Japanse bezetting van Indonesië (占領したインドネシア)
Uit GeschiedenisJapan
Gedurende de tweede wereldoorlog werd Indonesië bezet door Japan van maart 1942 tot na het einde van de oorlog in 1945. Dit was de meest cruciale periode in de geschiedenis van Indonesië. De bezetting was ook de eerste echte uitdaging voor de Nederlanders in Indonesië, en betekende het einde van 300 jaar Nederlandse aanwezigheid in Indonesië. De Nederlanders, die zelf onder bezetting waren van Duitsland, hadden weinig om handen hun kolonie te verdedigen tegen het Japanse leger en in een week tijd was het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger verpletterd. De meer blijvende en diepere effecten van de bezetting waren vooral zichtbaar bij de Indonesische bevolking. Aanvankelijk ontving de Indonesische bevolking de Japanners met open armen, die ze zagen als de bevrijders van hun land. Dit gevoel veranderde al snel toen bleek dat de Japanse bezetting één van meest onderdrukkende koloniale regimes werd in de geschiedenis van Indonesië.
Inhoud |
Aanloop tot de bezetting
De Nederlandse aanwezigheid in Indonesië dateert van het einde van de 16de eeuw, kort voor de oprichting van de VOC, tot 1942. De archipel van het voormalige Nederlands-Indië was geen homogeen geheel, maar bestond uit eilanden en eilandengroepen die onderling zeer van elkaar verschilden. De Nederlanders concentreerden zich in de 17de en 18de eeuw vooral op de Molukken en Java.
In 1929, gedurende de tijd van de herleving van het nationalisme in Indonesië, verwachtten de Indonesische nationalistische leiders Sukarno en Mohammad Hatta een oorlog in de Stille Zuidzee en de mogelijkheid dat de kolonisatie van Indonesië door Japan wel eens de onafhankelijkheid van Indonesië zou kunnen betekenen.
De Japanners waren zogezegd het “licht van Azië”. Het was het enigste Aziatische land dat zich met succes had ontwikkeld in een moderne economische gemeenschap op het einde van de 19de eeuw, en het bleef bovendien onafhankelijk terwijl dat voor de meeste andere Aziatische landen niet het geval was. Japan streefde naar een Daitōa Kyōeiken (大東亜共栄圏), een soort van handelszone onder Japanse leiding. De Japanners verspreidden langzaamaan hun invloed doorheen Azië in de eerste helft van de 20ste eeuw. Gedurende de jaren ‘20 en ‘30 van de 19de eeuw hadden ze zakelijke contacten gelegd in Indonesië. Deze varieerden van kleine kapperszaakjes en fotostudio’s, tot grootwarenhuizen en ondernemingen als Suzuki en Mitsubishi, die ook betrokken raakten in de suikerhandel. De Japanse wreedheden in Mantsjoerije en China in 1931 veroorzaakten angst bij de Chinese bevolking in Indonesië, die fondsen oprichtten die de anti-Japanse kracht steunde. De Nederlanders hielden daarbij ook de aanwezigheid van de Japanners in Indonesië nauwlettend in het oog. De Japanse regering zond een groep Japanse afgezanten naar Indonesië om linken te leggen met Indonesische nationalisten, vooral met de moslimpartijen, terwijl Indonesische nationalisten gesponsord werden Japan te bezoeken. Zo’n aanmoedigingen van het Indonesische nationalisme was een deel van het Japans plan voor een “Azië voor Aziaten”.
In November 1941 verzond het Madjlis Rakjat Indonesia (MRI) [1] een memorandum naar de regering van de Vereenigde Oostindische Compagnie om, in het zicht van een oorlogsbedreiging, het volk te mobiliseren. Het memorandum werd geweigerd omdat de regering de partij niet als de vertegenwoordigers van het volk zag. In de nacht van 10 op 11 Januari 1942, vielen de Japanners Menado in Celebes aan. Op hetzelfde moment vielen ze Tarakan (een enorm olie-ontginningscentrum) en een haven in het noordoosten van Borneo aan. In een tijdspanne van slechts vier maanden bezetten de Japanners het schiereiland.
De bezetting
De Indonesische bevolking kwam het Japanse leger begroeten met kreten als "banzai dai nippon", en werden gezien als de bevrijders van hun land. Deze mentaliteit werd onder meer gestimuleerd door nationalisten zoals Sukarno, die het volk kon overtuigen Japan te steunen. Destijds was Sukarno, die onder de Nederlandse bezetting geïnterneerd werd, bevrijd en door de Japanners naar Batavia gebracht. Sukarno en Mohammad Hatta werden beide gedecoreerd door de Keizer van Japan in 1943. De vreugde van de Indonesiërs was echter van korte duur toen bleek dat de Japanse bezetting één van de meest onderdukkende koloniale regimes bleek te zijn in de geschiedenis van Indonesië. Volgens de nationalist R. Abulgani werd het Indonesische volk bedot door de Japanners. De Japanners lieten namelijk uitschijnen dat ze de helden waren, en ze trachtten het volk voor zich te winnen door onder andere zich voor te stellen als broeders. Japan heeft namelijk dezelfde kleuren in haar vlag als Indonesië. Ze zeiden: "zelfde kleuren, zelfde broeders". Maar toen ze na een week alles onder controle hadden begonnen Japanners Indonesië te koloniseren. De beleving van de kolonisatie was echter niet overal dezelfde, en hing af van waar men leefde en de sociale status. In gebieden die belangrijk werden geacht voor de oorlog heerste onder andere mishandeling, seksslavernij en executie. Ook werd het vee in beslag genomen, en de mannen werden onder dwang tewerkgesteld bij strategische punten zoals vliegvelden of spoorwerken. Een bekend voorbeeld hiervan is de Birma-spoorweg, oftewel de Dodenspoorlijn, waarbij ook veel Nederlanders het leven lieten. Voor de Japanners waren de grondstoffen belangrijker dan de mensen.
Merdeka! Merdeka!
Gedurende de bezetting ontwikkelde de nationalistische beweging zich sterk dankzij de steun van Japan. De Japanners zelf stonden, door hun idee waarin Oost-Azie één staat moest worden, negatief tegenover een onafhankelijk Indonesië. Toen ze de oorlog echter aan het verliezen waren begon Japan met besprekingen die een onafhankelijk Indonesië moest opleveren onder Japanse hegemonie. Na de capitulatie van Japan riep Sukarno de Republik Indonesia [2] uit, en "Indonesia Merdeka [3]" werd hierbij werkelijkheid. Deze republiek moest geheel Nederlands-Indië omvatten. In de jaren voor de bezetting van Indonesië door Japan, waren de Nederlanders bijzonder succesvol in het onderdrukken van kleine nationalistische bewegingen waardoor de komst van de Japanners als essentieel wordt gezien voor het uitbreken van de onafhankelijkheid van Indonesië. Na het einde van de oorlog in 1945 was Nederland niet meteen bij machte troepen naar Indonesië te sturen om het koloniale gezag te herstellen. Men was afhankelijk van de Britse troepen, terwijl Groot-Brittanië niet zonder meer het herstel van het Nederlandse gezag op zich wilde nemen. De Amerikanen en Britten lieten de handhaving van het gezag in handen van de achtergebleven Japanse troepen. De Indonesische nationalisten, die aanvankelijk door de Japanse bezetters waren ondersteund maar later ook waren vervolgd, maakten van deze situatie gebruik hun eigen structuren op te bouwen. Zij kregen de controle over de grootste delen van Java en Sumatra.
Interneringskampen
In maart 1942 begon Japan met de internering van de Europese burgers en inwoners van Indonesië in kampen. Zulke kampen hadden niet als doel een bevolkingsgroep uit te roeien, maar om ze uit de samenleving te verwijderen en zo ook eventuele spionnen. Aanvankelijk werden enkel personen geïnterneerd met hoog aanzien, zoals de hogere functionarissen uit bestuur, maar algauw werd vrijwel heel de bevolkingsgroep inclusief vrouwen en kinderen geïnterneerd. Voor de vrouwen en kinderen werden aparte kampen voorzien. In totaal werden er ongeveer 1500 interneringskampen ingericht. De 100.000 zuivere blanken werden voor het grootste deel geïnterneerd. De meerderheid van de 250.000 halfbloeden kon buiten het kamp blijven. Zij hadden weliswaar een Nederlands paspoort, maar waren volgens de Japanners Aziatisch genoeg om deel uit te maken van het "Grote Aziatische Rijk". De slechte voeding in de kampen had tot gevolg dat ongeveer 20% van de geïnterneerden het leven verloor. Toch was de mishandeling niet overal gemeengoed, wat het verschil tussen kamp Tjilatjap en kamp Tjideng goed illustreert. Het leven buiten de kampen garandeerde overigens geen goed bestaan: vaak was de man, de kostwinner van het huis, opgepakt en elders tewerkgesteld. De achtergebleven familieleden dienden zich maar te behelpen zonder inkomen. Met de Japanse capitulatie en de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring in augustus 1945 en de daaropvolgende strijd kwam er een einde aan het bestaan van de kampen op Indonesië.
Kamp Tjilatjap
In dit kamp hadden de krijgsgevangenen het echt helemaal niet slecht vergeleken met de andere kampen. Om 6:00 werden de kampleden wakker gemaakt, waarna ze gymnastische oefeningen kregen. Na het ontbijt, dat meestal bestond uit koffie en roereieren, konden de officieren een paar uurtjes besteden aan het lezen van boeken uit een collectie van meer dan 700 boeken. De tijd voor het middagmaal werd onder andere ook benuttigd door het zich wassen, scheren en dergelijke. Na het middagmaal volgde een twee uur durende siësta gevolgd door arbeid. Af en toe werden de gevangen op de hoogte gehouden van het oorlogsnieuws, maar was meestal niet te vertrouwen omdat het uit een Japanse oogpunt werd verteld. Op elke zondag werd er na de mis gevoetbald of gekorfbald. Daarenboven was iedereen vrij om na 10 uur te doen wat ze wilden, waarna de lichten uitgingen om naar bed te gaan. Uit dit voorbeeld van de dagelijkse activiteiten binnen zo’n kamp, kan men afleiden dat het loeven van de krijgsgevangenen helemaal niet zo slecht was. Daarnaast was er een staf van 22 Amerikaanse, Nederlandse en Engelse doktoren.
Kamp Tjideng
Een bekender voorbeeld is kamp voor vrouwen en kinderen van Kapitein Kenichi Sonei. Kampleider Kenichi Sonei was een uiterst labiele en gewelddadige man die in de 15 maanden waarin hij kampcommandant was het leven van de geïnterneerden tot een hel maakte. Een reden voor het terroriseren van de krijgsgevangen kan gezocht worden bij het feit dat hij maanziek [4] was. Hij hield van bloemen en speelde graag met kinderen, maar iedere maand, bij volle maan, sloegen zijn stoppen door en vonden zijn wreedste gewelddadigheden plaats. Zo liet hij alle gevangen zonder uitzonderingen elke dag aantreden, waarop hij ze uren liet staan in de volle zon. Daarenboven liet hij de vrouwen kaalscheren, sloeg hen, en vernederden hij de krijgsgevangenen. Na de oorlog werd Sonei gearresteerd, en op 2 september 1946 ter dood veroordeeld.
Misverstanden
Ondanks de vele wreedheden die de Japanners in Indonesië hebben begaan, kan dit op sommige vlakken gerelativeerd worden. Het onderverdelen van de vijand in kampen bijvoorbeeld, was toen algemeen gebruik. Toen de Duitsers Nederland binnenvielen, werden alle Duitsers in de Indonesische archipel, ongeacht hun rol in de samenleving, in kampen geplaatst. Japanse burgers ondergingen na de Nederlandse oorlogsverklaring aan Japan op 7 december 1941 hetzelfde lot.
Ook is het beeld van vele stokslagen en de ondervoeding niet helemaal terecht, zegt Remco Raben, onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). “Er werd in de kampen pas honger geleden toen er in de hele Indonesische archipel voedseltekorten ontstonden, aan het einde van de oorlog. Maar het is echter wel zo de dat de kampbewoners daaronder het meest te lijden hadden. De fysieke mishandeling was niet overal gemeengoed.
Volgens Japanse historicus Utsumi Aiko werden de kampbewoners ook geconfronteerd met cultuurverschillen. Zij deed jarenlang onderzoek naar Koreaanse oorlogsmisdadigers en voormalige kampbewoners. “Wat de Nederlanders als vernederend of wreed ervaarden, was niet altijd zo bedoeld”, vertelt ze, en geeft een voorbeeld. “Een Koreaanse kampbewaker gaf de opdracht om alle ontlasting bijeen te verzamelen om vervolgens ze aan te drukken met de voeten en te gebruiken om het land te bemesten”. Veel kampbewoners ervaarden dit als een vernedering, maar de Koreaanse kampbewaker kende dit gebruik van zijn thuisland. Daar was het heel gewoon. Net als buigen. Dat is in Japan een gebruikelijke uiting van respect. Voor de koning, de persoon met de hoogste status, buig je dus heel lang en diep.
Japan laat wel van zich horen, maar als boosdoener tijdens de oorlog is er niemand die naar hen wil luisteren. “Niemand neemt de kritiek van Japan op het Westen serieus. Maar ik vind dat zij wel een punt hebben als ze zeggen: ‘Wij waren fout, maar wat deden de Nederlanders eigenlijk in het Verre Oosten?’ Zij vinden dat Nederland eveneens excuses moet aanbieden.” Aldus Raben.
Voetnoten
- ↑ Het MRI was een Indonesische organisatie die de religieuze organisaties (Miai), de politieke organisaties (Gapi) en de Gaspi omarmde.
- ↑ De officiële naam van Indonesië. In de geschiedschrijving echter schrijft men de naam van het land voluit als het gaat over de tijd van het uitroepen van de republiek op 17 augustus 1945 tot het uitroepen van de eenheidsstaat op 15 augustus 1950. In die tijd, tussen 1945 en 1950 dus, werd met Indonesië vaak het hele gebied van het toenmalige Nederlands-Indië bedoeld.
- ↑ De term Merdeka werd in Indonesië gebruikt om vrijheid aan te duiden.
- ↑ Maanziekte of lunatisme is een vermeende ziekte waarbij mensen stemmingswisselingen zouden ervaren wanneer de maan in zijn cyclus de toestand van volle maan heeft bereikt.
Bronvermelding
Internet
- http://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_Indonesi%C3%AB
- http://www.antenna.nl/wvi/nl/ic/erwaren/13.html
- http://www.wereldomroep.nl/actua/nl/nederland/geschiedenis/herdenkingspecial/pacificoorlog070705/visieoorlogNL090705
- http://www.blimbing.nl/archief/kurasawa.htm
- http://nederlands-indie.startpagina.nl/
- http://www.japanseburgerkampen.nl
- http://www.ruggenberg.nl/artikelen/merdeka.html
Boeken
- Peter Post and Elly Touwen-Bouwsma. Japan, Indonesia and the war: myths and realities. Koninklijk Instituut voor taal-, land-en volkenkunde
- Vickers Adrian. A history of modern Indonesia

