De Taira (平) clan
Uit GeschiedenisJapan
Taira is een erfelijke clannaam gegeven aan bepaalde uitgetreden leden van het Japanse keizerlijke hof tijdens de Heian (平安) periode (794-1185). De Taira clan is één van de vier belangrijkste clans in deze periode. Kleinkinderen van keizer Kammu kregen in 825 en later als eersten de naam Taira.
Ook afstammelingen van keizers Nimmyō, Montoku en Kōkō droegen de naam Taira (平). Naar deze takken werd gerefereerd door de overleden keizers naam gevolgd door Heishi (平氏) of Heike (平家) (1).Inhoud |
Genesis van de Taira clan
Keizer Tenmu zag in dat na verloop van tijd de keizerlijke familie tot onbestuurbare en onbetaalbare proporties zou uitgroeien. Hij besloot dat afstammelingen van de keizers in de 6de generaties hun rang als prins dienden op te geven en in de plaats daarvan een familienaam verkregen. Deze wet werd de Taihō-code genoemd. Dit werd gedaan in de tijd van keizer Kammu, die regeerde van 782 tot 805, en gaf rechtstreeks aanleiding tot het onstaan van onder andere de Taira en de Minamoto.[1]
De Taira stammen af van prins Katsurabara, zoon van keizer Kammu, wiens oudste zoon als eerste de naam Taira droeg. Het is echter Katsurabaras tweede zoon, Takamochi, wiens nazaten het meeste belang hebben. Taira no Takamochi vestigde zich, met goedkeuring van keizer Uda, in 889 te Hitachi.
Opkomst van krijgerfamilies
Door een verlies aan controle van de Fujiwara (2) en opkomst van de krijgerfamilies, zeker sinds de Hōgen Rebellie (1156) waar de teruggetreden keizer (3) beroep op hen moest doen, was de controle over alle zaken buiten het ceremoniele gedoemd om in de handen te vallen van militaire leiders. Omdat deze leiders nog verdeeld zijn over verscheidene clans, gescheiden door trots en jaloezie, was een complete dominantie door deze klasse nog niet verwezenlijkt.
De veldslag van Kojima (940)
In 935 vroeg een kleinzoon van takamochi, Masakado, de titel van Kebiishi (4) aan. Dit verzoek werd door het toenmalige hof afgewezen met als reden Masakados agressie. Hij keerde vertoornd terug naar de Kanto-regio en startte een rebellie. Niet zozeer tegen het hof als tegen zijn lokale rivalen. Hij doodde zijn oom, Kurika, en vocht met Taira Sadamori. Masakado verzamelde landeigenaars rond zich en zag zich gesterkt in het uitblijven van een reactie uit Heian-Kyō. Zich beroepend op een mandaat van de zonnegodin zelf riep hij zich uit tot keizer, wat een fatale vergissing bleek te zijn. Hij kreeg de rest van het rijk tegen zich en werd door het hof als oproerkraaier bestempeld.
Strijdkrachten onder het bevel van Taira Sadamori en Fujiwara Hidesato versloegen hem in de slag van Kojima in 940.
De opgang van de Taira.
Masamori
1108; De eerste successen van de Heike(5). Masamori verslaat de rebel Minamoto Yoshichika. Later keerde hij meermaals naar de hoofdstad terug met de hoofden van criminelen als trofee. De Taira winnen aan bekendheid.
Tadamori
Masamori's zoon, Tadamori, vervolmaakt de Heike positie als politiek en militair zwaargewicht. Hij behaalde overwinningen op de Tendai-sekte[2] en verscheidene kleine struikroverbendes die het land teisteren. Hij is een typisch voorbeeld van een toenmalige militaire carrièremaker in een periode waar de bureaucratie afbrokkelt.Het is niet toevallig dat Tadamori verantwoordelijk was voor het bestrijden van piraterij onder keizer Sutoku in 1135. De Taira hadden altijd al interesse getoond in de Westelijke provincies en inlandse zee, waar de piraterij huishield. Hij werkte in het geheim met hen samen wanneer hem dat uitkwam. Overwonnen piraten werden meestal als quasi-vazal ontvangen.
Door deze successen in de Westelijke zee verkreeg Tadamori verscheidene Westelijke provincies waaronder Bizen, Mimasaha, Harima en andere. Hij was ook een favoriet van afgetreden keizer Shirakawa, wiens lijfwacht hij ooit was geweest. Toch schrok hij ook op dit gebied niet terug voor bedrog. In 1136 hield hij een triomfantelijke intocht in Heian-Kyō. 70 gevangen piraten liet hij de stad in marcheren, deze mannen waren feitelijk vrij invloedrijke personen uit de Westelijke provincies die zich niet wilden onderwerpen.
Ook vervalste hij minstens 1 keer een keizerlijk decreet. Het bewijs hiervan komt uit het dagboek van Minamoto Moritoki, Chōshū-ki genaamd, dat een waardevolle bron is voor gebeurtenissen uit die tijd. Het dagboek geeft ook een kijk op de mening van de aristocratie tegenover de opkomende militaire machtshebbers. Het vervalste decreet liet Tadamori ongehinderd toe om een lucratieve handel te drijven met Chinese handelsschepen die hij onder zijn jurisdictie liet plaatsen.
In de elfde eeuw waren krijgers zich nog niet bewust van hun macht en keken op naar het hof en de hooggeplaatste functies. Dit kwam door hun onderwijs, of gebrek daaraan. Bepaalde families waren zich hiervan al bewust, zo ook de Taira van Ise. Zij stonden nog vrij dicht bij de hoofdstad en begonnen dan ook als eersten zich te cultiveren. Door zich op op sociaal vlak bij te schaven verkregen zij een hoger aanzien en politieke invloed.
Tadamori zette grote stappen op dit gebied. Hij participeerde in rituele dansen in bepaalde schrijnen en in poëziewedstrijden. Dit was zeer ongewoon voor het hoofd van een krijgersclan. Tadamori wist zich aan te passen aan het leven van de aristocratie en was een graag geziene gast bij opeenvolgende keizers alsook hofdames, een feit dat hij gretig benadrukte in zijn dagboeken.
Kiyomori
Karakter en Carrière
Tadamori stierf in 1153 en zijn plaats werd ingenomen door Taira no Kiyomori(平清盛). Hoewel men niet zeker is, neemt men aan dat Kiyomori's geboortedatum in het jaar 1118 ligt. Ook zijn moeder is niet met zekerheid te bepalen maar vrouwe Gion (Gion no Nyōgo) was de oudere zus van zijn moeder. Zij was een prominent figuur aan het hof van de afgetreden keizer Shirakawa, daar zij zijn favoriete minnares was. Kiyomori's afkomst is dus vrij mysterieus. Hij was wel tot in bepaalde graad verwant aan Tadamori, wat zijn carrière zeker van pas kwam.
In 1146 werd hij gouverneur van Aki, in die provincie bevond zich ook het beroemde Itsukushima schrijn (op het eiland Miyajima). Dit schrijn was onlosmakelijk verbonden met de Taira clan en hun fortuin. Zijn veelvuldige pelgrimstochten naar dit schrijn hadden ook niet-religieuze connotaties. De handel met Chinese handelsschepen die Tadamori al geen windeieren had gelegd kon zo voortgezet worden. Ook kon hij zo contact houden met zijn partners onder de belangrijkste families in het Westen, waaronder niet toevallig enkele piraten die zijn voorganger had beschermd en gebruikt. Net als Tadamori zag Kiyomori het belang van zeehandel in. Hij liet dan ook verscheidene grote werken verrichten zoals het bouwen van een haven in Hyōgo, het uitbaggeren van kanalen en het vereenvoudigen van de handel en transport. Natuurlijk werd dit uit eigenbelang uitgevoerd maar het valt niet te ontkennen dat de hele regio ervan profiteerde.
Hoewel men er niet over eens geraakt wat voor persoon Kiyomori was, is uit contemporaire dagboeken uit te maken dat hij een sterke wil had, koppig was en weinig geduld bezat. Toch kon hij, wanneer nodig, zijn temperament temperen en in het algemeen tactvol, begripvol tot zelfs vriendelijk overkomen in sociale omgang. Zulke tegenstellingen kunnen verklaard worden door het feit dat hij aan sterke ziekteaanvallen leed. Afgetreden keizer Go-Shirakawa vond Kiyomori ongeschikt als bewaker van de troon. Een sterk karakter, snelle beslissingen en gewetenloze determinatie waren geen eigenschappen die de leden van het hof op prijs stelden.
In het algemeen werd Kiyomori beschouwd als een man van vele uitzonderlijke talenten. Hooggeplaatste personen als Fujiwara Michinori (Shinzei tijdens de Heiji-opstand), vonden het aangenaam om met hem geassocieerd te worden, ook vanwege de materiele voordelen.
Misschien kwam het door zijn frequent verblijf aan het hof dat Kiyomori, de zoon van een krijger, zich eerder conservatief opstelde in plaats van zijn talenten te gebruiken om een nieuw tijdperk te openen. George Sansom suggereert dat een serieuze periode van ziekte in 1168 zorgde voor een shift in karakter en macht. Kiyomori kan niet bekeken worden als één van de grootste personen in de Japanse geschiedenis maar hij was een zeer belangrijk figuur in een cruciale fase van politieke omwentelingen.
De relatie tussen de Taira en de Fujiwara onder Kiyomori’s leiderschap gaf een interessant beeld van de tijdsgeest in die periode. In plaats van hun overweldigende militaire macht te gebruiken om de belangrijkste posities te bemachtigen, kozen de Taira voor een omwikkelende en beperkende strategie. Kiyomori huwelijkte één van zijn dochters uit aan Fujiwara Motozane (regent van 1158 tot 1166). Algemeen behielden de Fujiwara hun erfelijke hoge posten. Het finale beslissingsrecht lag echter bij de leider van de Taira.
Door opstootjes tussen aristocratie en leden van de Taira keerde de publieke opinie zich in de hoofdstad stilaan tegen de Taira. Maar zolang geen gewapende troepen op de been gebracht konden worden, had Kiyomori niets te vrezen. Zijn militaire slagkracht had het antwoord op alle civiele klachten. Door zijn strategie van relaties aan te knopen middels huwelijken kreeg Kiyomori meer greep op de monarchie, hij had echter wat problemen met ex-keizer Go-Shirakawa, die in 1158 aftrad maar nog steeds zijn opvolger domineerde. Enkele zeer jonge keizers volgden elkaar op maar pas wanneer Go-Shirakawa zijn favoriete zoon op de troon plaatste, achtjarige keizer Takakura, lachte het geluk Kiyomori toe. De moeder van Takakura was een schoonzus van Kiyomori zelf, wat Go-Shirakawa weerhield zich openlijk vijandig te gedragen.
Nu was Kiyomori's carrière in een stroomversnelling gekomen. In 1167 was hij kanselier geworden en gepromoveerd tot de juniorgraad van de eerste rang, de absolute top voor iemand die niet van keizerlijke bloede was. Slechts na enkele maanden gaf hij deze post op daar ze toch enkel een teken van zijn macht was. Hij verkreeg zeer uitgebreide landgoederen in de Westerse provincies. Kort daarna, in 1168, werd hij erg ziek en trad terug naar de achtergrond. Go-Shirakawa deed hetzelfde maar om andere redenen. Hij verkoos eenzaamheid daar hij Kiyomori toch niet kon controleren. Kiyomori regeerde door de jonge keizer Takakura. In 1178 werd een keizerlijke kleinzoon van Kiyomori geboren. Dit kind, de kindkeizer Antoku, zou sterven in de neergang van de Taira-clan.
Shishigatani complot
Deels door een combinatie van zijn ziekte en abnormale trots, groeide het sentiment tegen Kiyomori. Logisch gevolg is dan ook dat er verscheidene complotten tegen de Taira in het algemeen en Kiyomori in het bijzonder werden gesmeed.
Het meest bekende plot is het Shishigatami complot van 1177. De samenzweerders waren geen grote namen, hadden niet veel middelen ter beschikking en konden sowieso niet veel beginnen tegen de middelen waarover Kiyomori beschikte. Wat dit plot zo beroemd maakte is het feit dat Go-Shirakawa ervan op de hoogte was. En Kiyomori ook via een spion.
De gevolgen lieten niet op zich wachten; de samenzweerders werden gestraft, de ex-keizer zwaar de les gelezen, de Fujiwara werd land en titels afgenomen en zelfs de regent werd afgezet. Ook een zekere monnik genaamd Saikō bekende onder marteling en werd terechtgesteld. Dit was een zware inbreuk op de heilige wet en in de gewapende kloosterordes groeide het ressentiment. De enige dreiging die de Taira clan ondervond was die van de boeddhistische kloosterordes en, op de achtergrond steeds meer aan macht winnend, de Minamoto clan.
Einde van Kiyomori, terugtocht van de Taira
Kiyomori had sinds enige tijd al plannen om de hoofdstad te verhuizen. Aan het einde van 1179, na een incident waar Go-Shirakawa enkele landgoederen aansloeg van Kiyomoris overleden zoon, zond hij zijn zoon Shigehira naar het hof met een bericht.
“Deze arme monnik (Kiyomori) is opzij geschoven en kan zich er niet van weerhouden ongerust te voelen over de huidige staat van de regering… Hij voelt dat zijn diensten niet langer nodig zijn en smeekt daarom om weg te gaan en zijn post af te staan. Zodat hij op een afgelegen plaats kan leven in eenzaamheid. Hij wenst de kroonprins (zijn kleinzoon) en Hare Heiligheid (zijn dochter Toku-ko) mee te nemen.”
Deze valse bescheidenheid en arrogantie vielen niet in goede aarde. Een verplaatsing van de kroonprins betekent als logisch gevolg een verplaatsing van het hof en dus de hoofdstad.
In juni 1180 wil Kiyomori de hoofdstad verplaatsten naar zijn thuisbasis, Fukuwara. Of de verplaatsing tijdelijk al dan niet permanent bedoeld was is niet zeker. Een motief voor de verplaatsing kan zijn dat Kiyomori de keizerlijke familie dichter bij zich wilde om ontvoering door vijandelijke groepen uit te sluiten. Vooral de herrezen Minamoto clan en de kloosterlegers vormden het grootste gevaar.
Mede door de zwakke gezondheid van keizer Takakura keerde het hof na zes maanden terug naar de oude hoofdstad. Kiyomoris plan had gefaald en hij zag zich genoodzaakt in zijn hoofdkwartier in Rokuhara te vestigen.
De periode van 1175 tot 1185 wordt gezien als een tijd van ontbering. Natuurrampen volgend elkaar in snel tempo op en algemeen werd de toekomst somber ingezien. Men vond de Taira verantwoordelijk voor dit onheil. Zij waren tenslotte de leider van die tijd.
Niet lang na de terugkeer naar Heian-Kyō werd Kiyomori dodelijk ziek. In 1181 sterft hij. De Heike gaan roemloos ten onder tijdens de Genpei (源平)-oorlogen.
voetnoten
1)'Shi' betekent clan, 'ke' betekent familie.
2) Fujiwara is de naam van een zeer invloedrijke clan. [3]
3)De teruggetrokken keizer bezat in deze periode nog erg veel macht. Dit gebruik staat bekend als 'Insei'(院政).[4]
4)Commandant van de gouvernementele politie.
5)Heike(平家)is een alternatieve naam voor de Taira clan.
bronnen
- F.N., Seal: Heian Period, Court and Clan http://samurai-archives.com/heianperiod.html
- Sansom, George: A History of Japan to 1334, Stanford California: Stanford University Press, 1958
- Vande Walle, Willy. Geschiedenis van Japan tot 1868, cursus gedoceerd in het kader van het vak 'De geschiedenis van Japan voor 1868', K. U. Leuven, Leuven, 2006-2007.


