Chōshū Han
Uit GeschiedenisJapan
Inhoud |
Inleiding
Chōshū speelde een heel belangrijke rol in de Meiji omwentelling. Samen met Satsuma waren ze verantwoordelijk voor het omverwerpen van de Bakufu. In de regeringen die erop volgden nam Chōshū dan ook een belangrijke plaats in, ze bestond zelfs voornamelijk uit samurai die afkomstig waren uit deze twee prefecturen. Hun belangrijkste doel was van Japan een rijke en welvarende staat te maken met een sterk en gemoderniseerd leger. Hun doel is zoals vandaag nog blijkt verwezenlijkt.
De Han
Ligging
Chōshū lag in het westen van het hoofdeiland Honshū, in de omgeving waar nu de Yamaguchi prefectuur ligt. Het heet nu Nagato (長門国), maar er wordt nog vaak naar verwezen als Chōshū .
Grootte
Chōshū was een relatief grote han. Het was een groot domein en hun samuraiklasse was een van de grootste in Japan.
Tijdens de Tokugawa periode werd de grootheid van een domein gemeten aan de hand van de productiviteit, kokudaka. Dit werd uitgedrukt in koku, een eenheid op basis van rijst. Officieel Chōshū 369000 koku, maar in werkelijkheid was het 1713600 koku. 1000 koku stond voor 21 samurai, met 1713600 koku konden dus heel wat samurai onderhouden worden.
Chōshū was de 9de grootste prefectuur in heel Japan. Het is dus niet verrassend dat Chōshū een van de einige han was die actie konden ondernemen tegen de Bakufu.
Structuur van de Han
De daimyo van Chōshū was Mōri Terumoto.
de han was een tozama han. Dit wil zeggen dat de daimyo van de han pas na het Sekigahara incident een vazal was geworden van de Bakufu. De tozama han werden meestal redelijk slecht behandeld in vergelijking met de fudai, vazallen voor het Sekigahara incident.
Tijdens dat Sekigahara incident vocht Chōshū tegen de Bakufu. Ze werden dus nog erger behandeld (afname van land), ze mochten niet zetelen in de regering en ze werden nog steeds als vijandig beschouwd. De anti-Bakufu gevoelens werden bijna erfelijk in de han.
De daimyo's (de Mori) waren oorspronkelijk van de Kyoto klasse, ze kwamen vaak in het paleis en hadden goede relaties let het hof. Tijdens de Tokugawa periode waren de daimyo van Chōshū de enigen die de huizen van de edelen mochten bezoeken.
De goede relatie tussen het hof en de Mori droeg ook bij tot de anti-Bakufu gevoelens.
De gevolgen van de buitenlandse politiek
Door de buitenlandse druk en de binnelandse onrustigheden, was Japan in een slechte positie om het aandringen van Amerika af te slaan. Toen Perry op 8 Juli 1853 met zijn "zwarte schepen" kwam aanvaren en op onderhandelingen aandrong, kon de Bakufu hem afschepen, maar Perry had hem beloofd dat hij in de lente zou terugkomen met versterking en wapens. De Bakufu realizeerde dat Japan niet opgewassenwas tegen zulke dingen. Ze vreesden echter dat, eens er relaties waren met vreemde landen, ze hun politieke netwerken en economie niet meer zouden kunnen handhaven. Ook de daimyo vertrouwden ze niet, zij zouden de buitenlandse contaten kunnen gebruiken als aanknopingspunten voor nieuwe rechten en privileges. Ze vreesden dat er nieuwe machthebbers zouden komen.
Abe Masahiro, het hoofd van de raad van de rōjū, die eigenlijk alle macht in handen had, hoopte een nationaal front te kunnen vormen tegen zulke bewegingen. Het was zijn idee om met de autacratie van de Bakufu te breken en de han om hun mening te vragen. De meerderheid, inclusief Chōshū, was tegen de buitenlandse inmenging.
Ondanks alle tegenstand besloot de Bakufu toch de Vriendschapsverdragen met Amerika te sluiten. In de hoop de han achter zijn beslissing te krijgen vroeg de Bakufu zelfs om de goedkeuring van het hof. Die stemden in.
Om een verenigd Japan te vormen, liet Abe enkele daimyo's van sterke tozama han in de regering. Dit was uiteraard een goede regeling voor zowel de Bakufu als de daimyo's, er zou geen verzet komen vanuit de han en de han hadden invloed in de politiek van de Bakufu. Toch was er ontevredenheid. De fudai daimyo's vreesden dat ze hun stem in de regering zouden verliezen. Onder leiding van Ii Noasuke (zie Sakuradamon-gai no hen) werden ze verenigd.
De breuk met de Bakufu
Na de dood van Abe werd Ii Naosuke vertegenwoordiger van de raad van de rōjū.
In 1858 raadde Amerika aan om de grenzen van Japan volledig open te zetten, omdat er ook andere landen een verdrag zouden willen en dat ook met geweld zouden kunnen verkrijgen. Wederom vroeg de Bakufu het Hof om raad, maar deze keer keurde het hof het verdrag af. Het is vanaf die beslissing dat de termen sonnō (eer de keizer)en jōi (verdrijf de barbaren) samen werden genomen en er in verschillende han bewegingen ontstonden onder die naam.
Ook in Chōshū waran aanhangers van de sonnō jōi aanwezig.
Hoewel het Hof tegen het verdrag was, tekende de Bakufu hte toch. Dit zorgde voor de definitieve breuk tussen Chōshū en de Bakufu.
Omdat het Hof en Chōshū een goede relatie hadden, schreef het Hof geheime boodschappen naar Chōshū. Ze vroegen hen om het Hof te beschermen en hen te steunen . Chōshū stemde in met de opdracht, ze zouden handelen wanneer de eerste kans zich voordeed.
Een beleid om te handelen
De bestuurders van de han legden 3 beleidsontwerpen voor aan de daimyo:
* Beleid 1: Zullen we tussen de Bakufu en het Hof in staan, de wil van het Hof uitvoeren, de Bakufu en het Hof verenigen en de verschillende han bij elkaar brengen om de Tokugawa te helpen? Met zulke eerbare bedoelingen zal het verdrijven van de barbaren zeker slagen en de reputatie van de Mōri zal weer in ere hersteld zijn.
* Beleid 2: Tijdens de laatste jaren hebben we al vaak onze mening moeten geven aan de Bakufu, maar tot op de dag van vandaag heeft dat geen effect gehad. Zullen we dan, volgens de bewegingen van de han, doen wat juist is en wanneer de kans zich voordoet actie ondernemen zodat de bedoelingen om de keize te steunen en het verdrijven van de barbaren uitgevoerd kunnen worden?
* Beleid 3:Als de vorige twee voorstellen met "vulgaire" ogen bekeken worden kan er gezegd worden dat we de han ende daimyo in gevaar brengen. We zijn natuurlijk dag en nacht bezig om te definieren wat gevaarlijk is en wat niet. De waarheid is dat degenen die eerst handelen de anderen onder controle zullen hebben en degenen die wachten onder die controle zullen staan. Als de twee vorige voorstellen worden gekozen, zal de han sterker en sterker worden. Als we echter de andere visie volgen en het oplappen van de han een prioriteit maken en we diegenen die actie willen ondernemen het zwijgen opleggen, dan zal de Bakufu de zwakheid van de samurai van Chōshū zien en het is moelilijk te zeggen wat er dan met ons zal gebeuren. En zelfs als er niets zou gebeuren, zullen de samurai zich dan nog gemakkelijk voelen, wetende dat de aanpak van de intiligenten meoilijk te vermijden zal zijn? Kan onze regering zo laag vallen?
Het antwoord van de daimyo was als volgt: Het eerste beleid lijkt het meest geschikt voor deze tijden, maar het is moeilijk om te handelen in de huidige situatie. Neem daarom het tweede beleid aan als zijnde het juiste. Het gevaar bestaat wal dat we in het derde beleid zullen vervallen als we niet opletten, het is daarom genoodzaakt om de mogelijkheden van het eerste te onderzoeken zodat wanneer de tijd komt, we het onmiddelijk kunnen uitvoeren. Zoals al eerder gezegd, het is niet makkelijk om nu te handelen, dus zullen we het eerste beleid als uiteindelijk doel hebben, maar we moeten nu handelen volgens het tweede.
Zoals vele andere han wachtte Chōshū het juiste moment af.
De opkomst van Chōshū in de nationale politiek
Nagai Uta schreef een memorial over de hele situatie en waarom en hoe er door Chōshū zou moeten gereageerd worden.
Er waren 3 redenen om te handelen:Ten eerste: Chōshū was een van de grootste han en had een speciale reletie met het hof. Ten tweede: ze moesten handelen volgens hun eigen politiek nl. het hof en de Bakufu verenigen. Ten derde: als er een oorlog zou uitbreken tussen Japan en het Westen, was Chōshū zelf oook in gevaar.
De Bakufu had de verdragen met het Westen getekend om een oorlog te voorkomen, maar de gevolgen waren dat de patritisten kwaad waren, het hof was furieus, het volk was onrustig en er was veel tijd verspild door het feit dat de Bakufu twijfelde.
Er waren ook teveel redenen om de verdragen wel te moeten tekenen; het Westen dacht dat de Bakufu de leider van Japan was, als die weigerde door een bevel van de keizer zou dat raar overkomen, het zou alles behalve bevorderlijk zijn voor hett vertrouwen van het Westen, er waren vroeger ook al residenties voor buitenlanders in Kyoto en de samurai waren al 700 jaar vrede gewend, ze waren niet gereed om te vechten. Nagai promote ook de expantie over zee, een zee- en legermacht opbouwen naar Westers voorbeeld en handel drijven. Dat was goed voor het verrijken van het land en voor het versprijden van een militair perestige. De keizer moest het bevel geven aan de Bakufu om de verdragen te tekenen, zo werd er geen vertrouwen geschonden, kwam er geen oorlog, maar wist het Westen toch dat de keizer ook macht had.
Met deze memorial trok Nagai naar het hof en de Bakufu, hij werd aangesteld om de dialoog te openen tussen de Bakufu en het hof. Maar in de han zelf kwam er protest, vooral van de jonge samurai en de sonnō jōi beweging.Zij vonden Nagai veel te pro-Bakufu. De regering van de han ging niet meer volledig akkoord met de politiek van Nagai. Ook de opkomst van Satsuma zorgt voor problemen, zij wilden zelf ook wel delen in de macht en zorgden voor een eigen programma: de Bakufu moest nederig zijn t.o.v. het hof, de nobelen die door de Bakufu waren gevangen genolen moesten vrijgelaten worden en ze raadden het hof aan om niet te luisteren naar rōnin zodat er geen opstanden meer zouden zijn. Deze politiek kwam het hof beter uit dan die van Chōshū, Satsuma werd nu aangesteld om te onderhandelen tussen de Bakufu en het hof.
Door deze tegenslag kwam Chōshū tot de conclusie dat de politiek van Nagai niet anti-buitenlands genoeg was. De han nam daarom een extremere politiek aan, die van de sonnō jōi. Ook hun gezegde "Trouw aan het hof, vertrouwen in de Bakufu en plicht tegenover de voorouder." werd geherinterpreteerd: als de trouw aan de keizer in het gedrang komt moet het vertrouwen tegenover de Bakufu er aan geloven.
Er werd een nieuw actieplan opgesteld: de han zou zich distantëren van de politiek van Nagai om terug in de gratie van het hof te komen. Ze overweegden zelfs samenwerking met Satsuma. Uiteindelijk draaide het er toch op uit dat ze de positie van onderhandelaar alleen te krijgen. Ze probeerden wantrouwen te scheppen t.o.v. Satsuma, zorgden voor meer contacten in het hof zelf zodat ze meer inspraak zouden hebben in de raad van het hof en drongen aan op een extremere politiek. Het hof volgde maar al te graag die politiek en schoof Satsuma terug aan de kant.
De Bakufu komt door de politiek van Chōshū meer in handen van het hof, dat is dan op zijn beurt weer volledig in handen van van Chōshū. Zij willen dat de Bakufu hun jōi politiek overneemt en een keizelijk leger opricht. Omdat de Bakufu erg zwak is, beloofd het de jōi politiek over te nemen en de buitenlanders terug wegsturen. Dat kan het natuurlij niet, want dan breekt er oorlog uit, maar dit is gewoon een teken van zwakte.Het staat echter geen keizerlijk leger toe. Chōshū wil dat de Bakufu werk maakt van het uitzetten van de buitenlanders en stelt een ultimatum, als de Bakufu niets heeft gedaan tegen de vooropgestelde datum zullen ze aanvallen. Om die woorden kracht bij te zetten maakte het keger van Chōshū zich al klaar voor een aanval.
De Bakufu deed wat er werd gevraagd en vroeg de buitenlanders om te vertreken. De buitenlanders waren kwaad en verontwaardigd. De Bakufu speelde het slim en stak alle schuld op het hof.
Omdat de buitenlanders niet leken te vertrekken besloot Chōshū om zelf iets te ondernemen en vielen en Amerikaan handelsschip aan. De Amerikanen pikten dat natuurlijk niet en vielen samen met Frankrijk Chōshū aan.
De val van Chōshū
De staatsgreep van Satsuma
Chōshū kreeg het hof steeds meer onder controle en stuurde aan op een nog extremere politiek. Er kwam echter een tegenreactie van Satsuma. In deze han had een nieuwe beweging zich gevormd, de kōbu gattaigroep. De keizer vond de politiek van Chōshū te extreem worden en opteerde daarom voor de mildere politiek van Satsuma, een van meer respect van de Bakufu tegenover het hof. Ze pleegden een staatsgreep en op keizelijk bevel werden zij de beschermers van het kasteel.Voor de poorten van het keizerlijk verblijf werd de strij d tussen Satsuma en Chōshū uitgevochten. Chōshū verloor en moest zich terugtrekken binnen de grenzen van hun eigen han.
De sonnō jōi politiek had gefaald, de Bakufu had geen enkele reden meer om de buitenlanders weg te sturen en het hof en Satsuma vormden nu een geheel.
Chōshū was nu volledig uitgesloten van de nationale politiek. Ze probeerden om opnieuw goede relaties op te bouwen met het hof. Ze schreven allereerst een brief om de reden te vragen van de plotste verandering in het hof en wat zijzelf hadden misdaan. Het hof had een "wantrouwen tegenover Chōshū" uitgeroepen omdat het de aties van de troepen van Chōshū niet vertrouwde. Hierop stuurde Chōshū een nieuwe brief met een volledig verslag van alle acties die de troepen hadden ondernomen sinds de aankomst van Perry, maar de boodschapper die de brief naar het hof moest brengen werd tegengehouden door de Bakufu.
Ondertussen waren de verschillende bewegingen in de han onrustig geworden. De shōtai beweging wilden een volledige oorlog beginnen en met geweld hun macht herwinnen. Ze werden echter tegengehouden door de regering van de han, die vonden het beter om gewoon af te wachtten. Het hof zou nog wel bedenkingen krijgen bij de kōbu gattai groep en dan zou Chōshū zonder oormog te voeren in zijn eer hersteld worden.
De tegenstaatsgreep van Chōshū
De regering van Chōshū kreeg gelijk. Het hof kreeg inderdaad bedenkingen bij de kōbu gattai groep. Ze kwamen in de problemen en de Bakufu kon een groot deel van zijn macht herwinnen. De leiders van de kōbu gattai stonden machteloos en het hof was een te meer in de handen van de Bakufu.
Aanval van buitenaf
De buitenlandse machten waren de aanval van Chōshū op een Amerikaans handelsschip niet vergeten. Ze vroegen en kregen de toestemming van de Bakufu om Chōshū aan te vallen. Groot-Brittanië, Nederland, Frankrijk en Amerika vallen tegelijkertijd de han aan.
Toen dit nieuws twee jonge samurai, Itō Hirobumi en Inoue Kaoru, die in het buitenland studeerden bereikte kwamen ze terug naar Japan om te onderhandelen, maar Chōshū wilde dit niet. De buitenlandse schepen maakten zich klaar voor de aanval en Chōshū raakte erdoor geïntimideerd. Ze stuurden de twee samurai er terug op uit om te onderhandelen, ze kwamen echter te laat aan en Chōshū werd gebombardeerd. Ze slagen er uiteindelijk toch nog in om onderhandelingen op te starten. Tijdens deze onderhandelingen probeerd Chōshū de buitenlanders ervan te overtuigen dat ze handelden volgens de bevelen van het hof en de Bakufu. De buitenlanders namen het excuus een en er werd (onder lichte drang) een vredesverdrag getekend. Chōshū moest de buitenlandse schepen voordeel geven bij de handel, ze moesten voor provisie zorgen, de buitenlanders mochten forten bouwen om de kust van Shimonseki en ze kregen geld als oorlogsvergoeding.
Deze nederlaag betekende het einde voor de sonnō jōi beweging. Een meer militair gerichte groep trad op de voorgrond, de Tōbakubeweging. Deze was meer afhankelijk van de steun van de extremisten. Maar tegelijkertijd kwamen ook de meer pro-Wetserse op de voorgrond in de regering van de han.
De eerste expeditie tegen Chōshu
De Bakufu wist dat Chōshu in een zwakke positie was en wilde voor eens en altijd met de tegenwerkende han afrekenen. Chōshu werd uitgeroepen als vijand van het hof en er werd een expeditie tegen de han voorbereid. De Bakufu liet alle damyio bijelkaar roepen, maar niemand reageerde, er was ook veel discussie en tegenwerking over wie Chōshu zou moeten aanvallen en of het daadwerkelijk aangevallen mocht worden. Het was tenslotte nog in oorlog met de buitenlandse vloot. Uiteindelijk werd er besloten dat de Bakufu zelf de aanval zou leiden en dat er eerst moest geprobeerd worden om Chōshu te intimideren. In navolging hiervan stelde de Bakufu het volgende aan de han voor: Chōshu moest zich volledig overgeven en diegenen verantwoordelijk voor de mislukte hetstaatsgreep moetsen gestraft worden. Er werd een schuldbrief geschreven door de daimyo de verantwoordelijken werden terechtgesteld en 5 hovelingen die naar Chōshu waren gevlugd werden uitgeleverd. Chōshu had zich volledig overgegeven en er werd onder druk van de Bakufu een nieuwe regering gevormd. Een met vooral conservatieven die niet tegen de Bakufu zouden ingaan. Maar tegelijkertijd kwam er een eerst eteken van steun van Satsuma, ze gaven 10 samurai terug die gevangen gezet waren in hun han. Dit was het eerste teken van de latere samenwerking van Satsuma en Chōshu.
De burgeroorlog in Chōshū
Ook al waren de conservatieven aangesteld als regering door de Bakufu, er was nog altijd een andere machtige beweging die veel macht had in de han, de Shōtai beweging. Zij waren degenen geweest die aangedrongen hadden op een geweldadige herstaatsgreep, die was welliswaar mislukt, maar ze kregen nog altijd veel steun van de rest van de han. Ze waren een soort opvolgers van de sonnō jōi beweging en waren erg militatristisch.
Sinds het aanstellen van de conservatieven was de shōtai beweging erg onrustig, zij wilden de macht over de han. De twee groepen vonden dat alleen zijzelf het recht hadden opo die macht en waren regelmaig ruzies. De shōtai vielen de conservatieven zelfs enkele keren aan om het leger van de regering te testen, ze wildn de regering met geweld omverwerpen. De regering vroeg de toelating aan de daimyo om de shōtai te onderdrukken, maar de daimyo gaf enkel het bevel tot pacifisering. Een groep binnen hetregeringsleger die eigenlijk meer sympathie hadden voor de shōtai namen de woorden van de daimyo letterlijk over en vormden de "peace assembly" oftewel vredes samenkomst. Er waren dus interne problemen bij de conservatieven, iets waar de shōtai geen last van hadden. Zij kregen zelfs steun van neutrale shōtai groepen. Dat blijkt uit het feit dat wanneer het conservatieve leger door Isa moest trekken om naar Shimonseki te gaan (waar de shōtai groepen gestationeerd waren)ze aangevallen werden door een neutrale shōtai groep. De conservatieven vroegen hen om de wapens neer te leggen. Isa vroeg een dag uitstel en die kregen ze, maar in diezelfde nacht nog vielen ze het regeringsleger aan. Het leger moest zich terugtrekken en begon meteen aan het verzamelen van meer manschappen. Ondertussen had het Peace assembly hun greep versterkt over de daimyo, de conservatieven zagen hun leger gewoon uit elkaar vallen. De shōtai kregen meer steun en troepen. Met zoveel steun en mankracht en een regeringsleger in tweestrijd vielen ze de regering aan en wonnen ze met gemak. Ze vormden zelf een nieuwe regering, veel eensgezinder dan de gedwongen regering van de Bakufu en met meer steun van de han zelf.
De Chōshu-Bakufu oorlog
De tweede expeditie
Wat de Bakufu nog maar enkele maanden had gerealiseerd in Chōshu was alweer teniet gedaan en was de han weer de grootste tegenspeler van de Bakufu. Die was wel op de hoogt evan de opkomst van de shōtai, maar was zich er niet van bewust dat die ondertussen de macht hadden overgenomen. Hij kreeg het ontnuchterende nieuw echter snel te horen en wilde een tweede expeditie starten. Dit keer zou het leger doen alsof het gericht was op Chōshu maar zou het eerst halt houden in Osaka om eerst het hof volledig onder contole te krijgen. Deze tactiek had veschilende voordelen: *De aankondiging van een tweede expeditie zou al genoeg zijn om Chōshu terug onder controle te krijgen.
*Het hof zou er niets op tegen kunnen hebben als de Bakufu dit uit eigen beweging deed.
*Het hof zou denken dat Chōshu het doelwit was en zou niets vermoeden over het andere deel van de tactiek. Tussen de aankomst van de Bakufu in Osaka en het begin van de tweede expeditie verstreek een jaar waarin de Bakufu probeerde om via allerlei decreten en onderhandelingen Chōshu zonder geweld onder controle te krijgen. Hij kreeg echter geen steun van de andere han, alle onderhandelingen mislukten en zonder dat de Bakufu het wist was hij een van zijn belangrijkste bondgenoten kwijt nl. Satsuma
De Satsuma-Chōshu alliantie
Satsuma voelde zich niet meer zeker in zijn positie. Dit kwam onder meer door het feit dat de Bakufu meer en meer macht wilde hebben en Satsuma aan de kant had geschoven. Die macht was dan weer aan het wankelen gebracht door de overname van de regering in Chōshu door de shōtai beweging. De positie van Satsuma was niet meer zo anders dan die van het verstoten Chōshu. Tijdens de tweede expeditie koos het volledig de kant van Chōshu, stuurde geen troepen om de Bakufu te helpen en nam ook een sonnō jōi politiek aan. Satsuma stuurde daarom gezanten naar Chōshu om te onderhandelen over een alliantie. Chōshu vroeg aan Satsuma om voor hun wapens te importeren om hun integriteit te testen. Satsuma deed dat maar vroeg ook meteen een wederdienst: ze wouden troepen sturen naar Kyoto en vroegen provisie aan Chōshu. Die stemden toe en zo werd de basis gelegd voor de verdere onderhandelingen.
Er werd een pact gesloten in 6 punten:
1. Als de Bakufu aanvalt zal Satsuma Kyoto veilig stellen.<be/>2.Als Chōshu wint, zal Satsuma met het hof onderhandelen over de positie van Chōshu.
3.Als Chōshu lijkt te verliezen zal Satsuma alles in zijn macht doen om te helpen.
4.Als er geen oorlog komt zal Satsuma onder handelen met het hof over de positie van Chōshu.
5.Als Satsuma niet kan onderhandelen door toedoen van de Bakufu, zullen Aizu of Kuwana een orlog beginnen tegen de Bakufu.
6.Als Chōshu vergeven wordt door het hof zal het Satsuma helpen om de glorie van het keizerrijk te herstellen. Deze alliantie werd natuurlijk in alle geheim gesloten.
De oorlog van 4 kanten
De Bakufu besloot om niet langer een vreedzame methode te gebruiken en verklaarde Chōshu de oorlog. De han werd van 4 kanten aangevallen, vandaar de bijnaam van de oorlog. Eerst werd de han aangevallen in Oshima. Dit kwam compleet onverwacht en door de zwakke verdediging daar de troepen van de Bakufu er in om Oshima een week lang bezet te houden. Na die week had Chōshu dit gedeelte alweer heroverd en dat was ook de enige overwinning diue de Bakufu zou behalen.
De tweede kant was die van de grens tussen Chōshu en Aki. Chōshu kaon de troepen daar terugdringen en zelfs grond winnen. De Bakufu eiste dat Chōshu een wapenstilstand verklaarde, maar die weigerden; het was de Bakufu die de oorlog was begonnen en dus zou hij de wapenstilstand moeten beginnen. Na onderhandelingen kwam er een onofficiële wapenstilstand, maar die duurde maar een maand. De Bakufu begon opnieuw een aanval tegen Chōshu. Een week later was Aki de oorlog moe, ze waren eigenlijk neutraal en wilde in de eerste plaats niets te maken hebben met de oorlog, en stelde voor om de grens te sluiten op voorwaarde dat Chōshu zich terugtrok. Dit gebeurde en zo werd ook deze kant gewonnen door Chōshu.
De derde kant was Tsuwano en Hamada. De troepen van Tsuwano trokken zich onmiddelijk terug in het katseel en Chōshu kon doordringrn tot Fukuyama en Hamada. Ze vroegen hulp aan de Bakufu en die stuurde Inaba om te helpen, maar die weigerden te vechten. De daimyo stuurde een brief waarin hij verzocht om vrede te sluiten. Dat mislukte, de troepen vluchtten uit Hamade en Chōshu nam het over.
De vierde kant was die van de Kokura han. Hier waren troepen van verschillende han gestationeerd. Die aven zich allemaal vrijwel onmiddelijk over. Satsuma trad hier op als vredesonderhandelaar en hier slaagden de onderhandelingen wel.
Het leger van de Bakufu was zo goed als overwonnen en ze trokken zich terug. De Bakufu was verslagen door één enkele han.
De Bakufu moest dan ook nog de dood van de keizer aankondigen, nog een zware klap voor zijn macht.
De restoratie
De gevolgen van de oorlog
Wat moest er nu met de Bakufu en zijn positie gebeuren? De daimyo werden opnieuw bij elkaar geroepen, maar iedereen was op dat moment met zichzelf bezig; het hof had zijn handen vol met de nieuwe keizer Meiji die op dat ogenblik nog een kind was, de han waren bezig met hun legers en de heropbouw van de han bezig en Chōshu was officiëel gezien nog een vijand van het hof en mocht niets doen.
Satsuma was op dat moment de enige han die iets kon en wou doen. Ze probeerden een basis te leggen voor wat er verder moets gebeuren, maar het enige wat zij konden doen was praten. Ze beloten daarom een conferentie te organiseren tussen 4 han, Uwajima, Tosa, Munemari en Fukui. Er wraen twee dringende problemen die zo snel mogelijk opgelost moesten worden: wat met Chōshu en het openen van de haven van Hyōgo voor buitenlandse handel. Het hof gaf de Bakufu het bevel om de haven te openen en om mild te zijn als het op Chōshu aankwam, maar de Bakufu weigerde.
De twee restoratie bewegingen
Doordat de Bakufu niet inging op de voortsellen van de conferentie en het bevel van het hof besloten Satsuma en Chōshu om samen te werken en de Bakufu omver te werpen met geweld. De troepen van Satsuma arriveerden in Chōshu en stonden klaar om naar Kyoto te trekken, maar Tosa wilde het eerst nog op een vreedzame manier proberen. Ze stelden de Bakufu voor om zijn nationale verantwoordemijkheid aan de kant te zettenzondr zijn daadwerkelijke macht te verliezen. De Bakufu gaf de macht terug aan het hof, die probeerden weer om de daimyo samen te brengen, maar die kwamen weeral niet opdagen. Vernederd door de hele situatie gaf het hof de macht terug aan de Bakufu. Die probeerde op zijn beurt ook om de daimyo samen te roepen, maar die vonden de macnt van de Bakufu te onstabiel en wilden eerst afwachten en zien wat Satsuma en Chōshu nog van plan waren. Het voorstel van Tosa draaide op niets uit en het hof gaf Chōshu de toestemming om Kyoto binnen te gaan. Enkele dagen later was Kyoto ingenomen, de daimyo waren bij elkaar gekomen en was de macht van de Bakufu tenietgedaan. De keizerlijke restoratie werd uitgeroepen.
Politieke hervormingen
Het volgende probleem was sat van de Shōgun Keiki en de Tokugawa domeinen. Er ontstaat een hevige discussie over de hele situatie. Mocht de Shōgun deelnemen aan de neuwe regering? Op gelijke basis als de andere daimyo? En wat met de domeinen van de van de Bakufu? De eigelijke macht was in handen van Chōshu en Satsuma, dus zouden zij erover moeten beslisen. De Shōgun was bereid om zijn positie op te geven en het land af te staan, maar zijn entourage wou hiervan niets weten. Hij vroeg extra tijd om hen te overtuigen, maar die wilden er een nieuwe oorlog over beginnen. Ze vielen de legers van de han aan, maar werden weggevaagd. Er werd door de han een eerste regering gevormd met de posities van Sōsai (hoogste leidinggevend ambt), gijō (hoogste betsuurder) en sanyo (lagere bestuurder). Dit was het prototype voor de bijna uitsluitend uit de twee han bestaande nationale regeringen die volgden.
De keizer verhuisde naar het kasteel in Edo en de stad werd Tokyo genoemd. Dit was het begin van de meiji omwentelling waarin Satsuma en Chōshu zeer invloedrijk waren. Mensen uit deze twee han bleven belangrijke figuren in de politiek en dat zijn ze tot op de dag van vandaag nog.
Bronnen
Boeken
- Beasley, William G., The Meiji Restoration, Palo Alto: Stanford University Press, 1972.
- Graig, Alber M., Chōshū in the Meiji Restoration, Cambridge: Harvard University Press, 1961.
- Totman, Conrad D., The Collapse of the Tokugawa Bakufu, 1862-1868, Honolulu: University of Hawaii Press, 1980.

