Bushidō

Uit GeschiedenisJapan
Ga naar: navigatie, zoeken

Bushidō (武士道, letterlijk te vertalen als de weg van de krijger). Het was een erecode waaraan de samurai zich moesten houden. Vaak vergelijkt men de samurai wel eens met de middeleeuwse ridder. Maar in werkelijkheid verschilt "de weg van de samurai" wel degelijk van de ideologie van de ridder in de middeleeuwen.

De term Bushidō en situering

Het woord Bushidō is net zoals samoerai of samurai een leenwoord in het Nederlands. Men kan het eigenlijk het best vertalen als de nationale en vooral militaire geest van Japan. Letterlijk vertaald betekent Bushidō "de weg van de krijger."

Het ideaalbeeld van een samurai is door de eeuwen heen gevormd. Zelfs in de vroege geschiedenis van Japan kan men verscheidene eigenschappen van Bushidō terugvinden, zij het in mindere mate. Het Bushidō is vooral opengebloeid tussen 1100 en 1400 door de opkomst van de samuraiklasse in de maatschappij als gevolg van de geleidelijke inpassing van het feodale systeem. Men kan dan ook verscheidene waarden van het Bushidō terugvinden in de vroege literaire geschiedenis van Japan. Zoals bijvoorbeeld in de Kojiki (古事記, 712) waar men in sommige passages al een beeld krijgt van krijgers die al een grote loyaliteit vertoonden tegenover hun heer of familie.

Een ander voorbeeld is de Heike Monogatari (平家物語, 1371), waar men al een soort van standaard weergeeft onder de samurai over zijn waarden in die tijd. Uiteindelijk verschilt dit beeld niet zoveel van het latere Bushidō. De waarden van de samurai die men in de Heike Monogatari al vond zullen gewoon verder worden uitgediept. Andere boeken die nog voorbeelden vertonen van de filosofie van het Bushidō zijn onder meer nog de " Go Rin No Sho (五輪書) " van Miyamoto Musashi (宮本武蔵, 1584-1645) of het verhaal van de 47 rōnin van Ako tijdens de Genroku periode.

Men kan de term Bushidō voor het eerst in de Japanse literatuur terugvinden in de legende van Torii Mototada (1539-1600). Sommige Europese schrijvers blijven echter geloven dat deze term en datgene waar het voor staat is uitgevonden tijdens de Meji periode met als bedoeling het nationale gevoel te versterken. Als deze theorie zou kloppen dan betekent dit dat de term nog niet bestond voor de Meji periode (1868-1912).

Verder is Bushidō gevormd door de eeuwen heen op een aantal denkers en geschriften die allemaal iets hebben bijgedragen tot het concept van Bushidō. De 3 meest essentiële geschriften die we kunnen terugvinden in de Japanse geschiedenis zijn:

- Hakagure//Yamamoto Tsunetomo (山本常朝, 1659-1719)

- Shidō//Yamaga Sokō (山鹿素行, 1622-1685)

- Buke sho hatto//Tokugawa Ieyasu (徳川 家康, 1543-1616)

Later volgden dan ook andere geschriften zoals "The soul of Japan" van Inazo Nitobe maar die zijn dan weer veel later geschreven en zijn ook wel grotendeels gebaseerd op wat er in de voorgaande boeken is genoteerd. De 3 boeken of eigenlijk vier, want men kan er de Bukyō van eveneens Yamaga Sokō bijrekenen, beschouwt men als de filosofische en ethische basis van het Bushidō. Naast deze boeken waren er ook enkele belangrijke historische figuren die een belangrijke invloed hebben gehad op de evolutie van het Bushidō. De belangrijksten waren:

- Hayashi Razan (林羅山, 1583-1637)

- Kumazawa Banzan (熊沢蕃山, 1619-1691)

- Yamaga Sokō (山鹿素行, 1622-1685)

De belangrijkste figuren in de evolutie van het Bushidō

Hayashi Razan

Deze neo-confucianistische filosoof is vooral van belang voor het Bushidō omdat hij de ontwikkeling van de intellectuele geest van de samurai predikte. Hij ging al vroeg in de leer bij Fujiwara Seika (1561-1619), de confucianistische adviseur van de toenmalige shōgun (將軍) Tokugawa Ieyasu. Het duurde niet lang voor hij zijn meester voorbijstak en zo schopte hij het al snel tot confucianistische adviseur van Tokugawa Ieyasu.

In een tijd van vrede wou hij de functie van de samurai veranderd zien van een puur militaire functie tot een leidinggevende en regerende rol. Daarvoor was het natuurlijk belangrijk dat men intellectueel hoog ontwikkeld was. Hij benadrukte ook het belang van het humanisme, meer bepaald de relaties. Zo waren er 5 relaties die belangrijk waren voor de krijger. Namelijk:

  1. Heer-vazal
  2. Vader-zoon
  3. Man-vrouw
  4. Oudere broer-jongere broer
  5. Vrienden

Razan was ook van mening dat een samurai zowel de kunst van het oorlogvoeren moest kennen als het kunnen bewaren van de vrede.

Kumazawa Banzan

Kumazawa Banzan

Kumazawa Banzan was een samurai van lage afkomst met de rōnin (浪人) status. Het belangrijke aspect dat Banzan bijbracht aan het Bushidō was dat van discipline. Zijn gedrag en denkwijze was het evenbeeld van hoe een samurai zich moest gedragen en denken. Hij had zich sterk ontwikkeld in zowel de krijgskunde als de militaire technieken en strategiëen. De nadruk in zijn training lag vooral op zelfdiscipline. Want zelfbeheersing is het begin van Bushidō. Als men zichzelf niet kan dwingen om bepaalde dingen te doorstaan of te doen dan zal men ook nooit volledig trouw kunnen blijven aan zijn heer.

Yamaga Sokō

Hij was eveneens een confucianistisch denker die leefde tijdens Tokugawa periode. Hij maakte zich veel zorgen over de voortdurende inactiviteit van de samurai tijdens de regeerperiode van Tokugawa Ieyasu. Yamaga geloofde dat de samurai een hogere positie in de maatschappij diende te hebben. Alleen een hogere positie zou de status van de samurai kunnen rechtvaardigen vooral dan in een tijd van vrede. Hij besefte net zoals Hayashi Razan dat men dit niet alleen maar kon bereiken door lichamelijke fitheid. Dit kon men onder meer bereiken door met het loon van zijn heer andere kunsten te ontwikkelen.

Gedurende zijn leven schreef Yamaga Sokō twee belangrijke boeken voor het Bushidō , Bukyō (geloofsbelijdenis van de samurai) en Shidō (weg van de krijger). Deze twee boeken waren eigenlijk de filosofische basis voor de samurai. Hij duidde ook het belang aan van het ontwikkelen van kunsten zoals letteren en geschiedenis. Krijgsvaardigheid was dus even belangrijk als het intellectueel geestelijk kunnen. Hij legde ook de nadruk op loyaliteit en plicht. De samurai moest voor alles, ook voor zijn eigen persoonlijke belangen, zijn heer ten volle dienen. En hij moest door bezinning over zijn eigen leven en positie in de maatschappij, zijn leven toewijden aan het vervullen van zijn plicht tegenover de heer.

Hakagure (葉隠)

De Hakagure is een geschrift dat men kan vertalen als " Verborgen onder de bladeren." Men kan het beschouwen als een van de grondleggende geschriften van Bushidō. Het is vermoedelijk geschreven in een tijdspanne van 1710-1716. Het boek is geschreven door Tashiro Tsunamoto en het is gebaseerd op zijn gesprekken met Yamamoto Tsunetomo (12 juni 1659 - 1719). Het geeft een soort van code weer, gevormd door de conversaties die Tsunamoto had met Tsunetomo over de samurai, het ideaal van de samurai en zijn waarden. In het boek zelf wordt het belang van de doodsgedachte sterk naar voren geschoven. Getuige daarvan deze uitspraak van Tsunetomo die men in het boek kan terugvinden:

"Bushidō zo heb ik bevonden, ligt in het sterven."

Het wordt wel vaker gezien als de basis van het Bushidō maar het is niet zo dat de Hakagure Bushidō is of omgekeerd. Het is wel een van de belangrijkste geschriften die de ware geest van het Bushidō weergeeft maar het geldt niet als een verklaring voor het levenspatroon Bushidō. In de Hakagure is er ook een soort oproep aanwezig van Tsunetomo naar de rest van Japan toe. Hij vraagt dat er een herstel gebeurt van de krijgsgeest. Hij vindt dat de samurai-klasse verzwakt is omdat men in een tijd van vrede leefde.

Tijdens de eenmaking van Japan waren er vele oorlogen en ook daarvoor waren er altijd wel ergens moeilijkheden dus de samurai kon zich niet veroorloven om zwakker te worden. Hij moest ten allen tijde klaar zijn voor de strijd. Maar in een tijd van vrede, tijdens de overheersing van Tokugawa Ieyasu, was er weinig of toch minder reden om paraat te blijven. Men begon zich meer intellectueel te verrijken wat natuurlijk niet verkeerd is, maar de krijgsgeest van de samurai begon uit te doven.

Ook de band tussen leenheer en vazal wordt sterk benadrukt in Hakagure. Dit was natuurlijk wel typisch voor de Japanse maatschappij in die tijd. Het was een typische feodaliteitsgedachte die in de Hakagure duidelijk naar voren wordt geschoven. Deze band was niet alleen een band voor het leven maar ook voor de dood. De dienst of plicht die men had tegenover zijn heer doorbrak de grens tussen leven en dood. Hij is zijn leenheer zijn volledige toewijding verschuldigd. Ook al leidt dat tot zijn dood, een waardige dood sterven voor zijn leenheer is een eer voor de samurai. Deze gedachte vindt men dan ook vaak terug in de Hakagure.

De invloed van verschillende godsdiensten op Bushidō

  • Boeddhisme: Men gelooft in zichzelf en men zal onverschillig staan tegenover de dood en hetgeen wat sowieso komen moet. Aangezien de boeddhisten geloven in reïncarnatie is het niet verwonderlijk dat de gedachte van de dood al minder afschrikwekkend wordt voor de samurai. Onder meer doordat ze de dood niet meer vrezen gaan ze ook geen angst meer hebben van gevaar.
  • Zen: Zen is eigenlijk een manier om via meditatie de verlichting of perfectie te bereiken. De verlichting zelf is evenwel geen doel van het Zen. Men kan perfectie of verlichting niet afdwingen. Het overkomt je gewoon. Door middel van zen kan men zich beter concentreren. Het stimuleert ook het hebben van een goede zelfkennis, pas als je jezelf kent kan je anderen gaan beoordelen.
  • Shintoïsme: De toewijding en plicht die men verschuldigd is aan de heer kan men mede door deze godsdienst verklaren. Men moet bij de godsdienst zijn eigen voorvaderen eren. Het zet de keizer aan het hoofd van het land en die moet men dan ook dienen tesamen met zijn daimyō's (大名) en zo dus ook de feodale heer aan wie de lagere samurai zijn trouw heeft beloofd. Shintoïsme stimuleert de loyaliteit van de samurai maar ook zijn patriottisme. Het doordrengt Bushidō met een zeker gevoel van loyaliteit tegenover de heer en de liefde van zijn land.
  • Confucianisme: Dit is de belangrijkste godsdienst die het Bushidō sterk heeft beïnvloedt. Vooral het concept van de 5 morele relaties (zie Hayashi Razan) dat door Confucius is bedacht is erg belangrijk voor de samurai. Ook de waarden van Waarheid/Eerlijkheid en die van goedertierendheid komen in deze godsdienst voor.

De pijlers van Bushidō

  • De doodsgedachte

Een van de belangrijkste waarden in het leven van een samurai is de dood. De samurai moet ten allen tijde verwachten dat hij kan sterven. Al vroeg tijdens de opleiding van de samurai worden ze geconfronteerd met het beeld van de dood, en wat belangrijker is met het aanvaarden ervan. Pas als de krijger de dood aanvaardt en elke dag opstaat met de gedachte dat dit de dag kan zijn waarop hij zal sterven, dan kan hij pas zonder angst door het leven gaan. Een man kan tijdens zijn leven verschillende zaken op prijs gaan stellen, vooral materiële zaken. Maar als men telkens de dood voor ogen houdt en het feit dat het elk moment kan gebeuren dan zal men nooit aan materiële zaken gewennen. Het heeft geen zin om bepaalde dingen te koesteren als je in je achterhoofd het idee houdt dat die dingen in een seconde kunnen verdwijnen.

Als hij de dood niet kan aanvaarden dan zal hij ook nooit als een samurai worden beschouwd en zal de samurai nooit ten volle zijn plicht tegenover zijn heer kunnen vervullen. Want het kan altijd gebeuren dat hij in een situatie terechtkomt waarin hij moet kiezen voor zijn eigen leven of dat van zijn heer. Die beslissing is voor een ware samurai die leeft volgens de gedachten van het Bushidō simpel en snel te maken. Zijn eigen leven is helemaal niet belangrijk ten opzichte van dat van zijn heer. Dit is dan het moment waarvoor de samurai al zijn hele leven heeft voor gewerkt en zichzelf heeft voor gehard. Eigen belang, gevoelens of angst mogen dan niet aan de oppervlakte komen. De enige schaamteloze beslissing is dan de dood.

Bij deze pijler kan men ook het concept van seppuku(切腹) of het meer gebruikte maar minder respectvolle Harakiri( 腹切り)aan verbinden. Seppuku kan men letterlijk vertalen als het opensnijden van de maag. Het is een vorm van zelfmoord van de samurai. Men pleegde seppuku als men ergens in had gefaald, een missie niet tot een goed einde heeft gebracht of als men de heer niet heeft kunnen behoeden voor het ongeluk. Een faling beschouwde men als zeer schaamtelijk en werd door de maatschappij dan ook niet aanvaard. De enige manier waarop de samurai de nederlaag en de daarbijkomende schaamte kon voorkomen, was door seppuku te plegen.

Dit is dan ook een veelvoorkomende gebeurtenis in de Japanse geschiedenis. Het werd dan ook beschouwd als een eervolle dood. Zelfs tijdens de daad zelf mocht de samurai geen enkel teken van pijn vertonen. Tijdens de daad werd hij dan ook vaak bijgestaan door een secondant, of Kaishaku(介錯人) die erop moest toezien dat de daad zorgvuldig gebeurde. Hij moest het slachtoffer onthoofden om te voorkomen dat seppuku een lange en pijnlijke doodstrijd werd en zo als een verlies van eer werd bekeken door de anderen.

  • Moed en heldhaftigheid

Moed was ook belangrijk in de leer van Bushidō, men moest de moed en de durf hebben om elke situatie aan te pakken met een resoluut en moreel hart. Moed is ook doen wat goed is. De samurai moest vaak kiezen tussen het goede of slechte ook al betekende dat, dat als hij koos om het slechte te bestrijden, het meer dan waarschijnlijk zijn dood zou worden. Dat is durf hebben. Men moet zichzelf ook niet zomaar roekeloos in het gevaar storten, je moet niet zomaar je leven op het spel zetten. Sterven voor een zaak die het onwaardig is om voor te sterven, is een hondendood. Zomaar jezelf in het gevaar storten en sterven is makkelijk genoeg. Maar moed is pas echt moed als je leeft wanneer het juist is om te leven en als je sterft wanneer het juist is om te sterven. Als het moeilijker is om in leven te blijven dan te sterven dan moest men blijven leven. Hetgene wat juist is onderscheiden en het toch niet doen is een gebrek aan moed.

Moed is ook kalmte en zelfbeheersing. De basis van moed is zelfdiscipline. Een man die niets doet wat tegen de principes van zijn heer of zijn ouders is, is moedig. Iemand die ten allen tijde op zijn hoede is en altijd let op hoeveel hij uitgeeft aan bepaalde dingen is ook moedig. Maar diegene die niet moedig is zal alleen aan de oppervlakte een moedig man zijn. Hij trekt zich niets aan over wat zijn ouders of zijn leenheer goed vindt of niet. Hij zal teveel eten en drinken en te weinig studeren. Als we dit soort gedrag gaan omschrijven dan zit de term lafheid er niet zo ver naast.

Natuurlijk moet men er ook rekening mee houden dat dit enkel een waarde is voor het westerlingen. Voor een samurai was moed iets wat men sowieso al had. Dit komt onder meer door het feit dat als je de dood verkiest boven het leven, wat de samurai dus deden, dan vervaagd natuurlijk elke zin van het woord moed. Men kon ook alleen maar zijn plicht ten volle vervullen als men zich maximaal inzette en natuurlijk onbevreesd elke situatie tegemoet ging.

  • Gerechtigheid

Het is niet alleen gerechtigheid dat telt bij Bushidō, ook een juiste beoordeling van een situatie. Men moet in een bepaalde situatie zonder te aarzelen, juist en met reden kunnen beslissen. Iets slecht doen is simpel en soms zelf amusant. Het is daarentegen heel wat moeilijker om altijd het juiste pad te willen kiezen en gerechtigheid te laten gelden. Men kan het ook beschouwen als een soort van instinct dat de samurai bezit om een oordeel te vellen over wat goed en wat slecht is.

Een andere manier van bekijkenis : Gerechtigheid is het bot dat stevigheid biedt aan de rest van het lichaam. Zonder het bot kan het hoofd niet op de schouders rusten, noch kunnen de handen of voeten bewogen worden. Dus zonder rechtvaardigheid kan talent noch training een samurai maken van een gewone man. Men spreekt ook wel van Giri of letterlijk vertaald " juiste reden." In de originele betekenis betekent het simpelweg plicht.

  • Etiquette of Beleefdheid

Bij Bushidō is oprechte loyaliteit en verbondenheid aan de leenheer niet genoeg. Zolang hij de juiste manieren en etiquette niet kent om zijn respect te tonen aan zijn leenheer dan wordt hij niet beschouwd als iemand die in harmonie leeft met zijn leenheer. Zolang de samurai deze vormen van respect niet hanteert, wordt zijn gedrag dus ook niet beschouwd als dat van iemand die leeft volgens Bushidō. Zelfs als de samurai slaapt mogen zijn voeten nooit in de richting wijzen van zijn heer zijn aanwezigheid. Als hij zijn boogtechnieken oefent op een baal met stro dan mogen de pijlen nooit vallen naar waar zijn heer is. Net hetzelfde met de punt van zijn zwaard of speer, het mag nooit wijzen in de richting van de aanwezigheid van zijn heer. Wanneer hij neer zit en zijn heer komt binnen moet hij zijn rug rechten en als hij slaapt moet hij direct rechtspringen want anders getuigt zijn gedrag van weinig respect.

Beleefdheid is maar een zwakke deugd als het voortkomt uit de angst om goede smaak te beledigen. Het moet juist een oprecht gevoel zijn van een sympathieke waardering van andermans gevoelens. Hierbij komt dan ook nog het respect dat men moet tonen voor iemand anders zijn sociale of politieke status. Het werd dan ook al sinds jongs af aan aangeleerd aan de samurai. Hoe men moest buigen, hoe men moest lopen of wandelen werd aangeleerd met zeer veel precisie en belang. Door het blijven oefenen van deze manieren zal men in een perfecte harmonie komen te leven met zichzelf en zijn omgeving.

  • Plicht en Loyaliteit

Als men loyaal wil zijn tegenover zijn leenheer dan betekent dit voor de samurai dat hij zijn plicht moet vervullen. De plicht van de samurai is net gedurende zijn hele leven loyaal te blijven aan zijn leenheer. Men kan deze twee waarden dus makkelijk beschouwen als één, en zo bekijkt de samurai dit dan ook. Ook op familiaal vlak zijn plicht en loyaliteit bijna niet gescheiden voor de samurai. Het belang van de familie en van elk lid afzonderlijk is één voor de krijger.

Men kan nog zo sterk, slim of knap zijn maar als men maar kan zijn, zolang men niet trouw is dan is men van geen nut voor de leenheer. Het is toch maar meer als normaal dat als men een goede opvoeding krijgt dat men dit ook moet respecteren en dit ook proberen terug te verdienen. Je moet je ouders de moeite, tijd en geld die zij in jou hebben gestoken om het zo te zeggen op een of andere manier proberen terug te geven. En dat kan alleen maar door trouw te zijn aan hen. Als men zo denkt als samurai dan zal men ook weten hoe men zijn leenheer zo trouw mogelijk moet dienen. Ook al is hij de armoede nabij, of wordt hij geconfronteerd door honderden krijgers, dan nog zal de samurai de zijde van zijn heer niet verlaten. Men kan dus ook samenvatten dat heer en ouder, en plicht en loyaliteit eigenlijk niet van elkaar verschillen in de ogen van de krijger.

  • Goedertierenheid - welwillendheid

Men kan dit eigenlijk het beste verklaren als het hebben van een warm hart tegenover anderen. Het hebben van liefde en affectie, medelijden en mededogen voor anderen. Het is ook het hebben van een nobele geest want dat staat gelijk aan al die waarden. Men kan het ook omschrijven als vriendelijkheid tegenover iedereen. Niet alleen tegen de leenheer en diens familie maar ook tegen onbekenden, armen of ouderen. Een samurai zal altijd denken aan diegene die lijden en die minderbedeeld zijn. Het grenst ook wel aan bij beleefdheid maar toch is dit nog iets anders. Zoals Confuciusooit eens zei: " Never has there been a case of a sovereign loving benevolence, and the people not loving righteousness." Men kan en zou niet mogen regeren over een volk wiens hart nog niet toebehoort aan de heerser.

  • Waarheid en oprechtheid

De hoge status van de samurai ging gepaard met een hoge geloofwaardigheid. " Bushi no ichigon " of het woord van een samurai was belangrijker dan om even welk geschreven contract of geschrift. Het was garantie genoeg voor alles wat de samurai zei of deed. Men had geen geschreven contract meer nodig, als men het woord van een samurai reeds had. Men zou dit zelfs beschouwen als oneervol of onrespectvol tegenover de krijger.

Zo werd ook het betrappen op het hebben van een dubbele tong, wat zoveel betekent als liegen, ten strengste bestraft. Een samurai zal nooit liegen, hij zal misschien wel de waarheid ontkennen of een manier vinden om de waarheid te omzeilen op een manier die toch niet gelijk staat aan een leugen. Makoto of waarheid was voor hen zeer belangrijk. Een leugen bekeken zij niet als een zonde, maar wel als een zwakheid en dat was ten zeerste onrespectvol voor de samurai. Men kan het dan ook makkelijk gelijkstellen met eer.

  • Eer vs. Schaamte

Japan is een schaamtecultuur daar waar de westerse cultuur een schuldcultuur is. Als de samurai vroeger iets verkeerds of oneervol deed dan beschaamde hij eigenlijk het door de gemeenschap in hem gestelde vertrouwen. Dit is in het westen helemaal niet het geval. Eer en schaamte zijn belangrijke elementen in de Japanse geschiedenis en cultuur. Als men bv. de naam van de familie en van hemzelf kan verbeteren of verhogen dan zal dit een extra drijfveer zijn om zijn taak ten volle uit te brengen en zich tot het uiterste inspannen voor het behalen van succes.

Een ander voorbeeld is de zogenaamde naamafroeping voor een gevecht. Men riep dan systematisch de namen van zijn voorvaderen af die waarschijnlijk wel enige faam hebben vergaard in hun leven. De samurai was soms wel bezeten met de drang naar eer. Er circuleerden in de tijd van de samurai vele verhalen over hun eergevoel, natuurlijk zijn de meeste wel overdreven maar toch was het duidelijk dat de samurai zijn eigen eer erg hoog hield. Daarbij komt natuurlijk sowieso dat ze een heel sterk gevoel van schaamte hadden ontwikkeld. Het gevolg daarvan is weer dat men een sterke wraakcultuur ontwikkelde. Getuige daarvan het zeer bekende verhaal van de 47 rōnin.

  • (Zelf)Discipline

De samurai moest zich ten allen tijde in de hand hebben. Hij moest altijd over een heldere geest beschikken en hij moest de situatie zo objectief mogelijk beschouwen en dan ook gepast reageren. Zelfs al keek men de dood in de ogen dan nog moest men zichzelf kunnen handhaven en de juiste beslissing nemen. Zo toonde de samurai ook zelden of nooit emoties. Zeker niet in het bijzijn van zijn heer. Na het verlies van een dierbare vriend op het slagveld zal de samurai geen teken verdriet of wraak verraden. Innerlijk natuurlijk wel, al moest de samurai zelfs dat proberen te onderdrukken en gevoelloos de strijd ingaan. Als hij dan de strijd heeft gewonnen zal hij evenmin een teken van vreugde vertonen.

Ook in de Hakagure waren er een soort van gedragsregels te vinden. Zoals bv. het onderdrukken van een geeuw in het bijzijn van andere mensen. Daarbij kwamen dan nog eens de regels van het boeddhisme, confucianisme, zenboeddhisme en shintoïsme voor zover deze te combineren waren. Om zijn zelfdiscipline te verbeteren moest de samurai dan ook eerst een rigide training ondergaan. Het was werkelijk lijden soms. Het ging zelfs zo ver dat hij bijvoorbeeld zichzelf en zijn lichaam versterkte door blootvoets door de sneeuw te lopen.

Samurai met een Naginata

De positie van de vrouw

Hoewel Bushidō vooral voor mannen is, de vrouwen moesten ook leven volgens het principe van Bushidō. Al op jonge leeftijd werden de samuraimeisjes getraind om hun gevoelens te onderdrukken en hun zenuwen in bedwang te houden. Ze werden ook onderricht in het zwaardvechten. Vooral dan het lange zwaard genaamd Naginata werd beoefend door de vrouw. De vrouw had in die tijd weinig of geen bescherming dus moest ze zichzelf kunnen verdedigen. Ze verdedigde haar eigen leven met even veel toewijding als een samurai die het leven van zijn heer beschermt. Natuurlijk was de vrouw niet alleen bekwaam in de gevechtskunst. Ze moest ook de meer subtielere kunsten kunnen beheersen zoals zang, dans en literatuur.

Als dochter offerde de (samurai)vrouw zich op voor haar vader, als vrouw voor haar man en als moeder voor haar zoon. Haar leven was niet echt een vrij leven te noemen maar eerder een leven van dienstbaarheid. Als ze haar man kan helpen door bij hem te blijven dan zal ze dat doen, als het niet helpt dan zal ze zich terugtrekken. Als de vrouw zich opofferde voor het welzijn van haar man, thuis of familie dan kan men dit even eervol beschouwen als een man die zich opofferde voor zijn heer of land. Maar het leven van een vrouw die getrouwd was met een samurai was verre van simpel. Hier had men zelfs het minste vrijheid. Maar het viel wel op dat hoe lager men ging op de sociale ladder hoe meer gelijk de vrouw en de man werden.

Maar de rol van de vrouw was desalniettemin belangrijk bij Bushidō alsook de maatschappij in Japan. Als de mannen op oorlogspad waren dan werd de leiding van het huishouden volledig overgelaten aan de vrouw. Zij moest er over waken en zorgen dat alles goed verliep tot de man terug was. De training van de vrouw in het begin van haar leven was vooral voor deze momenten belangrijk. Ze moest weten hoe ze alles kon regelen en sturen. Zo moest ze ook instaan voor de opleiding van haar kinderen en ook daarvoor was haar eigen opleiding van belang.

Het belang van Bushidō

Wat Japan is geworden dankt ze aan de samurai. Zij waren de wortels van de natie. Ze vormden een groot deel van de Japanse maatschappij en door dat zij volgens Bushidō leefden werd dit ook doorgegeven aan de gewone bevolking. De samurai was een soort van role model in die tijd. Hun doen of laten creëerde een soort van morele standaard onder de rest van de bevolking. De samurai was het hart van Japan, overal waren zij het middelpunt van de belangstelling. De verhalen die werden verteld aan kinderen ging altijd wel over een samurai. Vele bekende samurai zoals Minamoto no Yoshitsune (源 義経, 1159-1189) of Momotaro (桃太郎) waren een voorbeeld voor de bevolking. Intellectueel en moreel was Japan het werk van samurai en hun levensweg, Bushidō.

" Zoals de kersenbloesem koningin is onder de bloemen, zo is de samurai de heer onder de mens. "

Bronvermelding

Elektronische bronnen


  • Cordens, B. Samurai. 1 [1] URL bezocht op 12 November 2006

Boeken


  • Nitobe, Inazo. Bushidou: the soul of Japan.Tokio: Charles E. Tuttle Company, 1969.
  • A.L.Sadler.1988. The code of the samurai, een vertaling van Daidōji Yūzan, Budō Shoshinshū. Rutland, Vermont & Tokio, Japan: Charles E. Tuttle company.

Licentiaatsverhandelingen


  • Carl De Crée. Ontstaan, ontwikkeling, essentie en onderlinge verhouding van het Bushidō en de krijgskunde in Japan. Licentiaatsverhandeling, Orientalistiek, Katholieke universiteit Leuven, 1984-1985, 1985.

Cursussen


  • Karel Hellemans, Inleiding tot de Japanse cultuur, Leuven, Katholieke Universiteit Leuven, 1995