Economie van het Edo-bakufu en de han
Uit GeschiedenisJapan
Waar in voorgaande historische periodes grond en rijst de ruggengraat van de Japanse economie vormden, groeide rijst uit tot hét economische betaal- en ruilmiddel van Japan. In die mate zelfs dat de geldeconomie erop werd gebaseerd. Alle stipendia en uitkeringen voor de samurai die leefden in de steden van han, en van ambtenaren-samurai in dienst van het bakufu werden uitbetaald in de vorm van balen rijst. Vermits de rijst niet helemaal kon worden geconsumeerd, verkochten zij er het merendeel van voor geld waarmee dan andere aankopen konden worden gedaan.
De han, zowel als het bakufu, van welke heffingen ook voor het merendeel uit rijst bestonden, verkochten ook een groot deel ervan in ruil voor andere goederen en geld waarmee het openbare bestuur moest worden bekostigd. Aldus ontstonden vooral in Ōsaka en Edo grote rijstbeurzen die als spil gingen fungeren van de nationale economie en in het kielzog van deze beurzen ontstonden tal van handelsmarkten en op ‘mercantiele’ dienstverlening gerichte ondernemingen. De klasse die het meest profiteerde van deze evolutie waren de stedelingen, de handelaars en de ambachtslui. Dit waren de personen die het minst beperkt werden door de wetten en geplogenheden van een feodaal bestuur (dat de boeren niet toestond ten volle van hun labeur te leven en te genieten of hen ook niet vergunde hun gronden in de steek te laten vermits zij als dé productieve klasse van het land werden beschouwd). Het was tevens een bestuur dat de samurai als heersende klasse boven alle andere burgers plaatste maar ook deze klasse niet toestond zich met andere zaken bezig te houden dan met bestuurlijke aangelegenheden, literaire studie en militaire oefeningen.
Het waren dus de stedelingen die zich ontpopten als de dynamische klasse van de Edo-periode, profiterende van de enorme productiviteitsstijging die de vrede met zich meebracht, zowel op agrarisch als op industrieel vlak. Het was deze klasse die respons kon bieden inzake het zoeken naar nieuwe afnemers van een toegenomen aanbod en naar nieuwe leveranciers van nieuwe goederen en diensten voor nieuwe behoeften die ontstonden zowel bij de heersende samurai-klasse als bij de stedelingen zelf wier welvaart ook uiting zocht in nieuwe interesses en bestedingspatronen.
De stedelingen werden steeds welvarender naarmate het handelsverkeer toenam. Ze gebruikten hun rijkdommen enerzijds om de samurai en daimyō leningen toe te staan wat mede aan de basis lag van het ontstaan van financiële handel en een primair bankwezen, maar tevens investeerden zij ook actief in nieuwe industriële en agrarische projecten zoals het ontginnen van nieuwe landbouwgronden, uitbouw van een voor hen efficiënt distributienet, zoutwinning, allerlei manufacturen, ... Het Mitsui 三井-huis en het Sumitomo 住友-huis zijn de twee meest sprekende voorbeelden van handelaarsfamilies die schatrijk werden dankzij hun ondernemings- en investeringszin in allerlei projecten zoals ontginning van ijzererts, uitbaten van theehuizen, ...

