Dai-Nippon Teikoku Kaigun 大日本帝國海軍
Uit GeschiedenisJapan
Inleiding
'Dai-Nippon Teikoku Kaigun'(lett. Marine van het Groot-Japanse Keizerrijk) of gewoon 'Nippon Kaigun' was de naam voor de Keizerlijke Japanse Marine. Van 1869 tot 1947 behaalde ze sterke overwinningen en baande zo haar weg tot de erkenning als derde grootste zeemacht van de wereld achter De Marine van de Verenigde Staten en de Koninklijke Marine. Zw werd gesteund door de 'Dai-Nippon Teikoku Kaigun Koukuu Hombu', de Luchtdienst voor de Keizerlijke Japanse Marine. Door middel van operatie vanuit de keizerlijke vloot kon men de vliegtuigen en luchtaanvallen coördineren.
Inhoud |
Oorsprong en creatie
De maritieme geschiedenis
Het is in de 16e eeuw dat deze geschiedenis een piek bereikt door de culturele invloeden van de grote Europese machten en intensievere handelspraktijken met het Aziatische vasteland.
In het begin van de 17e eeuw begon Japan z'n eerste grote oorlogsschepen te bouwen. Rond deze periode kwamen er ook meer kenmerken van een combinatie tussen oosterse en westerse technologieën.
Voorbij de helft van de 17 de eeuw echter, werd de constructie van deze schepen verboden. Japan koos voor seclusie en er kwam een verbod op contact met het westen. Enkel op het aangemaakt eiland Dejima in Nagasaki was er contact toegelaten met het Westen. Op die manier kon Japan nog gedeeltelijk geïnformeerd blijven over de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen. In 1840 werd de studie van de westerse scheepsbouw echter weer opgepikt.
In 1853 en een jaar later 1854 verscheen Matthew Calbraith Perry [1] in Uraga en toonde hij de nieuwe oorlogskracht van de Verenigde Staten. Hij dwong Japan een verdrag te tekenen, het Japans-Amerikaans vriendschapsverdrag, ook Verdrag van Kanagawa genoemd. Bij deze kwam er een einde aan de isolatie en steeg de invloed van het buitenland aanzienlijk. Dit merkt men doordat Japan in scheepvaart alleen al een technologische boost kreeg.
- in 1857 bekwam het zijn eerste schroef-aangedreven stoom oorlogsschip, Kanrin Maru.
- in 1863 werd het eerste inheemse stoom oorlogsschip, Chiyodagata, gebouwd.
- in 1865 werd Léonce Verny ingehuurd om de eerste Japanse arsenalen te bouwen in Yokosuka en Nagasaki, meer en meer import van schepen te verzorgen en te helpen bij het verder opbouwen van de Japanse maritieme macht wegens vernederingen.
- in 1867 had Japan al 8 moderne westerse oorlogschepen rond het ene vlagschip Kaiyou Maru.
- In 1869 kwam er dan ook het eerste grootschalige conflict op zee, de slag om het Goryōkaku fort (五稜郭) te Hakodate.
Een periode van restauratie en creatie
Ondertussen was de Meji-restauratie(1868) dus aangebroken. Er kwam een periode van stijging in industrialisatie [2] en militarisering [3], zeker ook omwille van de komende oorlogen. Japan wou voorkomen dat het machtige Westen hen zou overtreffen.
Op 17 januari 1868 werd dan ook het Ministerie van Militaire Zaken opgericht. Iwakura Tomomi, Shimazu Tadayoshi en prins Komatsu-no-miya Akihito werden benoemd als eerste secretaris. Een tweetal maanden later op 26 maart werd er een eerste samenkomst georganiseerd in de baai van Oosaka, om de maritieme macht van Japan te bespreken. Zes schepen van de private zeemacht van Saga, Chōshū, Satsuma, Kurume, Kumamoto en Hiroshima en één machtig buitenlands schip van de de franse marine hebben deze bijeenkomst bijgewoond.
Tussen 1868 en 1869 was er een burgeroorlog (Boshin-oorlog)in Japan. De Boshin oorlog zorgde ervoor dat het shogunaat in actie schoot en een moderne en machtige marine uitbouwde. Tegen die tijd hadden ze al acht moderne stoom oorlogsschepen, deze waren al meteen de sterkste in Azië. In de maand juli van 1869 werd dan eindelijk de Keizerlijke Japanse Marine[4]officieel opgericht. Dit was twee maanden na het einde van de Boshin oorlog[5]. De zeven overblijvende schepen van het Tokugawa-shogunaat[6], waaronder de Kankō Maru, werden samengevoegd met de elf resterende schepen van de private domaniale marines. Dit geheel vormde dan de kern van de nieuwe Keizerlijke Japanse Marine.
Enkele jaren later, in 1972, werd het Ministerie van Militaire Zaken gesplitst. Zo ontstonden het Militaire Ministerie en het Maritieme Ministerie, waarvoor Katsu Kaishu in oktober een jaar later als Minister van de Marine werd toegewezen.
Ontwikkeling
Britse invloed overheen de jaren
In zijn ontwikkeling heeft Japan langs vele verschillende kanten invloed gekregen. Op vlak van modernisering[7] van scheepsbouw tussen 1870-1890, maakte het Nederlandse model p--Cedricf 18 Dec 2009 22:55 (UTC) plaats voor het Britse in opdracht van de keizerlijke overheid.
Op 8 mei 1870 kreeg Japan de Jho Sho Maru. Dit was een Brits, met staal bekleed oorlogsschip.
Vanaf dan werden er verscheidene missies gelanceerd en Britse officieren ingehuurd, met als doel kennis en ervaring op te doen in maritieme wetenschap en gevechtsstrategieën. Verdere modernisatie kwam ook van de Britse kant. Drie schepen werden gebouwd, specifiek voor de Keizerlijke Japanse Marine; de Fusō, de Kongō en de Hiei. Later volgden de Naniwa en de Takachicho, twee grote oorlogsschepen met elk een gewicht van 3.650 ton. Beiden waren ontworpen door de architect Sasō Sachū en gebouwd in scheepswerven in Groot-Brittannië. China volgde echter met de Ting Yüan en de Chen-Yüan naar Duits model, elk schip was bijna het dubbele van de nieuwe Japanse schepen. Als gevolg besloot Japan over te schakelen naar Franse hulp om een vloot te bouwen die hen een voordeel zou geven.
Franse invloeden
Van de Fransen ontving Japan het nieuwe vlaggenschip van de Keizerlijke Japanse Marine (1894), genaamd de Matsushima.
Tussen 1880-1890 was het toch Frankrijk dat Groot-Brittannië had overstegen in invloed. Met de "Jeune Ecole" doctrine[8], het idee om kleine snelle oorlogsschepen te bouwen, verleidde Frankrijk onrechtstreeks Japan, die het idee zeer interessant vond met de gelimiteerde grondstoffen die het had. Met als gevolg dat in 1885, een nieuwe slogan van de Marine ontstond : Kaikoku Nippon(海国日本, Maritieme Japan). Datzelfde jaar werd de Fransman Emile Bertin ingehuurd om vier jaar lang de Japanse Marine te versterken. Hierdoor kon Japan zich verbeteren in het bouwen van hun eigen grote, moderne oorlogsschepen. In die tijden was het Frankrijk die een expertise had in onbekende technologieën zoals torpedo's, mijnen, duikboten enzovoort. Door een onverklaard ongeluk met de Unebi die in december 1886 zonk op een route van Frankrijk naar Japan, kwamen er twijfels over de Franse ontwerpen.
Uiteindelijk besloot Japan niet meer afhankelijk te zijn van buitenlandse gespecialiseerden, met als positief resultaat; de uitvinding van het Shimose poeder.
De grote oorlogen
Sino-Japanse oorlog (1894–1895)
De Japanse modernisatie van schepen bleef constant, mede veroorzaakt door de Chinese groeiende Marine. Beiden wilden macht over Korea, wat zorgde voor het conflict dat officieel op 1 augustus 1884 gegroeid was tot de eerste Chinees-Japanse oorlog. Japan heeft uiteindelijk de bovenhand gekregen.
De Bokseropstand
In 1900 kwam een Chinese nationalistische beweging in opstand tegen de invloed van de westerse imperialistische mogendheden en hun invloed op het vlak van handel, politiek, religie en technologie.
De Keizerlijke Japanse Marine (20,840 leden van zowel het Keizerlijke leger als de Marine van de 54,000 eenheden die er in totaal werden ingezet) greep in en kon zo zij aan zij met het Westen strijden en hun tactieken in actie ervaren.
De Russisch-Japanse oorlog (1904–1905)
Na de Sino-Japanse oorlog bleef Japan de Marine uitbouwen, met als resultaat, een overtuigende victorie in de Russisch-Japanse oorlog. De beslissende strijd vond plaats in Tsushima[9]. Admiraal Togo[10] leidde de Japanse Gecombineerde Vloot en samen verwoestten ze de Russische vloot bijna volledig: van de 38 Russische schepen, werden er 21 gezonken, 7 overgenomen, 6 ontmanteld, 4,545 leden in dienst stierven en 6,106 werden gevangen genomen. Dit allemaal terwijl er maar 116 Japanners stierven en 3 torpedoboten vernietigd werden.
Uiteraard was de macht van Rusland in Oost-Azië volledig aan de kant gezet. Dit evenement had zware gevolgen voor Rusland die een rol zouden spelen in de Russische Revolutie[11] van 1905.
WO I (1914-1918)
Japan nam deel in WO I aan de kant van de Geallieerden tegen het Duitse keizerrijk en Australië-Hongarije.
Het Japanse schip Wakamiya heeft in die tijd 's werelds eerste luchtaanval vanuit zee gemaakt op September 1914. Dit gebeurde tijdens de strijd in Tsingtao waar de Japanse Marine de basis van de Duitse marine heeft kunnen overnemen.
Rond deze tijd heeft Japan een reeks overwinningen behaald. Ze hebben de Marianen (buiten Guam), de Carolina Eilanden en de Marshall Eilanden kunnen koloniseren en behouden tot het einde van WO II. Ze hebben ook hun Marine nog meer kunnen uitbreiden. De Kongō, Hiei, Haruna, en de Kirishima waren in die tijd de machtigste gevechtsschepen. Er was daarentegen een vrij groot verlies. 1 slagschip, de Sakaki, werd gezonken door een Australische duikboot. 59 zeelieden verloren hun leven. Na de oorlog bekwam de Keizerlijke Japanse Marine 7 Duitse duikboten die een grote bijdrage leverden voor technologische ontwikkeling op maritiem vlak.
WO II (1939-1945)
Op dit moment in de geschiedenis had de Keizerlijke Japanse Marine zich ontwikkeld tot 3de grootste zeemacht in de wereld. In het begin van WO II had ze macht over de Stille Zuidzee met de maritieme luchtmacht die in die tijd een van de meest effectieve en krachtigste was.
De zwakke link was echter dat ze niet genoeg tijd en geld hadden gespendeerd in hun defensie. De Japanse Marine faalde telkens weer in het beschermen van hun transportschepen. Met de lange afstand die ze moesten afleggen en de weinige ervaring of technologie in het afweren van hun vijanden, waren ze een makkelijk prooi. De schepen en manschappen ontbraken dus de nodige technologie of training.
Daarbovenop stond de Japanse trots in de weg. De Japanse Marine had een afkeer voor het gebruik van hun onderzeese vloot. Dit aspect samen met hun mindere organisatie van communicatiemiddelen bespoedigde hun val. Uiteindelijk moesten ze toevlucht nemen tot wanhoopsdaden. Een hiervan waren de bekendste de kamikaze.
Einde van de Keizerlijke Japanse Marine
Met het verlies tegen de Geallieerden in WO II moest Japan een afzwering doen van het gebruik van alle geweld om tot een vrede te komen. Hierbij werd de Keizerlijke Japanse Marine beëindigt en werden later de Japanse Zelfverdediging Krachten[12] en de Japanse Maritieme Zelfverdediging Krachten opgericht.
Voetnoten
- ↑ Matthew Calbraith Perry (10 april 1794 – 4 maart 1858) was een commodore van de U.S. Navy. Hij was mede verantwoordelijk voor de Conventie van Kanagawa, waarmee Japan zich openstelde voor het westen.
- ↑ Industrialisatie is het proces van veranderingen in het productieproces door mechanisatie en de daaropvolgende veranderingen in de productieorganisatie zoals de invoering van het fabriekssysteem. Het betreft dus niet alleen technologische, maar ook sociale veranderingen.
- ↑ Het proces waardoor groepen en staten zich op grote schaal bewapenen, en waarbij soms militaire leiders de regeringsmacht overnemen.
- ↑ De Japanse Keizerlijke Marine, officieel Marine van het Groot-Japanse Keizerrijk, ook bekend als de Japanse Marine, was de marine van het Japanse Keizerrijk tussen 1869 en 1947.
- ↑ De Boshin-oorlog is een gewapend conflict tussen het Shogunaat en de keizergezinde troepen, dat rechtstreeks leidde tot de val van het Japanse Shogunaat.
- ↑ De Tokugawa waren een dynastie van shoguns die hun naam gegeven hebben aan het Tokugawa-shogunaat
- ↑ Het begrip modernisering verwijst in eerste instantie naar het geheel van samenhangende maatschappelijke veranderingen die vanaf de industriële revolutie hebben plaatsgevonden.
- ↑ De Jeune École was een Franse doctrine die ontwikkeld werd tijdens de 19e eeuw.
- ↑ Tsushima of Tsoesjima is een Japanse eilandengroep in de Straat van Korea.
- ↑ Heihachiro Togo was een Japanse admiraal.
- ↑ De Russische Revolutie was een politieke omwenteling in Rusland die duurde van 1905 tot 1922, meestal wordt de term echter gebruikt voor de Februarirevolutie en de Oktoberrevolutie van 1917.
- ↑ De Japanse Zelfverdedigingskrachten vormen het leger van Japan.
Bronnen
Boeken
- W.Vande Walle. Een Geschiedenis van Japan: Van samurai tot softpower, Acco Leuven, 2007.
Internet

