Economische groei van Japan na WOII

Uit GeschiedenisJapan
Ga naar: navigatie, zoeken

De economie van Japan na de Tweede Wereldoorlog staat bekend als het Japanse naoorlogse 'mirakel'.

De herrijzing van het land van de rijzende zon

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog is de Japanse bevolking gedaald tot het aantal in 1940. Japan wist nu dat het in een moderne industriële wereld nooit een militaire grootmacht kon worden. Het land heeft weinig grondstoffen, het heeft een aanzienlijk deel van haar kapitaal verloren en het tijdperk van het imperialisme was voorbij. Buitenlandse beleid was volledig in handen van de bezetters, waardoor Japan afhankelijk was van de 'goodwill' van Amerikanen. Door een tekort aan voedsel in het land was een economisch herstel noodzakelijk.

Door een voedseltekort vluchten stedelingen naar het platteland, men sprak van 'leven als een ui' (onion existence) [1]. Dit betekent dat ze de eigendom beetje bij beetje verkochten om aan voedsel te geraken. Jarenlang werd de bevolking van Japan in leven gehouden door het voedsel van de Verenigde Staten. De ontwikkeling van de industrie en de export had tijd nodig.

Ondanks dat het onderwijs hervormd zou worden, had Japan een gedegen traditie in het onderwijs, wat hun voordeel gaf over andere ontwikkelde landen. Zoals Duitsland, had Japan na de Tweede Wereldoorlog een relatief groot aanbod van personen met ervaring in de technologie en wetenschap. Andere voordelen waren de toewijding van Japan aan de onderneming. De nieuwe fabrieken werden uitgerust met moderne machines die Japan een eerste concurrentievoordeel gaf.[2] Aangezien de tweede periode van Japan van economische ontwikkeling begon, werkten miljoenen ex-militairen mee samen met de arbeidskrachten om Japan te herbouwen.

De jaren '50

Midden jaren '50 bereikte Japan het niveau van de economie van voor de oorlog. In 1951 was het bbp van Japan de helft van West-Duitsland, één derde van het bbp van Groot-Brittannië en 4.2 procent van het bruto binnenlands product van de Verenigde Staten. In de recente jaren '50 kreeg de rijstteelt nieuwe oogstrecords, het was een resultaat van de nieuwe ontwikkelingen in meststoffen en insecticiden. [3] Door de toename in landbouwproductiviteit waren er minder mensen nodig in de landbouw. Hierdoor waren er meer mensen ter beschikking voor arbeid in de fabrieken tijdens de nieuwe industriële ontwikkeling van Japan.

Met de uitbarsting van de Koreaanse Oorlog werd de Japanse economie de hoofdleverancier van militaire goederen aan de Amerikanen. Na de oorlog nam de productie in textiel, kleine elektronische toestellen, fotografische apparaten en auto's toe. [4] In 1962, bestond 29 procent van de totale beroepsbevolking uit arbeidskrachten in de landbouw in vergelijking met 41 procent in 1955. Het Japanse bbp van 1962 was $44.8 miljard dollar [5]. Het is dus toegenomen met $15.1 miljard en in 1963 is het bbp toegenomen met 13 procent. Een groot deel van de winst werd opnieuw geïnvesteerd, het 'consumentisme' van de VS werd nagestreefd. Daarnaast kwam een groot deel van de investeringen in onderzoek terecht, wat de economische ontwikkeling weer bevorderde.

Japan, de economische grootmacht

In 1970, had Japan alle Europese economieën voorbijgestreefd. In 1975, was het bbp van Japan het dubbele van Groot-Brittannië. In 1970 nam het bbp van Japan toe van 20 naar 40 procent van het bbp van de Verenigde Staten. De arbeidskrachten van Japan profiteerde van deze economische groei. Het aantal arbeidskrachten werd relatief goed betaald in tegenstelling tot de arbeidskrachten in de Sovjet-Unie. [6] En de Japanners bleven aan een hoger tarief sparen dan mensen in de Verenigde Staten.[7]

Het nieuwe rijkdom bracht nieuwe problemen met zich mee. Een voorbeeld hiervan is de overbevolking, wat voor problemen zorgde in het openbaar vervoer in Tokio. Met een gebied zo groot als Californië, had Japan een toenemende bevolkingsdichtheid dat dicht bij de Verenigde Staten lag, maar het nam niet zo snel toe als de de bevolking in de Verenigde Staten. [8] Door de snelgroeiende economie nam de vraag naar arbeid toe. Van immigratie in Japan was er nauwelijks sprake, dus er ontstond een tekort aan arbeiders. [9] Daarnaast was het misdaadcijfer in Japan wel laag in vergelijking met andere landen.

Tijdens de 19e eeuw in tegenstelling tot de Amerikanen of de Russen had Japan geografische beperkingen. Zij waren een eilandnatie met een homogene bevolking. Langzamerhand ontstonden er problemen in de economie. Japan was afhankelijk van buitenlandse invoer - voeding voor zijn vee, tarwe en ander graangewassen en olie, ijzererts, staal en ijzer voor zijn industrieën. Japan voerde meer vis in dan het uitvoerde. De Japanse landbouwbedrijven waren klein en inefficiënt in vergelijking met die in de Verenigde Staten en Japan moest zijn landbouwers tegen de concurrentie uit de Verenigde Staten beschermen om een onafhankelijke voedselproductie te handhaven. [10] De overheid voerde een restrictief beleid om de bezwarende handelsbalans in orde te brengen. Daarentegen investeerde Japan veel in het buitenland, creëerde nieuwe kapitaal en sloot nieuwe handelsverdragen - het tegengestelde van wat het in de jaren '30 deed.

De Japanse economie dichtte de kloof met economieën van de Verenigde Staten, Europa en elders in Azië. De binnenlandse vraag naar goederen daalde in Japan. Een zwakheid binnen de economie werd duidelijk: leningen werden niet terugbetaald. De bankiers hadden de groei overschat, door leningen uit te geven, die niet konden worden terugbetaald. Dit zorgde ervoor dat de groeiverwachtingen te kort schoten. De jaren '90 was een decennium van prijsdalingen voor Japan, het kwam terecht in een negatieve loon-prijsspiraal (deflatie). De overheid leed onder de enorme schuldenlast van de bancaire sector. Er werd een expansief monetair beleid gevoerd om inflatie aan te wakken, zodat de consumptie toeneemt. De centrale bank verlaagde de intrest naar nul, maar de Japanse bevolking ging meer sparen dan consumeren. In 2000 had Japan een grote middenklasse en de inkomensverdeling was billijker dan die van de Verenigde Staten.

Oliecrisis

Door de eerste oliecrisis in 1973 raakte Japan in een recessie, men realiseerde dat de economie van de buitenlandse aardolie afhankelijk was geworden. Voor eerste na de Tweede Wereldoorlog daalde de industriële productie. Het groeipotentieel daalde, maar de inflatie steeg.[11] De hoge energiekosten uit de eerste oliecrisis vereiste verschuivingen in de industriële structuur. De veranderende prijs conditioneert goedgekeurd behoud en alternatieve bronnen van industriële energie. Hoewel de investeringskosten hoog waren, verminderden vele energie-intensieve industrieën met de afhankelijkheid van olie tijdens de recente jaren '70 en de jaren '80. Daarnaast werd de productiviteit verbeterd. De ontwikkeling in microchips en halfgeleiders in de recente jaren '70 en de jaren '80 leidden tot een nieuwe groeiende industrie in elektronica en computers. Daarnaast breidde de dienstensector zich enorm uit.

Deze ontwikkelingen in de economie konden echter daling van de economische groei niet tegengaan, desondanks waren de jaarlijkse groeipercentages tussen de 4 en 6 procent, het tijdperk van dubbele cijfers was voorbij. Toch waren deze percentages opmerkelijk in een wereld van dure aardolie en in een land dat weinig binnenlandse grondstoffen bezat. In de jaren '80 was het gemiddelde groeipercentage rond de 5 procent, wat hoger was dan het groeipercentage in de Verenigde Staten (3.8 procent). De tweede oliecrisis van 1979 raakte de inflatiecijfers minder dan in 1973, de industrie was minder afhankelijk van de olie. [12]

Bijdragen

Amerikaanse bijdragen

In 1946, bedreigden de financiële lasten uit de oorlogstijd de Japanse economie. De naoorlogse inflatie, de werkloosheid en de tekorten op alle gebieden bleken groot te zijn. De Amerikaanse overheid, onder toezicht van generaal MacArthur, de Opperste Bevelhebber van de Verenigde Bevoegdheden (Supreme Commander for the Allied Powers, SCAP), speelde een essentiële rol in het economische herstel van Japan. De ambtenaren van het SCAP hadden als om Japan te democratiseren, zodat het militarisme van Japan werd verhinderd en dat het socialisme (lees:communisme) geen voedingsbodem kreeg. De oorlog op het Koreaanse schiereiland in 1950 stimuleerde de Japanse economie, omdat de Amerikaanse overheid grote sommen betaalde aan de Japanse overheid voor "speciale militaire verwerving". Deze betalingen bedroegen 27 procent van de totale uitvoer van Japan. Daarnaast drongen de Verenigde Staten drongen erop aan dat Japan 'tijdelijk lid' werd van de GATT [13], ondanks de felle oppositie van de Britten. Tijdens de Koreaanse Oorlog vertrok de Amerikaanse bezettingsmacht en de volledige soevereiniteit werd teruggegeven aan de regering van Japan.

De bijdragen van de staat

Het herstel van Japanse financiële verder nadat SCAP vertrok en de economische boom die door de Koreaanse Oorlog wordt aangedreven verminderde. Het overleefde de diepe recessie die door een verlies van de betalingen van de V.S. voor militaire verwerving wordt veroorzaakt en bleef aanwinsten maken. Ondanks de hervormingen, werden de oude handelscontacten van de Zaibatsu hersteld. In de jaren '60 begon de periode van de snelle groei.[14] De Japanse overheid droeg bij tot het naoorlogs Japanse economische mirakel door de groei uit de particuliere sector te bevorderen. Dit werd gedaan verordeningen [15], protectionisme en door later op handelsuitbreiding te concentreren.

Voetnoten

  1. Dower, John W. "Embracing Defeat: Japan in the Wake of World War II". (W. W. Norton & Company,2000). p95
  2. Andere landen, met de geallieerden, hadden verouderde machines in de fabrieken.
  3. Met deze nieuwe oogstrecords hoefden de Japanners geen rijst meer te importeren. Daarnaast gingen de Japanners meer brood en vlees eten.
  4. De Japanse industrie was in concurrentie met de Amerikanen, die minder geavanceerde productiemethodes gebruikten.
  5. Gecorrigeerd voor inflatie. De dollar wordt gebruikt, omdat het een harde valuta is. In de Japanse academische lectuur wordt voornamelijk de dollar gebruikt in plaats van andere valuta's.
  6. De onderhoudslonen in de Sovjet-Unie tijdens het vijfjarenplan van Stalin waren relatief laag en de er werden weinig publicaties gedaan over de lonen in de Sovjet-Unie.
  7. In 1983, had Japan een hoger percentage in onderzoek dan de Verenigde Staten. Japan had 2.7 procent tegen de twee procent in de V.S. en de één procent in de Sovjet-Unie.
  8. Daarentegen groeide de Japanse bevolking twee keer zo snel als de bevolking in Zweden of Duitsland.
  9. Sommige industriëlen klaagden dat Japan een hoger geboortecijfer nodig had.
  10. Dit werd niet altijd gewaardeerd in de Verenigde Staten.
  11. Economen spraken van stagflatie, een stijgende prijsspiraal en een stagnerende economie. Shinkai, Yoichi. "Oil crises and the stagflation (or its absence) in Japan". (Osaka: Institute of Social and Economic Research, Osaka University, 1980). pp 33.
  12. Takatoshi, Ito. "The Japanese Economy". (MIT Press,1992). Chapter 3, p43.
  13. G.A.T.T. staat voor 'General Agreement on Tariffs and Trade' en het is een multilaterale overeenkomst met als doel om de internationale handel te bevorderen.
  14. Volgens Mikiso Hane was de periode in de recente jaren '60 de "grootste jaren van welvaart die Japan had gezien sinds de godin Amaterasu zichzelf in een grot opsloot om haar broer Susanoo(須佐之男)'s gedrag te straffen."
  15. De bedrijven werden informeel geïnformeerd door MITI (Administrative Guidance - 行政指導, gyōsei shidō) over de hoeveelheid productie,etc.

Bibliografie

Online bronnen

  • "Economic history of Japan" (en.wikipedia.org/wiki/Economic_history_of_Japan)
  • "Japanese post-war economic miracle" (en.wikipedia.org/wiki/Japanese_post-war_economic_miracle)
  • "?" (www.jref.com/society/japan_economic_boom_1950s.shtml) => Pagina bestaat niet meer.
  • "Japan, Hunger, New Attitudes and Mishima". Geschreven door Frank E. Smitha. (www.fsmitha.com/h2/ch27jp.htm)

Boeken

  • Dower, John W. "Embracing Defeat: Japan in the Wake of World War II". (New York: W. W. Norton & Company,2000).
  • Shinkai, Yoichi. "Oil crises and the stagflation (or its absence) in Japan". (Osaka: Institute of Social and Economic Research, Osaka University, 1980).
  • Takatoshi, Ito. "The Japanese Economy". (Cambridge, Massachusetts: MIT Press,1992).