Akechi Mitsuhide

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

Akechi Mitsuhide 明智光秀 leefde in de Muromachi periode 室町時代(1333-1573) en is vooral gekend als moordenaar van Oda Nobunaga 織田信長 (1534-1582), de daimyō die de basis legde voor de eenmaking van Japan. Voor het verraad van zijn meester was Mitsuhide een van Nobunaga's meest trouwe generaals. Naast zijn militaire carrière was Mitsuhide ook liefhebber van de theeceremonie en was hij amateurdichter.
Situering en afkomst
Tijdperk Sengoku 戦国時代 (1493-1573), Azuchi mamoyama 安土桃山時代 (1573-1603)
Geboorte 1528 ? Mino 美濃, huidige Gifu
Dood 2 juli 1582 Ogurusu 小栗栖, huidige Kyoto
Alias Jūbyōe 十兵衛 en Koretō Hyūga no kami 惟任日向守
Clan Akechi-Clan 明智氏, verwant met de Toki-clan 土岐氏 en nog verder met de Minamoto-clan 源氏
Ouders Akechi Mitsutaka 明智光隆 en Oboku no kata お牧の方
Broers Nobutaka 信教 en Yasuhide 康秀
Vrouw Hiroko 煕子
Kinderen 2 zonen; Mitsuyoshi en 光慶 Hidemitsu 明智秀満 (geadopteerde zoon) en een dochter Tamako 玉子. De laatste trouwde met Hosokawa Tadaoki 細川忠興 en werd Christen (later bekend onder de naam Hosokawa Gracia 細川ガラシャ)















Inhoud

Biografie

Voor Nobunaga

Er zijn veel dingen onduidelijk over Mitsuhide's jeugd, maar wel staat vast dat zijn clan in de jaren '40 van de 16de eeuw onder de heerschappij van de Saitō-clan kwam. De Akechi-clan diende Saitō Dōsan 斎藤道三 (1494-1556)in Mino. Dōsan was bekend als Mino no mamushi 美濃の蝮 - de adder van Mino - en was oorspronkelijk zakenman die rijk werd dankzij de oliehandel. Toen hij het maakte tot daimyō van Mino installeerde hij zich in het kasteel van Inabayama. In 1556 werd hij gedood door zijn zoon Saitō Yoshitatsu 斎藤義龍 (1527-1561). Deze viel het kasteel van de Akechi-clan aan waardoor de clanleden moesten vluchten.

Mitsuhide kwam via moederskant bij Takeda Wakasa 武田若狭 terecht. Via Wakasa werd hij in de Asakura-clan 朝倉氏 van Echizen opgenomen. In echizen diende hij Asakura Yoshikaga 朝倉義景 (1533-1573) en via deze laatste kwam hij uiteindelijk onder het bevel van Nobunaga te staan.

Tijdens Nobunaga

Rond 1564 trad Mitsuhide in dienst van Nobunaga. Hij werd geselecteerd als een van Nobunaga's hoofdkapiteins. In deze exclusieve groep van officieren zaten in totaal een tiental personen waaronder Toyotomi Hideyoshi 豊臣秀吉 (1536-1598), Shibata Katsuie 柴田勝家 (1522-1583), Takigawa Kazumasu 滝川一益 (1525-1586), Maeda Toshiie 前田利家 (1539-1599) en Sassa Narimasa 佐々成政 (1536-1588). Later volgde nog Hosokawa Fujitaka 細川藤高 (1534-1610) en Araki Murashige 荒木村重 (1535-1586). Deze laatste zou later, samen met Mitsuhide, Nobunaga verraden.

In de woelige jaren 1570-1573 (ook wel de genki no ran 元亀の乱 periode genoemd omwille van de vele oorlogen in de aanloop van de eenmaking van Japan) werd Mitsuhide benoemd tot contactpersoon tussen Nobunaga en shōgun Ashikaga Yoshiaki 足利義昭 (1537-1597). Zo moest hij in Januari 1570 een brief met het vermiljoenzegel afgeven aan Yoshiaki waarin 5 te gehoorzamen artikels geschreven stonden. De vijf artikels beperkten de reeële macht van de shōgun, zodat deze louter een ceremoniële status had.

Tussen 1568 en 1573 nam hij deel aan de campagnes in Ōmi 近江 (huidige Shiga prefectuur 滋賀県) met als doel het gebied te pacificeren. De campagnes waren een groot succes en als vergoeding voor zijn aandeel kreeg Mitsuhide het kasteel van Sakamoto 坂本城, Ōmi. Begin februari 1572 begon Mitsuhide aan de heropbouw van Sakamoto met de bedoeling er zijn hoofdkwartier te vestigen. Het kasteel zou het tweede sterkste kasteel van Japan worden. Enkel Azuchi, het hoofdkwartier van Nobunaga bleef sterker. Buiten het kasteel kreeg Mitsuhide ook twee districten in Ōmi toegewezen, voormalige eigendommen van de monniken van de enryakuji tempel 延暦寺. In de twee jaren die daarop volgden stond Mitsuhide Murai Sadakatsu 村井貞勝 (1528-1582) bij in het regeren van Kyoto.

Provincies van de streek rond Kyoto tijdens de Muromachi periode; Mitsuhides militaire activiteiten
Klik voor een grotere afbeelding (1250x890 px)

In 1573 werd shōgun Yoshiaka opstandig in het verstikkende klimaat van Nobunaga's eenmaking. Zonder succes evenwel, Yoshiaka werd verpletterend verslagen te Uji 宇治. Niet alleen kwam de shōgun ten val, ook het bakufu moest eraan geloven. Mitsuhide zag de kans schoon om een groot aantal oud bakufu ambtenaren, die hij doorgaans goed kende van in de periode dat hij contactpersoon was aan het hof, te recruteren als vazallen in zijn eigen groep.

In 1574 nam hij het kasteel van Yamato 大和 (ex-eigendom van Matsunaga Hisahide 松永久秀 (1510-1577)) in. Mitsuhide kreeg in 1575 de naam Koretō Hyūga no kami van keizer go-yōzei 後陽成 (1571-1617). Dit als erkenning voor de bewezen diensten onder Nobunaga tijdens de oorlog tegen de Takeda 武田 in de slag om Nagashino 長篠 (de Takeda zouden pas 7 jaar later definitief verslaan worden). Deze slag was van grote historische betekenis. De machtige cavalerie van Takeda Katsuyori 武田勝頼 liep zich te pletter tegen een houten omheining, waarachter 3500 schutters uitgerust met haakbussen hadden postgevat. De ruiters vielen als vliegen onder de kogelregen van Nobunaga's voetvolk. In hetzelfde jaar nam Mitsuhide ook deel aan Nobunaga's meest beruchte campagne, de campagne in Echizen 越前. Mitsuhide landde met een vloot van enkele 'honderden schepen' op de kust van Echizen. Gelijktijdig trok Nobunaga met 30000 soldaten de grens over in het zuiden van Echizen.

Na zijn successen in Nagashino en Echizen wilde Nobunaga zijn territorium nog verder uitbreiden. Zijn generaals moesten de vier uithoeken van Japan veroveren. Mitshuhide werd via de Sanindō (de "snelweg" die boven het centrale gebergte ligt) richting Tanba en Tango gestuurd om deze gebieden te pacificeren als voorbereiding voor de oprukkende troepen van Nobunaga in de richting van de machtige Mōri 毛利氏-clan in Bitchū 備中. De tocht over de sanindō ging tergend traag. Mitsuhide ondervond enorm veel weerstand. In 1578 werd hij zelfs genoodzaakt versterking te roepen omdat 60.000 soldaten van de Mōri hem dwongen halt te houden. Ondanks de versterking bleef Mitsuhide in een gevaarlijke positie. Pas nadat een lid van de Ukita-clan 浮田氏 zich tegen zijn bondgenoot had gekeerd en het Mōri leger in de rug aanviel, waardoor het moest terugtrekken, kon Mitsuhide zijn tocht voortzetten. Onderweg had Mitsuhide samen met Fujitaka enkele belangerijke kastelen ingenomen en in november 1579 was de verovering van Tanba 丹波 en Tango 丹後eindelijk een feit. Midden 1580 kreeg Mitsuhide Tanba (nu een deel van Kyoto en Hyōgo prefectuur) toegewezen en hij brengt dit volledig onder zijn militaire controle. Mitsuhide mocht in tegenstelling tot andere vazallen zijn kasteel te Sakamoto houden.

Op 2 november 1580 kregen Mitsuhide en Takigawa Kazumasu het bevel om in Yamato alle landeigenaars een 'land-belastingsrapport' (ook wel sashidashi 指出 genoemd) te laten opstellen. Het rapport moest de afmeting, ligging, oppervlakte, enz. van het land tot in de details beschrijven. Mitsuhide en Kazumasu bleven er enkele weken en op het einde van het jaar hadden ze met de hulp van monnikken elk stukje land in kaart gebracht. Een maand later hadden ze voor heel de provincie de verschillende heffingen per veld berekend. De sashidashi waren bedoeld om te bepalen hoeveel belastingen de landeigenaars moesten betalen. De belastingen kwamen neer op bijdragen aan het militaire apparaat. Mitsuhide beschreef in de Akechi gunpō 明智軍法 zijn militaire wet en de regeling in verband met de sashidashi. De eerste 7 artikels zijn gewijd aan de militaire discipline. In artikels 8 tot 18, werd per categorie neergeschreven hoeveel de landeigenaar verschuldigd was. Er werden 11 inkomensverdelingen gemaakt, beginnende bij de categorie 100 'koku'. Na de categorie 100-150 koku en 150-200 koku werd elke categorie met 100 koku verhoogd tot de hoogste categorie van 1000 koku.

Enkele voorbeelden van de heffingen:

  • 100 koku: de landeigenaar moest 6 soldaten voorzien van uitrusting
  • 500-600 koku: de landeigenaar moest 2 gehelmde krijgers, 2 paarden, 5 vlaggen, 5 lancen en 1 bannier voorzien van uitrusting
  • meer dan 1000 koku: de eigenaar moest 5 gehelmde krijgers, 5 paarden, 10 vlaggen, 10 lancen, 2 bannieren en 5 haakbussen voorzien van uitrusting


In 1582 begon Nobunaga aan wat zijn laatste campagne zou worden. Hij moest de Takeda verslagen in Oost-Japan, de Mōri in West- Japan en de Chōsogabe in Shikoku. Het einde van de campagne kon Nobunaga echter nooit meemaken: hij werd 21 juni 1582 verraden door Mitsuhide en zijn vazallen. Nobunaga kwam om in het incident van de Honnōji 本能寺 (zie lager). Mitsuhide deed een gooi naar de macht, deze zou hij echter niet lang kunnen houden.

Na Nobunaga

Met het kelderen van de Oda-clan lag de weg naar de macht open. Mitsuhide voorzag dat er een mogelijkheid bestond om de Oda-clan te vervangen door zijn eigen clan, de Akechi-clan. Hij zou in ieder geval de steun krijgen van de daimyō's van de Takayama 高山氏, Hosokawa 細川氏, Nakagawa 中川氏 en Tsutsui 筒井氏-clans. Waarschijnlijker was een verschuiving van de macht (met Mitsuhide op een belangrijke positie). Mitsuhide nam de titel chief of the army [1]. In de elf dagen die op het honnōji incident volgden, zou hij kunnen doen en laten wat hij wou. Niemand hield hem tegen en ongestoord trok hij naar het kasteel van Azuchi 安土城 om het te plunderen. Hij trachtte Ōmi onder zijn directe controle te krijgen en op 26 juni slaagde hij daar in, 5 dagen na het incident in de Honnōji erkende het hof van Ōmi zijn heerschappij.

Mitsuhide probeerde om banden aan te gaan met Nobunaga's oude vijanden, hij dacht deze te kunnen overhalen en met hun steun een stevige basis te creëren voor zijn toekomstige heerschappij. Zo schonk Mitsuhide keizer go-yōzei 後陽成 (1571-1617) 500 zilverstukken en gaf rijkelijke geschenken aan de resterende monniken van de verschillende tempels (in Nara, Kyoto en op de berg Kōyasan) die vernietigd werden tijdens Nobunaga's poging om Japan een te maken.

Incident in de Honnōji tempel 本能寺の変

De vooravond

Oda Nobunaga installeerde zich op 19 juni 1582 in de Honnōji tempel in Kyoto. Hij was van plan om er enkele nachten te verblijven om daarna door te trekken naar het kasteel van Takamatsu 高松城 om Hideyoshi bij te staan. Het kasteel lag in de Bitchū provincie en was eigendom van de Mōri-clan, geleid door Shimizu Muneharu 清水 宗治 (1537-1582). Hideyoshi, die de opdracht had gekregen Mōri Terumoto 毛利輝元 (1553-1625)te verslagen, dreigde in de belegering van het kasteel vast te lopen. Hij had een ingenieuze constructie van kanalen en dammen bedacht om een nabijgelegen rivier om te leiden naar het kasteel zodat het zou onderlopen. Muneharu besefte het gevaar en riep versterking op van de Mōri.

Enkele dagen voor het incident werd Mitsuhide verteerd door twijfel, niet goed wetende wat te doen. Hij ging herhaaldelijk naar het schrijn van de Atago berg om er 'goddelijke inspiratie' te vragen. Mitsuhide nam ook deel aan een renga-sessie met Satomura Jōha 里村紹巴 (1525-1602) en andere dichters. Het kettinggedicht was schijnbaar een gebed om de Mōri-clan te verslaan. Hij opende de sessie met:

ときは今 toki wa ima Now is the time
天が下しる ame ga shita shiru To rule all under heaven-
五月かな satsuki ka na It's the fith month!

De nadruk ligt op de woordspeling toki, dit betekent 'tijd', maar ook 'Toki', de clan-naam van Mitsuhide's familie. Het vers kan dan geïnterpreteerd worden als: 'De toki gaan de controle over het land nemen'. Mitsuhide's bedoeling waren duidelijk.

Mitsuhide keerde na zijn gebeden op de Atago terug naar het kasteel van Kameyama, zijn fort in Tanba. In de avond van 20 juni compromiteerde Mitsuhide het plan om Nobunaga af te maken en zijn rijk over te nemen. Hij wist zijn vier hoofdkapiteins (waaronder Ise Sadaoki 伊勢貞興 (1559-1582)), een ex- commandant van Yoshikaga toegetreden tot de groep van Mitsuhide in 1975) te overtuigen. Rond tien uur diezelfde avond verliet Mitsuhide Kameyama. Hij informeerde zijn troepen niet over de werkelijke toedracht van hun tocht en liet zijn kapiteins rondstrooien dat ze in plaats van naar Bitchū naar Kyoto gingen om geïnspecteerd te worden door Nobunaga.

In de avond van 21 juni 1582 organiseerde Nobunaga een theeceremonie (茶道 of 茶の湯) voor de keizerlijke regent en leden uit zijn eigen gevolg. In de vroege ochtend viel Mitsuhide Nobunaga aan.

De aanval

Het rijk van Nobunaga overnemen kon op geen beter moment. Nobunaga's soevereine macht werd in juni duidelijk; de Takeda werden verpletterd, de meeste ambtelijke bureaus hadden zich overleverd en de campagnes in het Westen en Shikoku leken voorspoedig. Indien Mitsuhide een jaar eerder in opstand was gekomen, zou hij nog af te rekenen hebben gehad met de in tussentijd verslagen vijanden van Nobunaga, nu moest hij enkel de weerstand binnen het Oda-kamp trotseren. Hij had aan de kracht en snelheid waarmee deze elf dagen later optraden duidelijk misrekend.

Bij het aanbreken van de dag arriveerde Mitsuhide in Kyoto en omsingelde de Honnōji. De gefortificeerde tempel met grachten, wachttorens en robuuste muren bood niet veel bescherming tegen Nobunaga en zijn gevolg. Mitsuhide's troepen positioneerde zich rond de tempel en openden het vuur. Haakbussen knalden openingen in de muren. Nobunaga's lijfwachten waren duidelijk in de minderheid en waren niet opgewassen tegen Mituhide's 13.000 man sterke leger, aangevoerd door zijn aangenomen zoon Hidemitsu. Mitsuhide's soldaten drongen zich een weg naar binnen. Op het binnenplein stond Nobunaga. Niet vermoedend wie er achter de aanslag zat, riep hij "Verraad! Wie is de verrader?!". Snel werd duidelijk dat het Mitsuhide was. Na een hevige strijd raakte Nobunaga gewond aan zijn elleboog en trok zich terug in een achterkamer van de tempel. Hier kon hij eervol sterven door seppuku te plegen. De tempel werd in brand gestoken en Nobunaga verdween tussen de assen.

Mitsuhide trok met zijn troepen verder naar de Myōkakuji 妙覚寺, hierin verbleef de erfgenaam van Nobunaga, zijn eerste zoon Nobutada 織田信忠 (1557-1582). Deze besloot om niet te vluchten maar Mitsuhide op te wachten in het paleis van Nijō 二条城. Het paleis bood meer bescherming dan de tempel, maar veel zou het niet uitmaken, Nobutada werd vermorzeld door Mitsuhide's troepen. De sterke figuren van de Oda-clan werden vermoord en zo verzekerde Mitsuhide het kelderen van het Oda huis.

Motieven

De reden dat Mitsuhide Nobunaga verraden heeft, is nooit duidelijk geweest. Wel kan men aannemen dat er, in de jaren dat Mitsuhide onder Nobunaga's bevel stond, een eenzijdige agitatie ontstond.

Mitsuhide kon toetreden tot Nobunaga's hoogste officieren, maar werd van bij de aanvang van zijn benoeming behandeld als een buitenstaander en zou nooit echt geaccepteerd worden binnen de groep van de hoofdkapiteins. Mitsuhide werd als buitenstaander aanzien omdat hij niet uit de clans van de Owari 尾張 provincie kwam zoals de andere kapiteins. Deze clans waren reeds lang opgenomen in de Oda-clan, Mitsuhide werd pas aangesteld tot hoofdkapitein nadat Mitsuhide's voormalig meester Dōsan (Mino) verslagen werd. Daarbuiten werd Mitsuhide ook vaak geviseerd door Nobunaga. Hij werd meermaals verbaal vernederd en lichamelijk verwond.

In de pacificatie van Tanba moest het kasteel van Yamaki veroverd worden. Mitsuhide wist de heer van het kasteel, Hatano Hideharu 波多野秀治 (1541-1579), ervan te overtuigen zich over te geven. Tot grote schok van Mitsuhide besloot Nobunaga om Hideharu en zijn broer alsnog te executeren. Uit wraak voor dit vermeende verraad ontvoerden de vazallen van de Hatano-clan Mitsuhide's moeder en hingen ze op aan een boom.

Mitsuhide werd van domein naar domein gestuurd. Na Ōmi, Echizen en Tanba verwachtte hij ook een vierde wijziging. Of dit gezien kan worden als pesterijen van Nobunaga is niet zeker, maar het gaf Mitsuhide wel meer reden tot afkeer en tot slot verraad.

Dit was vermoedelijk de aanleiding voor Mitsuhide om Nobunaga, samen met het Oda huis omver te werpen en naar de macht te dingen. De 18 jaar trouwe dienst onder één van Japans beruchtste leiders, hadden hem misschien de ogen geopend naar wat binnen handbereik lag.

Verslagen te Yamazaki 山崎の戦い

Op 2 juli 1582 ontmoetten Hideyoshi's troepen (om en bij de 20.000 man sterk) die van Mitsuhide in Yamazaki in de provincie Yamashiro (huidige Hyōgo) en eindigde Mitsuhide's korte moment aan de top.

Hideyoshi was in actie geschoten nadat hij, de dag na het incident in de Honnōji, een boodschapper van Mitsuhide in handen kreeg. Deze was gestuurd om een bondgenootschap te sluiten met de Mōri en het nieuws over te brengen dat Nobunaga gestorven was in Mitsuhide's aanval op de Honnōji.

Hideyoshi had inmiddels de overhand gekregen in de belegering van het kasteel van de Mōri in Takamatsu (onder controle van hun vazal Shimizu Muneharu 清水宗治 (1537-1582)). Het kasteel stond zo goed als volledig onder water en de Mōri zouden zich snel gaan overgeven. Hideyoshi speelde het klaar om de Mōri (niets wetend over het Honnōji incident) Nobunaga's heerschappij te laten aanvaarden. Dit gaf Hideyoshi de mogelijkheid om zijn belegering te staken en Nobunaga te wreken. Hij vertrok onmiddelijk naar Kyoto.

Hideyoshi reageerde als eerste op het verraad van Mitsuhide. Hij was het minst ver verwijderd van Mitsuhide. Ook Tokugawa Ieyasu 徳川家康 (1543-1616)(geen lid van Nobunaga's exclusieve groep van Kapiteins maar eerder een bondgenoot), op inspectie in Sakai 酒井, keerde terug naar Mikawa om troepen te verzamelen en Hideyoshi te versterken. Niwa Nagahide 丹羽長秀 (1535-1585) en Nobunaga's tweede zoon (Oda Nobukatsu 織田信雄 (1558-1630)) konden ook een leger samenstellen, maar ze twijfelden en acties bleven uit.

Mitsuhide was naar het zuidelijker gelegen Yamashiro getrokken om er plaatslijke bevolking te recruteren voor zijn zwakker wordende leger. Zijn oorspronkelijk 10.000 man sterke leger was immers aanzienlijk geslonken nadat onderdanen zoals Takayama Ukon 高山右近 (1552-1615) en Tsutsui Junkei 筒井順慶 (1549-1584) hem hadden verlaten om zich bij Hideyoshi te voegen. Mitsuhide koos de vlakte bij Yamazaki uit om er Hideyoshi te ontmoeten. Zijn uitgeputte troepen faalden om Tennōzan 天王山- een hoger gelegen berg die strategisch heel belangrijk was - in te nemen. Hij werd over de rivier Enmyoji 円明寺川 gedreven en daar werden zijn troepen na enkele uren overwonnen. De meeste soldaten werden gedood door Hideyoshi's troepen. Enkele overlevenden vluchtten naar Kyoto en Mitsuhide vluchtte voorbij Fushimi naar het noorden. Onderweg in Ogurusu werd Mitsuhide aangevallen door boeren waardoor hij dodelijk verwond werd. Hij zag zich, net zoals Oda Nobunaga, genoodzaakt om eervol te sterven door middel van seppuku te plegen.

Hideyoshi had de dood van zijn meester gewroken en bracht het hoofd en lichaam van Mitsuhide terug naar de Honnōji om het te laten goedkeuren door Oda Nobunaga's geest.

Varia

  • Op de Tennozan staat er de dag van vandaag nog een standbeeld om de veldslag tussen Hideyoshi en Mitsuhide te gedenken.
  • In Kyoto (meerbepaald in het Higashiyama district 東山区) staat het Awada schrijn 粟田神社, het zou gebouwd zijn op de plek waar Mitsuhide uitendelijk gestorven is.
  • Tussen 7 januari 1973 en 30 december 1973 werd er een tv-reeks - Kunitori Monogatari [2] 国盗り物語 - vertoond op NHK, waarin de kamp tussen Saitō Dōsan, Oda Nobunaga en Akechi Mitsuhide werd afgebeeld.

Voetnoten

  1. Het is niet duidelijk wat de nederlandse vertaling van de term zou zijn, een mogelijkheid is hoofd van het leger.
  2. Wiki artikel over Kunitori monogatari (in het Engels)

Bronvermelding

  • Willy, Vande Walle. Geschiedenis van Japan tot 1868, academiejaar 2006-2007, Leuven: Katholieke Universit Leuven, 2006
  • Louis, Frédéric. Japan Encyclopedia, Cambridge: Harvard University press, 2002
  • Jeroen, P. Lamers. The Japanese Warlord Oda Nobunaga Reconsidered,Leiden: Hotei Publishing, 2000
  • Bernard, Spruyten. Een biografie van Oda Nobunaga: De economische drijfkracht achter de macht van een sengoku daimyou, Leuven: K.U. Leuven Faculteit Letteren, 1998-1999
  • Kodansha. Japan an Illustrated Encyclopedia, Tokyo: Kodansha, 1993
  • Danielle, Elisseeff. Hideyoshi: Bâtisseur du Japon Moderne, Librairie Arthème Fayard, 1986
  • Mary, E. Berry. Hideyoshi, Cambridge: Harvard University Press, 1982
  • George, Elison en Bardwell, L. Smith. Warlords, Artists & Commoners: Japan in the Sixteenth century, Honolulu: University Press of Hawaii , 1981
  • George, Sansom. A history of Japan 1334-1615, California: Stanford University Press, 1978
  • John, W. Hall en Toyota, Takeshi. Japan in the Muromachi Age, California: University of California Press, 1977