De slag van Sekigahara
Uit GeschiedenisJapan
Deze slag vond plaats op 21 oktober 1600 (15 september volgens de oude Chinese tijdrekening). Tijdens deze beslissende veldslag verslaat Tokugawa Ieyasu (徳川家康) zijn grootste tegenstanders. Hierna duurt het nog 3 jaar voordat hij zijn macht kan consolideren en heel Japan onder zijn bewind brengt. Toch wordt deze gebeurtenis vaak gezien als het onofficiële begin van het Edo-tijdperk.
Sekigahara ligt in het huidige Gifu prefectuur (岐阜県, Gifu-ken)(1), in centraal Japan.
Inhoud |
Historisch kader
Toyotomi Hideyoshi (豊臣秀吉) had het werk van Oda Nobunaga (織田信長) afgemaakt na diens dood en verenigde Japan onder 1 heerser. Voorheen bestond Japan uit losse staatjes die bestuurd werden door daimyō(大名)(2). Hideyoshi heeft ook tweemaal een poging ondernomen om Korea binnen te vallen. Deze dure expedities hadden de daimyō’s militaire krachten uitgeput omdat zij de manschappen moesten leveren voor deze operatie. Behalve 1, Tokugawa Ieyasu wist dit door allerhande excuses te ontwijken en behield veel van zijn macht.
Voor Hideyoshi’s dood werd Go tairō (五大老), de raad van 5 regenten, opgericht. Deze raad bestond uit de 5 machtigste daimyō: Ukita Hideie (宇喜多秀家), Maeda Toshiie ((前田利家), Uesugi Kagekatsu (上杉景勝), Mori Terumoto (毛利輝元), en Tokugawa Ieyasu. Het doel van deze raad was om het land te besturen na Hideyoshi tot diens zoon, Toyotomi Hideyori (豊臣秀頼) meerderjarig was.
Maeda Toshii moest Hideyori opleiden in het kasteel van Ōsaka (大阪市 Ōsaka-shi). Dit was het begin van de wrijvingen tussen de regenten aangezien de opvolgingskwestie niet voldoende uitgewerkt was. De bedoeling was tevens dat de 5 regenten elkaar in toom hielden en verhinderden dat 1 de macht zou grijpen. Dit liep niet zoals gepland en de raad verdeelde zich in 2 facties, Tokugawa tegen de rest. Tokugawa’s factie heette de Budanha (武断派) en wou Japan onder een sterk militair gezag brengen. De andere heette Bunchiha (文治派) en wou van Japan opnieuw een door gespecialiseerde ambtenarij bestuurde staat maken.
Aanleiding
Toen Maeda Toshii in 1600 stierf, viel alle schijnvriendelijkheid tussen de 2 facties weg en het was daar dat Ieyasu zijn kans zag om de macht te grijpen.
Uesugi Kagekatsu bouwde en repareerde illegaal forten, wat Ieyasu als een belediging ervaarde. Toen hij Kagekatsu hierop wees en hem gebood naar Kyōto te komen om zijn uitleg voor de keizer te doen, antwoordde Kagekatsu's raadgever, Naoe Kanetsugu (直江兼続) dat Ieyasu de regels van de Toyotomi clan misbruikte. Dit was voor Ieyasu onacceptabel en hij besloot ten strijde te trekken.
Ieyasu verzamelde zijn bondgenoten en ze trokken noordwaarts om met de "verrader" Kagakatsu af te rekenen. Hier zagen de Bunchiha eveneens een kans om Ieyasu van het toneel te laten verdwijnen. Ishida Mitsunari(3) (石田 三成) kon door te collaboreren met Otani Yoshitsugu (大谷吉継) en Ankokuji Ekei (安國寺惠瓊)een adequaat leger op de been brengen. Normaal was Mōri Terumoto de aanvoerder, maar hij hield zich vaak afzijdig tijdens de gevechten.
De Toyotomi clan zelf deed niet mee aan de strijd. Ze waren ook onpartijdig in het hele gebeuren.
Lijst van aanvoerders
Ishida’s machtbasis lag vooral in het westen van Japan, terwijl die van Tokugawa meer in het oosten lag. Vandaar de respectievelijke namen. Tokugawa zelf had zich in Edo (江戸)(4) gevestigd terwijl Ishida in Sawayama zat.
Het Oostelijk leger telde ronde de 74 000 man en het Westelijk rond de 80 000. Normaal gezien zou Mori Terumoto het Westelijke leger leiden. Maar deze kwam niet opdagen, waardoor de taak op Ishida berustte.
Oostelijk leger (Tokugawa Ieyasu)
- Tokugawa Ieyasu – 30 000 man
- Maeda Toshinaga
- Date Masamune
- Kato Kiyomasa – 3 000 man
- Fukushima Masanori – 6 000 man
- Hosokawa Tadaoki – 5 000 man
- Asano Yukinaga – 6 510 man
- Ikeda Terumasa – 4 560 man
- Kuroda Nagamasa – 5 400 man
- Kato Yoshiakira – 3 000 man
- Tanaka Yoshimasa – 3 000 man
- Todo Takatora – 2 490 man
- Mogami Yoshiaki
- Yamauchi Katsutoyo – 2 058 man
- Hachisuka Yoshishige
- Honda Tadakatsu - 500 man
- Terasawa Hirotaka – 2 400 man
- Ikoma Kazumasa – 1 830 man
- Ii Naomasa – 3 600 man
- Matsudaira Tadayoshi – 3 000 man
- Oda Nagamasu - 450 man
- Tsutsui Sadatsugu – 2 850 man
- Kanamori Nagachika – 1 140 man
- Tomita Nobutaka
- Furuta Shigekatsu – 1 200 man
- Wakebe Mitsuyoshi
- Horio Tadauji
- Nakamura Kazutada
- Arima Toyouji - 900 man
Westelijk leger (Ishida Matsunari)
- Ishida Mitsunari (de facto hoofd van het leger – 3000 man)
- Mori Terumoto (Officieel hoofd van het leger – niet aanwezig)
- Uesugi Kagekatsu
- Maeda Toshimasa
- Ukita Hideie - 17,000 man
- Shimazu Yoshihiro - 1,500 man
- Kobayakawa Hideaki (overgelopen) - 15,600 man
- Konishi Yukinaga - 4,000 man
- Mashita Nagamori
- Ogawa Suketada (overgelopen) - 2,100 man
- Otani Yoshitsugu - 600 man
- Wakisaka Yasuharu (overgelopen) - 990 man
- Ankokuji Ekei - 1,800 man
- Satake Yoshinobu
- Oda Hidenobu
- Chosokabe Morichika - 6,600 man
- Kutsuki Mototsuna (overgelopen) - 600 man
- Akaza Naoyasu (overgelopen) - 600 man
- Kikkawa Hiroie (overgelopen) - 3,000 man
- Natsuka Masaie - 1,500 man
- Mori Hidemoto - 15,000 man
- Toda Katsushige - 1,500 man
- Sanada Masayuki
De veldslag
De campagne
Ishida stond niet meteen bekend als de beste generaal, maar het feit dat hij Toyotomi Hideyori beschermde, trok heel wat vroegere aanhangers van Hideyoshi o.a. de Mōri (毛利氏 Mōri shi) van Chōshū (長州藩, Chōshū han), de Kobayakawa (小早川), Kikkawa (吉川), Ukita (宇喜) en de Shimazu (島津) van Satsuma (Satsuma Han 薩摩藩). Doch Ieyasu had eveneens enkele machtige clans achter zich gekregen: de Kato (加藤), Hosokawa ((細川), Kuroda (黒田) en anderen wiens machtsbasis vooral in het westen gevestigd was.
Hoewel de slag bij Sekigahara het hoogtepunt was, begon de campagne al enkele maanden eerder. Ishida verklaarde Tokugawa officieel de oorlog en belegerde op 19 juli 1600 het kasteel van Fushimi (伏見), ten zuiden van Kyōto, dat bewoond werd door een aanhanger van Tokugawa, Torii Mototada (鳥居元忠). Torii was zwaar in de minderheid en het kasteel viel al vlug, waardoor Ishida meer en meer gebieden in de Kansai regio (関西地方 Kansai-chihō) kon te veroveren.
Na dit gehoord te hebben, besloot Ieyasu zijn leger te mobiliseren. Hij beval een vroegere Toyotomi daimyō om Ishida’s troepen in het westen bezig te houden terwijl hij met zijn leger naar Ōsaka trok. Ieyasu’s leger vorderde snel en wist effectief de grote wegen naar Edo te blokkeren door het kasteel van Gifu en het nabije Konosu (鴻巣市 Konosu shi) in te nemen. Op dat moment zat Ishida in het kasteel van Ogaki (大垣市 Ogaki shi), hij werd immers vertraagd door de belegering van Fushimi.
Ieyasu’s snelle vooruitgang begon Ishida ongerust te maken en dit werd versterkt door het feit dat Ieyasu’s spionnen valse informatie verspreidden. Daarin werd gezegd dat Ieyasu Ogaki wou passeren en meteen Ishida’s thuisbasis in Sawayama ging aanvallen, ten westen van Sekigahara. Ishida wist dat dit de weg naar Kyōto en daarna Ōsaka, waar Hideyori zich bevond, zou vrijmaken. Ishida kon dit niet laten gebeuren en besloot de pas van Sekigahara te verdedigen. Precies zoals Ieyasu wou, want hoewel Ieyasu in de minderheid was, schitterde hij in veldslagen op grote, open velden.
Ieyasu’s zoon, Hidetada (徳川秀忠), trok tegelijkertijd naar Ueda om Sanada Masayuki’s(5) (真田昌幸) kasteel te belegeren. Hoewel Hidetada een leger van 38.000 man had, was het zeer moeilijk om de 2.000 mannen van Masayuki uit hun fort te verdrijven dat extreem goed verdedigd was. Het was door dit voorval dat Hidetada pas na afloop van de veldslag van Sekigahara op het toneel verscheen.
Om zijn tegenstander te verzwakken voor de strijd, had Ieyasu voor de strijd heel wat Westerse daimyō land beloofd als ze voor hem zouden vechten. Dit zorgde er voor dat enkele daimyō sterk twijfelden of weigerden om versterkingen te sturen naar Ishida terwijl de veldslag bezig was. Mori Hidemoto en Kobayakawa Kobayakawa Hideaki (小早川秀秋) waren de twee belangrijksten die toegaven. Mori Hidemoto zou het leger van Ishida weigeren te leiden en een andere daimyō, Kikkawa Hiroie (吉川広家), overtuigen om niet te vechten. Dit was cruciaal want als deze 3 daimyō besloten hadden Ieyasu aan te vallen, zou die aan 3 kanten ingesloten zijn.
Het treffen bij Sekigahara
Om 8 uur ’s morgens, toen de dikke mist begon weg te trekken, chargeerde Tokugawa’s troepen ,onder leiding van Ii Naomasa (井伊 直政) en Fukushima Masanori (福島正則), het centrum van de Westelijk frontlinie. Het was een echte uithoudingsstrijd terwijl meer en meer generaals hun legers de strijd in leidden. Het Oostelijke leger had wat terrein in het noorden van de vallei veroverd maar de zuidelijke linie was te sterk verdedigd door de geharde troepen van Otani Yoshitsugu (大谷吉継). Als Ieyasu deze niet kon doorbreken zou hij de strijd verliezen.
Rond de middag kwam het keerpunt, toen Kobayakawa zich mengde in de strijd. Hij had heel de tijd staan kijken vanop een heuvel, maar Ieyasu beval zijn haakbus schutters om te vuren op Kobayakawa’s manschappen en hem zo aan te sporen het Westelijke leger aan te vallen. Kobayakawa chargeerde recht op Otani in en verpletterde zijn mannen. Door deze daad van verraad besloten meteen nog meer Westelijke generaals te rebelleren en voor de kant van Ieyasu te kiezen. Ishida’s leger versplinterde en werd de heuvels in gedreven.
Verschillende daimyō waren reeds gedood in de strijd, anderen pleegden seppuku of werden geëxecuteerd, terwijl sommigen er in slaagden succesvol terug te keren naar hun thuisprovincies. Toen de strijd voorbij was arriveerde Hidetada met zijn troepen, tot grote ergernis van zijn vader(6). Ishida werd 3 dagen later gevonden op de berg Ibuki en samen met andere leiders van het Westelijke leger geëxecuteerd op de rivieroever in Kyōto.
Na de strijd
Ieyasu liet er geen gras over groeien en begon meteen met het annexeren en herverdelen van land, om zo de macht van de Toyotomi te breken, dit staat bekend als kaieki(改易). Hij nam van 87 daimyō hun land af en bracht deze onder direct toezicht van de Tokugawa's of schonk het aan trouwe leenmannen. De Toyotomi en nog 3 andere clans moesten een deel van hun gronden afgeven aan Ieyasu.
Doch werd door de Toyotomi clan deze slag slechts gezien als een conflict tussen een paar vazallen. Dit was een vrij grote onderschatting, aangezien Tokugawa Ieyasu later Seii Tai-shōgun (征夷大将軍) werd. Dit was een titel die sinds het Ashikaga shōgunaat (足利幕府 Ashikaga bakufu) niet meer gebruikt was. Tevens sticht hij te Edo ook het Tokugawa shōgunaat (徳川幕府 Tokugawa bakufu).
Hoewel Ieyasu nog altijd voor de schijn trouw betoonde aan Hideyori, wou hij hem in het geheim uitschakelen. Maar Hideyori was net als zijn vader een geslepen diplomaat die Ieyasu geen enkele reden tot aanvallen gunde. Nadien zou Ieyasu toch door een nogal "vage" reden in staat zijn de Toyotomi's uit te schakelen. Een klok met een inscriptie zou door Ieyasu als een vloek gezien worden. Toen Hideyori deze niet wou verwijderen had Ieyasu zijn casus belli. Dit wordt beschreven in de belegering van Ōsaka(大坂の役 Ōsaka no Eki).
De kiemen van rebellie
Terwijl Tokugawa Ieyasu zijn macht door deze veldslag wist te consolideren, heeft hij in zekere zin ook acties ondernomen die uiteindelijk het einde van het Tokugawa shōgunaat zouden betekenen. Er waren nog altijd veel clans in het westen die tegen de Tokugawa's waren. Drie clans zijn hier zeker het vermelden waard:
- De Mōri clan, werd verdreven uit hun eigen provincies en in het Chōshū domein geplaatst. Voor dit voorval hadden de Mōri aanzienlijk veel land, maar nu waren ze gereduceerd tot een schaduw van hun voormalige glorie.
- De Shimazu clan die het Satsuma domein regeerden werden niet uit hun gebied gezet, maar waren ook niet helemaal trouw aan de Tokugawa's. Satsuma lag vrij ver van de hoofdstad van het Tokugawa shōgunaat, Edo. Hierdoor werd het tegen het einde van de Tokugawa periode meer een onafhankelijk koninkrijkje.
- de Chosokabe clan die Tosa (土佐国; Tosa no kuni) regeerden werden ontdaan van hun titel en verbannen. In hun plaats kwam de Yamauchi clan aan de macht die de voormalige Chosokabe onderdanen oneerlijk behandelden. Deze discriminatie duurde nog lang na de val van de Chosokabe clan.
Het waren deze drie clans die binnen twee eeuwen zouden collaboreren om het Tokugawa shōgunaat neer te halen. Ze speelden een grote rol in de Boshin oorlog (戊辰戦争 Boshin Sensō) en de De Meiji Restauratie (明治維新, Meiji ishin).
Voetnoten
- Een prefectuur is het Japanse "equivalent" van een provincie. http://nl.wikipedia.org/wiki/Prefecturen_van_Japan
- Grote krijgsheren uit de Japanse oudheid. Vaak grootgrondbezitters die elkaar bestreden voor meer land en macht http://nl.wikipedia.org/wiki/Daimyo
- Een hoge ambtenaar en trouwe dienaar van Hideyoshi. Bij de slag van Sekigahara stond hij aan het hoofd van het Westelijke leger maar werd verslagen. Ishida's executie was zeer brutaal. Hij werd ingegraven tot aan zijn nek en onthoofd met een botte zaag.
- De oude naam van het huidige Tōkyō.
- Masayuki was eerst aanhanger van Tokugawa, maar is nadien overgelopen.
- Er wordt gezegd dat de relatie tussen Hidetada en Ieyasu door dit voorval gespannen bleef.
Bronnen
Cursussen
- Willy, Vande Walle, Geschiedenis van Japan tot 1868, academiejaar 2006-2007, Leuven: Katholieke Universiteit Leuven, 2006.
Internet
- http://en.wikipedia.org/wiki/Sekigahara
- http://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_bij_Sekigahara
- http://www.hku.hk/history/nakasendo/sekibatl.htm
Boeken
- Bob Tadema Sporry. 'De geschiedenis van Japan'. Unieboek b.v. Bussum, 1983
- Nicholas Bornhoff. 'National geographic traveller: Japan'.

