Akutagawa Ryūnosuke

Uit GeschiedenisJapan

Akutagawa Ryūnosuke (1892-1927)

Akutagawa Ryūnosuke[1] (芥川龍之介) geboren en getogen in Tokyo, is ongetwijfeld de belangrijkste schrijver van de Taishō-periode (1912-1926). Hij is één van de bekendste schrijvers in Japan maar ook in het westen is hij zeer geliefd en zijn werk wordt ook in vele talen uitgegeven. Hij schreef een honderdvijftigtal korte fictieverhalen. Twee ervan, Rashōmon (羅生門) en In Het Bos (yabu no naka), vormden samen de basis voor Kurosawa Akira’s[2] (黒澤明) bekende film (die tevens de naam Rashōmon draagt). Kurosawa’s film heeft waarschijnlijk veel bijgedragen aan Akutagawa’s populariteit in het westen en hij blijft een erg gerespecteerde schrijver. Akutagawa pleegde zelfmoord op 24 Juli 1927 door een fatale dosis Veronal[3] in te nemen, hij was slechts 35 jaar oud.

Inhoud

Zijn Leven

Hier volgt een overzicht van Akutagawa’s leven. Belangrijke gebeurtenissen uit de Japanse geschiedenis staan ook aangegeven.

1892 (25ste jaar van de Meiji)
Op 1 maart van 1892 wordt Akutagawa Ryūnosuke geboren in Tokyo. Hij is het derde kind en enige zoon van vader Niihara Toshizō (1850-1912), een zuivelverkoper, en moeder Niihara (Akutagawa) Fuku (1860-1902). Zijn zussen zijn Hatsu (1885-1891) en Hisa (1888-1956). Akutagawa beweerde later dat hij Ryūnosuke (“drakenhelper”) werd genoemd omdat hij geboren was in het jaar van de draak, in de maand van de draak , op de dag van de draak, op het uur van de draak. Als men de kalender onderzoekt dan blijkt dat dit echter niet het geval was.
In oktober van datzelfde jaar wordt Akutagawa’s moeder krankzinnig, ze zal tot aan haar dood in 1902 verborgen worden gehouden boven in het Niihara huis.
Ryūnosuke wordt opgenomen in het kinderloze huishouden van zijn oom, Akutagawa Dōshō (1849-1928), een ambtenaar en zijn vrouw Tomo (1857-1937)die samenwonen met Ryūnosuke's tante, Akutagawa Fuki (1856-1938) in het industriële Honjo district in Tokyo. Het is voornamelijk zijn tante Fuki die hem verzorgt. De Akutagawa familie is niet rijk maar ze omringen hem met boeken en traditionele kunsten.

1894-5 De eerste Sino-Japanse oorlog[4]

1898
Akutagawa begint zijn lagere school. Hij blijkt een uitmuntende student maar hij heeft een zwakke gezondheid en wordt vaak gepest.
Akutagawa Dōshō gaat met pensioen.
In de Niihara familie wordt zijn halfbroer Tokuji geboren. De moeder van Tokuji is de zus van Fuku, Akutagawa Fuyu (1862-1920).
1899
Akutagawa krijgt privéles in Engels, Chinees en kalligrafie.
1901
Hij schrijft zijn eerste haiku[5]en begint moderne Japanse literatuur te lezen.
1902
Zijn biologische moeder sterft.
1904
Zijn adoptie in de Akutagawa familie wordt officieel.
Zijn biologische vader trouwt met zijn tante Fuyu.

1904-5 Russisch-Japanse oorlog[6]

1905
Hij begint zijn middelbare school op de normale leeftijd, hij kon echter al een jaar eerder beginnen maar gezondheidsproblemen en moeilijkheden met de adoptie beletten hem dat.
Hij blinkt uit in alle vakken, vooral in Chinees en hij beoefent jūdō[7] (柔道) en andere sporten.
Japan wint de Russisch-Japanse oorlog. Deze overwinning veroorzaakt in Japan een stijgende interesse in het vertalen van moderne westerse literatuur.
1907
Hij begint uit eigen beweging Engelse boeken te lezen, dit is zijn belangrijkste toegang tot de wereldliteratuur.
1910
Hij begint te studeren in een elite school zonder ingangsexamens te hoeven afleggen.

1912 De Meiji keizer sterft en de Taishō periode (1912-1926) begint.

1913
Hij begint te studeren aan de Keizerlijke Universiteit van Tokyo met als specialisatie Engelse literatuur. Hij ontmoet er Kikuchi Hiroshi[8] (菊池寛) (1888-1948) en Kume Masao (1891-1952) en er ontstaat een hechte vriendschap.
1914
Samen met Kikuchi Hiroshi richt hij een literatuurtijdschrift voor studenten op genaamd Shinshichō (新思潮) wat “nieuwe gedachtestromingen” betekent. Hierin publiceert hij in mei zijn eerste kortverhaal, "Rōnen" ("Ouderdom").
De Akutagawa familie verhuist naar een nieuwe woning in de voorstad. Hij raakt bevriend met de buurtdokter, Shimojima Isaoshi (1870-1947).
1915
Zijn vijfde verhaal "Rashōmon" wordt gepubliceerd in Teikoku Bungaku (“keizerlijke literatuur” een tijdschrift van de faculteit) maar kent weinig succes.
Hij bezoekt zijn idool de romanschrijver Natsume Sōseki[9] (夏目金之助) en wordt één van zijn leerlingen.
Hij begint Haiku te schrijven onder de schrijversnaam Gaki.
1916
"Hana" ("de neus") wordt gepubliceerd in Shinshichō. Sōseki is erg onder de indruk van “Hana” en spreekt er vol lof over, hierdoor kent het verhaal veel succes en wordt het herdrukt in het tijdschrift shinshōsetsu.
Hij studeert af aan de Keizerlijke Universiteit van Tokyo met een thesis over William Morris.
Imogayu” (芋粥) is zijn eerste verhaal dat in een commercieel tijdschrift wordt gepubliceerd.
Hij begint les te geven aan een school voor scheepvaartingenieurs.
Natsume Sōseki sterft.
1917
De verhalen “Dr. Ogata Ryōsai: Memorandum”, “Gesaku Zanmai” en “Loyaliteit” worden gepubliceerd.
Zijn eerste verhalenbundel, "Rashōmon", wordt gepubliceerd door een kleine uitgeverij.
Commerciële literatuurtijdschriften willen graag zijn verhalen drukken.
Zijn tweede verhalenbundel, "Tabak en de Duivel", wordt gepubliceerd door een grote uitgeverij.
1918
Hij trouwt met Tsukamoto Fumi (1900-1968), en ze verhuizen samen met zijn tante Fuki naar hun nieuwe huis in Kamakura, een stadje aan de kust ten zuiden van Tokyo.
De verhalen “Het Scherm van de Hel”, “Kubi Ga Ochita Hanashi” (Verhaal van een Hoofd Dat Afviel) en “Spinrag” worden gepubliceerd.
Hij wordt getroffen door de Spaanse griepepidemie.
1919
Hij krijgt een tweede aanval van de Spaanse griep en zijn biologische vader sterft eraan.
Hij stopt met lesgeven en tekent een exclusief contract bij Osaka Mainichi Shinbun (大阪毎日新聞). Hij gaat samen met zijn vrouw weer bij zijn adoptieouders en zijn tante Fuki wonen en hij onderhoudt de rest van de familie.
De Draak: Het Verhaal van de Oude Pottenbakker” wordt gepubliceerd.
Hij reist naar Nagasaki om zich te verdiepen in het zeventiende-eeuwse christendom in Japan. Hij ontmoet een psychiater van het Nagasaki hospitaal, dichter Saitō Mokichi (1882-1953). Hij ontmoet ook de populaire dichter Hide Shigeko (1890-1973), die gehuwd is en een zoon heeft, en hij begint een relatie met haar.
1920
Vijf verhalen (waaronder “Negi” of “Groene Uien”) en zeven non-fictie verhalen worden tegelijk gepubliceerd.
Zijn eerste zoon, Hiroshi, wordt geboren.
1921
In januari bevalt Hide Shingeko van een zoon en vertelt Akutagawa dat het kind van hem is.
In maart vertrekt hij, vooral om Hide te ontlopen, voor 4 maanden als corresponent voor de Osaka Mainichi Shinbun naar China. Na zijn reis is hij ernstig verzwakt door allerlei ziekten.
1922
Yabu No Naka” (“In Het Bos”) en 3 andere verhalen worden gepubliceerd. Hij begint meer autobiografische werken te schrijven omdat zijn historische fictie minder succes heeft.
De eerste verhalen van zijn fictief alter ego Yasukichi en het verhaal “O-Gin” worden gepubliceerd.
Zijn tweede zoon, Takashi, wordt geboren.
Zijn gezondheid gaat nog verder achteruit en hij verliest de wil om te schrijven.
1923
In Juni wordt zijn zoon Takashi gehospitaliseerd gedurende meer dan 10 dagen. Het verhaal “De Baby’s Ziekte” wordt gepubliceerd in augustus.
1 september : De grote kantō aardbeving slaat toe, gevolgd door hevige branden en 100.000 mensen komen om.
Zijn huis blijft onbeschadigd maar dat van zijn zus en halfbroer branden volledig uit. Niemand van zijn familie raakt gewond, maar hun onderhoud zorgt voor financiële zorgen.
1924
Zesde Yasukichi verhaal, “De Vaardigheid van de Schrijver” wordt gepubliceerd.
1925
Het Vroege Leven van Daidōji Shinsuke” en “Paardenbenen” worden gepubliceerd.
Zijn derde zoon, Yasushi, wordt geboren.
Eerste volume van een verzameling van moderne Japanse literatuur, waar hij sinds 1923 aan gewerkt heeft, wordt gepubliceerd. Maar het boek verkoopt slecht en hij krijgt veel kritiek van andere schrijvers omwille van copyright problemen.
Hij heeft last van ziekte, nervositeit en slapeloosheid. Hij begint slaapmiddelen te nemen en is bang dat hij net als zijn moeder krankzinnig zal worden.
1926
In oktober wordt “Dodenregister” gepubliceerd. Hij bestudeert de bijbel omdat hij het christelijke martelaarschap bewondert.
De Taishō keizer sterft; Shōwa periode (1926-1989) begint.
1927
Hij schrijft “Kappa[10].
Zijn lichamelijke en mentale toestand verslechtert. Hij heeft hallucinaties en wordt paranoïde. Hij krijgt nu ook opium voorgeschreven.
Vanaf April begint hij verscheidene afscheidsbrieven te schrijven en ontmoet hij vrienden, maar alleen hij weet dat het om een definitief afscheid gaat.
Op 24 Juli neemt hij om 2 uur ’s ochtends een dodelijke dosis Veronal (die hij van Saitō Mokichi heeft gekregen) in en gaat liggen in een futon in de kamer waar zijn vrouw en kinderen slapen. Hij laat zijn afscheidbrieven gericht aan zijn vrouw en vrienden naast zijn kussen liggen en leest de bijbel voor hij in slaap valt.
Om 6 uur ’s ochtends merkt Fumi dat er iets mis is en verwittigd dr. Shimojima; Akutagawa wordt iets over 7 uur doodverklaard .
Akutagawa’s vriend Kume Masao geeft Akutagawa’s bekendste afscheidsbrief “Een Brief aan een Zekere Oude Vriend” dezelfde dag nog aan de pers.
Akutagawa’s as wordt begraven in de Tokyo’s Jigenji tempel waar ook de meeste van zijn familieleden later begraven worden.
De autobiografische verhalen “Tandwielen” en “Het Leven van een Dwaas” worden na zijn dood gepubliceerd.

Thematiek en Stijl

Akutagawa schreef vooral fictie, altijd onder de vorm van kortverhalen waarvan hij er zo’n honderdvijftigtal geschreven heeft. In zijn hele leven heeft Akutagawa nooit een volledige roman geschreven.

Hij haalde zijn inspiratie voor deze verhalen meestal uit historische Japanse bronnen zoals de Konjaku Monogatari[11] maar hij vertelde ze vanuit een modern standpunt. De thema’s die hij voornamelijk gebruikte waren het menselijke egoïsme en het belang van kunst.

Men kan zijn verhalen categoriseren volgens Edo-mono (verhalen die zich afspelen tijdens de Edo-periode), Ōchō-mono (verhalen tijdens de Heian-periode), Kirishitan-mono (verhalen over de christenen in het Japan van vóór de Meiji-restauratie) en Kaika-mono (verhalen tijdens de Meiji-periode). Voorbeelden van Edo-mono zijn “Gesaku Zanmai” en “Kareno-shō”; de Ōchō-mono wordt het best vertegenwoordigd door “Jigokuhen” en “Rashōmon”; de Kirishitan-mono door “Hokōnon no Shi” en “O-gin”, en de Kaika-mono door “Butōkai”.

Later in zijn leven begon Akutagawa steeds meer autobiografische verhalen te schrijven. Hij gebruikte echter nooit zijn eigen naam. Hij gaf het hoofdpersonage meestal de naam Horikawa Yasukichi. Vandaar dat men deze verhalen Yasukichi-mono ging noemen. Een bekend voorbeeld hiervan is “De vaardigheid van de Schrijver”. In Werken als “Dadōji Shinsuke no Hansei” en “Tenkibo” pastte hij dezelfde techniek toe.

Zijn Werk

Overzicht

Jaar Japanse Titel Betekenis Titel Genre
1914 老年 Rōnen Ouderdom fictie
1915 羅生門 Rashōmon De Rashōpoort (een poort in het oude Kyoto) fictie
1916 Hana De Neus fictie
1916 芋粥 Imogayu een soort gort met zoete aardappel (?) fictie
1917 戯作三昧 Gesaku zanmai geobsedeerd zijn met het schrijven van populaire fictie fictie
1917 Chuto De Rovers fictie
1917 忠誠 Chūsei Loyaliteit fictie
1917 Ogata Ryōsai Oboegaki Dr. Ogata Ryōsai: Memorandum fictie
1918 蜘蛛の糸 Kumo no Ito Spinnenrag fictie
1918 Kesa to Morito Kesa en Morito (persoonsnamen) fictie
1918 Hokōnin no Shi De Dood van een Christen fictie
1918 Kareno-shō Sprokkelingen van een Verdord Veld fictie
1918 頸が落ちた Kubi ga Ochita Hanashi Verhaal van een Hoofd Dat Afviel fictie
1918 地獄変 Jigokuhen Het Scherm van de Hel fictie
1918 邪宗門 Jashūmon Buitenlandse godsdienst (of ketterij) aangeleerd door 1 meester(?) De titel verwijst hoogstwaarschijnlijk naar het christendom. fictie
1919 魔術 Majutsu Zwarte Magie fictie
1919 Ryū De Draak: Het Verhaal van de Oude Pottenbakker fictie
1919 蜜柑 Mikan Mandarijnen fictie
1920 南京の基督 Nankin no Kirisuto Christus in Nanjing (stad in China) fictie
1920 Toshishun Tu Tze-chun (persoonsnaam) fictie
1920 舞踏会 Butōkai Het Bal fictie
1920 アグニの神 Aguni no Kami De God van Aguni (Aguni is een dorp gelegen in het district Sjimajiri in Okinawa, Japan.) fictie
1920 Aki Herfst fictie
1920 ネギ Negi Groene Uien fictie
1921 Shuzanzu De Herfstberg fictie
1922 トロッコ Torokko een soort tram fictie
1922 O-Gin O-Gin (persoonsnaam) fictie
1922 藪の中 Yabu no Naka In Het Bos fictie
1923  ? De Baby’s Ziekte autobiografisch
1924  ? De Vaardigheid van de Schrijver autobiografisch
1925 Daidōji Shinsuke no Hansei Het Vroege Leven van Daidōji Shinsuke autobiografisch
1927 玄鶴山房 Genkakusanbō De Villa van Genkaku fictie
1927 しん気楼 Shinkirō Luchtspiegeling fictie
1927 侏儒の言葉 Shuju no Kotoba Woorden van een Dwerg fictie
1927 文芸的な、あまりに文芸的な Bungeiteki na, Amarini Bungeiteki na Geletterd, te Geletterd essay
1927 河童 Kappa Waterduivel fictie
1927 歯車 Haguruma Tandwielen autobiografisch
1927 或る阿呆の一生 Aru Ahō no Isshō Het Leven van een Dwaas autobiografisch
1927 西方の人 Seihō no Hito De Man uit het Westen essay


Nederlandse vertalingen

  • Rashōmon en andere verhalen. Vertaald door C.I.H. Arkenbout, Jack Scholten, R.R. Shepman, Edith Koopman en Jan Bongenaar. Amsterdam: Uitgeverij L.J. Veen, 2007.

Dit is zover ik weet de enige Nederlandse vertaling van het werk van Akutagawa. Deze bundel bevat de verhalen Rashōmon, In Het Bos, Kesa en Morito, De Herfstberg, Het Scherm van de Hel en De Rovers.

De film Rashōmon

Kurosawa Akira’s film “Rashōmon”[12] (1950) is gebaseerd op de verhalen “Rashōmon” en “Yabu no Naka” (In Het Bos) van Akutagawa. De film is in zwart-wit en wordt beschouwd als Kurosawa’s meesterwerk. De film won vele prijzen waaronder de Gouden Leeuw op het filmfestival in Venetië van 1951. Het was de eerste Japanse film die succes had in het buitenland.

Acteurs

  • Mifune Toshirō als de boef Tajōmaru
  • Kyō Machiko als de jonge vrouw Masako
  • Mori Masayuki als de samoerai Kanazawa no Takehiro
  • Shimura Takashi als de houthakker
  • Chiaki Minoru als de priester
  • Ueda Kichijiro als de burger
  • Honma Fumiko al het medium
  • Katō Daisuke als de gerechtsdienaar

Verhaal

Onder de Rashōmon staan 3 mannen te schuilen voor de regen: een rondtrekkende priester, een houthakker en een gewone burger. De priester en de houthakker vertellen de burger over een rechtszaak tegen de bandiet Tajōmaru die een vrouw zou hebben verkracht en daarna haar man, een samoerai, zou hebben gedood.

We krijgen vier versies van de verkrachting en de moord zien: die van de bandiet Tajōmaru, die van de vrouw, die van de dode samoerai door de mond van een medium en die van de houthakker. De getuigenissen zijn tegenstrijdig en de kijker weet uiteindelijk niet wie nu de waarheid spreekt.

De 3 mannen worden gestoord in hun discussie door het huilen van een baby. Ze gaan kijken en zien dat iemand een kind heeft achtergelaten gewikkeld in enkele kimono[13]. De burger steelt de kimono en als de houthakker hem wil tegenhouden beschuldigt de burger hem ervan de dolk (die op de plaats van de moord verdween) te hebben gestolen. Omdat de houthakker niet antwoordt, weet de burger nu dat hij gelijk heeft en hij beweert dat het nu eenmaal de natuur is van de mens om te stelen en te liegen.

De priester begint zijn geloof in het goede van de mens te verliezen en als de houthakker de baby uit de armen van de priester wil nemen vliegt hij uit tegen de houthakker. Maar hij bedaart als de houthakker hem vertelt dat hij 6 kinderen heeft en dat eentje extra het leven nauwelijks moeilijker kan maken. Dit verklaart waarom de houthakker de dolk gestolen heeft. De priester geeft de baby aan de houthakker en vertelt hem dat hij weer begint te geloven in het goede van de mens. De regen stopt en de houthakker vertrekt samen met het kind.

Yabu no Naka en Rashōmon

Het verhaal van de moord komt uit het kortverhaal Yabu no naka van Akutagawa. In het oorspronkelijke verhaal krijgen we een opsomming van dezelfde tegenstrijdige getuigenissen. Alleen die van de houthakker heeft Kurosawa erbij gefantaseerd. (In Japan is Yabu no Naka 藪の中 een term geworden voor "de onmogelijkheid om de waarheid te onderscheiden door tegenstrijdige getuigenissen".)

De plaats van het verhaal, de titel en het thema (het egoïsme van de mens) komen uit het verhaal Rashōmon. In het oorspronkelijke verhaal staat een ontslagen samoerai te schuilen voor de regen onder de poort. Om te overleven heeft hij geen andere optie dan rover te worden maar hij twijfelt nog. Als hij op de zolder van de poort gaat schuilen voor de koude ziet hij daar een oude vrouw de haren van de lijken (die daar achtergelaten werden) uittrekken. Hij bedreigt haar met zijn zwaard en vraagt wat ze aan het doen is. De vrouw vertelt dat ze de haren wil gebruiken om pruiken van te maken om die dan te verkopen. Ze weet dat het fout is maar het is haar enige hoop op overleven en de mensen van wie ze de haren uittrekt kenden dat soort hopeloze situaties en daarom zouden ze het haar vast niet kwalijk genomen hebben. Als de man deze woorden hoort kiest hij toch voor het leven van een rover. Hij vertelt de vrouw dat ook hij zich in een hopeloze situatie bevindt en dat ze het hem dus niet kwalijk zal nemen dat hij haar berooft. Hij steelt haar jurk en vlucht weg.

Akutagawa prijs

De Akutagawa prijs (芥川龍之介賞 Akutagawa Ryūnosuke Shō) werd in 1935 opgericht door Akutagawa’s vriend Kikuchi Hiroshi ter nagedachtenis van Akutagawa Ryūnosuke en wordt gesponsord door “de vereniging voor de promotie van Japanse literatuur” (Nihon Bungaku Shinkō Kai). De prijs wordt 2 keer per jaar uitgereikt, in januari en in juli, aan het beste verhaal geschreven door nieuwe beloftevolle auteurs. Kortverhalen, meestal gepubliceerd in kranten of tijdschriften, winnen de prijs vaker dan volledige romans. Het is de meest gegeerde literaire prijs in Japan door zijn prestige en de aandacht die de winnaar krijgt. De winnaar krijgt een zakhorloge en 1 miljoen yen. De jury bestaat meestal uit gerenommeerde auteurs, literaire critici en eerdere winnaars van de prijs.

Als de jury geen akkoord bereikt over wie de prijs verdient, worden er soms 2 winnaars aangeduid of helemaal geen winnaar als ze vinden dat niemand de prijs verdient. Van 1945 tot 1948 werden er geen prijzen toegekend ten gevolge van de oorlog. De jongste winnaar tot nog toe was Wataya Risa [14](綿矢りさ) uit Kyoto die op het moment dat ze won 19 was. Ze won in juli 2003 met haar korte roman “Keritai Senaka” (蹴りたい背中). Er was toen ook nog een andere winnaar, de 20-jarige Kanehara Hitomi (金原 ひとみ) die won met haar roman “Hebi ni piasu” (蛇にピアス).

Voor een volledige lijst van alle winnaars sinds 1935 kunt u hier terecht: Akutagawa prize

Voetnoten

  1. Alle namen in dit artikel worden op de Japanse manier geschreven, met de familienaam eerst.
  2. Kurosawa Akira (黒澤明) - Kurosawa Akira (1910-1998) was een belangrijke Japanse filmregisseur, producer, en scenarioschrijver.
  3. Veronal - Veronal is de commerciële naam van het eerste kalmeringsmiddel en slaapmiddel van de groep van de barbituraten. Het product, ontdekt door de Duitse Nobelprijswinnaar Emil Fischer en zijn landgenoot en arts Joseph von Mering, werd gelanceerd aan het begin van de 20e eeuw.
  4. De Eerste Sino-Japanse Oorlog.
  5. Haiku (俳句) - Haiku is een vorm van Japanse dichtkunst, geschreven in drie regels van 5, 7 en 5 lettergrepen.
  6. De Russische-Japanse oorlog (1904-1905).
  7. jūdō (柔道) - Japanse vechtsport
  8. Kikuchi Hiroshi (菊池寛) - Kikuchi Hiroshi (1888-1948), beter bekend onder zijn schrijversnaam Kikuchi Kan (wordt geschreven met dezelfde kanji als in zijn echte naam), was een Japans auteur geboren in Takamatsu in de Kagawa prefectuur. Hij richtte ondermeer de uitgeverij Bungei Shunju Inc., het maandelijks tijdschrift Bungei Shunju (文芸春秋), Nihon Bungeika Kyokai (日本文藝家協会) (de vereniging van Japanse schrijvers) en de Akutagawa en Naoki prijs op.
  9. Natsume Sōseki (夏目金之助) (1867-1916) - Beroemd Japans schrijver van romans, zijn echte naam is Natsume Kinnosuke maar hij is beter bekend onder de schrijversnaam Sōseki. Verdere info: Natsume Sōseki (夏目漱石).
  10. (een kappa is een soort watermonster uit de Japanse mythologie)
  11. Konjaku Monogatari (今昔物語集) - De Konjaku Monogatari is een Japanse verzameling van meer dan 1000 verhalen geschreven tijdens de Heian-periode (794-1185). De hele collectie bevatte 31 volumes waarvan er nu nog 28 overblijven. De volumes bevatten verhalen uit India, China en Japan.
  12. Youtube trailer voor de film van 1950
  13. Kimono - een traditioneel Japans kledingstuk
  14. Risa Wataya

Bronnen

Bibliografie

  • Lewell, John, Modern Japanese novelists : a biographical dictionary. New York: Kodansha, 1993.
  • Akutagawa, Ryūnosuke, Rashōmon and Seventeen Other Stories. London: Penguin, 2006.
  • Akutagawa, Ryūnosuke, Une vague inquiétude. Monaco: Editions du Rocher, 2005.
  • Akutagawa, Ryūnosuke, Rashōmon en andere verhalen. Amsterdam: Uitgeverij L.J. Veen, 2007.
  • Vande Walle, Willy. Een Geschiedenis van Japan, van samurai tot softpower.Leuven: Acco, 2007.

Internetbronnen

Afbeeldingen