De economische groei van Japan
Uit GeschiedenisJapan
Na de tweede wereldoorlog was Japan een verslagen en bezet land. Tien jaar later draaide het land weer op volle toeren. Er brak een periode van enorme productiviteit aan die het land veranderde in een economische supermacht. De basis hiervoor ligt deels ook in het verleden.
Inhoud |
De Edo periode
Het einde van de Edo periode[1] en de pré-industriële revolutie in West-Europa hadden een aantal economische en institutionele kenmerken die de moderne economische groei voor gingen.
De meiji-restauratie (1868-1912)
Nadat de Japanse regering rond 1900 de basis voor een kapitalistisch systeem had gelegd, ontstonden er nieuwe transport- en communicatienetwerken. Een modern juridisch systeem en nieuwe munteenheid werden ook geïntroduceerd in de nationale economie. Tegen die tijd begint de Japanse moderne sector zich te ontplooien, hetzij aanvankelijk schuchter. De plaatselijke elite, grootgrondbezitters en kooplieden, konden een belangrijke rol spelen in deze periode door hun ondernemerschap en verworven rijkdommen te investeren in kleinere bedrijven. Aldus, konden ze de algemene economie erbovenop helpen. Dit systeem was meer op de markt gebaseerd dan latere systemen.
De Taishōperiode [2] en de Shōwaperiode [3]
Eind de jaren 20 begon de aftakeling van het op de markt gebaseerde systeem. Door de voordurende expansie van de moderne sector en de agrarische depressie verzwakte de positie van de grootgrondbezitters en kooplieden, zodat de lokale elites geen centrale rol meer konden spelen in het systeem. Ook de snel groeiende industrie vereiste meer kapitaal, geschoolde arbeid en actieve steun van de overheid dan ze in deze periode kon bieden. Door de haastig ingevoerde economische planning en directe maatregelen in oorlogstijden kwam er een einde aan het systeem tegen 1940.
Naoorlogse tijden
De Tweede Wereldoorlog eindigde in augustus 1945 toen Japan zich overgaf nadat atoombommen Hiroshima en Nagasaki hadden verwoest. Talrijke Japanse steden werden verwoest en de industrie werd geheel lamgelegd. De overgave van Japan en de Amerikaanse bezetting maakten een einde aan de mythe dat Japan onoverwinnelijk was. De bezettingsperiode had echter ook positieve gevolgen. Deze periode kende ingrijpende, constructieve veranderingen. De Amerikanen probeerden het militarisme uit te roeien en zorgden voor een nieuwe wetgeving, waaronder een grondwet, die in 1947 in werking trad. Artikel 9 van deze grondwet verbiedt Japan een leger te bezitten en nucleaire wapens aan land te hebben, Japan verwierp hiermee ook het dreigen of gebruiken van geweld voor het beslechten van internationale geschillen. Door deze nieuwe wetgeving werd Japan een volledige parlementaire democratie. Voor het eerst mochten vrouwen gaan stemmen. De rol van de Keizer was vanaf nu louter symbolisch. Scholing werd (met een minimum van negen jaar) verplicht maar ook gratis. Deze veranderingen ingevoerd door de Amerikaanse bezetting werden welwillend door de Japanners uitgevoerd.
Amerikaanse bescherming
Rond 1950 raakte de VS onder de indruk van het nieuwe Japanse liberalisme. De Amerikanen wilden met het uitbreken van de Koude Oorlog[4] en de communistische overwinning in China maar al te graag bondgenoten verwerven in de regio. Na het verdrijven van alle communistisch georiënteerden uit de Japanse vakbonden in 1951 sloten de VS samen met andere westerse staten een vredesverdrag. De Japanners mochten hun eigen lot weer bepalen, maar de VS bleef de militaire basissen en bepaalde rechten behouden. Tijdens de Koude Oorlog gedroeg Japan zich als een trouwe bondgenoot. Maar wel als een land dat bescherming zocht onder de Amerikaanse “paraplu”.[5] Hierdoor werd artikel 9 van de Japanse grondwet herzien om Japan te voorzien van een nationale politiereserve, dat later tot een zelfverdedigingsleger werd uitgebreid, jieitai 自衛隊 genoemd. Dit was enkel toegestaan als dit leger qua personeel en materiaal bescheiden van omvang bleef. Feitelijk was dit één van Japans grote voordelen in de navolgende decennia, dat het land gevrijwaard bleef van de enorme defensie-uitgaven, die zoveel andere landen wel hadden. Ook de Amerikaanse interventie in de Zuid-Oost Aziatische oorlogen ( Korea 1950-1953, Vietnam 1965-1973 ) was in het voordeel van Japan, dat gunstig gelegen was om de Amerikaanse troepen te bevoorraden.
De wonderjaren
Tegen 1955 had Japan zich van de oorlog hersteld en na nog eens vijf jaar van welvaart presenteerde Premier Hayato Ikeda [6] een ambitieus plan. Hij wou het nationaal inkomen in minder dan 10 jaar verdubbelen. Het Ikeda-plan werd zonder moeite gerealiseerd, maar iedereen verwachtte dat de groei nu wel zou stoppen. In plaats daarvan braken de wonderjaren aan. De economie groeide met minstens 10% per jaar. Inkomsten en winsten werden gebruikt om de industrie op te bouwen in plaats van uit te geven aan consumptiegoederen. In 1967 overtrof Japan Duitsland en werd na de VS en USSR [7] de derde economie op de wereldranglijst. Oliecrisissen en andere factoren vertraagden de Japanse groei in de jaren zeventig, die niettemin indrukwekkend bleef. In de jaren tachtig overtrof het Bruto Nationaal Product (BNP) dat van de USSR. Dit was opmerkelijk omdat Japan slechts weinig grondstoffen bezat die nodig waren voor het opzetten van een moderne economie. Alle olie en ijzererts moesten worden ingevoerd. Toch was de groei in de eerste naoorlogse jaren gebaseerd op ijzer- of staalfabricage en scheepsbouw. Niettemin werd Japan ‘s werelds grootste scheepsbouwer, en zelfs nu nog zijn de meeste koopvaardijschepen afkomstig van Japanse werven. In de jaren zestig begon Japan succesvol auto’s te produceren en grootschalig te exporteren, zelfs naar geïndustrialiseerde landen zoals de VS en Groot-Brittannië, die hun eigen gevestigde automobielindustrie hadden. Mettertijd groeide Japan ook nog eens uit tot ‘s werelds grootste producent van personenwagens, trucks en bussen. De spectaculairste ontwikkeling deed zich voor bij het vervaardigen van elektronische apparatuur. Vanuit Japans standpunt gezien was hier de relatief geringe behoefte aan grondstoffen en energie het grootste voordeel. Wel was er een hulpbron nodig waarover de Japanners zelf beschikten: goed opgeleid personeel en een alert management. De Japanners verkenden en beheersten de nieuwe technologie in toenemende mate. Ze introduceerden eigen, originele ideeën en pasten die op intelligente wijze aan voor de zakelijke en voornamelijk de consumentenmarkt. Al snel werden Japanse merknamen populair in het Westen.
Redenen
Er zijn veel redenen vernoemd voor de verbazingwekkende groei van de Japanse economie. Eén van de redenen zou kunnen zijn de manier waarop de Japanners met economie omgaan. De kapitalistische vrije markt is gecombineerd met een uiterst actieve rol van de staat. Ze biedt de voorwaarden waardoor de industrie kan floreren. Een van de andere redenen is te vinden in de Japanse traditie: de manier waarop met meningsverschillen wordt omgegaan. Meningsverschillen worden meestal opgelost door het vinden van een compromis, dan uiteenlopende belangen op de spits te drijven. Dit kan bijdragen bij de uitstekende werkgevers-werknemers relaties. Arbeiders voelen zich één met het bedrijf waar ze werken. Het bedrijf langs zijn kant waakt over het personeel en zorgt vaak voor goedkope huisvesting en een waaier aan andere voordelen. Meestal krijgen werkernemers ook een baan voor het leven. Ook dit kon bijdragen tot de verbazingwekkende groei van de Japanse economie.
Voetnoten
- ↑ De Edoperiode (江戸時代, Edo-jidai) of Tokugawa-periode (徳川時代, Tokugawa-jidai) loopt van 24 maart 1603 tot 3 mei 1868.Gedurende deze periode regeerde het Tokugawa-shogunaat, die in 1603 officieel werd gevestigd door Tokugawa Ieyasu.
- ↑ De Taishōperiode (大正時代 Taishō-jidai) begon op 30 juli 1912 en eindigde op 25 december 1926, dit is de periode van de regering van de Goddelijke Taishōkeizer ook wel bekend als keizer Yoshihito.
- ↑ De Shōwaperiode (昭和時代 Shōwa-jidai) duurde van 25 december 1926 tot 7 januari 1989, geregeerd door keizer Hirohito.
- ↑ De Koude Oorlog was een periode van gewapende vrede tussen de communistische wereld en het Westen in de tweede helft van de 20e eeuw. Het kapitalistische westerse blok, inclusief Nederland en België, werd geleid door de Verenigde Staten (VS). De communisten stonden voornamelijk onder leiding van de Sovjet-Unie (USSR), of waren verbonden met communistisch China.
- ↑ De Yoshida-doctrine benadrukte dat Japan zich zou focussen op de economische groei en dat het steunde op de Verenigde Staten voor zijn veiligheid.
- ↑ Eerste Minister van Japan van 19 Juli 1960 tot 9 November 1964.
- ↑ De Unie van Socialistische Sovjetrepublieken
Bronnen
Wereldwijzer, Wereldgeschiedenis, De reus Japan
http://www.entrepreneur.com/tradejournals/article/164326294.html

