Aardewerk in de Jōmon-periode

Uit GeschiedenisJapan

Jōmon’ is de naam van de neolithische periode in Japan (ca. 12 000 v.C. – 300 v.C.).De naam ‘Jōmon’ betekent ‘touwpatroon’ en is afgeleid van het typische patroon dat men op het aardewerk uit deze periode terugvindt.

Midden Jōmon-pot uit de Niigata-prefectuur

Inhoud

Belang van aardewerk

Een volk dat aardewerk kon produceren had bepaalde voordelen:

  • ze konden hun vlees koken, dat daardoor makkelijker te kauwen was;
  • men kon voedsel beter opslaan.

Omdat aardewerk snel breekt is het moeilijk om het overal mee naartoe te nemen. Hierdoor kwam er een geleidelijke overgang van een nomadisch bestaan naar een semi-nomadische levenswijze.

Ouderdom

Na de Tweede Wereldoorlog werd het mogelijk om door middel van de koolstof 14-methode de ouderdom van voorwerpen vast te stellen. De oudste Japanse potscherven stammen uit het 11de millennium voor Christus, waarin ook op andere plaatsen aardewerk ontstaat. Het is dus mogelijk (hoewel niet zeker) dat aardewerk werd uitgevonden in Japan.

Productie

Het aardewerk werd waarschijnlijk gemaakt door de vrouwen, zoals dat gebruikelijk was in de meeste vroege samenlevingen. De potten werden met de hand gemaakt, zonder hulp van een wiel. De pottenbakker maakte de pot met rollen zachte klei. De klei werd gemixt met allerlei hechtmiddelen, zoals mica, lood, en geplette schelpen. Nadat de pot was gevormd streek men de oppervlakken glad. Wanneer hij droog was, werd hij buiten gebakken in een vuur, dat een maximale temperatuur van 900°C bereikte.

Onderverdeling

Omdat de Jōmonperiode zo lang duurt en zo cultureel divers is, heeft men haar verder onderverdeeld in subperiodes(1):

  • Begin Jōmon: 10.500-8000 v.C.
  • Vroegste Jōmon: 8000-5000 v.C.
  • Vroege Jōmon: 5000-2500 v.C.
  • Midden Jōmon: 2500-1500 v.C.
  • Late Jōmon: 1500-1000 v.C.
  • Laatste Jōmon: 1000-300 v.C.

Deze subperiodes worden nog eens onderverdeeld in potfasen, die gebaseerd zijn op het type aardewerk dat men gebruikte. De stijl van het aardewerk verschilt ook naargelang de plaats: de Jōmoncultuur is opgedeeld in 5 tot 6 regio's, die onderverdeeld kunnen zijn in 2 of meer subregio's.

Begin Jōmon

De vorm van de potten was gewoonlijk cilindrisch, met een gepunte of ronde bodem, zodat ze stevig in zachte aarde konden worden geplant om te koken. Op het einde van deze periode verscheen een nieuw type(2), met het typische touwpatroon. Deze potten hadden een platte bodem en een dikke rand.

De techniek was op dat moment nog niet zo verfijnd, en potten uit deze periode zijn vrij zeldzaam.

Vroegste Jōmon

Uit deze periode stamt aardewerk met touwindrukken en conische of puntige bodems. Ook ingekerfde stokken en schelpen werden gebruikt om patronen mee aan te brengen.

Vroege Jōmon

Potten met platte bodems worden de norm. Er verschijnen ook nieuwe potvormen, zoals diepe potten, kruiken met smalle halzen, en ondiepe kommen.

Vanaf nu ziet men ook bepaalde gelijkenissen tussen het aardewerk van Japan en dat van Korea, waardoor we kunnen veronderstellen dat er regelmatig contact was tussen beide.

Midden Jōmon

Midden Jōmon aardewerk

Dit is het hoogtepunt van de Jōmoncultuur. De basisvorm van het aardewerk bleef hetzelfde (een kook- of opbergpot met rechte zijden) maar de bovenrand nam flamboyante vormen aan(3). Men beeldhouwde de klei, maakte insnijdingen of bracht gedetailleerde patronen aan.

Er werd veel zorg besteed aan de vervaardiging van het aardewerk, maar de klei zelf was niet van zo'n goede kwaliteit.

Late Jōmon

Men ziet tijdens deze periode een stijging in het aantal rituele artefacten, zoals stenen fallussen. Men greep ook terug naar decoraties met touwpatronen en ingekerfde lijnen, en ontwikkelde een nieuwe stijl: het uitgeveegde touwpatroon (4). Hierbij bracht men eerst een touwpatroon en veegde het daarna gedeeltelijk uit om een glad oppervlak te verkrijgen.

Laatste Jōmon

In het noordoosten van Japan ontwikkelde men een nieuwe stijl(5), die gekenmerkt werd door het gebruik van zowel inkervingen als uitgeveegde touwpatronen. De potten werden ook vaak gelakt.

In het zuidwesten was het aardewerk eenvoudiger, met een enkele band ter decoratie.

Dogū

Dogū met 'skibril'.
Copyright Robert Yellin at www.e-yakimono.net

Naast potten worden er ook kleifiguurtjes teruggevonden die ‘dogū’ worden genoemd. Ze ontstonden in de Vroegste Jōmon-periode, maar de productie ervan floreerde in de Midden Jōmon-periode. De beeldjes stellen dieren en menselijke figuren (vaak vrouwen) voor.

Er worden 3 fasen onderscheiden: de platte, tweedimensionele dogū, de driedimensionele dogū en de holle dogū.

Hun doel is nog onduidelijk, hoewel er vele theorieën in omloop zijn:

  • Op basis van het feit dat vele dogū gebroken zijn teruggevonden, veronderstelt men vaak dat ze dienst deden als een soort talisman. Pijn, verdriet en ongeluk werden dan overgedragen op het beeldje, waarna het werd weggegooid.
  • Op een gelijkaardige manier werden misschien ziektes op de dogū overgebracht, waarna het deel van het figuurtje dat met deze ziekte overeenstemde, werd kapotgemaakt (dit zou verklaren waarom ze vaak een bepaald lichaamsdeel missen).
  • Een andere hypothese is dat ze (vrouwelijke) godheden voorstellen(6).
  • Volgens een andere theorie werden ze gebruikt tijdens begrafenisrituelen.
  • Anderen beweren dat het gewoon kinderspeelgoed was.

Varia

Ook nu nog putten kunstenaars zoals Shimaoka Tatsuzo, Sajiro Tanaka en Okamoto Taro inspiratie uit de Jōmon-kunst.

Voetnoten

  1. De bovenstaande data zijn benaderingen: geleerden hebben uiteenlopende ideeën over de duur van elke subperiode.
  2. Deze worden 'oatsu' genoemd. Andere stijlen uit deze periode zijn: mumon, toryumon, ryukisenmon, en tsumegatamon.
  3. Omwille van de gedetailleerde patronen denken vele auteurs dat de Jōmon-mens een symbolische betekenis toekende aan aardewerk, of dat het gebruikt werden bij rituelen.
  4. Deze stijl wordt 'surikeshi jomon' genoemd.
  5. Deze stijl wordt 'kamegaoka' genoemd en ontstond in Tohoku.
  6. Onder andere Handa Haruhisa steunt deze theorie - zie ook http://www.jomon.or.jp/ehanda.html

Bronnen

  • Japan: an Illustrated Encyclopedia: Part 1: A-L. Kodansha, 1993.
  • De mens : beeld en evenbeeld : Europalia 89 Japan in Belgium. Brussel: Gemeentekrediet van België, 1989.