Deshima

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

Deshima(出島), ook geschreven als Dejima, is de naam van een artificieel eiland dat in de baai van Nagasaki gelegen was.

Plattegrond van de Nederlandse factorij op het eiland Deshima.

Inhoud

De eerste jaren

De bouw van het eiland

In 1634 gaf shogun Tokugawa Iemitsu de opdracht een artificieel eiland aan te leggen in de baai van Nagasaki. Het eiland werd gebouwd met de steun en investeringen van 25 lokale handelaren (Deshima chonin). Deshima was waaiervormig, had een oppervlakte van ongeveer 3424m² (214m bij 64m) en was via een zwaar bewaakte brug verbonden met het vasteland. Dit eiland zou worden bewoond door Portugezen, en zou de enige plaats worden waarlangs er nog handel werd gedreven tussen Japan en Portugal. Toen het eiland in 1636 afgewerkt was moesten de Portugezen onmiddellijk intrek nemen op het eiland.

De Portugezen verdwijnen

De Opstand van Shimabara

In 1637 vond de opstand van Shimabara (Shimabara no ran (島原の乱)) plaats. Dit was een opstand van veelal Christelijke boeren te Shimabara (Noordwest Kyūshū (九州)). Hoewel het shogunaat de schuld van deze opstand maar al te graag bij de Portugezen legde, lag de werkelijke reden eerder bij socio-economische problemen.

Na een forse opmars van overheidstroepen trokken de overlevende opstandelingen zich terug in het kasteel van Hara. Het was toen dat aan de Nederlanders, die zich toen nog te Hirado bevonden, gevraagd werd om wapens te leveren. Nicholas Koeckebacker, hoofd van de Nederlandse factorij te Hirado, besloot na lang aandringen twee zwaar bewapende schepen te sturen naar de wateren nabij het kasteel van Hara. Op zestien dagen tijd zouden deze schepen 426 projectielen af.

Deze samenwerking van de Nederlanders met de "anti-Christelijke" Japanners zou een voorname reden worden waardoor Nederland later als enig Westers land nog relaties met Japan zou mogen onderhouden. In Europa daarentegen werden de acties van de Nederlanders zwaar veroordeeld. Nederland verdedigde zich door te stellen dat het om een burgeroorlog ging, en niet een religieuze, ook al ontkende het niet dat de meerderheid van de slachtoffers Christenen waren.

Sakoku

In 1639 begon in Japan een periode van isolement (Sakoku 鎖国). Alle buitenlanders werden uit Japan verdreven, en er kwam een verbod voor buitenlanders om het land nog te betreden. Nederland was het enige Westerse land dat nog, zij het zeer beperkte, relaties met Japan mocht onderhouden. Dit betekende dus uiteraard ook dat de Portugezen het eiland Deshima moesten verlaten.

Japanse relaties met Nederland

De eerste contacten

William Adams ontmoet Tokugawa Ieyasu.

De Nederlandse relaties met Japan begonnen eerder toevallig in het jaar 1600. In dat jaar strandde het Nederlands galjoen "De Liefde" te Bungo (豊後) op het eiland Kyūshū (九州). Het schip, met als kapitein Jacob Quaeckernaeck en als piloot de Engelsman William Adams, had 24 man aan boord, waarvan er 7 zou sterven aan ondervoeding. Het schip en haar bemanning hadden oorspronkelijk als doel Spaanse en Portugese nederzettingen in het verre Oosten te vernietigen.

Bij aankomst in Japan werd het schip verwelkomd door Japanners en Portugese Jezuïeten. Deze laatsten vertelden de Japanners dat het schip een piratenschip was en dat de bemanning moest worden vermoord. Het schip werd uiteindelijk in beslag genomen en de bemanning werd opgesloten in het kasteel van Osaka (Ōsaka-jō (大阪城)).

William Adams zou Tokugawa Ieyasu, toen nog daimyō (大名), in totaal drie maal spreken. Deze was zo onder de indruk van de Engelsman dat hij besloot hem en de rest van de bemanning vrij te laten. In 1605 vertrokken de Nederlanders, met uitzondering van Adams en ene Jan Joosten van Lodensteyn die elk met een Japanse vrouw trouwden en in Japan bleven, op een Japans schip naar Patani, waar ze een Nederlandse vloot tegenkwamen. Aan de leider van deze vloot werd een brief van Ieyasu gepresenteerd waarin Nederland uitgenodigd werd handelsrelaties aan te knopen met Japan.

Het zou echter nog tot 1609 duren alvorens er nog een Nederlands schip naar Japan zou varen. In tussentijd werd in Nederland de Vereenigde Oostindische Compagnie opgericht om de concurrentie tussen de vloten tegen te gaan en een groot blok te kunnen vormen tegen de Spanjaarden en Portugezen.

De Nederlanders te Hirado

Toen in 1609 voor het eerst opnieuw Nederlandse schepen naar Japan vaarden hadden deze een dankbrief op zak van prins Maurice Van Nassaue gericht naar de shogun, Tokugawa Ieyasu. Deze laatste reageerde zeer positief op de vraag om vrije handel met de Nederlanders toe te staan, en in datzelfde jaar werd op het eiland Hirado, gelegen in wat nu de prefectuur Nagasaki genoemd word, een Nederlandse handelsnederzetting (factorij) opgericht .

Tijdens de periode dat de Nederlanders te Hirado zouden blijven zouden de relaties tussen de twee landen (en tussen Japan en zowat elk ander land) verslechten. Deels door de hulp van de Nederlanders in de eerder vernoemde slag van Shimabara zou Japan echter de relaties met Nederland niet verbreken.

In de herfst van 1640 verplichtte shogun Tokugawa Iemitsu de Nederlanders hun nederzetting te Hirado met de grond gelijk te maken. In het daaropvolgende jaar zouden de Nederlanders verhuizen naar het veel kleinere eiland Deshima.

De Nederlanders te Deshima

Algemeen

De Nederlanders werden in 1641 verplicht te verplaatsen naar het artificieel eiland Deshima. De activiteiten van de Nederlanders werd streng gecontroleerd, en het eiland verlaten was uit den boze. Ook Japanners mochten, met uitzondering van daimyō (大名) en courtisanes uit de bordelen van Maruyama, Deshima niet betreden. Om hierop toe te zien werd de enige brug die toegang verleende naar het eiland streng bewaakt.

Een belangrijke uitzondering op de regel was het jaarlijkse bezoek aan de shogun in Edo (江戸) door het opperhoofd van de factorij te Deshima. De eerste van deze bezoeken gebeurde al in 1609, maar was nu nog in belang gestegen omdat dit de enige kans was om het eiland te verlaten. Tijdens het bezoek aan de shogun bedankte het opperhoofd hem voor de handel met Japan en presenteerde hem ook geschenken. Naarmate de handel tussen Japan en Nederland verminderde werd in 1790 beslist deze bezoeken pas eens om de vier jaar te laten plaats vinden.

Handel

De Nederlanders verhandelden op Deshima voornamelijk zijde. De Japanners betaalden hier oorspronkelijk voor met zilver. In 1641 kregen de Nederlanders voor hun massale hoeveelheden zijde 1400 kisten zilver ter waarde van zo'n 8 miljoen gulden. Later werd overgeschakeld op goud om te betalen, en nog later werd overgeschakeld op koper.

Naast zijde werden ook wol en glaswerk vanuit Europa naar Japan gebracht. Daarnaast werden ook talloze westerse boeken verkocht aan de Japanners.

Rangaku

Voorbeeld van een vertaald Nederlands boek over anatomie.

Rangaku (蘭学) betekent letterlijk Nederlandse studies en is afkomstig van de woorden "oranda" (Nederland) en "gaku" (Studie). De term kan echter ook worden uitgebreid naar "Westerse studies". Met deze term doelt met op de Westerse wetenschappelijke en medische kennis die tijdens de Tokugawa-periode via de Nederlanders te Deshima Japan bereikte.

Oorspronkelijk was deze Westerse studie zeer beperkt en werd deze ook zeer strikt gecontroleerd. Het zou tot 1720 duren voordat deze beperkingen versoepeld werden. Op vraag van shogun Tokugawa Yoshimune werden vele Nederlandse boeken ingevoerd en vertaald. Hierna vielen steeds meer beperkingen weg, en kregen de Nederlanders ook meer en meer vrijheden. Zo startte in 1824 de Duitse arts (die uiteraard met de VOC naar Japan was gevaren) Philipp Franz von Siebold een school voor geneeskunde, de Narutaki-juku (鳴滝塾).

Het einde van Deshima

Toen de Amerikaan Matthew Perry met zijn befaamde zwarte schepen voor het eerst Japan aanmeerde in 1853 werd het begin ingeluid van het einde van de Japanse afzondering. Dit leed tot het in 1854 afgesloten Japans-Amerikaanse Vriendschapsverdrag (Nichi-Bei Washin Jōyaku (日米和親条約)) en de latere handelsverdragen. Later zouden ook andere landen gelijkaardige handelsverdragen afsluiten met Japan, dus ook Nederland. Dit gebeurde voor het eerst in 1856 (vriendschapsverdrag), en later nog eens in 1858 (handelsverdrag), en betekende dat de Nederlanders niet langer beperkt waren tot het eiland Deshima.

Literatuuropgave

  • McOmie, William. Foreign Images and Experiences of Japan: Volume I: First Century AD - 1841. Folkstone: Global Oriental, 2005
  • Stellingwerff, Johannes. De Diepe Wateren Van Nagasaki: Nederlands-Japanse betrekkingen sedert de stichting van Deshima. Franeker: Uitgeverij T. Wever. 1983
  • Blussé, Leonard, Willem Remmelink en Ivo Smits, (red.). Bridging the Divide: 400 years The Netherlands - Japan. Leiden: Hotei Publishing, Teleac/NOT, 2000
  • van Gulik, Willem R., (red.). In the wake of the Liefde: cultural relations between the Netherlands and Japan, since 1600. Amsterdam: De Bataafsche Leeuw, 1986
  • Goodman, Grant K. Japan and the Dutch: 1600-1853. Richmond, Surrey: Curzon Press, 2000
  • Totman, Conrad D. Early Modern Japan. Berkeley en Los Angeles: University of California Press, 1993
  • Vande Walle, Willy en Hans Coppens. Geschiedenis van Japan tot 1868, cursus gedoceerd in kader van het vak ‘Geschiedenis van Japan tot 1868’, Katholieke Universiteit Leuven, Leuven, 2006.
  • Gilbert, Marc Jason. "Paper Trails: Paper Trails: Port Cities in the Classical Era of World History". World History Connected. 2006. <<http://worldhistoryconnected.press.uiuc.edu/3.3/gilbert.html>>. (9-11-2006).
  • <dejima@city.nagasaki.lg.jp>. "History of Dejima". Dejima Comes Back to Life. 2002. <<http://www1.city.nagasaki.nagasaki.jp/dejima/en/history/index.html>>. (26-11-2006)