De eerste en tweede industriële revolutie
Uit GeschiedenisJapan
Japan was het eerste niet-westerse land dat industrialiseerde en dat in 1870. Deze revolutie stond vooral in het teken van de textielsector. Later werd deze gevolgd door de tweede industriële revolutie. Hier kende de zware nijverheid een grote bloei rond 1897. Deze revoluties hadden niet alleen invloed op de arbeid, maar ook op het dagelijks leven van de Japanners. Historici zijn het er dan ook over eens dat de industriële revolutie één van de belangrijkste gebeurtenissen was in de menselijke geschiedenis.
Inhoud |
De eerste industriële revolutie
Oorzaken
De oorzaken voor de eerste industriële revolutie zijn ingewikkeld en blijven tot op de dag van vandaag een onderwerp voor debat. Sommige historici geloven dat de revolutie het gevolg was van de sociale en institutionele veranderingen, veroorzaakt door het einde van het feodalisme in Groot-Brittannië in de 17E eeuw. Door de Britse Agriculturale Revolutie werd de productie van voedsel efficiënter en minder intensief. Hierdoor vond de bevolking niet meer genoeg werk in deze sector. Als gevolg hiervan gingen ze de textielindustrie in en later ook naar de grote steden en de nieuwe fabrieken. Door de kolonisatie ontstond er ook meer ruilhandel, dat financiële markten creëerden. De stoommachine was hierbij één van de belangrijkste uitvindingen.
In Japan gingen in 1871 een groep Japanse politici op doortocht door Europa en de VS. Deze gebeurtenis stond bekend als de Iwakura Missie. Het doel van deze missie was om de westerse manieren te bestuderen. Hierdoor ontstond er een industrialisatie politiek om te voorkomen dat Japan achterop zou vallen.
Ontwikkeling van lichte nijverheid
Door een reeks spitsbedrijven op te richten, met de steun van de Japanse overheid, had men de modernisering[1] van de Japanse industrie gestimuleerd. Na de Sino-Japanse Oorlog bloeit de lichte industrie, met name de textielsector, op.
De drijfveer van de Eerste Japanse industriële revolutie was de garenspinnerij. Deze evolueerde van het traditionele spinnen met de hand naar het spinnen op spoelen. Vervolgens werd er overgeschakeld op mechanische en elektrische spinmachines. Shibusawa Eiichi richtte in 1883 de Osaka Spinning Company op, die als eerste gebruik maakte van deze mechanische spinmachines. Al snel volgden andere grote steden met deze wijze van spinnen.
Ook de zijdenijverheid, de wolnijverheid en de papierproductie ontwikkelden zich snel. Dit mede door de opkomst van westerse machines. Hierdoor nam de kwaliteit en kwantiteit van de textielproductie sterk toe. Vanaf 1894 was er geen sprake meer van huisnijverheid en was er enkel nog machinale productie. Na de Sino-Japanse Oorlog ontstonden enkele textielgiganten, zoals Gunze, een ondergoedfabrikant. De Nishijin-zijde bloeide op in Kyoto en de papierproductie gebeurde op grote schaal vanaf 1889. Na de Sino-Japanse Oorlog begon men zelfs met het exporteren van papier.
Invoering van de goudstandaard
Voor 1897 gebruikte men in Japan nog steeds de zilverstandaard, waarvan de internationale prijzen al sinds 1887 begonnen te dalen. Hierdoor wilde Japan graag overschakelen op de goudstandaard, maar ze beschikten nog niet over de nodige financiële middelen. Dankzij de industriële revolutie en de Chinese schadevergoedingen, voerde Japan in 1897 de goudstandaard in. Ze maakte ook meteen de Wet inzake de munt op. Hierdoor versterkte ze hun positie in de internationale handel en stonden ze open voor buitenlandse investeerders.
De sociale gevolgen
Tijdens de industriële revolutie hadden vooral de midden klasse van industriëlen en zakenmannen de overmacht. Het gewone volk vond veel werkgelegenheid in de nieuwe fabrieken. De werkomstandigheden waren zwaar en ze werkten lange uren, afgestemd op het tempo van de machines. De fabrieken waren de grootste oorzaak voor de trek van het platteland naar de stad. Een groot aantal werknemers migreerden naar de stad, in de hoop er werk te vinden in de fabrieken. De arme werknemers woonden in zeer kleine huizen met hun hele familie. Deze huizen werden slecht onderhouden, er was weinig hygiëne en het sanitair was een openbaar badhuis. Dit was natuurlijk de oorzaak voor het verspreiden van vele ziektes. Vele mensen werden dan ook ziek in deze omstandigheden.
De Tweede industriële revolutie
De Tweede industriële revolutie stond vooral in het teken van massa-productie. Staal is hiervan één van de belangrijkste producten. Later kwamen hier ook de chemische en elektrische industrieën bij. De hydro-elektriciteit werd geïntroduceerd. Door de toenemende beschikbaarheid van petroleum werd het gebruik van kool minder en zorgde voor een potentieel voor nog meer industrialisatie.
Ontwikkeling van de zware industrie
Bij de tweede industriële revolutie was het vooral de zware nijverheid die tot ontwikkeling kwam. De staalproductie kende in deze periode de sterkste groei. De staalproductie was vooral bestemd voor militaire doeleinden. De fabriek die de aanzet gaf tot de tweede industriële revolutie was de Yawata-gieterij. Deze werd in 1897 opgericht als een overheidsbedrijf. Noord-Kyushu werd een belangrijk centrum voor de staalproductie. Men kreeg ook opnieuw interesse voor het opdelven van grondstoffen. Vooral koper, zilver en goud werden de voornaamste delfstoffen omdat Japan een grote staatsschuld had. Ook steenkool werd in grote hoeveelheden geproduceerd nu de staalnijverheid opbloeide. Het genationaliseerde spoorwegnet werd uitgebreid. In 1900 kregen buitenlandse bedrijven toestemming om in Japan olie te delven. Want Japan was nog niet in staat om dit zelf te doen.
De bouw van schepen werd een belangrijke industrie. De militaire schepen werden gebouwd in Yokosuka en in Tokyo, Kobe en Nagasaki werden vooral schepen voor de handel geconstrueerd. Hierdoor werd Japan een van de beste scheepsbouwers ter wereld. Het land kon ook vele hydro-elektrische centrales bouwen door de rivieren die talrijk aanwezig waren. Hierdoor kon men treinsporen elektrisch maken en werden de huizen voorzien van elektriciteit.
Ontstaan van kapitaalmonopolies
Door de crisis in 1901 gingen velen banken failliet ofwel moesten fuseren met andere banken. Rond deze periode werden de zaibatsu[2] gevormd. Zij verzamelden geld in een paar grote banken en kochten hiermee hele nijverheidssectoren op. De bekendste van deze zaibatsu is waarschijnlijk wel Mitsubishi, de autoproducent. Hierdoor ontstond dus een monopolistisch kapitalisme[3], dat zich innestelde in de imperialistische politiek van Japan.
De landbouw
De teelt van katoen, linnen,… ging sterk achteruit door de invoer van goedkope grondstoffen uit China en Korea. Enkel de zijde-industrie was nog winstgevend. In Amerika was men niet vreemd van de Japanse zijde. Maar tegenover de welvaart van de zijdeproducenten had je de boeren die zware lasten te verduren hadden door de grondeigenaars en de staat. De pacht bedroeg soms zelfs de helft van de totale opbrengst. Hierdoor eisten de pachtbonden een verlaging van de pachtgelden.
Industrie vandaag
De industrie in Japan is vooral machine-industrie. De MTI[4] hebben eind jaren zeventig, begin jaren tachtig een enorme inhaalslag gemaakt. Ondanks de economische crisis die er in Japan heerst, is Japanse MTI al bijna 20 jaar de grootste van heel de wereld, dit al sinds 1982. Het wereldwijde marktaandeel schommelt tussen 21-27%.
Japans grootste export producten zijn auto’s, elektrische huishoudtoestellen, robots, computers, ijzer, staal en koper. Andere belangrijke industrieën zijn schepenbouw, ruimtevaart, bio-industrie, textielproductie,… Maar toch hangt de constructie industrie sterk af van ingevoerde grondstoffen en brandstoffen.
Voetnoten
- ↑ Het begrip modernisering verwijst in eerste instantie naar het geheel van samenhangende maatschappelijke veranderingen die vanaf de industriële revolutie hebben plaatsgevonden. Deze veranderingen hebben een overgang tot stand gebracht van de traditionele standenmaatschappij naar de moderne samenleving, oftewel de moderniteit.
- ↑ Een zaibatsu (財閥) is de Japanse term voor een groep van bedrijven met verschillende specialisaties, in het exclusief bezit van één familie.
- ↑ Kapitalisme is een politiek-economisch systeem dat is gebaseerd op het bezit van het productiemiddel kapitaal. Het ideaaltype van het kapitalisme heeft vier belangrijke kenmerken. Dit zijn de nadruk op het individu en privé-eigendom, het winststreven of de kapitaalaccumulatie, het marktmechanisme en de ondernemingsgewijze productie.
- ↑ Machine-Tool Industry
Bronvermelding
Boeken:
VANDE WALLE, Willy. Een geschiedenis van Japan. Van Samurai tot soft power
MITSUHIRO, Seki. Beyond The Full-Set Industrial Structure
Sites:
http://www.twanetwerk.nl/default.ashx?DocumentId=1440
http://en.wikipedia.org/wiki/Manufacturing_industries_of_Japan#cite_note-0

