De Taika-hervorming

Uit GeschiedenisJapan

Crisistoestand

De politiek van Shōtoku Taishi en Umako had veel van een prestige-politiek, m.a.w. een "imperiale" politiek, zoals geïllustreerd wordt door de bouw van tempels, het ondernemen van militaire campagnes en het sturen van ambassades. Dit putte het volk en de reserves van de staat uit en verscherpte de sociaal-politieke tegenstellingen die aan de basis hadden gelegen van de factiestrijd over de kwestie van de adoptie van het Boeddhisme. Naar het einde van zijn leven toe trok Shōtoku Taishi zich meer en meer uit het politieke leven terug om zich te verdiepen in het Boeddhisme. De aan hem toegeschreven uitspraak: "De wereld is vals, alleen de Boeddha is echt" vat in een notedop zijn wereldvreemde houding samen.

Na de dood van de regent in 622 en van Umako in 626 werd de situatie kritiek, toen door langdurige regenval de oogst mislukte en hongersnood uitbrak. Dood en chaos heersten alom. In de algemene verwarring klampten de mensen zich vast aan een charlatan die in 644 onder het volk opstond. Hij beweerde dat door eer te brengen aan het "insect van het eeuwige leven" (tokoyo no mushi 常世の虫) rijkdom en uiteraard, lang leven verzekerd zouden worden. De eredienst nam extatische vormen aan met drinken en dansen.

De maatschappelijke ontreddering weerspiegelde zich in een verscherpt factionalisme aan het hof. Rond figuren als Naka no ōe (中大兄) en Nakatomi no Kamako 中臣鎌子 (614-669) kristalliseerde zich de oppositie tegen de dictatoriaal regerende Soga-clan. Het bleef echter niet beperkt tot een strijd aan het hof. De verscherpte tegenstellingen waren inherent aan de tot dan geldende maatschappelijke structuur.

Het hele systeem van de gilden, die horig waren aan de keizer, de keizerlijke familie en de aristocratie, moest veranderd worden, want de onderlinge strijd om steeds meer bemin (部民) en steeds meer gronden te verwerven, nam overhand toe. China, onlangs herenigd door de Sui en tot een sterke eenheidsstaat uitgebouwd door de Tang, bood een alternatief. De Tang was een rechtsstaat, met een bureaucratische regeringsstructuur en een éénvormig belastingsstelsel, geregeerd door een absoluut monarch.


Staatsgreep van Taika

In 645 pleegde prins Naka no ōe een staatsgreep. Hij schakelde de leiders van de Soga-clan uit. De vrouwelijke keizer Kōgyoku 皇極 (642-645), moeder van Naka no ōe, deed troonsafstand ten gunste van keizer Kōtoku 孝徳 (645-654). Naka no ōe riep zichzelf uit tot kroonprins en Nakatomi werd eerste minister. Met hun tweeën monopoliseerden ze alle macht. In navolging van het Chinese keizerrijk kondigden zij voor het eerst in de Japanse geschiedenis een jaarperiode (nengō, 年号) af en noemden ze Taika (grote hervorming). Dit is één van de vele symbolische instellingen die in de Chinese traditie het keizerschap schragen. De staatsgreep was inderdaad een bewuste poging om de ōkimi van Japan te herdefiniëren in het licht van de Chinese ideologie van de absolute monarchie. Vanaf dit ogenblik zullen we de heerser van Japan dan ook als keizer aanduiden.

De term Taika was overigens zeer toepasselijk, want er werden een aantal hervormingen doorgevoerd die de Japanse staat een “Chinese aanblik” moesten geven.

1) Vooreerst werden de privé-domeinen van de keizerlijke en aristocratische clans en het systeem van de gilden afgeschaft, met uitzondering van de ambachtelijke gilden die voor het hof werkten. Alle land werd nu staatsbezit (kōchi, 公地) en het hele volk werd staatsonderdaan (kōmin, 公民), d.w.z. bezit van de keizer als belichaming van de staat.

2) Ten tweede werd het hele rijk ingedeeld in administratieve eenheden, provinciën of kuni genaamd, die dan weer verder onderverdeeld werden in commanderieën (gun, 郡) en dorpen (ri, 里).

3) Ten derde werd een uniform belastingstelsel ingevoerd, met verschillende vormen van persoonsbelasting en landbelasting. Er werden bevolkingsregisters aangelegd om een effectieve inning te verzekeren.

Door de hervormingen verloor de heersende klasse haar gronden en horigen, maar niet haar macht als klasse. Niettemin creëerden zij onstabiliteit en onzekerheid die een sterke oppositie in het leven riepen en zelfs tot een opstand aanleiding gaven. De pas gedefinieerde macht van de keizer werd dus niet zonder meer aanvaard. Om zijn gezag te verhogen besloot het hof de Japanse macht in het Koreaanse schiereiland te herstellen. Daar was Japans bondgenoot Kudara te gronde gericht door Silla en haar bondgenoot China. Een machtig leger werd over de plas gestuurd om Kudara te herstellen. Het kwam tot een zeeslag bij Hakusukinoe (白村江の戦い), waarbij de legers van Japan en Kudara verpletterd werden, en Kudara definitief als staat verdween.

Nu het keizerlijk hof van een kale reis was teruggekomen, legde het zich vooral toe op de interne versterking van zijn gezag en prestige. Onder keizer Tenji 天智 (661-671), de vroegere Naka no ōe, werd Japans eerste geschreven wet afgekondigd. Hij was geïnspireerd op de Chinese Code van Zhenguan 貞観 (627-649) en in hoofdzaak opgesteld door Nakatomi. Omdat zij werd afgekondigd vanuit het paleis van ōmi, staat zij bekend als de ōmi-code (ōmi ryō, 近江令). De inhoud ervan is niet overgeleverd.

Toen keizer Tenji stierf (671) ontstond een strijd om de troon. Keizer Kōbun 弘文 (671-672) was hem opgevolgd, maar dat was niet naar de zin van prins ōama 大海人 (?-686), Tenji's jongere broer. Deze kwam in opstand (opstand van Jinshin 壬申の乱) en versloeg Kōbun, die zelfmoord pleegde. ōama besteeg de troon als keizer Tenmu 天武 (672-686). Tenmu regeerde met krachtige hand. Hij stelde geen enkele minister aan en regelde alle staatszaken zelf. Zo verhoogde hij het gezag van de keizer op spectaculaire wijze. Hij mag beschouwd worden als de consolidator van de Taika-hervormingen. Onder zijn bewind werd Japan effectief een eenheidsstaat. In 689 vaardigde zijn weduwe en opvolger keizerin Jitō 持統 (686-697) een herziening uit van de ōmi-code. Deze herziening, bekend als de Asuka Kiyomihara-code (飛鳥浄御原律令), lag aan de basis van de Code en de Statuten van Taihō (Taihō ritsuryō; 大宝律令), uitgevaardigd in 702 en van ontzettend grote historische betekenis. Zij vormden het wettelijke kader voor de staatsstructuur tijdens de Nara-periode.


Hoofdstukken Syllabus tot 1868
tot 645| 645-784| Heian| Kamakura| Muromachi| Eenmaking | Edo