Christenvervolging in Japan (切支丹迫害)

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

De stoet van vervolgde christenen naar Nagasaki

De christenvervolging in Japan is begonnen met de uitvaardiging van een edict door Toyotomi Hideyoshi. Er werden vele christenen verbannen, veroordeeld, gefolterd en zelfs geëxecuteerd.

Inhoud

Religie in Japan: korte samenvatting

Het Shintoïsme

De oorspronkelijke Japanse godsdienst is Shintō, de weg der kami. Hij wordt gekenmerkt door vier cultushandelingen: reiniging, offer, gebed en offermaaltijd. Deze kenmerken vindt men vandaag nog steeds terug in met het openbare leven verbonden cultushandelingen. Shintoïsme is ook een godsdienst van voorvaderverering, zo werden keizerlijke voorouders vereerd, maar ook belangrijke stamvaders, en tenslotte ook alle voorouders en doden.

Het Boeddhisme

Het boeddhisme is overgewaaid vanuit China en Korea naar Japan. Tegen het einde van de zesde eeuw vond het aanhang bij keizerin Soeiko en Shōtoku Taishi, die het regentschap voerde. In tegenstelling tot het shintoïsme, bracht het boeddhisme de Japanse religiositeit en cultuur op een hoger peil van geestelijke ontwikkeling. Er bestaan vanaf het begin van het boeddhisme in Japan al verschillende boeddhistische sekten of scholen. Dit wijst niet op verval, maar het boeddhisme neemt uit zichzelf allerlei gestalten aan, doordat telkens andere soetri en van elkaar afwijkende godsdienstige praktijken centraal gesteld worden. Het boeddhisme is een religie, die zich eenvoudig in een culturele sfeer en een geestelijke levenshouding laat omzetten, als men zich van haar eigenlijke religieuze gestrengheid heeft losgemaakt. Zo heeft het Japanse boeddhisme in de loop van de tijd een pantheon van vergoddelijkte wezens ontworpen waarlangs de kami van het shintoïsme het boeddhisme kunnen ingaan. Een nog steeds zeer bekende sekte is het zogenaamde amidisme.

Het Confucianisme

Het confucianisme, overgewaaid uit China, was al aanwezig in Japan voor het boeddhisme, maar kreeg pas later zijn bloei. Het confucianisme is eigenlijk geen godsdienst, maar eerder een levensbeschouwing die een fundament vormt voor een sociale ordening. Net als het boeddhisme komt het ook in verschillende scholen voor. Deze scholen komen echter hierin overeen dat ze allen het boeddhisme uitdrukkelijk afwijzen als tegennatuurlijk en asociaal en het christendom als onverenigbaar met de plichten van loyaliteit en vroomheid en met de eisen van het verstand. Tegen het shintoïsme echter hadden ze geen bezwaren. Het confucianisme hielp de macht vergroten van de shōgun, de daimyō en de samurai. Zelfs nu kunnen directeuren van grote ondernemingen door het confucianisme hun werknemers nog beïnvloeden.

Het Christendom

In de 13e eeuw hoorde men in het westen voor het eerst over Japan door de wereldbeschrijving van Marco Polo. Deze was zelf niet in Japan geweest, maar hij verbleef jarenlang aan het hof van de Chinese keizer in Peking, waar hij wonderlijke dingen hoorde over dit land. In 1543 zetten de eerste Portugese kooplui voet aan wal in Japan. Hun verslagen kwamen meer met de werkelijkheid overeen. Sommige van die verslagen bereikten Franciscus Xaverius, die besloot om tegen de bevelen van de Portugese koning en de paus in, op eigen initiatief naar Japan te gaan. Oorspronkelijk was hij belast met de taak van het missioneren van de verre kolonie Portugees Oost-Indië. Op 15 augustus 1549 landde hij in de haven van Kagoshima op het zuidelijk Japans eiland Kyushu. Het was zijn bedoeling geweest om eerst hooggeplaatste mensen[1] te bekeren, om dan onder officiële bescherming het volk te kunnen bekeren. Hij verbleef twee jaar in Japan, maar keerde dan terug naar Indië en stierf. Net 20 jaar na de aankomst van Franciscus Xaverius, bereikte Alessandro Valignano, een Italiaanse jezuïet, ook Japan. Hij zorgde ervoor dat het christendom in Japan zelfstandiger werd, hij richtte scholen op zodat de kinderen onderricht konden worden in de christelijke leer, enzovoort. Kortom, het christendom beleefde een ware bloeiperiode.

Visies op het christendom

Oda Nobunaga (織田信長)

Rond de jaren 1550 – 1560 begon Oda Nobunaga, in die periode een daimyō op Honshu, aan een expansie- en veroveringstocht in nabijgelegen gebieden. Zijn grote wens was dan ook om het hevig verdeelde Japan te verenigen tot één land. Hoewel de keizer van Japan en de shōgun nog steeds hoger in rang stonden, was het op een bepaald punt voor iedereen duidelijk dat hij de machtigste man in Japan was. Hij beschermde de keizer en de shōgun tegen opstandige sengoku-daimyō[2] en verkreeg zo de titel van vice-shōgun. Tegen 1580 was meer Japan verenigd onder één leider dan de voorbije eeuw ooit het geval was. Nobunaga’s prominentie was zeer belangrijk voor de Jezuïeten, aangezien deze bijzonder antiboeddhistisch ingesteld was, en omdat een aantal van zijn leidende officieren christenen waren. Zo versloeg hij verschillende monnikenlegers, omdat deze, net zoals weerbarstige daimyōs, de eenmaking van Japan in de weg stonden. Vele tempels werden vernield en duizenden monniken stierven voor het ideaal van een verenigd Japan. In de periode dat Nobunaga aan de macht was, beleefde het christendom een enorme groei.

Toyotomi Hideyoshi (豊臣秀吉)

Deze had zich onder Oda Nobunaga opgewerkt als militair, maar verkreeg, toen hij na de dood van deze laatstgenoemde aan de macht kwam, niet de titel van shōgun. In de plaats daarvan werd hij door de keizer met de titel regent belast. Ook Hideyoshi had een eengemaakt Japan als ideaal voor ogen. Hij probeerde net zoals Nobunaga weerbarstigheid de kop in te drukken. In feite overtrof hij zijn voorganger wat dat betreft. Tegen 1590 had hij bijna heel Japan verenigd op een manier die reeds lang niet meer gezien was. In de beginjaren van zijn machtsperiode nam hij de houding tegenover christenen van zijn voorganger over. Hij was er van overtuigd dat de christelijke wet onberispelijk en redelijk was. De christenen waren zeer tevreden over zijn beleid en verheugd over het feit dat Hideyoshi de tegenhangers van het christendom van de kaart veegde. Toch deed er zich onverwachts een wending voor, die het gevolg was van een plotselinge afwijzing van het christendom door Toyotomi Hideyoshi. Het verhaal gaat dat hij op een avond samen met een vijand van de jezuïeten wijn aan het drinken was. Deze moet hem op een of andere manier beïnvloed hebben, want Hideyoshi stuurde plots een bode naar een Portugese broeder[3] die tot dan in het gevolg van Hideyoshi zelf vertoefde. De bode droeg een brief mee waarin vier dramatische vragen stonden:

  • waarom proberen jullie missionarissen zoveel mensen te bekeren, soms zelfs met geweld?


  • waarom hebben jullie shintō-schrijnen en boeddhistische tempels vernield en monniken gedood, in plaats van ermee samen te werken?


  • Waarom doen jullie zo’n irrationele dingen als paarden en koeien eten, die de mensen al eeuwen ten dienst staan?


  • Waarom kopen Portugese jezuïeten zoveel Japanse mensen om ze mee te nemen naar het eigen land als slaaf?
gekruisigden krijgen de genadeslag met een lans door de borststreek

De broeder zond onmiddellijk een bode terug met een redelijk antwoord, maar de moeite was tevergeefs. Hideyoshi vaardigde in 1587 een edict uit: de jezuïeten werden veroordeeld voor het breken van de wet en het vernielen van boeddhistische tempels. Ze werden bevolen het land binnen de twintig dagen te verlaten. Maar de ernst van het edict verwaterde en uiteindelijk bleven de meeste jezuïeten in Japan. Ondertussen waren ook de Spaanse franciscanen aangekomen in Japan, wat spanningen opleverde tussen hen en de jezuïeten. Dit omdat paus Gregorius XIII bevolen had dat geen andere orde als de orde der jezuiëten in Japan missiewerk mocht volbrengen. Hideyoshi merkte dit conflict op maar gaf er verder niet te veel aandacht aan. Alles bleef rustig tot aan het San Felipe incident. De San Felipe was een Spaans galjoen dat gestrand was op Japanse bodem. Volgens het Japanse recht behoort het schip en alles wat het schip bevat dan tot de daimyō van het gebied. Om dit tegen te gaan toonde een van de bevelhebbers van het schip een kaart waarop alle Spaanse gebieden aangeduid waren. Een gezant, in naam van Hideyoshi, vroeg waarom ze zoveel landen veroverd hadden, waarop de Spanjaard antwoordde dat ze overal handel dreven en elk land waar het niet toegestaan werd veroverden met macht. Daarop vroeg de gezant of de missionarissen soms met dat doel, als voorbode naar Japan waren gekomen, waarop de bevelhebber, onwetend over de gevolgen die hij teweeg zou brengen, positief antwoordde. Hideyoshi vaardigde een nieuw edict uit. Het bevel luidde al de fransiscanen in Japan te executeren. Maar daar bleef het niet bij, samen met de franciscanen werden ook jezuïeten geëxecuteerd door kruisiging. Datzelfde jaar nog beval Hideyoshi dat alle jezuïeten het land moesten verlaten. Zoniet werden ze opgejaagd, gefolterd en vervolgd. Ook het gewone volk werd opgejaagd maar zij moesten onder foltering van hun geloof afstappen. Velen trotseerden de vervolging om het geloof alsnog te verspreiden onder het gewone volk of om het geloof te kunnen uitoefenen.

Tokugawa familie (徳川)

Tokugawa Ieyasu (徳川家康) was aangesteld door Toyotomi Hideyoshi om er voor te zorgen dat zijn zoon, Hideyori, na zijn dood aan de macht zo komen. Ieyasu ondermijnde dat vanaf het begin door allerlei huwelijken te regelen tussen andere belangrijke families en de zijne. De daimyō die loyaal waren tegenover Hideyoshi zagen hier meteen het doel van in, en het land deelde zich op in pro- en anti-Tokugawa groeperingen. Zo ontstond er in 1600 een woeste, maar korte oorlog. Ieyasu won deze en zo werd Japan van hem en kwam hij aan de macht. In 1603 verkreeg hij, dankzij zijn nobele afkomst, de titel shōgun. In 1605 reeds gaf hij de titel shōgun door aan zijn zoon Tokugawa Hidetada (徳川秀忠) en werd zelf ōshogo[4]. En deze deed in 1623 hetzelfde bij zijn zoon Tokugawa Iemitsu (徳川家光).

Na de dood van Hideyoshi probeerde Alessandro Valignano om toestemming te vragen om missiewerk te doen in Japan. Maar Ieyasu antwoordde dat hij moeilijk een beslissing kon nemen zo kort na het overlijden van zijn voorganger, om geen boze reacties op te wekken. Maar na de overwinning in 1600 probeerde Valignano nog eens, en nu had hij wel succes. Ieyasu liet toe dat de jezuïeten in de grote christelijke centra residenties bouwden. Dus ondanks de problemen tijdens de laatste jaren van Hideyoshis leven, kende het christendom van 1590 tot 1614 een enorme groei. Het veroordelen en executeren van christenen zorgde immers voor een staat van martelaarschap die de geëecuteerden bereikten. De mensen die zich in die periode bekeerden, deden dat ook uit eigen overtuiging en niet omdat de daimyō zich bekeerd had. Hoewel bekend was dat de raadgevers en intellectuelen in de buurt van Ieyasu tegen het christendom waren, ging alles toch goed voor de christenen.
een van de foltertechnieken gebruikt tegen de japanse christenen om ze afvallig te laten worden

Maar in 1614 vaardigde hij plots een edict uit[5], met waarschijnlijk als reden weer de arrogantie van Spaanse zeevaarders[6]. Het beval alle clerus en ook sommige voorname Japanse christenen het land te verlaten. Aanvankelijk was het enige dramatische dat alle priesters en broeders van alle orden naar Nagasaki geleid werden om daar te wachten op het volgende schip dat terug naar Europa voer. Het was nooit zijn bedoeling geweest om bloed te verspillen, maar sommige daimyōs namen het initiatief in eigen hand en executeerden priesters. Na de verbanning vanuit Nagasaki bleven er toch nog steeds enkele priesters over in Japan en dat riep de woede op bij Hidetada Ieyasu, die bij zijn vaders dood in 1616 aan de macht kwam. Net na het overlijden van zijn vader vaardigde hij al een edict uit dat beval alle families die christenen van een schuilplaats voorzagen of maar iets met christenen te maken hadden te executeren. Het verbood ook elk buitenlands schip aan te meren, tenzij in Nagasaki of Hirado[7]. Tegen 1622 had hij officieel 2000 mensen geëxecuteerd. Maar toch bleef het aantal bekeerden groeien, en dat kwam vanwege dat martelaarschap, dat dus gezien werd als iets moedig. In 1623 nam hij afstand van de machtstroon en liet alles over aan zijn zoon Tokugawa Iemitsu. Deze derde Tokugawa shōgun nam het als een persoonlijk doel op om het Christendom uit zijn land weg te vegen. Hij liet ook veel christenen executeren, maar merkte ook op dat het aantal bleef stijgen. Daarom besloot hij om over te gaan op foltering en vernedering, zodat de christenen zouden afstappen van hun geloof. Men zegt dat hij uiterst sadistisch was en de folteringen persoonlijk bijwoonde. Hij sloot ook Japan af van elke buitenlandse invloed, zodat hij zeker wist dat er geen nieuwe christenen binnengesmokkeld werden. Een paar van de foltertechnieken zijn gekend, zoals:

  • Mensen onderdompelen in kokende zwavelbronnen, ze verzorgen en daarna weer onderdompelen.


  • Levend begraven, met alleen het hoofd boven de grond


  • Ana tsurishi: het slachtoffer werd omgekeerd in een put gehangen en een kleine snede werd aangebracht achter de oren, zodat het bloed kon wegvloeien uit het lichaam. Dit kon men hoogstens 2 dagen volhouden.

In 1637 echter ontstond er een opstand in Shimabara geleid door de boeren maar die werd koelbloedig neergeslagen. Dit moment wordt nog steeds aangezien als het einde van het christendom in Japan, en de mislukking ervan. Het leidde ook tot de radicale afsluiting van het buitenland[8].

Voetnoten

  1. daimyō
  2. feodale landheren
  3. Pater Coelho
  4. oud-shōgun
  5. als ōshogo
  6. Cfr. San Felipe incident
  7. begin van geloten land politiek
  8. sakoku

Bronnen


  • Vande Walle, Willy. Een Geschiedenis van Japan: Van samurai tot softpower, Acco Leuven, 2007


  • C. Ross, Andrew. A vision betrayed : the Jesuits in Japan and China, 1542-1742, Edinburgh University Press, 1994


  • Gössman, Elisabeth. Het christendom in Japan: Religieus verleden, profane toekomst, Uitgeverij Paul Brand, 1967


  • Endo, Shusaku. Stilte, Uitgeverij Emmaüs, 1972