Genpei (源平)-oorlogen
Uit GeschiedenisJapan
1180-1185
In de tweede helft van de 12e eeuw vindt een belangrijke verschuiving van de macht plaats: de oude keizerlijke staat evolueert naar een middeleeuwse feodale staat. Twee families, die van de Taira en die van de Minamoto, verzamelen een leger van samoerai. De regenten van de Fujiwara en de ex-keizers doen een beroep op die krijgers om hun onderlinge vetes uit te vechten. Vanaf de jaren vijftig berust de macht vooral in handen van de Taira-clan, dankzij de hoge positie die Taira no Kiyomori kan verwerven. Hij dringt de Minamoto-clan terug, en het duurt enkele decennia eer zij terug opkomen: Minamoto no Yoritomo komt aan de macht in de Kantō-streek en brengt een leger op de been om de Taira te verslaan. Dit betekent het begin van een vijf jaar durende oorlog tussen twee van de machtigste militaire machten van het toenmalige Japan, de Taira- en de Minamoto-clan.
Opkomst van de Taira en de Minamoto
Japan was een keizerrijk tot 1100. Na deze datum verminderde de macht van de keizer. In theorie bleef hij de leider, maar in praktijk werd het land bestuurd door een complexe bureaucratie van hovelingen, waarvan een groot deel tot de Fujiwara-familie behoorde. De politiek werd nog ingewikkelder gemaakt door het feit dat keizers de gewoonte hadden op jonge leeftijd af te treden. De ex-keizers vervoegden zich dan ook bij het bestuur en hadden een belangrijke religieuze en symbolische functie. De mensen die tegen de keizer rebelleerden in plaats van met hem te sympathiseren, moesten vernietigd worden.
Deze taak werd gedeeltelijk vervuld door de Taira-clan, die zelf keizerlijk bloed in zich had. Ze was één van de vier clans met de hoogste politieke macht van het Heian-Japan (794-1185). De Taira begonnen de Fujiwara te imiteren door interne huwelijken tussen de Taira en de Fujiwara-clan. De leider van de clan, Tademori, stierf in 1153 en werd opgevolgd door Kiyomori. Hij werd een van de machtigste personen uit die tijd: tegen 1150 vervoegde hij een centrale positie aan het keizerlijke hof. Hij was zowat de leider van Japan.
Tijdens de Genpei-oorlog hadden de Taira de jonge keizer Antoku, de kleinzoon van Kiyomori, aan hun kant. Zij hadden tevens de keizerlijke schat in hun bezit, die uit drie heilige voorwerpen bestond en een grote symbolische waarde had. De Taira bezaten vooral grond in west-Japan en waren ervaren zeelui. Zij maakten de handel met China mogelijk door de zee vrij te maken van piraterij.
De Minamotoclan was afkomstig van een andere keizerlijke voorouder, en was eveneens een zeer machtige clan van het Japan uit die tijd. Minamoto no Yorimasa was hun leider. Aan hun kant stonden keizer-op-rust Go-Shirakawa en prins Mochihito. De Minamoto waren vooral actief in oost-Japan. Zij voerden onder andere campagnes tegen de Ainu en tegen andere rivaliserende clans.
Zowel de Taira- als de Minamoto-familie beschikte over een leger van getrainde samoerai-krijgers(1).
De eerste spanningen tussen de rivaliserende clans
In 1556, tijdens de Hōgen-opstand, hadden de Minamoto geprobeerd de Taira te onderdrukken in Kyōto, en gerebelleerd tegen de Taira in naam van de keizerlijke heerschappij. Zij werden echter verpletterd door de Taira-samoerai, die de leiders executeerden en vervolgens alle leden van de Minamoto-clan uitroeiden. Slechts enkele Minamoto-jongens konden veilig naar het oosten ontsnappen, en groeiden verder op met de wens om hun vaders en nonkels te wreken.
De rivaliteit tussen beide clans kwam weer tot uiting in het Heiji-incident van 1159. Ook hier waren de Taira de overwinnaars: Taira no Kiyomori versloeg de leider van de Minamoto, Yoshitomo, doodde zijn twee oudste zoons en verbande de derde, Yoritomo. De Taira namen land van de Minamoto af, en vormden het eerste bestuur dat voornamelijk uit samoerai uit de Taira-familie bestond, in de Japanse geschiedenis.
Aanleiding van de oorlog
De Minamoto wouden zich wreken op de Taira-clan na het Heiji-incident, en zij werden tot gevecht opgeroepen door Minamoto no Yorimasa en prins Mochihito. Op het hoogtepunt van zijn carrière gaf Taira no Kiyomori dan het bevel om de strijd aan te gaan met de Minamoto, met als ultieme doel de vijandige clan te vernietigen. Zo werd het startsschot gegeven voor de Genpei-oorlog.
De naam ‘Genpei’ komt van de Chinese uitspraak van de kanji voor Minamoto (gen) en Taira (hei). In het Japans wordt soms ook de benaming Jishō-Juei no ran (Jisho-Juei-oorlog) gegeven aan de Genpei-oorlog, genoemd naar de twee Japanse tijdsperiodes waarin de oorlog zich afspeelde.
De Slag bij de Uji-brug
De eerste slag vond plaats bij de rivier de Uji. Prins Mochihito werd achternagezeten door Taira no Kiyomori en zijn troepen. Hij zocht bescherming in de Mii-tempel te Nara, maar de monniken konden hem niet genoeg beschermen en dus vluchtte hij verder naar de Byōdō-in, juist buiten Kyōto. Rond de brug over de Uji barstte dan de stijd los tussen de Taira en de Minamoto-clan. Ze resulteerde in de rituele zelfmoord van Yorimasa. Prins Mochihito werd gevangengenomen en geëxecuteerd door de Taira.
Na de strijd kwam Minamoto no Yoritomo op de proppen en profileerde zich als nieuwe leider van de Minamoto-clan. Hij ging op zoek naar bondgenoten in de omliggende provincies, maar werd verslagen door het Taira-leger bij de slag van Ishibashiyama. Hij slaagde er wel in door te stoten naar de provincies Kai en Kozuke en zo zijn leger te versterken.
Rond dezelfde tijd maakte Kiyomori een aanval op Nara. Hij zocht wraak tegen de Mii-monniken,die bescherming hadden geboden aan prins Mochihito. Daarom stak hij kloosters en tempels in brand, en vernielde een groot deel van de stad, zodat de bevoorrading van het vijandige leger werd afgesneden.
De Slag bij Sunomata
Het volgende gevecht, de slag van Sunomata, gebeurde in het daaropvolgende jaar. Minamoto no Yukiie voerde een sluipaanval tegen het leger van Taira no Tomomori. Ze waadden ’s nachts door de Sunomata-rivier tot bij het de Taira, maar werden herkend, zodat Yukiie’s leger zich moest terugtrekken. Eens bij de Yahahirivier gekomen, vernielde Yukiie de brug om de Taira die hem achtervolgden tegen te houden. Yukiie werd echter verslagen en de Minamoto moesten zich nogmaals terugtrekken. De achtervolging van de Taira werd uiteindelijk afgeblazen zodra Taira no Tomomori getroffen werd door ziekte.
De opkomst van Yoshinaka
In het noorden van Japan had Minamoto no Yoshinaka, de neef van Yoritomo, die tevens aasde op de macht over Japan, troepen rond zich verzameld. De Taira pleegden een aantal aanvallen op zijn leger, maar die mislukten.
Aanvankelijk vocht Yoshinaka aan de zijde van de erkende leider van de clan, Yoritomo, maar met weinig enthousiasme. Zijn doel was om zelf de Taira te verslaan en voor Yoritomo de hoofdstad Kyōto te bereiken, en de eer van de overwinning naar zich toe te halen. Mettertijd ging hij dus steeds onafhankelijker tewerk.
Maar Yoritomo werd achterdochtig door de toenemende macht van zijn neef, en wilde het land terugwinnen dat Yoshinaka van hem en zijn vader zaliger had afgenomen. Daarom organiseerde hij een reeks aanvallen op zijn neef.
Taira no Kiyomori stierf door ziekte in de lente van 1181. Zijn opvolgers waren niet in staat om veel te ondernemen tegen de doodverwenste Yoritomo, of zelfs niet om Yoshinaka achterna te zitten in de bergen. Kiyomori’s eerste zoon was vroeg gestorven, dus werd zijn tweede zoon Taira no Munemori de nieuwe leider van de clan.
Naar het einde van 1881 toe had Japan te kampen met een grote hongersnood. De burgeroorlog, die reeds een kleine twee jaar aan de gang was in Japan, begon zijn tol te eisen, vooral rond de hoofdstad die vernield was langs beide kanten. In die tijd was er een groot tekort aan landbouwkrachten, omdat de boeren gerekruteerd waren als soldaten voor de legers.
De Taira trokken zich terug naar Kyōto, en Yoshinaka keerde terug naar Shinano. Op strategische punten langs de kust van de Japanse Zee liet hij troepenafdelingen achter. Minamoto no Yoritomo ging terug naar thuisbasis Kamakura, waar de door de burgeroorlog opgelopen schade niet zo ernstig was, doch een aanval op Kyōto was onmogelijk daar het leger niet bevoorraad kon worden door een hongerende stad. Als gevolg viel de oorlog stil voor een kleine twee jaar.
Na een tijd kwamen de Taira in actie en planden een expeditie tegen Yoshinaka in het noorden. Deze werd niet geleid door Munemori, die heel incompetent bleek te zijn, maar door diens zoon, Taira no Koremori. Deze had eerder al het leger geleid tegen Minamoto no Yoritomo in 1180 en had een leger samoerai onder zijn bevel staan. Zij waren echter te klein in aantal door de hongersnood, dus werd er eerst gezocht naar nieuwe soldaten in het noorden om bij het leger in te lijven. Ten slotte rukte het leger van de Taira op uit Kyōto op 10 mei 1183.
Intussen werd Yoshinaka in Shinano vervoegd door de Minamoto-veteraan Yukiie, die tevens zijn oom was. Ook Yoshinaka’s vrouw Tomoe Gozen, een vrouwelijke samoerai(2) , maakte deel uit van zijn leger. Eind maart 1883, toen de rekrutering voor het Taira-leger nog bezig was, kwam het leger van neef Yoritomo naar Yoshinaka toe. Yoritomo was ervan overtuigd dat zij niet met twee de eer konden behalen op de Taira. Maar Yoshinaka liet zijn neef weten dat familiestrubbelingen hen niet zouden helpen in de strijd tegen de Taira. Yoritomo geloofde zijn goede bedoelingen en trok zijn troepen terug. Yoshinaka stuurde zijn zoon naar Kamakura als gijzelaar bij wijze van garantie.
Yoshinaka en Yoritomo besloten dus om hun krachten te bundelen tegen de Taira, maar de onderlinge strubbelingen bleven een gegeven gedurende de hele Genpei-oorlog.
De slag bij Kurikara
De oorlog hernam weer bij de slag bij Kurikara of de slag van Tonamiyama (2 juni 1183), genoemd naar de heuvels waar deze slag gevochten werd. Het is het grootste gevecht tot dan toe gevochten op Japanse bodem, en betekende een keerpunt in het verloop van de oorlog.
Taira no Koremori voerde eerst een mislukte aanval uit op het kasteel van Yoshinaka. Daarop confronteerde Yoshinaka Koremori in een gevecht, en de Minamoto kwamen als winnaars uit de strijd.
De Taira bevonden zich aan de kusten van de Japanse zee. Het dichste teken van aanwezigheid van de Minamoto was het fort Hiuchi. Het was sterk verdedigd en de Minamoto hadden er een dam rond gebouwd, die de aanval op het fort hinderde. Dit hield het Taira-leger echter niet tegen, en het kasteel viel op 20 mei 1183. De Taira- troepen drongen ook de provincie Kaga binnen en vochtten met het Minamoto-leger te Ataka. De Taira wonnen opnieuw en de Minamoto trokken zich terug.
Toch had Yoshinaka nu de juiste informatie in verband met de sterkte van het Taira-leger en de richting waarlangs ze vooruitkwamen. De Taira zouden verder doorstoten door het bergachtige binnenland om dan langs het Noto-schiereiland de provincie Etchu te bereiken, wat territorium van Yoshinaka was. Het werd duidelijk dat de Taira de bergen wouden oversteken via de Kurikarapas.
Het Taira-leger naderde aldus de Kurikarapas vanuit het westen(3) , en Yoshinaka’s leger, dat de Taira wilde stoppen, naderde de pas via het oosten. De Taira naderden de top van de Tonomiyama via de Kurikarapas. Yoshinaka had een plannetje uitgedokterd, en om dit te doen slagen moesten de Taira zich geconcentreerd houden op de top van de berg tot de avond viel. Hiertoe liet hij zijn leger aan de overkant, op de Kurosaka heuvel (ongeveer 1.8 km daarvandaan), 30 witte vlaggen heisen. Deze waren het symbool van de Minamoto-clan en waren bedoeld om de vijand af te schrikken: het leek alsof er veel meer Minamoto-troepen waren dan in werkelijkheid.
Terwijl de Taira dus afwachtten op de berg, bezocht Yoshinaka een shintoschrijn gewijd aan Hachiman, de oorlogsgod en tevens de patroongod van de Minamoto-clan, en gesterkt door goede voortekens begon hij aan de verdeling van zijn troepen. Éen divisie stuurde hij in een grote bocht tot achter de Taira-soldaten. Drie divisies verborgen zich aan de voet van de Kurikaravallei, die zich onder de weg bevond, en de rest hield hij centraal. Yoshinaka slaagde erin om die bewegingen te camoufleren en de Taira op hun plaats te houden door een groot gevecht uit te lokken.
Eerst vuurden de legers pijlen af op mekaar en dan volgde een individueel gevecht. De trotse Taira waren vastberaden het gevecht te winnen en gaven het hun volle aandacht. Noch de Taira nog de Minamoto kwamen echter vooruit. Als een manier om tijd op te vullen, vuurden 15 Minamoto-samoerai signaalpijlen af op de Taira, waarop 15 mannen van de Taira hetzelfde deden. Daarop vuurden de Minamoto 30 gewone pijlen af terwijl ze vooruit liepen, waarop de Taira ook 30 pijlen terugschoten. Zo ging het verder, en de hele dag volgden de uitdagingen tot gevecht mekaar op. De Taira hadden niets te vrezen, want zij bevonden zich langs de rand van de vallei en vandaar uit zouden de Minamoto hen niet meer kunnen aanvallen. Dat was ook Yoshinaka’s bedoeling niet. Hij wou de Taira in het nauw drijven, zodat ze slechts langs de smalle paadjes naar beneden zouden kunnen ontsnappen.
Het werd donker omstreeks zes uur, en tegen die tijd was de divisie die de Taira langs achteren benaderden, toegekomen. Zij droegen veel meer vlaggen dan normaal gedragen zou worden door zo’n kleine eenheid. Yoshinaka’s mannen hadden een kudde ossen bijeen gedreven en fakkels aan hun horens gebonden. De fakkels werden aangestoken en de beesten stormden af op de Taira langs vanachter. Een deel van de samoerai werd omver gelopen en het andere deel vluchtte in paniek weg naar de rand van de vallei, en zij hadden geen andere keuze dan zich naar beneden te laten rollen. Zij hadden gedacht daar veilig en wel te kunnen ontkomen, maar werden verrast door de soldaten van Minamoto die hen in het donker opwachtten aan de voet van de berg.
In het gevecht werden duizenden Taira-samoerai gedood, waaronder Taira no Tamemori. Het was dankzij Yoshinaka dat de Minamoto de Taira hadden overwonnen. Nadat hij de overlevende Taira nog meer nederlagen had toegediend, slaagde hij er uiteindelijk in om Kyōto te bereiken vanuit het noordoosten. Yukiie naderde vanuit het oosten. Yoshinaka was de eerste Minamoto die in triomf Kyōto kon binnengaan.
De Taira werden gedwongen om te vluchten, en Taira no Munemori voerde zijn leger, samen met de jonge keizer Antoku en de keizerlijke schat, terug naar de forten van de Taira in west-Honshū en Shikoku.
De slag bij Mizushima
Yoshinaka, die gesterkt was door een mandaat van Go-Shirakawa om de Taira te achtervolgen en te vernietigen, probeerde de touwtjes in handen te nemen binnen de Minamoto-clan. Hij wou ook zijn grond terugwinnen van zijn neven Yoritomo en Yoshitsune(4).
Ondertussen zetten de Taira een tijdelijk hof op in Dazaifu in Kyūshū. Zij werden daar echter weggejaagd door tegenhangers gestuurd door Go-Shirakawa en vonden een schuilplaats op Yashima, een eiland in de Japanse Zee. Yoshinaka stuurde een troep om de Taira te achtervolgen, en een tweede naar Kamakura om de acties van Yoritomo te vertragen.
In de buurt van Yashima kwam het tot een treffen tussen de Taira en de Minamoto: de zeeslag van Mizushima (17 november 1183). De Minamoto hadden de zee overgestoken om Yashima te bereiken, maar werden tegengehouden door de Taira, juist voor het eiland Mizushima. De Taira hadden hun boten aan mekaar vastgemaakt, en er planken overgezet zodat zij een oppervlakte om op te vechten hadden. Eerst vuurden zij een reeks pijlen af op de boten van de Minamoto, maar wanneer de boten mekaar naderden, kwam het tot man-aan-man-gevechten met zwaarden en dolken. Uiteindelijk zwommen de Taira, die paarden hadden meegenomen op hun schepen, met hun ros richting kust, en joegen de rest van de Minamoto-krijgers weg.
De tweede slag bij Uji
Nu smeerde Yoshinaka een complot met Yukiie om de hoofdstad in te nemen en Go-Shirakawa gevangen te nemen. Er waren zelfs plannen om een nieuw bestuur op te zetten in het noorden. Yukiie verklikte deze plannen echter tegen de keizer, die ze op zijn beurt doorvertelde aan Minamoto no Yoshitsune en Noriyori. Zij konden echter weinig doen en in december 1183 maakte Yoshinaka zich meester van Kyōto.
Aan het begin van 1184 viel hij het klooster Hōjūjidono aan, de tempel te Kyōto waarin Go-Shirakawa vastzat. Hij stak de gebouwen in brand, doodde vele van de bewoners, kidnapte keizer Go-Shirakawa en riep zichzelf uit tot Shogun.
Wat later kwamen Minamoto no Yoshitsune en Noriyori ter plaatse met een groot leger, en konden Yoshinaka uit de stad verjagen. In de Tweede slag bij de brug over de Uji, werd Yoshinaka dan voorgoed verslagen door zijn neven.
De slag bij Ichi-no-Tani
Intussen versterkten de Taira hun positie op een aantal plaatsen in en rond de Japanse zee, wat eigenlijk hun oorspronkelijk land was. Keizer Go-Shirakawa zond hen enkele brieven waarin hij de Taira de vrijheid liet om zich voor de zevende dag van de tweede maand over te geven. In dat geval zouden de Minamoto hen niet aanvallen. Dit was echter een list, want de Minamoto waren niet van plan om tot de achtste te wachten met hun aanval, maar het was een tactiek van de keizer om op een zekere manier de keizerlijke schat terug te bemachtigen en het gezag van de Taira te verstoren.
Het Minamoto-leger maakte zijn eerste grote aanval op het fort van de Taira te Ichi-no-Tani. Het was gesitueerd op Honshū, en lag op een kleine strook land omgeven door bergen langs het noorden en de zee langs het zuiden. De Minamoto verdeelden hun leger in drie groepen: Noriyori nam een deel mee naar de Ikuta-schrijn om de Taira vanuit het oosten aan te vallen, een 100-tal ruiters klom de bergen op naar een plaats van waaruit zij op de Taira-vesting konden neerkijken, en het laatste deel ging westwaarts langs de kust onder leiding van Yoshitsune om van daaruit aan te vallen.
Op een gegeven sein vielen de drie groepen aan, omcirkelden het fort en staken het in brand. De Taira, met de zee in hun rug, konden geen kant uit. Veel van de sterkste en beroemdste Taira-leiders werden hier verslagen. Een deel van de Taira kon echter ontsnappen via schepen en voeren richting Yashima. Zij wisten dat de Minamoto niet metteen Shikoku gingen aanvallen.
In de daaropvolgende zes maanden bereidden de Minamoto zich dus verder voor, en ook de Taira kregen tijd om hun leger te herstellen. Zij hadden het voordeel zich in het thuisland te bevinden, en bovendien waren zij veel meer vertrouwd met de kunst van het oorlogvoeren op zee dan hun rivalen.
De vernietiging van de Taira
Een jaar na de slag bij Ichi no Tani vielen de Minamoto het fort van de Taira te Yashima aan. Daar was eveneens het geïmproviseerde keizerlijke paleis gebouwd door de Taira.
Eerst zagen de Taira grote vuren in openlucht op het vasteland van Shikoku. Zij dachten dat het om een aanval vanop het vasteland ging en vluchtten weg met hun schepen. Daar lag echter de vloot van de Minamoto in hinderlaag, die de vuren hadden gesticht als misleidend manoeuvre. Zij sloegen toe en het fort viel samen met het paleis. Vele Taira konden echter ontsnappen, samen met keizer Antoku en de keizerlijke schat.
De beslissende slag bij Dan-no-Ura (25 april 1185) kwam een maand later. Zij betekende de ondergang van de Taira en staat bekend als een van de meest opzienbarende gevechten in de Japanse geschiedenis. Hoewel het een gevecht op zee was, konden de Minamoto toch een doorbraak forceren, mede door het doorzicht van hun leiders, het onbeslissend karakter van de Taira, en de foute keuze van de Taira no Tomomori om te vechten op de plaatsen waar de zeestroom snel en verraderlijk was.
De Minamoto hadden de Taira tot in de smalle zeeoppervlakte tussen Honshū en Kyūshū, de Straat van Shimonoseki, gedreven. Na een pijl-en-boogduel braken de man-aan-mangevechten los. De stroomgetijden speelden een belangrijke rol in de ontwikkeling van de strijd, en gaven afwisselend het voordeel aan de Taira en aan de Minamoto.
Op een bepaald ogenblik versloegen de Minamoto de Taira-generaal Taguchi Shigeyoshi. Deze gaf zich over en verried zijn eigen clan door op te biechten waar keizer Antoku en de keizerlijke schat verborgen zaten.
Uiteindelijk haalden de Minamoto de bovenhand, en vele Taira gooiden zich in zee, zoals ook keizer Antoku en zijn grootmoeder Taira no Tokiko(5) , liever dan getuige te zijn van de ondergang van hun clan en de overwinning van de Minamoto.
Gevolgen van de oorlog
Minamoto no Yoritomo was de ultieme winnaar van de Genpei-oorlog. Hij had eerst zijn familieleden gebruikt om de Taira te verslaan, maar keerde zich naar het eind van de oorlog tegen hen en haalde macht, eer en overwinning naar zichzelf toe.
Zo verwierf hij de titel van Shogun(6). Hoewel hij niet de eerste man met die titel was in de Japanse geschiedenis, was hij toch de eerste met deze titel in de betekenis van totale hegemonie over heel Japan.
Bovendien richtte hij in 1192 officieel het Kamakura-shogunaat of Kamakura Bakufu op. Met het begin van het Kamakura-shogunaat was de opkomst van de militaire macht van de samoerai een feit, alsook de onderdrukking van de keizerlijke macht, wiens instelling wel behouden werd, maar wiens feitelijke politieke en militaire macht tot nul herleid werd. Dit zou blijven duren tot de Meiji-restauratie, zo’n 650 jaar later.
Het shogunaat als instelling bleef bestaan tot het midden van de 19de eeuw. De shoguns dienden allen afstammelingen van de Minamoto te zijn. Dit moest nagegaan worden door iemand uit de volgende families, die recht hadden op het shogunaat: de Minamoto zelf, de Ashikaga en de Tokugawa.
Vandaag schitteren nog steeds de kleuren van de Minamoto en de Taira op de vlag van Japan. Wit (van de Minamoto) en rood (van de Taira) werden Japans nationale kleuren.
Bronnen
Boeken
- Turnbull Stephen. Battles of the Samurai. London: Arms and Armour Press, 1987
- Turnbull, Stephen. The Samurai Sourcebook. London: Cassell & Co., 1998
- Sansom, George. A History of Japan to 1334. California: Stanford University Press, 1958
- Hurst, G. Cameron III. Insei: Abdicated Sovereigns in the Politics of Late Heian Japan, 1086-1185. New York: Columbia University Press, 1976
- Vande Walle, Willy. Geschiedenis van Japan tot 1868, Syllabus 2006-07. Leuven, 2006
Website
“Genpei War”. <http://en.wikipedia.org/wiki/Genpei_War>. (15/11/2006)
Voetnoten
(1) samoerai = dienaar
(2) een uiterst zeldzaam fenomeen in de Japanse geschiedenis
(3) zo staat het beschreven in de Heike Monogatari
(4) Minamoto no Yoshitsune was de jongere broer van Yoritomo en een belangrijk generaal van de Minamoto-clan in de late Heian- en vroege Kamakura-periode
(5) weduwe van Kiyomori
(6) commander-in-chief

