Dazai Osamu
Uit GeschiedenisJapan
Dazai Osamu(太宰治);(19/06/1909-13/06/1943) is één van de bekendste Japanse fictieschrijvers van de twintigste eeuw. Hij staat bekend om zijn ironie, zijn briljante fantasie en natuurlijk zijn meerdere zelfmoordpogingen.Inhoud |
Biografie
Vroege Leven
Osamu Dazai werd geboren als Tsushima Shuuji(津島修治), tiende van elf kinderen, maar was slechts het achtste kind van een rijke grondbezitter en politicus in Kanagi, het huidige Goshogawara, dat overleefde. Zijn vader was vaak weg vanwege zijn politieke carrière en zijn moeder was chronisch ziek na 11 kinderen op de wereld te brengen, hierdoor werd hij grootgebracht door de vele bedienden.
Shuuji ging eerst naar een kostschool in Aomori en later ging hij studeren in een kostschool in Hirosaki. Hij was een leergierige student en kon toen al heel goed schrijven. Hij verbeterde studentenpublicaties en schreef ook nog eigen werken. Zijn leven veranderde drastisch toen zijn idool Ryuunosuke Akutagawa zelfmoord pleegde in 1927. Shuuji begon zijn studies te negeren en geld uit te geven aan kleren, alcohol en prostituees. Daarbovenop begon hij zich bezig te houden met het Marxisme, dat in die tijd zwaar werd onderdrukt door de overheid. Hij probeerde zelfmoord te plegen door slaappillen in te nemen, uit faalangst voor de eindexamens. Hij overleefde het en een jaar later slaagde hij.
Shuuji ging daarna Franse literatuur studeren aan de universiteit van Tokyo. Rond die tijd ontmoette hij Oyama Hatsuyo, een geisha [1] , en liep samen met haar weg. Negen dagen nadat hij onterfd was door zijn familie, omdat hij met Oyama Hatsuyo wegliep probeerde hij zelfmoord te plegen samen met een negentienjarige dienster, Shimeko Tanabe, door onder invloed van slaappillen in de zee te springen. Hij werd gered door een vissersbootje, maar Shimeko stierf, wat hem een enorm schuldgevoel gaf. Zijn familie was geschokt door dit voorval, maar kon een politieonderzoek vermijden. Twee maanden later trouwde hij met Oyama Hatsuyo. Achteraf krijgt hij spijt en zei: "Het was een schaamteloze en stomme periode. Ik ging bijna niet naar school en bracht mijn tijd door met naar Hatsuyo te kijken."
Aan de universiteit ontmoette hij ook nog de schrijver Masuji Ibuse, voor wie hij enorm veel bewondering had. Toen hij 14 was las hij Sanshouo geschreven door Ibuse. Shuuji begon zijn studies te verwaarlozen en stopte uiteindelijk. Hij begon een karakter te creëren dat in zijn boeken zowel gevoelig als cynisch is. Een soort van buitenstaander die door de hypocrisie en de oppervlakkigheid van anderen kon zien.
Dit was het begin van zijn leven als schrijver.
Literair Leven
Onder het pseudoniem Osamu Dazai, begon hij voor het eerst aandacht te trekken in 1933 toen zijn verhalen in verschillende magazines begonnen te verschijnen. Het eerste verhaal dat hij schreef was Ressha(列車), zijn eerste experiment met de autobiografische stijl, dat later het grootste kenmerk werd van zijn verhalen. Maar in 1935 begon het duidelijk te worden dat hij niet kon afstuderen en hij kreeg ook geen job als reporter voor de Tokyo krant. Hij besloot om zijn laatste boek te schrijven (De laatste jaren) en hing zichzelf op 19/03/1935 op. Maar hij faalde voor de derde keer.
Drie weken na zijn zelfmoordpoging kreeg hij acute appendicitis en werd gehospitaliseerd. Daar werd hij verslaafd aan Pabinal[2]. Een jaar later werd hij naar een afkickkliniek gestuurd en werd hij gedwongen om te stoppen. De behandeling duurde een maand, maar gedurende die tijd had zijn vrouw hem bedrogen met zijn beste vriend Zenshirou Kodate. Shuuji ontdekte dit en probeerde zelfmoord te plegen samen met zijn vrouw. Ze slikten beiden slaappillen, maar ze werden allebei wakker en ze scheidden. Hij hertrouwde met een lerares genaamd Ishihara Michiko(石原美知子). Hun eerste dochter, Sonoko(園子)werd in juni 1941 geboren.
Tijdens deze periode schreef hij veel kortverhalen en romans, meestal autobiografisch.
Tijdens de 2e Wereldoorlog
De oorlog in Japan begon op 8 december 1941, maar Shuuji moest niet meevechten vanwege zijn tuberculose. De werken van Dazai werden bijna niet meer geaccepteerd omwille van censuur. Maar toch kon hij een aantal werken publiceren en werd hij één van de weinige schrijvers die nog interessante werken schreef. Een groot deel van de verhalen die hij tijdens WOII schreef waren hervertellingen van Ihara Saikaku.
Zijn huis werd tweemaal afgebrand door de Amerikanen, maar zijn familie was ongeschonden. Later kreeg hij een zoon, Masaki(正樹), geboren in 1944 en een dochter, Satoko(里子), geboren in 1947. Zijn dochter erfde zijn schrijftalent en werd later bekend als Yuko Tsushima (津島佑子). Maar na een tijdje liep dit huwelijk ook op de klippen.
Na de 2de Wereldoorlog
Rond deze tijd bereikte hij de piek van zijn carrière.
Dit kwam vooral door zijn nieuwe boek Shayo, dat later één van zijn bekendste werken werd. Dit boek was gebaseerd op het dagboek van Oota Shizuko(太田静子). Oota was een grote fan van Dazai en ontmoette hem voor het eerst in 1941, in 1947 beviel ze van zijn dochter Haruko(治子).
Shuuji was altijd al een hevige drinker geweest, maar dit maal werd hij een alcoholicus en verliet hij zijn vrouw en kinderen voor Yamazaki Tomie(山崎富栄), een oorlogsweduwe die haar man na 10 dagen huwelijk al verloor. Hij trok bij haar in en schreef Ningen Shikkaku(人間失格).
Op 13 juni 1948 lukte het hem om zelfmoord te plegen samen met Tomie, ze verdronken in het Tamagawa kanaal. Hun lichamen werden pas op 19 juni, zijn verjaardag, ontdekt.
Er wordt gezegd dat het geen zelfmoord was, maar dat hij vermoord werd door Tomie en dat zij zelfmoord pleegde nadat ze zijn lichaam in het kanaal had gedumpt.
Schrijfstijl
Het belangrijkste kenmerk van zijn boeken is het ik-vertelperspectief. Zijn verhalen zijn allemaal autobiografisch. Hij schrijft meestal in de vorm van een dagboek of brief.
Het meest opvallende aan zijn boeken is het pessimisme, dit is niet verrassend vanwege de vele zelfmoordpogingen. In zijn verhalen wil het hoofdpersonage liever zelfmoord plegen dan verder te leven in zijn miezerige bestaan, maar meestal lukt dit niet.
Belangrijkste Werken
| naam | jaar |
|---|---|
| Bannen | 1936 |
| Doke No Hana' | 1937 |
| Nijusseiki Kishu, | 1937 |
| Kyoko No Hoko | 1937 |
| Ai To Bi Ni Tsuite | 1939 |
| Joseito | 1939 |
| Fugaku Hyakkei | 1940 |
| Dasu Gemaine | 1940 |
| Hashire Merosu | 1940 |
| Onna No Ketto | 1940 |
| Shin Hamuretto | 1941 |
| Kojiki Gakusei | 1941 |
| Kakekomi Uttae | 1941 |
| Tokyo Hakkei | 1941 |
| Human Lost (in Japanese) | 1941 |
| Seigi To Bisho | 1942 |
| Udaijin Sanetomo | 1943 |
| Tsugaru | 1944 [3] |
| Otogi Zozhi [Fairy Tales] | 1945 |
| Sekibetsu | 1945 |
| Shinshaku Shokoku Banashi | 1945 |
| Pandora No Hako | 1946 |
| Fuyu No Hanabi | 1946 |
| Kyoshin No Kami | 1947 |
| Shayo | 1947 [4] |
| Biyon No Tsuma | 1947 [5] |
| Tokatonton | 1947 |
| Nyoze Gabun | 1948 |
| Ningen Shikakku | 1948 [6] |
| Gutto Bai [7] | 1948 [8] |
http://www.kirjasto.sci.fi/dazai.htm
Voetnoten
- ↑ Een geisha is een gezelschapsdame die gekleed is in de typische, streng gestileerde kledij en die met klassieke Japanse muziek, zang en dans de avond van een gezelschap aangenaam opluistert.
- ↑ Een pijnstiller op basis van morfine
- ↑ return to Tsugaru: Travels of a Purple Tramp (translated by James Westerhoven)
- ↑ The declining Sun (tr. 1950) / The Setting Sun
- ↑ 'Villon's Wife' vertaald in 1956, werd verfilmd in 2009 (dir. by Kichitaro Negishi, screenplay by Yôzô Tanaka)
- ↑ No Longer Human (trans. Donald Keene, 1953)
- ↑ Onafgewerkt boek
- ↑ film 1949, Goodbye, dir. by Koji Shima
Bronnen
Internet
- Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Osamu_Dazai, Osamu Dazai,geraadpleegd op 09/11/2009
- Washburn university,http://www.washburn.edu/reference/bridge24/Dazai.html, geraadpleegd op 12/11/2009
- Petri Liukkonen, http://www.litweb.net/biogs/dazai_osamu.html, geraadpleegd op 21/11/2009
- Petri Liukkonen, http://www.kirjasto.sci.fi/dazai.htm, Osamu Dazai (1909-1948) - Pseudonym of Tsushima Shuji, 2008, geraadpleegd op 11/12/2009
Films
- Yukiu Futamachi, Goodbye: Watashi ga koroshita Dazai Osamu, bekeken op 06/12/2009
- Hirano Shunichi, Dazai Osamu monogatari, bekeken op 04/12/2009

