Economische en fiscale politiek

Uit GeschiedenisJapan
Ga naar: navigatie, zoeken

Belastingen op de handel

Naast de politieke instabiliteit was de zwakke fiscale onderbouw het voornaamste probleem van het bakufu. De officiële bijdrage (go-kōnōyaku 御公納役) van de politiecommissaris aan het bakufu was oorspronkelijk twee procent van de jaarlijkse inkomsten van landgoederen, maar later was de bijdrage tot vijf procent opgetrokken geworden, hetgeen door de commissarissen niet in dank werd afgenomen. Om hun goodwill te verwerven schroefde Yoriyuki het percentage terug tot twee procent. Daarmee sneed hij echter in eigen vlees, want het Muromachi-bakufu moest het geleden verlies elders zien te compenseren. In tegenstelling tot het Kamakura-bakufu, dat machtige domeinen bezat in het oosten (Kantō), waren de domeinen van de Ashikaga (goryōsho 御料所) verspreid en onregelmatig. Yoriyuki liet zijn oog vallen op commerciële activiteiten. In 1371 hief hij een buitengewone belasting op sake-brouwers en lommerds (dosō 土倉) in en rond de hoofstad. In 1393 werd dat echter een permanente belasting, en één van de voornaamste bronnen van inkomsten.

Het brouwen van sake ging terug tot in de Heian-periode, maar het was pas vanaf de periode van de Noordelijke en Zuidelijke Dynastieën (1336-1392) dat het een belangrijke economische activiteit werd. Dit hield verband met de toegenomen handelsactiviteit en geldcirculatie, en het groeiende verbruik van sake in de steden.De sake-brouwers maakten zulke winsten dat ze hun surplus aan kapitaal investeerden in nevenactiviteiten, met name geld lenen. Dit was een nog lucratievere activiteit en in vele gevallen werd geld lenen de hoofdactiviteit van de brouwer.

Terwijl andere gilden (za 座) beschermd werden door aristocratische families en religieuze instellingen, reserveerde het bakufu de sake-brouwers en geldschieters voor zichzelf. Om deze rijke bron van fiscale inkomsten te beschermen, handhaafde het bakufu de monopolies van de brouwers.

Belastingen op het land

Nog twee andere vormen van belasting werden door Yoriyuki ingevoerd op regelmatige basis: namelijk taks op land (tansen 段銭) en taks op huishoudens (munabechisen 棟別銭). Deze twee taksen waren door het Kamakura-bakufu geheven om onvoorziene uitgaven te dekken, maar vanaf 1372 werden zij in de normale fiscale structuur ingevoegd. Zij werden in natura geheven en de commissaris zorgde voor de inning. Dit werd trouwens één van de redenen waarvoor de commissaris de landgoederen mocht binnenkomen.


Hoofdstukken Syllabus tot 1868
tot 645| 645-784| Heian| Kamakura| Muromachi| Eenmaking | Edo