Hideyoshi's godsdienstpolitiek
Uit GeschiedenisJapan
Bescherming van het boeddhisme
In het eenmakingsproces hadden Nobunaga en Hideyoshi de macht der kloosters gebroken, maar toen deze eenmaal onschadelijk gemaakt waren, gaf Hideyoshi hun opnieuw steun, althans in de mate dat ze hem dienstig waren. Hij liet het tempelcomplex Enryakuji 延暦寺 op Hieizan heropbouwen en schonk de kloostergemeenschap zelfs tempelgronden. Toen Hideyoshi in 1595 in de door hem gebouwde tempel Hōkōji 方広寺 een grootse eredienst liet houden ter nagedachtenis van zijn overleden ouders, beval hij dat monniken van alle gezindten erop aanwezig zouden zijn. Nichiō 日奥, een monnik van de Fujufuse 不受不施-sekte weigerde te gaan. Hij voerde aan dat de leer van zijn sekte hem verbood aalmoezen van niet-sekteleden te aanvaarden of aan niet-sekteleden te geven. Hideyoshi verbande hem prompt uit Kyōto.
Wantrouwen tegenover het christendom
Dat een man met zijn tirannieke neiging het aan de stok zou krijgen met de christenen, die niet hem maar God als de bron van alle macht beschouwden, lag in de lijn der verwachtingen. Hideyoshi had lange tijd het christendom getolereerd omdat het geassocieerd was met de buitenlandse handelaars en rijkdom. Ook waren sommige van zijn beste generaals en luitenanten, zoals Takayama Ukon 高山右近, christen. Toch bleef hij een sluimerend wantrouwen koesteren tegenover de vreemdelingen en hun doctrine. Tijdens zijn campagne in Kyūshū in 1587 werd hij getroffen door de invloed die missionarissen hadden op de daimyō en de bloei van Nagasaki, dat bezit van de kerk was. Hij verbood de missionering, beval dat de buitenlandse missionarissen uitgewezen zouden worden en confisqueerde de kerkelijke gronden in en rond Nagasaki. In het door hem uitgevaardigde edict stond uitdrukkelijk dat de handel niet onder het verbod viel, dus bleven de Portugese schepen komen en ook de missionarissen, zij het clandestien. Jezuïeten kwamen op de Portugese kraken, franciscanen en dominicanen op de Spaanse schepen. In 1596 strandde een Spaans schip voor de kust van Urado 浦戸 in Tosa 土佐, en de opvarenden, door Hideyoshi's ambtenaar ondervraagd, gaven te kennen dat de Spaanse koning eerst de mensen tot het christendom bekeerde en dan hun land onderwierp.
Hideyoshi zag zijn vermoedens bevestigd en verstrakte de vervolging van de christenen. Alle buitenlandse missionarissen en alle Japanners die hen hielpen of verborgen, werden opgespoord en ter dood gebracht. Door de vervolging afgeschrikt, zwoeren vele christen daimyō en bushi hun geloof af, maar onder het volk scheen de leer nog aan aanhang te winnen. Inmiddels waren er ook al heel wat Japanse priesters gewijd. Velen trotseerden de vervolging om het geloof onder het gewone volk te verspreiden. Voor de verdrukte lagen van de bevolking had de christelijke boodschap ongetwijfeld een aantal aantrekkelijke aspecten. Geïnspireerd door de christelijke naastenliefde zetten de priesters diverse organisaties op die naar de normen van de toenmalige Japanse samenleving erg vernieuwend waren. Zij bevorderden wederzijdse hulp en maakten de Japanners attent op het inhumane karakter van sommige van hun praktijken zoals het doden (mabiki 間引き) of te vondeling leggen van boorlingen. Zij richtten weeshuizen op en deden aan caritatieve werken. Zij trokken van leer tegen polygamie en predikten de kuisheid. Ook al kan men hen voorwerpen dat ze nauwelijks of geen aandacht hadden voor de positieve aspecten van de Japanse cultuur die zij gewoon als ‘heidens’ afdeden, toch is het evenzeer waar dat hun leer veel humaner was dan de geldende maatschappelijke zeden en ideologie.

