werk:

• Oku no hosomichi "de smalle was naar het binnenland" dit was ook zijn laatste werk.

Haiku volgens Bashō:

zoveel mogelijk zeggen met zo weinig mogelijk woorden. Haiku’s kunnen ook in samenwerking ontstaan.

Voorbeelden:


De oude vijver.

Een kikker die erinspringt,

Geluid van water.


Op een kale tak

Is een kraai neergestreken,

Avond in de herfst.

Kobayashi Issa (小林一茶)

Issa, zijn echte naam was Kobayashi Yataro

Kobayashi Yataro werd geboren in Shinano in 1763. Hij werd opgevoed door zijn grootmoeder na de dood van zijn moeder. Zijn vader hertrouwde en Kobayashi kreegt er na een tijd ook nog een stiefbroertje bij. Hiermee verliept het niet echt goed.

Door zijn vader werd hij naar Tōkyō gestuurd als leerjongen, daar kwam hij in contact met de dichtkunst. Van verschillende meersters kreegt hij een opleiding en werd uiteindelijk zelf een haikudichter.

Zijn verdere leven verliep uitermate moeilijk; hij keerde terug naar huis om voor zijn stervende vader te zorgen, maar daar was zijn stiefmoeder het niet mee eens. En na de dood van zijn vader was er een heuse strijd tussen beide voor de erfenis.

Pas na zijn 50e ontstond een "bloei" in zijn leven, zijn problemen uit het verleden waren voorbij en hij kon nu zelf een gezin stichten. Maar toch kan men nooit voorzichtig genoeg zijn, want na zijn eerste huwelijk verloor hij zijn 4 kinderen en zijn vrouw. Kobayashi Yataro ging nog een 2e en een 3e huwelijk aan.

In 1827 verwoestte een hevige brand het dorp en hij moest in een oude schuur overnachten, hij werd verkouden en is uiteindelijk gestorven na een strijd van 2 lange weken. Wat hij nooit heeft geweten is dat zijn laatste vrouw zwanger was van een dochtertje, zij heeft wel kunnen overleven.

Voorbeelden:


Die oude pijnboom

Hij is nog lang geen Boeddha

Maar heerlijk droomt hij.


In deze wereld

Zingen sommige muggen

Mooier dan andere.

Masaoka Shiki (正岡子規)

Shiki, zijn echte naam was Masaoka Tsunenori

Masaoka Tsunenori werd geboren in Matsuyama in 1867. Hij kon zich pas echter vrij bewegen in de literatuur na de dood van zijn grootvader,Ōhara Kanzan, want deze had na de dood van zijn vader de taak op zich genomen om hem verder op te voeden.

Hij is zich in Tōkyō gaan vestigen om van zich te laten horen in de politieke en literaire wereld. Pas is 1885 werd er naar hem geluisterd op literair vlak waar hij de Haiku en de Tanka verdedigde. Hij schreef er natuurlijk ook zelf wat hem na zijn mislukking op school toch aan een beroep heeft geholpen als haikuredacteur van de krant “Nippon”.

Vanaf 1889 ging de gezondheid van Masaoka Tsunenori achteruit, hij had TBC. Vanaf deze periode nam hij ook de naam Shiki als schrijversnaam, dit betekend “Koekoek”.

Hij is naar het ziekenhuis moeten gaan vanwege zijn gezondheid, maar toch werd hij beter en werd in Matsuyama de mentor van een groepje Haiku-fans, nu ook begon hij een eigen stijl te ontwikkelen in de Haiku. Zijn einde naderde snel, het was een echte doodsstrijd. Zelf op het einde van zijn leven heeft hij toch nog de kracht gehad om zijn eigen doodshaiku te schrijven. Op 19 september 1902 heeft de dood toch de strijd van Masaoka Tsunenori gewonnen.

Voorbeelden:


Waterplantbloesems

Nog steeds wit

Herfstwind.


Toen ’t nachtlicht uitging,

Kwam het geluid van water

Door de avondkoelte.

Yosa Buson (与謝蕪村)

Yosa Buson, een van zijn schilderwerken

Yosa Buson werd geboren in de buurt van Ōsaka in 1716. Daar hij de haikugeest te pakken had verliet hij al snel Ōsaka om rond te reizen en meer te weten te komen over Haiku.

Hij was ook erg geïnteresseerd in Nanga (waar hij nu nog voor bekend staat). Nanga was een nieuwe stroom in de schilderkunst, hierin keek men anders naar de landschappen en de positie van de mens. Buson heeft zich na enkele reizen in Kyōtō gevestigd om daar aan bekendheid te verwerven. Dit liep echter niet van een leien dakje.

In de schilderkunst van Buson zien we dat hij opkeek naar Bashō, we vinden vaak haiku’s van Bashō als thema van een schilderij. Dit noemde hij: Haiga “de lichte schildertoets van iemand die de haikugeest bezit”. Maar in de dichtkunst zien we toch dat Buson een ander manier heeft om de dingen te vertellen, vooral met meer beelden.

Buson beschrijft eerder de dingen dan dat hij er vele emoties inlegdt, vandaar dat men zijn Haiku’s eerder als modern beschouwdt. In 1745 is Buson gestorven en heeft een vriend van hem, Hokujō, een hele mooie elegie geschreven in vrije versvorm.

Voorbeelden:


Op de tempelklok

Zit er een kleine vlinder

Rustig te slapen.


Donker wordt de berg

En neemt van de herfstblaren

De rode kleur mee.


  • Nog enkele ander dichters:


Kyoka-dichter: Ota Nampo (1749-1823)
Renga-dichter: Sogi (1421-1502)

Voetnoten

  1. Let echter wel op, want sommige vertalingen zijn beter als andere. Om er echt van te kunnen genieten zou je hem eigenlijk in het Japans moeten lezen, omdat een vertaling van eender welk gedicht nooit hetzelfde zal kunnen zijn. Citaat: door Hellemans, H.
  2. Hiervan zijn misschien niet zoveel voorbeelden te vinden, omdat je nog altijd je eigen gevoel / mening in legt en misschien willen velen niet dat anderen weten hoe zij over iets denken. Citaat: door Hellemans, H.

Bronnen

Site

Nederlandstalige Site Haiku
Nederlandstalige Site Bashō
Engelstalige Site Issa
Engelstalige Site Shiki
Engelstalige Site Buson
Engelstalige Site Manyōshū
Nederlandstalige Site Manyōshū
Nederlandstalige Site Het Zen-boeddhisme


Engelstalige Site Een aantal eigenaardige Haiku's

Boeken

• Van Tooren, J., Haiku een jonge maan, Uitgeverij Meulenhoff
• Van Tooren, J., Tanka het lied van Japan, Uitgeverij Meulenhoff
• Van Tooren, J., Senryu de waterwilgen, Uitgeverij Meulenhoff
• Van Tooren, J., Japanse haiku van de vijftiende eeuw tot heden, Uitgeverij Meulenhoff
• Kerlen, H., Matsuo Bashô geluid van water, Uitgeverij Kairos
• Kerlen, H., Kobayashi Issa een druppel plukken, Uitgeverij Kairos
• Kerlen, H., Masaoka Shiki geur van Chrysanten, Uitgeverij Kairos
• Kerlen, H., Yosa Buson Op de punt ven een tak, Uitgeverij Kairos
• Kerlen, H., Sporen van Stilte, Uitgeverij Kairos
• Van de Walle, W., Dichter zonder dak, Uitgeverij
• Verbeke, G., Miauw & Bzz, Uitgeverij Allmedia
• Verbeke, G.,Amber, Uitgeverij Allmedia

Cursussen

• Dr. Van de Walle, W., Geschiedenis van Japan tot 1868 (Leuven, 2006)
• Dr. Hellemans, K., Inleiding tot de Japanse cultuur (Leuven, 2006)

Tijdschriften

• Haikoe-centrum Vlaanderen, Vuursteen(Nederlandstalig)
• Association Française de Haïku, Gong (Franstalig)