De Enryakuji tempel

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

Het hoofdkwartier van de tendai-sekte, een fenix die uit de door Oda Nobunaga gecreëerde as herontsproot.

Inhoud

Ontstaan

De Enryakuji (延暦寺) werd gesticht in 788 door de monnik Saichō (最澄, 767-822), postuum gekend als Dengyo Daishi. Saichō, die de zoon was van een sterk gelovige boeddhist, werd uitgeroepen tot priester van de kegon-school in de Tōdaiji te Nara. Reeds 3 maanden nadat hij priester was geworden, trok hij al weg uit de Tōdaiji en keerde terug naar zijn provincie van geboorte, Omi. Daar bouwde hij op de berg Hiei een kluizenaarshut. Tijdens zijn verblijf op de berg begon hij de leer van de tiāntāi-school te bestuderen: een Chinese boeddhistische stroming genoemd naar de berg waarop hun hoofdklooster gevestigd is. Geïnspireerd en gefascineerd door de tiāntāi-school besloot Saichō in 804 mee te gaan met een konvooi naar China. Daar aangekomen ging hij onmiddellijk naar de berg Tiāntāi om er in de leer te gaan bij de monniken. Als hij in 805 terug in Japan aankwam, bezat hij de hele historische en filosofische kennis van de tiāntāi-school. Hij bouwde op de Hiei-berg (比叡山) een klooster vanwaaruit hij de op tiāntāi gebaseerde tendai-leer wou verspreiden en monniken wou opleiden. Toen de Japanse hoofdstad in 794 werd verplaatst naar Heian-kyō (平安京), hedendaags Kyōto (京都), werd het de beschermtempel van de stad. In 805 vroeg Saichō aan het hof toestemming tot het officieel vormen van een "tendai-lotus-school", dus dezelfde erkenning als de andere 6 officieel erkende Nara scholen. Dit werd toegestaan en de nieuwe school verkreeg een jaarlijkse toelage.

Tendai-doctrine

Wat Saichō introduceerde in Japan was niet enkel het tiāntāi. Hij onderwees tiāntāi met daarin ook elementen van zen (禅), esoterisch mikkyō (密教) en vinaya (戒律). De tendens om elementen van verschillende stromingen te combineren werd verdergezet door Saichō's opvolgers Ennin (圓仁) en Enchin (圓珍).

In China studeerde Saichō het tiāntāi dat was opgesteld door Chih'I (538-597). Chih'I legde de nadruk op het belang om alle verschillende boeddhistische filosofiëen in China te verenigen en zag de leer van de Lotus Sutra als het ideale middel om dit te bewerkstelligen. De Lotus Sutra is dus zeer prominent aanwezig in de tendai-filosofie. Het belangrijkste element in de Lotus Sutra is het concept dat alle dingen voor een deel Boeddha zijn, m.a.w. een zogenaamde Boeddha-natuur bezitten (tathagata-garbha). Chih'I onderwees dat andere scholen dit allemaal anders uitdrukten, maar dat er tussen de scholen niet echt een contradictie is. Enkel verschillende perspectieven op hetzelfde, door hem uitgedrukt als "het ene voertuig" (ekayana).

Een tweede belangrijk onderdeel van de tendai-leer is de eenheid van het absolute en het tijdelijke. Het concept van de drie waarheden in één waarheid. Alle dingen zijn leeg, ze ontstaan in afhankelijkheid, maar tegelijk hebben ze een tijdelijk zijn. Alle dingen zijn dus zowel leeg als bestaande. De tendai-leer verwijst naar dit moeilijk te vatten concept als "de waarheid van de middelste weg". Een hoofddoel voor tendai-aanhangers is om via door grote meesters uitgebrachte methodes experimentele bevattenis te verkrijgen over de waarheid van de middelste weg. Shikan-meditatie is hier een mooi voorbeeld van. [1] Het overlopen van mandala's is een vorm van shikan-meditatie.

Een derde principe van de tendai-school is dat van ichinen sanzen, "drieduizend inzichten in één moment". Dit is een essentieel inzicht voor het begrijpen van de rol van het individu in de wereld. In ons gedachtenproces doen zich elk moment drieduizend afzonderlijke fenomenen voor. Onze gedachten verspreiden zich van het centrum van ons zijn en beïnvloeden andere wezenlijke entiteiten, de wereld en de kosmos. Een gedachte beïnvloedt dus niet enkel de individuele bedenker ervan, maar wordt een onderdeel van een grotere kracht die de samenleving en het universum beïnvloedt. Een gedachte kan conflicten of net rust veroorzaken en de vrede van de Boeddha laten neerdalen.

Ook belangrijk is de leer van ichigu wo terasu (一隅を照らす, verlicht een hoekje van de wereld) zoals ze is uitgebracht door Saichō zelf. Dit is een verbintenis tot intensief boeddhisme. Het houdt in dat je anderen zal ondersteunen als was het jezelf, dat je jezelf, je tijd en je bezittingen geeft voor het welzijn van anderen. Dit is niet gewoon een uiting van maatschappelijke verantwoordelijkheid, het is een actieve uitdrukking van de aard van spirituele bewerkstelliging en de aardse rol van onze wereldlijke acties in de manifestatie van het dharma (de leer).

Tenslotte houdt de tendai-leer ook het bodhisattva (菩薩)[2]-ideaal in. Door deze morele principes, zowel als kloosterling als niet-kloosterling, toe te passen, kan men anderen helpen. De verlichting (boddhichitta) bereiken is een doel voor allen op het bodhisattva-pad.

De tendai-doctrine zorgde ervoor dat Japanse boeddhisten het boeddhisme konden combineren met shintō (de oorspronkelijke natuurgodsdienst van Japan). Deze twee combineren is moeilijk. Enerzijds kent het shintoïsme een uitgebreid pantheon van kami en ontelbare lokaal aanbeden "geesten" die verbonden zijn aan plaatsen, natuurfenomenen of schrijnen. Aan de andere kant stelt de boeddhistische doctrine dat iemand zich niet moet bezighouden met religieuze diensten, op de zoektocht naar verlichting na. De tendai-monniken argumenteerden simpelweg dat kami afspiegelingen zijn van de waarheid van de universele boeddha's die naar de wereld kwamen om de mensheid te onderwijzen. Ze zijn dus eigenlijk het equivalent van boeddha's. Kami beschouwd als manifeste representaties van het universele boeddha zijn. De boeddha's tonen hoe je de verlichting kan bereiken door inspanningen in vele levens en toewijding aan het dharma. De kami die in shintō als gewelddadig of menshatend worden beschouwd, worden gezien als bovennatuurlijke entiteiten die de boeddhistische wet verwerpen en die geen verlichting bereikten.

Volgens het boeddhisme moet men alle wereldlijke dingen en wensen wegwerken teneinde de verlichting te bereiken. Dit veroorzaakte een conflict met de cultuur van elke samenleving waarin het boeddhisme werd geïntroduceerd. Verwezenlijkingen als poëzie, literatuur en visuele kunsten moet je laten vallen. Door te verklaren dat de ideale wereld der ideëen niet verschilt van het dharma, kon de tendai-doctrine schoonheid en kunsten verweven met boeddhistische leerstellingen. Poëzie speelt in Japan een prominente rol en kon in de tendai-doctrine nu net wél leiden tot verlichting. Contemplatie in de poëzie, vooropgesteld dat het wordt gedaan in de context van de tendai-doctrine, is simpelweg contemplatie van dharma. Hetzelfde kan gezegd worden over elke andere vorm van kunst. Het is dus mogelijk om kunst te creëren die overeenkomt met het boeddhisme.

Het tendai-boeddhisme werd de godsdienst voor de hogere sociale klassen in de vroege Heian-periode en beïnvloedde het boeddhisme in Japan. Vele van de andere grote boeddhistische sekten in Japan komen uit tendai voort en de stichters van deze sekten, zoals Nichiren (日蓮; 1222-1282), Hōnen (法然; 1133-1212), Shinran (1173-1263), en Dōgen (道元禅師;1200-1253), zijn haast allemaal geschoolde tendai-monniken. Nichiren is de sticher van het nichiren-boeddhisme. Hōnen stichtte de sekte van het reine land (jōdo-shū, 浄土宗), Shinran is de oprichter van de ware sekte van het reine land (jōdo-shinshū, 浄土真宗) en Dōgen stichtte dan weer de sōtō-school van zen.

Opleiding

De Enryakuji is een vermaard opleidingsinstituut, of je nu de tendai-doctrine als een geleerde of als een krijger wil studeren. Studeren in de Enryakuji kan inhouden dat je jezelf opsluit in een berghut en 12 jaar al studerend en mediterend doorbrengt. Andere training in religieuze devotie houdt in dat je in een periode van 7 jaar in totaal 1000 dagen al wandelend doorbrengt in de bergen met een gemiddelde van 30 km per dag: 100 dagen in de eerste 2 jaar, 200 dagen in het derde, vierde en vijfde jaar en 100 dagen in zowel het zesde als zevende jaar.

De nadruk in een tendai-opleiding ligt op het mediteren en bestuderen van werken van vroegere meesters. Ook fysieke training is van niet te onderschatten belang. Bij het mediteren of bij de religieuze oefeningen is het doel "bewustwording", bijvoorbeeld het voelen van de gemeenschappelijke geest tijdens gelijktijdig uitgevoerde rituelen. Je moet alles tegelijk voelen zonder jezelf als primordiaal te onderscheiden. Tenslotte is er nog de werktraining: schoonmaken en andere karweitjes. Als je er in slaagt om deze te doen terwijl je je concentreert op wat er gebeurt, train je je geest in het hier en nu en ontwikkel je een mentaal evenwicht dat de hindernissen in je geest omzet in de corresponderende wijsheden.

Groei en vernietiging

Met de steun van keizer Kanmu (桓武天皇, 737-806) had Saichō in 807 honderd leerlingen. Deze leerlingen leefden twaalf jaar in afzondering op de Hiei-berg, al studerend en mediterend volgens een zeer rigide discipline. De traditie bestaat tot op de dag van vandaag. De besten kregen een positie in de tempel zelf, de anderen gingen naar hoge posities in de regering of aan het hof. De tempel en zijn macht groeiden gestaag, mede door zijn ligging, want als beschermtempel van Kyōto was de invloed van de Enryakuji op het hof en de keizer niet gering. Al gauw werd het een gigantisch complex van wel 3000 subtempels en had het een machtig leger van krijgermonniken, de zogenaamde sōhei (僧兵). De Enryakuji was veelvuldig in conflict met andere boeddhistische kloosters of zelfs politieke leiders. In de tiende eeuw braken er opvolgingsrellen uit die resulteerden in het ontstaan van rivaliserende kloosters: de bergorde (山門, sanmon), aanhangers van de Ennin-lijn van de Enryakuji en de tempelorde (寺門, jimon), aanhangers van de Enchin-lijn in Miidera-tempel aan de voet van de Hiei-berg. Gedurende de tiende, elfde en twaalfde eeuw waren er talloze incidenten tussen de Enryakuji en de Miidera. De conflicten gingen meestal over de aanstelling van nieuwe abten. In de elfde eeuw alleen al werd de Miidera door de sōhei van de Enryakuji vier keer platgebrand. Soms herinnerden ze zich dat ze dezelfde afstamming hadden en verenigden ze zich tegen gemeenschappelijke vijanden, bijvoorbeeld bij de aanval op de Kōfukuji in Nara in 1081 en bij de aanval op Nara in 1117. De Enryakuji groeide uit tot een immens machtscentrum naast de hoofdstad. Ze konden Heian-kyō (平安京) om het even wanneer binnenvallen, plunderen wat ze wilden en de keizer hun wil opleggen.

Zowat alle grote en militair toegeruste tempels kozen een kant in de grote burgeroorlog tussen de Taira (平)en de Minamoto (源) , de Genpei-oorlogen (源平合戦). De sōhei van de Miidera vochten eerst samen met de Minamoto en vroegen om hulp aan de Enryakuji tempel, die dit echter weigerde. De beruchte krijgermonniken speelden een hoofdrol in de slag om Uji (宇治市). Uit wraak brandden de Taira de Miidera-tempel af. De sōhei van de Miidera traden later nog op in de Genpei-oorlogen. Toen Minamoto no Yoshinaka(源義仲, 1154-1184) Heiyan-kyō binnenviel in 1184 stonden zij echter aan de kant van de Taira. Na de Genpei-oorlogen was er een lange periode van relatieve vrede. In de as gelegde tempels werden herbouwd (inclusief de Miidera) en de tempels vergrootten hun politieke en militaire kracht. Oude vetes kwamen bovendrijven, maar Enryakuji en Miidera koesterden hun onderlinge vrede. In 1467 vochten ze samen tegen de shogunale troepen die de Nanzenji (南禅寺) tegen hen wilden beschermen.

In de late zestiende eeuw zochten vele tempels bondgenoten teneinde zichzelf effectiever te kunnen verdedigen in een woelig Japan. Enryakuji allieerde zichzelf met de Asai- en Asakura-families in 1571. Beide families hadden ernstige verliezen geleden in veldslagen tegen Oda Nobunaga (織田 信長,1534–1582). Dat nam de tempel niet in dank af. De macht van de Enryakuji nabij Heian-kyō was al lang een doorn in Oda Nobunaga's oog. Het feit dat de troepenmacht van de tempel elk moment de hoofdstad kon binnenvallen was een ernstige bedreiging voor al wie plannen had om Japan weer één te maken. Omdat de tempel zich allieerde met vijanden en een acute bedreiging vormde voor de vrede in Japan, viel Oda Nobunaga met een immens en goed getraind bushi (武士)-leger de Hiei-berg aan in 1571. Alles op zijn pad werd verwoest. Beginnend met het dorpje Sakamoto aan de voet van de berg tot het eigenlijke klooster op de top. Het Miidera klooster werd weer eens platgebrand. Beide tempels werden opnieuw herbouwd, maar hun militaire en politieke macht waren ze voorgoed verloren.

Enryakuji vandaag

De Enryakuji siert nog steeds de top van de Hiei-berg. De herbouwde tempel (uit de tweede helft van de zestiende eeuw en de eerste helft van de zeventiende eeuw) staat er nog steeds. Op de tempelgronden bevinden zich momenteel 10 erkende nationale erfgoeden en meer dan 50 belangrijke culturele eigendommen. Niet enkel de tempel is in uitzonderlijke staat, maar het tempelgebied zelf heeft ook grote scenische charme. In 1994 werd de Enryakuji erkend als een UNESCO-werelderfgoed.

Gebouwen

Konpon Chudō

Enryakuji Konpon chu-do

De drie delen van de Enryakuji hebben elk een centrale hal. Deze gebouwen worden Ochudō genoemd. De Konpon Chudō in Todo is de grootste van deze drie. De eerste versie werd gebouwd door Saichō in 788, maar de tempel had vele rampen te verduren. Na elke verwoesting werd de Konpon Chudō nog groter en mooier herbouwd. De versie die er vandaag staat is gebouwd door Tokugawa Iemitsu (徳川 家光, 1604-1651) in 1642[3]. Al meer dan 1200 jaar wordt in dit gebouw van de tempel een heilig vuur brandend gehouden.


Daikodō

Enryakuji Daikodō

Deze hal (voorheen Sanbutsudō genoemd) werd van Sakamoto naar de Hiei-berg verplaatst in 1964[4]. De centrale figuur in dit gebouw is Dainichi Nyōrai, en links en rechts zijn houten standbeelden van de stichters van andere sekten die in de Enryakuji studeerden. Ook zijn er schilderijen van hogepriesters verbonden met tendai-boeddhisme, beginnend met Boeddha.




Amidadō

Enryakuji Amidadō

Dit rode, vierkante tempelgebouw werd gebouwd in 1937[5] om de 1150ste verjaardag van de Enryakuji te vieren. Het werd gebouwd naar het voorbeeld van de Amidadō van de Hokkaiji. Het belangrijkste beeld in het gebouw is dat van Amida Nyōrai.





Monjuro

Enryakuji Monjuro

De Monjuro-poort bevindt zich aan de oostkant van de Konpon Chudō. Als je de Hiei-berg te voet beklimt, moet je eerst langs deze poort. Ze werd gebouwd door Jikaku Daishi-Ennin. De poort is opgetrokken naar het beeld van de Monju Bosatsudō of de Gotaisan in China. In 1668[6] brandde ze af, maar de herbouwde poort staat er nog steeds.




Manpaidō en Ichigukan

In de Manpaidō zijn er schrijnen met boeddha's en bodhisattva's. Het is een nieuwe tempel uit de Heisei(平成)-periode (huidige tijd) waar dag en nacht wordt gebeden om vrede. Ichigukan is een gratis rustplek voor bezoekers. Binnen in de Ichigukan bevindt zich een 3D-model van de hele Hiei-berg.

Myoodō

De priester Soo, een leerling van Jikaku Daishi-Ennin, stichtte de Myoodō in 865[7]. Het is het hoofdgebouw van de Mudo-Ji-Dani. Wie de zelfdiscipline-training volgt, begint hier aan de 1000 dagen durende bergwandelingen.

Voetnoten

  1. "Shi" verwijst hier naar samatha; "kan" naar vipasyana of inzichtsmeditatie en het kalm maken van de geest.
  2. Een bodhisattva is een wezen dat alle denkende wezens helpt op de weg naar verlichting.
  3. 1642 is het negentiende jaar van Kan-ei (寛永).
  4. 1964 is het 39ste jaar van de Shōwa.
  5. 1937 is het twaalfde jaar van de Shōwa.
  6. 1668 is het achtste jaar van Kanbun(漢文)).
  7. 865 is het zevende jaar van Jogan.

Referentiemateriaal

  • Een artikel in het "Trailrunnermag" over de rigide regels van de Enryakuji betreffende de wandelopleiding. [1]
  • Een lijst van de erkende werelderfgoederen in Japan. [2]
  • De officiële site van de Enryakuji. [3]
  • Indien u een reisje naar de Enryakuji wilt ondernemen. [4]

Bronvermelding

  • Colcutt, Martin, jansen Marius, Kumakura Isao, Cultural Atlas of Japan, Heraclio Fournier SA,Vitoria, Spanje
  • Sansom G.B. Japan, A short Cultural History, Charles E. Tuttle Company, Tōkyō, vierde druk 1976
  • Hirochika Nakami, Japanese religions at home and abroad, RouteledgeCurzon, Londen en New York, eerste druk, 2003
  • Michiko Yusa, Japanese religious traditions, Prentice Hall Inc, eerste druk 2002
  • kazuo Kasahara, A history of Japanese religion, Kosei publishing co., Tokyo, vertaald door Paul Mccarthy en Gaynor Sekimori, tweede druk, 2002
  • De site van het Karuna Tendai Dharma Center [5]
  • Een site volledig gewijd aan Japanse informatie[6] [7]
  • De Engelse Wikipedia pagina over de Enryakuji [8]
  • De Engelse Wikipedia pagina over de Miidera [9]