Evolutie in het onderwijs tijdens de Meiji-restauratie

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

Inhoud

onderwijs tijdens begin Meiji-periode


Inleiding

De Meiji-regering werd belast met een zware taak aan het begin van zijn ontstaan. Er was immers een nationaal beleid nodig, dat Japan in een moderne natie transformeerde die voldeed aan de voorwaarden, die de westerse wereld stelde. In 'De keizerlijke eed van vijf artikels' (五箇条の御誓文, Gokajo no Goseimon)uitgegeven door de Keizer op 6 april 1898, stonden er belangrijke elementen die invloed hebben op het onderwijs. Het doel was dus om het nationale onderwijs te moderniseren naar westers voorbeeld. Deze regering wilde ook dat niet alleen de elite van onderwijs kon genieten. Ze wilde iedereen toegang tot onderwijs verschaffen onder het motto van 'beschaving en verlichting' om zo een sterke moderne natie te creëren. Maar de aanhoudende conflicten tussen conservatievelingen en reformisten zorgden ervoor dat de toekomst van het onderwijs nogal verwarrend werd. In 1871 werd het Departement van Onderwijs opgericht. Dit was verantwoordelijk voor het onderwijs over heel de natie. De orde van het onderswijssysteem bekeek men voor het eerst de oprichting van een modern onderwijssysteem.

onderwijssysteem

In de beginjaren van de Meiji-restauratie waren er drie verschillende soorten onderwijs die streden om erkenning en dominatie: de nationale studies, de chinese studies en de westerse studies. Door hun verschillende opvattingen onstonden er al vlug veel geschillen.

In 1872 werd door Mitsukuri Rinshô,de gakusei(学制), een fundamenteel decreet op het onderwijs opgesteld. Deze steunde vooral westerse waarden. De ontplooiing van het individu, de gelijkheid van de burgers én gelijke kansen voor iedereen. Dit laatste werd gewaarborgd door de algemene leerplicht.

Men begon het Franse systeem als basis voor het onderwijsnet te gebruiken. Hierdoor werd het land opgedeeld in 8 departementen met elk hun universiteit. Deze hadden dan elk 32 middelbare scholen onder hen, per district een. Per middelbare school had je dan 210 lagere scholen. Maar door gebrek aan financiële middelen werd dit plan nooit uitgevoerd. De schoolboeken waren dan weer vertalingen van Amerikaanse boeken.

Het onderwijs was misschien wel verplicht, maar daarom niet gratis. Per kind werd er 50 zeni per maand gevraagd. Voor de boeren was dit een zware last, bovendien hadden zij hun kinderen nodig als arbeidskrachten. Daardoor kwam men in opstand tegen de leerplicht. Toch breidde het onderwijsnet zich snel uit. In 1873 zou er al 31% en in 1878 41% kinderen naar school gaan. Deze cijfers verschilden wel van regio tot regio.

In 1879 kwam er opnieuw een decreet uit, het kyôikurei(教育令)genaamd.Dit was gebaseerd op het Amerikaans systeem.Er was toen een regionale autonomie wat onderwijs betrof. Maar ook deze werd echter herzien in 1880. Toen kwam kasei kyôikurei(改正教育令)uit. Opnieuw werd er voor een centraal systeem gekozen.

onderwijs in de Edo-periode


De Tokugawa maatschappij had al een goede grond gelegd wat onderwijs betrof. Het alfabetisme lag al redelijk hoog. De nadruk lag ook op discipline en bekwame prestaties. Al deze elementen zorgden ervoor dat onder leiding van de Meiji-regering Japan vlug van een feodale staat naar een moderne natie evolueerde.

Toen de Europeanen in Edo aankwamen, zagen ze iets wat hen sterk verwonderde. Er was immers een heel goed onderwezen bevolking én een algemene verspreide populaire cultuur. Het percentage van alfabetisme werd geschat op meer dan 80% voor de mannen, en ergens tussen de 60-70% voor de vrouwen. Dit percentage lag ook hoger in grote steden zoals Edo en Osaka. Dit kwam omdat tijdens de Tokugawa periode, de rol van de bushi (武士) oftewel samurai, veranderde van krijger naar administrator. Als gevolg hiervan steeg het onderwijs en alfabetisme. De studies van een samoerai hielden zowel moraalleer als militaire en literataire studies in. De meeste samoerai gingen naar een school die gesponsord werd door hun han (domein). Tegen 1868 hadden meer dan 200 van de 276 han's scholen. Sommige samoerai gingen zich dan nog specialiseren in bijvoorbeeld nationale studies of westerse geneeskunde, moderne militarisme of zelfs rangaku, zo werden de europese studies genoemd. Het onderwijs van de gewone bevolking was vooral praktisch georiënteerd. Ze verschafte een basis van lezen, schrijven en wiskunde met de nadruk op onder andere calligrafie. Het onderwijs vond meestal plaats in een tempelscholen oftewel terakoya (寺子屋 ). Zij onstonden uit de vroegere boeddhistische scholen. Deze scholen waren echter geen religieuze instellingen. Tegen het einde van de Tokugawa periode, waren er ongeveer 11 000 van deze scholen en werden ze bezocht door 750 000 studenten. De leertechnieken bestonden uit lezen van verschillende boeken, onthouden en herhaaldelijk kopieren van chinese karakters en het japanse schrift.

Stichting van vrije scholen en gespecialiseerde scholen


privé-scholen

Doordat de regering niet alles kon financiëren, onstonden er al vlug parallel vrije scholen.Deze scholen werden vaak gesticht door buitenlandse mensen. Er werden ook heel wat scholen gesticht door de katholieken. Het ontstaan van de privé-scholen gaat terug tot in de middeleeuwen toen er 'geheime scholen' bestonden. Toen was er een bijzondere vertrouwensband tussen de leerkracht en leerling. De leerstof was dan vaak vertrouwelijk en beperkt tot het vakgebied van de leerkracht. Maar met de tijd evolueerde deze onderwijsvorm tot een opener karakter. Tegen het einde van de Edo-periode waren er verschillende types van privé-instellingen, gespecialiseerd in op terreinen als chinese studies, calligrafie, gebruik van de abacus, nationale studies (国学 kokugaku), westerse studies (蘭学 rangaku).

chinese en nationale studies

De regering moedigde studies voor chinese cultuur aan, vooral het confucianisme. Vele scholen werden door de aanhangers van het confucianisme opgericht. Deze waren gekend als kangakujuku (漢学塾)

Kokugakujuku (国学塾) bloeiden evenals hun chinese tegenhangers op. Dit zijn privésholen die zich specialiseerden in Japan zelf. Op het einde van de shogunaat, kwam hun ideologie dicht bij de ideologie die het herstel van de Keize beoogde. Vele scholen echter onderwezen beide studies. Met de openstelling van de grenzen en de introductie van de westerse beschaving onstond een derde type van privéschool. Deze bestudeerden het westen, en waren gekend als yogakujuku(洋学塾).

Al deze privé-scholen werden niet geleid door de regering, maar werden onafhankelijk geleid. Een groot verschil lag wel in het feit dat deze scholen weinig of zelfs geen studenten toelieten van een lagere sociale klasse. Deze scholen waren de voorlopers van het moderne privé-onderwijs.

normaalscholen

In 1872 werd door de Amerikaanse pedagoog Scott een school voor de opleiding van leraren gesticht. Deze kreeg de naam Shihan Gakkô (師範学校). Al vlug openden er filialen in alle prefecturen. In 1875 kwam er een in Tôkyô een school voor de opleiding van onderwijzeressen en in 1886 een school voor de opleiding van de leraars middelbaar onderwijs. Alle scholen voor hogere opleiding fusioneerden op het einde van de Edo-periode tot een universiteit, de universiteit van Tôkyô. Deze had vier faculteiten: geneeskunde, rechten, literatuur en fysica.

vrouwenonderwijs

Het onderwijs is al sinds de Tokugawa periode verschillend voor vrouwen als voor mannen. De vrouw werd immers niet geacht intellectuele kennis te bezitten. Hun opleiding bestond vooral uit huishoudkunde en etiquette. Soms werden ze als meid naar een andere familie gestuurd om ervaring op te doen. De opleiding van vrouwen was dan ook vooral gericht op het zijn van een goede echtgenote en moeder. Er bestonden zelfs handboeken speciaal voor vrouwen.

De Amerikaanse Pedagoog David Murray bekommerde zich om het onderwijs bij de vrouwen. In 1872 stichtte hij een speciale school. Tsuda Umeko studeerde af in Amerika, stichtte de Tsuda eigaku juku (津田英学塾) en Naruse Jinzô(成瀬仁蔵) stichtte de Nihon joshi daigaku(日本女子大学)

belangrijke vernieuwingen tijdens de Meiji-periode


Het nieuwe onderwijssysteem verschilt duidelijk van het oude traditionele confucianistisch systeem. Na op de westerse ideeën,lag de nadruk ook op het individualisme en de praktische waarde van onderwijs en onderzoek.

De noodzaak van individuele zelfverbetering en de voordelen die het regelmatig naar school gaan te bieden had, werden duidelijk gemaakt. Er werd gezegd dat de oorzaak van persoonlijk falen lag aan het ontbreken van een degelijke opleiding. In het verleden genoot alleen de elite van onderwijs en de algemene noodzaak van een opleiding werd dus niet erkend. De betekenis en het nut van onderwijs begreep men niet zo goed. Om deze situatie te verbeteren, richtte de regering het departement van het onderwijs op.Men zag onderwijs als een middel om hoger te klimmen op de sociale ladder. Ouders werden verantwoordelijk gehouden voor het schoolgaan van hun kinderen, en werden aangemoedigd om moeite te doen voor een opleiding van hun kinderen.

Het ontstaan van een publiek nationaal onderwijsnet is ook belangrijk geweest. Dit werd vooral opgericht opdat Japan vlug het westen zou kunen inhalen en dus een moderne natie zou kunnen worden. Dit onderwijsnet was zeer uitgebreid.Voorheen werd het onderwijsnet door de religieuze instellingen gedomineerd. Nu kreeg iedereen die kon schrijven en lezen de taak om dit over te brengen op de volgende generatie. Overal werden er scholen opgericht, al dan niet onder invloed van de regering. Doordat er zo vlug zoveel scholen werden gesticht doorheen het hele land, werd de geest van het modernisme verspreid en begon langzamerhand het denken over het onderwijs te veranderen. Scholen werden beter gestructureerd en op vele plaatsen was de gemeenschap direct hierbij betrokken. Tijdens de Edo-periode gingen samurai en de gewone bevolking naar verschillende scholen. Terwijl men nu wilde dat iedereen in dezelfde lagere scholen onderwezen werd. In de praktijk ging men in het begin nog altijd naar verschillende scholen, maar naarmate het niveau van de openbare scholen omhoog ging, ging men meer en meer naar dezelfde scholen. Hierdoor promootte men de sociale gelijkheid. Het is daarom ook belangrijk geweest in de geschiedenis.De nieuwe idealen rond onderwijs hadden immers een enorme invloed op het denken van de jongere mensen.

Er werden ook veel buitenlandse intelectuelen aangetrokken om in Japan les te komen geven, dit waren de o-yatoi gaikokujin(お雇い外国人) en er werden ook commisies zoals de Iwakura commissies naar het buitenland gestuurd om het buitenland te bestuderen en ideën terug te brengen.Het isolationisme werd hiermee dus doorbroken.

Het onderwijs genoot meer aanzien dan voorheen. De functie van scholen was om praktische kennis te delen en talent te ontwikkelen.De onderwezenen moesten dan wel ijverig zijn. Onderwijs werd gezien als een bron van succes in het leven, en iedereen werd verwacht hiervan gebruik te maken. Deze filosofie verschilde enorm van het vroegere denkenpatroon over onderwijs.

Bibliografie