Franciscus Xaverius op missie in Japan
Uit GeschiedenisJapan
Franciscus Xaverius (geboren als Francisco de Yasu de Azipilcueta y Xavier) of Francis Xavier (1506-1552) was een jezuïet-missionaris en de grondlegger van het christendom in het Verre Oosten. Overal waar hij kwam vestigde hij missieposten en leidde hij jezuïeten op. Hij beschouwde Japan als een belangrijk missieveld. Na zijn dood werd zijn werk verdergezet door zijn volgelingen.
Inhoud |
Biografie
Zijn leven
Franciscus Xaverius, geboren op 7 april 1506 in Navarra, was een Spaans-Baskische jezuïet-missionaris. In Parijs, waar hij filosofie en theologie studeerde, leerde hij Ignatius de Loyola kennen, de stichter van de jezuïetenorde. In 1534 deed Xaverius zijn gelofte, om later toe te treden tot de 'Sociëteit van Jezus'. In 1537 werd hij tot priester gewijd in Venetië.
Zijn vroegere missies
Op vraag van koning Johan III en paus Paulus III zond Ignatius de Loyola, Xaverius naar Indië om er het geloof te verkondigen. In 1540 vertrok hij met pater Simon Rodriguez op missie naar Lissabon. In 1542 bereikte hij Goa in India. Van daaruit ondernam hij missiereizen naar Ceylon, Malakka, de Molukken, de Filipijnen om in 1549 in Japan te belanden.
Zijn dood
In 1551 keerde hij terug naar Goa om een jaar later naar China te reizen, waar hij nooit aankwam. Op 46-jarige leeftijd stierf hij op Shuang Chu'an, een eiland voor de Chinese kust nabij Kanton. Zijn sterfdatum is 3 december 1552. Zijn lichaam, als bij wonder geheel bewaard gebleven, werd pas enkele maanden later naar India overgebracht met een Portugees schip. Het nieuws van zijn overlijden verspreidde zich heel langzaam. Acht maanden na zijn dood schreef Ignatius de Loyola hem nog een brief met de opdracht terug te keren naar Europa. In Japan was men zelfs na een jaar nog niet op de hoogte. Een deel van zijn rechterarm werd in 1615 naar de kerk Il Gesù te Rome overgebracht.
Heilig voor altijd
In 1621 werd Xaverius samen met Ignatius de Loyola heilig verklaard. Overal waar Xaverius kwam liet hij een kerk achter. Ook hier in België dragen kerken en scholen zijn naam. In 1927 werd hij door paus Pius XI tot patroon van alle missies benoemd. Hij is ook nog patroon van de zeelieden in het Verre Oosten, patroon tegen storm, pest en hagel. Hij wordt vaak afgebeeld met een vlammend hart en met een kruis in de hand. Nog een erfenis van hem is het Xaveriuswater, een geneesmiddel tegen koorts, mankheid en slechte ogen. Het feest van Franciscus Xaverius wordt op 3 december gevierd.
Zijn missie in Japan
Het eerste contact met de Japanners
Het eerste contact met het christelijk geloof in Japan vond plaats in 1549. Op 15 augustus dat jaar, bereikten Franciscus Xaverius, samen met pater Cosme de Torres en broeder Juan Fernandez, Kagoshima. Kagoshima was de belangrijkste haven van de provincie Satsuma, op het eiland Kyūshū. Onderweg kreeg het Spaanse trio het gezelschap van Yajirō[1], een bekeerde Japanse vluchteling, die beschuldigd werd van doodslag. Shimozu Takahisa, de daimyō van Satsuma en Yajirō's familie gaven Xaverius en zijn metgezellen een warme ontvangst.
Xaverius stond onder bescherming van de Portugese koning. De haven van Kagoshima werd zoals alle andere havens druk bezocht door Portugese schepen. Het eerste contact van Japan met de Portugese handelaars was er al van in 1543, wanneer de Portugezen de eerste vuurwapens naar Japan en China brachten. Zendelingen werden altijd vergezeld door kooplieden en deze hun aanwezigheid was een groot voordeel voor de jezuïeten. Een missie ging altijd samen met kolonisatie. Zelf toonde Xaverius weinig interesse in kolonisatie en handel. Zijn enige doel was al wat hij geleerd had van Ignatius in de praktijk te verwezelijken: Het christendom bekend maken aan hen die dit geloof nog niet kenden.
Via Yajirō en Jorge Alvares[2], had Xaverius al wat kennis opgedaan over de Japanners hun gewoonten, hun cultuur en over hun religie. Deze informatie kwam goed van pas, want Japan was voor Xaverius een totaal onbekend terrein. De jezuïeten kwamen al gauw tot de conclusie dat Yajirō zelf niet veel afwist van de godsdienst van zijn eigen land. Er werd Xaverius ook verteld dat de Japanners geheel beschaafd waren en klaar waren voor kerstening. Ze zouden zich gemakkelijk openstellen voor nieuwe ideeën en hun missie zou wel eens een groot succes kunnen worden. De eerste indruk van Xaverius van de Japanners was dat ze goede, warme mensen waren en in zijn ogen, bekeerd konden worden. De jezuïeten hadden al snel ervaren dat de Japanners hen wel open, maar ook kritisch tegemoet traden. Xaverius moest zijn mening herzien, de Japanners bekeren bleek geen sinecure. Hij besefte dat de macht bij de lokale heersers lag en dat zijn relatie met deze klasse belangrijk was om zijn missie te doen slagen. Hij was er zich ook van bewust dat de taal een groot struikelblok was.
Toch werden er in Kagoshima zo'n honderdtal Japanners bekeerd, buiten de 15 bekeerden gerekend van het Ichiku-kasteel, dat niet zo ver verwijderd lag van Kagoshima.
Problemen met de Japanse taal
Tijdens zijn verblijf in Kagoshima maakte Xaverius zich de Japanse taal eigen, maar dit liep niet van een leien dakje. Xaverius was hoegenaamd geen talenknobbel. Daarom kon hij steunen op de hulp van Yajirō, zijn persoonlijke tolk. Yajirō kon geen kanji lezen en had een beetje kennis van de Portugese taal. Hij had ook geen voldoende kennis over het boeddhisme. De kennis van de Japanse taal was een voordeel om de Japanners te kunnen bekeren. Maar bij het vertalen van de teksten liep veel mis, te wijten aan de verschillen in de christelijke en Japanse begrippen, wat veel verwarring teweegbracht. Yajirō vertaalde de christelijke leer, die dan door Xaverius opgeschreven werd in Romaanse letters in fonetisch Japans.
Niet alleen de stijl waarin de teksten geschreven waren, was slecht, maar ook de uitspraak van Xaverius leek nergens naar, met als gevolg lachconcerten van zijn toehoorders. De christelijke leer verkondigen verliep dus niet vlekkeloos.
Begrippen als 'God', 'onsterfelijke ziel', 'hel' waren in het boeddhisme niet gekend. 'God' betekende voor hen 'het kwade' en 'een zonde'. Bij 'hel' konden ze alleen maar denken aan hun voorouders, die in de 'eeuwige hel' waren en daar ook zouden blijven. Als vertaling voor God gebruikte Xaverius eerst het Japanse woord 'Dainichi[3]', zonder de echte betekenis van dit woord te kennen. Hij had Dainichi immers overgenomen van Yajirō, die vroeger lid was geweest van de Shingon-sekte. Sedert dan kwam er snel contact met de Shingon monniken en werd het Xaverius snel duidelijk dat 'Dainichi' niet overeenstemde met God.
Om misverstanden te vermijden hanteerde Xaverius enkel de term 'Deusu', afgeleid van het Latijn 'Deus'. Later werden ook andere christelijke termen vervangen naar Latijns en Portugees voorbeeld. Zo werden dan vele misverstanden uit de weg geruimd.
Eens de taalbarrière overwonnen, kende het christendom een grote opmars.
Het boeddhisme
Het contact met de boeddhistische monniken was er vrij snel, dankzij hun tolk Yajirō. Xaverius bezocht boeddhistische universiteiten en kloosters, waaronder het Fukushōji-klooster van de Sōtō Zen-school. Dit klooster was de belangrijkste plaatselijke tempel. Er vonden diepgaande gesprekken plaats met de abt en de zeer waardige en wijze Zen-meester Ninshitsu. Het was vooral deze laatste die bij Xaverius een diepe indruk naliet. Xaverius kreeg ook toestemming op de trappen van dit klooster zijn christelijke boodschap te prediken. Xaverius constateerde dat de monniken zich niet alleen met het spirituele bezighielden, maar dat ze ook interesse toonden voor het politieke en militaire leven in Japan.
Veel gebruiken in het boeddhisme hadden volgens Xaverius veel overeenkomsten met gebruiken in de katholieke kerk, zoals gewijde priestergewaden, bewierroken, heilig water, ...was er ergens enige invloed door de apostel Thomas? Wederzijds bestond er verwarring over wie ze eigenlijk waren. Xaverius stelde zich de vraag of hij met Nestoriaanse christenen[4]. te maken had. Omgekeerd rees ook de vraag bij de Japanners of de jezuïeten geen boeddhistische monniken waren, maar dan wel van een ander genre dan zij.
De christenen hadden het moeilijk om de leer van het Zen-boeddhisme te begrijpen, ze kenden immers geen 'God' of 'eeuwigheid'. Het gebruik van het woord 'Deusu' betekende voor de bonzen[5] een belediging van hun godsdienst en verweten Xaverius hun God 'een leugenaar' te noemen. Xaverius probeerde de bonzen te overtuigen dat er maar één God was (de Schepper van Hemel en Aarde), maar door hun vreemde gedachtewereld bleek dit een moeilijke opdracht. Ze waren verwonderd, omdat er in hun godsdienst niets vermeld stond van een 'Schepper van het Heelal'.
In 1551 gaf Xaverius broeder Fernandez de opdracht de bekeerde Japanners te overtuigen dat Dainichi niet de christelijke God was, maar wel een duivelse zet.
Naast Dainichi stuitte Xaverius ook op de leer van 'Shaka[6]' en 'Amida[7]', de eeuwige transcendente Boeddha's. De meerderheid van het Japanse volk vereerden Amida, maar Xaverius beschouwde deze twee Boeddha's als twee demonen.
Xaverius kwam ook tot de vaststelling, dat er onder de boeddhisten veel homosexualiteit aanwezig was, wat hij ten zeerste verafschuwde. Door al deze misverstanden stonden de bonzen en de jezuïeten als vijanden tegenover mekaar. Voor de bonzen betekende de introductie van het christendom doodgewoon het einde van Japan. Ondanks het wederzijds onbegrip, slaagden de jezuïeten er toch in om Japanners te bekeren.
Hirado
De jezuïeten missionarissen deden ook enkele havens aan, waaronder Hirado. In augustus 1550 kregen ze er een zeer warme ontvangst door de daimyō Matsūra Takanobu. Met de toestemming van de daimyō kon Xaverius zijn werk verderzetten en begon net zoals broeder Fernandez in het openbaar te prediken. Deze had ondertussen de Japanse taal al meer onder de knie en deed zijn toespraken in het Japans, zonder tolk.
Xaverius had nog gepland om naar Miyako(Kyōto) te reizen, de religieuze en politieke stad van Japan, waar de keizer zetelde. Miyako was een feodale maatschappij en er bevonden zich ook universiteiten. In gezelschap van broeder Fernandez en Bernardo, een bekeerling van Kagoshima vertrok hij naar Miyako met de hoop de keizer te kunnen overtuigen van zijn geloof. Maar zijn groot plan om de hele streek te bekeren, viel in het water. Hij vond Miyako in staat van verval en in isolement. De keizer heeft hij nooit te zien gekregen, en kreeg zelfs te horen dat deze geen enkele macht meer had.
Na enkele weken boekten de jezuïeten in Hirado meer resultaat, dan in Kagoshima op een jaar tijd. Xaverius liet de bekeerde Japanners achter, onder de hoede van pater Cosme de Torres en trok verder met broeder Juan Fernandez naar Yamaguchi in Honshū.
Zijn verblijf in Yamaguchi
Yamaguchi was één van de grootste, modernste en rijkste steden van Japan, waar ook boeddhistische kloosters aanwezig waren. Xaverius was er zich van bewust dat het geloof prediken in Japan niet hetzelfde effect had zoals in India. De missionarissen werden er gewoon veracht. Dus ging hij het op een andere manier aanpakken en veranderde zijn tactiek. Hij ruilde zijn monnikspij voor een zijden gewaad, nam dienaren in dienst en stelde zich voor als het hoofd van de Portugese ambassade. Hij gaf de machtige daimyō Ōuchi Yoshitaka dure geschenken, afkomstig van de overheid van Goa, zoals kristal, spiegels, een bril, een drieloops musket, ... Xaverius woorden vielen in goede aarde en hij won het respect van de daimyō die hem in ruil voor de geschenken goud en zilver aanbood. Xaverius weigerde zijn aanbod, maar kreeg in de plaats de toestemming om het christelijk geloof te verkondigen, hij kreeg bescherming en een leegstaand boeddhistisch klooster als woning.
Niet alleen het kleine volk, maar ook aristocraten, hogepriesters en Japanse krijgsheren kwamen luisteren naar zijn toespraken, maar stelden ook vragen betreffende astronomie, godsdienst, natuurkunde en andere onderwerpen. Ze waren nieuwsgierig en hadden een grote drang ook over deze kennis te beschikken. Ze hadden ook veel respect voor de geleerdheid van de jezuïeten, die op al hun vragen degelijke antwoorden gaven. Al deze toespraken werden vertaald door Juan Fernandez die trouwens ook de tolk was voor Cosme de Torres.
De eerste twee maanden van zijn verblijf in Yamaguchi werden 500 bekeerlingen gedoopt, waaronder vele samurai. Xaverius verbleef maar vijf maanden in deze stad.
In september 1551 werd Xaverius uitgenodigd door Ōtomo Yoshishige (Ōtomo Sorin), de daimyō van Funai(Oita). Hij was zo vrij de missionarissen te laten prediken en bood hen ook bescherming aan. In die periode konden de jezuïeten hem niet overtuigen zich te bekeren. Pas 27 jaar later werd hij christen en nam de naam van Franciscus tot zich. Xaverius' verblijf was maar van korte duur. Sinds zijn aankomst in Japan had hij geen enkele brief uit India ontvangen. Dit was een grote teleurstelling, maar tegelijkertijd baarde dit hem ook zorgen. Zijn besluit stond vast en keerde terug naar Goa in India. Tijdens zijn afwezigheid namen Cosme de Torres en Juan Fernandez zijn missie in Yamaguchi over, ook tijdens de burgeroorlog. In datzelfde jaar wordt hij provinciaal van de orde in Goa, van waaruit hij de hele missie regelde.
Zijn laatste doel
Xaverius stond bekend als een hard, veeleisend man, maar ook als iemand die een enorme drijfveer had zijn doel te bereiken. Hij beschouwde het grote rijk China als de enige mogelijkheid om nog meer Japanners tot het christendom te bekeren. De Japanners hadden een sterke bewondering voor de Chinese beschaving en dat zag Xaverius als een voordeel. Als hij China voor het christendom zou kunnen winnen, zou Japan wel volgen. De kou trotserend, zette Xaverius koers naar China, maar geraakte niet verder dan Shuang Chu'an, een eiland voor de Chinese kust, nabij Kanton. Shuang Chu'an was de plaats vanwaar de Portugezen handel dreven met China. Terwijl Xaverius tevergeefs wachtte op toestemming om het vasteland te mogen betreden, werd hij ziek door uitputting. Hij stierf er op 27 november 1552, op 46-jarige leeftijd. Zijn laatste droom heeft hij dus niet meer kunnen waarmaken.
Zijn volgelingen en hun werk
Na de dood van Xaverius werd de Japanse missie verdergezet door pater Cosme de Torres en broeder Fernandez. Na hun verblijf van zeven jaar in Yamaguchi was het aantal christenen gestegen tot 2000. Het liep allemaal moeizaam, mede te wijten aan de politieke en militaire situatie in Japan, die de ontwikkeling van het christendom belemmerde. De lokale heersers, die constant met elkaar in de clinch lagen, dwongen de missionarissen regelmatig naar andere plaatsen te reizen. Vele jezuïeten, priesters en broeders, later ook Franciscanen en Dominicanen, traden in de voetsporen van Xaverius, waaronder Balthazar Gago, Eduard Da Silva, Pierre d'Alcaceva, Luis Frois, Gaspar Coelhe en de energieke Gasper Vilela. In tegenstelling tot Xaverius, die er niet in geslaagd was de keizer in Kyōto te zien, slaagde Vilela in 1559 daar wel in. Met de hulp van boeddhistische monniken en een non, kon hij de Shōgun Ashikaga Yoshiteru overtuigen om hun christelijk geloof te mogen prediken. Maar hij stuitte op verzet van de monniken, die de grootste vijanden waren, vooral de Zen-boeddhisten en de Nichiren sekte. Zij dwongen Vilela in 1561 Kyōto te verlaten.
De grootste vooruitgang werd geboekt in Kyūshū, te danken aan de Portugese handel met Japan. Uit vrees om hun handelsvoordelen met de Portugezen kwijt te raken, waren de daimyō's gemakkelijker te overtuigen en sommigen onder hen konden zelfs bekeerd worden. Een voorbeeld hiervan is Ōmura Sumitada van Bizen. In het hele gebied van de daimyō waren er in 1571 rond de 5000 christenen. In 1580 schonk Sumitada de haven van Nagasaki, waar er 1500 christenen waren, aan de 'Sociëteit van Jezus'. De meeste bekeringen in Kyūshū vonden plaats onder het militaire gezag van Oda Nobunaga, die het christendom gunstig gezind was. Op verschillende plaatsen werden scholen , seminaries en kerken opgericht, waaronder de Daidōji-kerk in Yamaguchi. Rond 1580 waren er ongeveer 150 000 christenen en meer dan 200 kerken in Japan. De geestelijken bestonden uit 58 jezuïeten, 20 Japanse broeders en 100 catechisten, dōjuku genoemd.
Nog een belangrijke volgeling van Xaverius was de Italiaan Alessandro Valignano, die in 1569 in Japan arriveerde. Tijdens zijn verblijf kende het christendom een bloeiende opgang. Na enkele jaren afwezigheid keerde Valignano terug naar Japan en zette zijn missie verder. In 1590 waren er 136 jezuïeten in Japan. Ondanks de vele hindernissen, zijn de jezuïeten er toch in geslaagd vele Japanners te bekeren, tot in 1614 het christendom werd veroordeeld.
Brieven
De jezuïeten hadden de verplichting, volgens de wetten van de 'Sociëteit van Jezus', verslag uit te brengen over hun missies aan de generaal van de Orde in Rome. Ook hun metgezellen in Portugal, Spanje en Italië werden op de hoogte gebracht over hun gezondheidstoestand, hun ervaringen en activiteiten, door middel van gedetailleerde brieven. Deze werden in het Portugees, Spaans of Italiaans geschreven en dienden als bron van informatie. Via deze brieven, die gekopieerd en doorgegeven werden, werd Europa geïnformeerd over de Japanse cultuur en het boeddhisme.
Al de brieven tussen 1547 en 1552, geschreven door o.a. Cosme de Torres en Juan Fernandez, bevatten gedetailleerde informatie, betreffende de boeddhistische scholen, de praktijken van de monniken, reïncarnatie, de leer van het Zen-boeddhisme enz. Jorge Alvares, die reeds in 1547 Japan bezocht had, schreef een verslag over de gewoonten van de monniken, de geografie van Japan, het boeddhisme en het shintoïsme. De langste en tevens ook belangrijkste brief, is Xaverius'eerste brief, geschreven in Kagoshima op 5 november 1549, aan zijn metgezellen in Goa. Deze brief, die gedetailleerde informatie over alle waarnemingen in Japan en hun religie bevat, is breed verspreid geweest in Europa. Xaverius stuurde zijn lange brief, samen met het verslag van Alvares naar Rome.
Op verzoek van Xaverius, schreef pater Lancilotti, in het Italiaans, de woorden van Yajirō neer in een verslag, met informatie over het kloosterleven, de legendes van Boeddha, de bonzen enz. Dit verslag werd door Xaverius vertaald in het Spaans en samen met zijn brief, die hij schreef op Cochin, naar Ignatius de Loyola gestuurd. Een andere brief van Lancilotti handelde over politieke en militaire onderwerpen.
Xaverius schreef pas een brief over zijn twee-jarig verblijf in Japan in 1552, toen hij terug was in India.
Voetnoten
- ↑ Yajirō: Hij werd in de brieven van Xaverius ook Anjirō genoemd.
- ↑ Jorge Alvares: Kapitein van een Portugees schip, hij was in 1547 al in Japan geweest.
- ↑ Dainichi: Japans voor 'Mahāvairocana'. De naam van de centrale Boeddha-figuur in het Shingon-boeddhisme. In werkelijkheid betekent het zoiets als een krachtig, persoonlijke wijsheid, die de kosmos verlicht.
- ↑ Nestoriaanse christenen: Zij bleven afzijdig van de westerse kerk.
- ↑ Bonzen: Japanse en Chinese boeddhapriesters.
- ↑ Shaka: Boeddha, de 'Verlichte'
- ↑ Amida: De hemelse Boeddha van het westen en het 'onbegrensde licht'.
Bibliografie
Boeken
- Delplace, L. Le Catholicisme au Japon, Bruxelles: Librairie Albert Dewit, 1909.
- Drummond, Richard H. A history of Christianity in Japan, U.S.A.: William B. Eerdmans Publishing Company, 1971.
- Vande Walle, Willy. Een geschiedenis van Japan: Van samurai tot soft power, Leuven: Acco, 2007.
- Wright, Jonathan. De Jezuïeten, Amsterdam: Bert Bakker, 2004.
Internet
- Early Jesuit Missionaries in Japan 1 (01/12/2008)
- St. Francis Xavier At Yamaguchi (01/12/2008)
- bulletin of Portuguese / Japanese Studies (06/12/2008)
- http://en.wikipedia.org/wiki/Francis_Xavier (27/11/2008)


