Blitzcarrière van een vechtersbaas

Uit GeschiedenisJapan

Nobunaga maakt zich meester van Kyōto

Het was ongetwijfeld de droom van elke sengoku-daimyō om het land te herenigen en onder zijn eigen gezag te brengen. Naarmate dit streefdoel naderbij kwam, werd de nood aan legitimering groter en richtten de ambitieuze regionale leiders hun blikken naar Kyōto en het symbool van het centrale gezag dat daar op de troon zat. Dat kwam het eerst tot uiting in het feit dat sommige machtige daimyō, zoals Uesugi Kenshin 上杉謙信, aan de berooide keizer – die zelfs de sake voor banketten niet kon betalen – geld schonken om zijn kroningsceremonie te bekostigen. Maar ook hier gold de regel dat velen zich geroepen voelden maar slechts één uitverkoren was, namelijk Oda Nobunaga 織田信長, heer van een domein in de provincie Owari 尾張. In 1560 probeerde Imagawa Yoshimoto 今川義元, de grootste sengoku-daimyō van de Tōkai-regio, naar Kyōto op te rukken. Daarvoor moest hij door het domein van Oda Nobunaga, die dat niet over zijn kant liet gaan en met een legertje van 2000 man het grote leger van zijn belager wist te verrassen en te verslaan. Deze slag bij Okehazama 桶狭間 geldt als de start van Nobunaga's steile opgang. Van dat moment af gebruikt hij trouwens een zegel waarin het opschrift tenka fubu 天下布武 (‘Over het hele rijk spreid ik mijn militaire macht’), gegrift staat, hetgeen een duidelijk licht op zijn aanspraken werpt. Dat deze woorden geen loze bewering waren, bewijst het feit dat Oda Nobunaga reeds in 1568, na een opmars waarbij hij de ene daimyō na de andere onderwierp, de hoofdstad bezette aan het hoofd van een 30.000 man sterke troepenmacht. Hij nam de keizer ‘in bescherming’, liet grote herstellingen uitvoeren aan het paleis, en garandeerde hem een jaarlijks inkomen van rijst. De dankbare keizer schonk hem de titel van udaijin. Anderzijds liet Nobunaga Ashikaga Yoshiaki 足利義昭 tot shōgun aanstellen. In ruil daarvoor kreeg hij de titel van vice-shōgun en de belofte dat alle politieke beslissingen aan hem werden overgelaten.

De hoofdstedelijke provincies in zijn macht

De kleine landheren in de hoofdstedelijke provincies worden gemakkelijk onderworpen en in zijn geïntegreerde legerorganisatie ingedeeld. Van de vrije stad Sakai 堺 eiste hij een zware schatting, die de burgers aanvankelijk weigerden te betalen, maar toen hij in 1569 dreigde hun stad te zullen platbranden legden ze de duimen. Een vrije stad was een doorn in het oog van Nobunaga, maar hij was wel slim genoeg om de handelaarsklasse niet algeheel van zich te vervreemden. Hij ontmantelde tolhuizen, schafte het monopolie van gilden af, maakte de markten vrij en verbeterde de wegen, maatregelen die zeker het handelsverkeer ten goede kwamen.


Hoofdstukken Syllabus tot 1868
tot 645| 645-784| Heian| Kamakura| Muromachi| Eenmaking | Edo