Ōe Kenzaburō

Uit GeschiedenisJapan
Ga naar: navigatie, zoeken
Ōe Kenzaburō

Ōe Kenzaburō (大江 健三郎 31 januari 1935) is één van de hoofdfiguren binnen de moderne Japanse literatuur. Zijn vele werken zijn kritisch en geëngageerd en bevatten een duidelijke boodschap. Gekenmerkt door verscheidene gebeurtenissen binnen Japan en beïnvloed door onder andere Jean-Paul Sartreen François Rabelais, werd hij in 1994 bekroond met de Nobelprijs voor Literatuur.

Leven

Ōe Kenzaburō[1] is geboren in Ōse (大瀬村 Ōse-mura), een klein dorp gelegen in Ehime Prefectuur, temidden de bergen van Shikoku, het kleinste van Japans vier hoofdeilanden. Zijn familie leefde er al generaties lang. Het was een afgelegen dorp met de traditie van mondeling overgeleverde geschiedenis, vaak in de vorm van mythes en legendes. Door zijn annexatie bij het naburige dorp Uchiko is Ōse-mura niet meer terug te vinden op recente kaarten.

Op 9-jarige leeftijd verloor hij zijn vader in Wereldoorlog II. Ōe is dan ook sterk beïnvloed door de oorlog en de imperialistische, rond de keizer gecentreerde ideologie die in die periode heerste en op school onderwezen werd. Hij herinnert zich nog steeds de woorden uit zijn jeugd: “ik zou mijn buik opensnijden en sterven voor de keizer”. Het einde van de oorlog luidde de intocht van de democratie. Hij koos resoluut voor de democratie en opperde zelfs voor een lichte vorm van anarchie. De nederlaag van Japan betekende voor hem zowel vernedering als bevrijding. Dit werd één van de vele dubbelzinnigheden die Ōe’s leven en werken bepaalden.

Als student behaalde Ōe steeds uitstekende resultaten. De lagere schooltijd bracht hij door in een lokale school in zijn dorp. Zijn middelbare schooljaren zette hij verder in Matsuyama(松山市 Matsuyama-shi), de hoofdstad van de Ehime Prefectuur. Op 18-jarige leeftijd ging hij studeren aan de Universiteit van Tokio (東京大学 Tōkyō daigaku). Daar studeerde hij Franse literatuur en verdiepte zich voor zijn eindwerk in het leven en werk van de filosoof Jean-Paul Sartre. Hij was de enige van zijn familie die een hoger diploma behaalde. In deze periode publiceerde hij zijn eerste verhalen.

In 1960 trouwde hij met Itami Yukari, de jongere zus van de regisseur Itami Jūzō (伊丹 十三). Samen kregen ze drie kinderen, waarvan één, Ōe Hikari(光), geboren in 1963, ernstig mentaal gehandicapt ter wereld kwam. De aandoening van zijn zoon Hikari werd vanaf dat moment een belangrijk thema in zijn werken.

Een generatie naoorlogse schrijvers

Ōe plaatst zichzelf “op het einde van de lijn” van de naoorlogse schrijvers, een lijn die hij beschrijft als “diep getroffen door de oorlog, maar vol hoop voor een hergeboorte”. Hij onderscheidt zich hiermee van Kawabata Yasunari's(川端 康成) Zen-geïnspireerd traditionalisme en van de generatie jongere naoorlogse schrijvers zonder bewuste recollectie aan de oorlogsjaren. Die laatste noemt hij “slechts weerspiegelingen van de overgrote consumptiecultuur in Tokyo”[2].

Het Westen beschouwt Ōe als representatief voor een Japan met een nieuwe internationale identiteit.

Als schrijver wordt Ōe geplaatst binnen een reeks schrijvers die halfweg de jaren 50 hun intrede doen, de Junsui Sengoha (純粋戦後派 ‘Zuiver Naoorlogse Groep’), waartoe verder ook Kaikō Takeshi (開高 健) en Ishihara Shintarō (石原 慎太郎) behoorden.

Persoonlijkheid

De omgeving en dorpsbewoners van Ōe's geboorteplek drukten een eerste stempel op de persoonlijkheid van de schrijver. Ōse lag in een ruwe, marginale en zelfs primitieve omgeving vol legendes en mythes. De dorpelingen meenden dat hun geschiedenis in contrast stond met het autoritaire imperialisme van Japan. Deze dualiteit is als het ware ingebed in Ōe's persoonlijkheid, en bepaalt in belangrijke mate zijn leven en werken. Enerzijds bekritiseert hij het imperialisme, anderzijds bewierrookt hij het marginale.

Daarenboven worden in Ōe's ideologie voornamelijk invloeden teruggevonden van de oorlogsnederlaag van Japan, de figuur van de Goddelijke Keizer, de atoomdreiging en Hiroshima, de slechte behandeling van de Koreaanse minderheid, en de slachtoffers en problemen in Okinawa[3]. Zijn overtuigingen worden omschreven als 'anarchistisch humanistisch' en 'non-conformistisch'.

Sociaal en politiek geëngageerd

In de jaren 60 werd Ōe de spreekbuis van de linkse intellectuelen, onder andere door zijn protest tegen atoomenergie en de verdragen met de VS. Deze protestgroep, de 'Nieuw Linkse'-Beweging genaamd, vormde een anti-etablissementbeweging die oppositie voerde tegen de bestaande bewegingen van linkse signatuur, zoals de Japanse Socialistische Partij, de Japanse Communistische Partij en de Algemene Raad van Japanse Vakbewegingen of Sōhyō (総評). Nieuw-Links verweet deze 'Oud Linkse'-partijen immobiel en opportunistisch te zijn.

Ōe zelf stapte nooit in de politiek, maar liet steeds zijn stem horen en behield een sterke politieke invloed als schrijver. Zijn werken en parodieën zijn een manier om voortdurende kritiek te uiten op het Keizerlijk Systeem en de politieke implicaties ervan. Ōe benadrukte: “Zolang het Keizerlijk Systeem bestaat, moet de schrijver politiek betrokken zijn.”. Schrijven werd voor Ōe meer dan een persoonlijke zaak: “Het is een politieke daad”.

Deze uitgesproken opvattingen leidden vaak tot allerhande bedreigingen van de Japanse Rechtse Beweging. Zo lokte ondermeer het weigeren van de "Imperial Order of Culture" [4], kort na ontvangst van de nobelprijs voor literatuur, voortdurende bedreigingen uit. Ook de publicatie van het boek Seventeen (セヴンティーン Sevuntīn) (1961) dat handelt over Japans Rechts leverde hem veel problemen op.

Zijn meest recente werken blijven evenzo de literaire grens aftasten. De schrijver blijft hevig geëngageerd en zijn werken beogen het wakker schudden van zowel de nationale als de internationale maatschappij.

Een kritische auteur

Naast kritiek op de sociale en politieke situatie in Japan en de rest van de wereld, staat Ōe ook kritisch tegenover zijn medeschrijvers en voorgangers. Ōe maakt het onderscheid tussen de 'pure en serieuze literatuur' (純文学 junbungaku) en de 'romans van de populaire consumentencultuur'. Hij beklaagt zich sterk over de literaire trends in Japan en hoe de pure literatuur wordt verdrongen door de populaire. Hij bekritiseert hierom onder meer Murakami Haruki(村上春樹) en Yoshimoto Banana[5] (よしもと ばなな).

Mishima Yukio (三島 由紀夫)

Ook Mishima Yukio's (三島 由紀夫) 'keizergeobsedeerde' werken worden vaak geparodieerd, bijvoorbeeld in zijn werk 'The Day He Himself Shall Wipe My Tears Away'(みずから我が涙をぬぐいたまう日 Mizukara waga namida o nuguitamau hi) (1972). Hiermee wil Ōe het gevaar aantonen van het 'fanatieke denken'. Mishima's zelfmoord betekende volgens hem het keerpunt en maakte de weg vrij voor een hele reeks meer consumentgerichte romans.

Voorts stelt Ōe het historische concept van de vooroorlogse 'ik-roman' (私小説 Shishōsetsu of watakushishōsetsu), een vorm van Japanse autobiografische fictie, openlijk in vraag. Volgens hem “beperkte dit op stoïcijnse manier de functie van de verbeelding” omdat het de protagonist ‘ik’ teveel bindt aan een alledaagse omgeving. Ōe wil met zijn ervaringen geen zuiver autobiografisch werk creëren, maar een artistieke ervaring die de lezer ‘activeert’ en hem buiten de beperkingen van de realiteit draagt.

Hij plaatst eveneens resoluut zijn complexe en vaak groteske werken in schril contrast met de elegieën van een verloren Japans verleden van Kawabata Yasunari, zijn voorganger.

Thematiek en stijl

De vele thema’s en motieven die binnen Ōe’s werk aan bod komen, zorgen voor een complex maar goed doordacht resultaat. Hoewel elk motief in meer of mindere mate gekoppeld is aan een bepaalde periode van Ōe’s leven, verweeft de schrijver in zijn werken meestal verschillende thema's met elkaar. Eveneens inhoudelijk zijn de thema’s onderling onmiskenbaar met elkaar verbonden. Dit gegeven maakt zijn verhaaltechniek meer dan uniek Japans. Ōe's werken verwerven hierdoor een transculturele en transhistorische dimensie.

Het pastorale en rurale motief

De sterke invloed van Ōe's geboorteplek komen in zijn verhalen treffend tot uiting. Veel van zijn verhalen spelen zich af in een fantasiedorp gebaseerd op Ōse. De pastorale[6] werken van de jonge Ōe tonen een duistere zijde, afkomstig van een dreigende, buitenstaande autoriteit[7]. Later evolueert dit en toont hij ook de duistere en agressieve kant van de pastorale wereld zelf. Deze primitiviteit en anarchie vallen zonder meer te verkiezen boven de repressieve autoriteit. Zo zoekt Ōe naar een soort utopie binnen een reinigende natuurlijke omgeving in contrast met de centrale autoriteit, waar dorpelingen en hoofdpersonages vaak optreden als antihelden.

Het gewelddadige en seksuele motief

De personages zijn vaak het slachtoffer van een gewelddadige situatie of geven zelf toe aan de eigen gewelddadige fantasieën. Personages variëren van kinderen, Koreanen, deserteurs tot zelfs een gevangengenomen Afro-Amerikaanse soldaat. Het zijn personages betrokken in hopeloze conflicten die proberen hun leven een hogere betekenis te geven. Meermaals eindigt hun strijd in teloorgang. De teloorgang is echter van nobele aard, ter verheerlijking van de natuurlijke omgeving. Het geweld is anarchistisch en reinigend, maar niet verdrukkend en imperialistisch.

Ōe is er zich tevens acuut van bewust dat er vrijwel geen waardering bestaat voor het seksuele in Japanse literatuur in vergelijking met andere onderwerpen. De keuze van het seksuele motief, met zijn ongeziene en destructief shockerende kracht, komt onder andere voort uit zijn vastberadenheid de vooroorlogse generatie te overtreffen. Zijn personages zien seksueel geweld als de enige oplossing om hun betekenisloos en onbeduidend leven op te vullen. Het gebruik van seksuele inhoud geven zijn werken een taboedoorbrekend karakter en veroorzaakten reeds hevige commotie.

Het marginale motief

Seksueel perverse personages, gewelddadige taferelen en primitief afgezonderde leefgebieden dragen allen bij tot Ōe's fascinatie voor het marginale. Het resultaat daarvan is “een literatuur van extreme situaties”(Jean-Paul Sartre) die focust op de isolatie van een bestaand individu. Het zijn 'ongelukkigen' die naar de wereld kijken vanop de rand van de maatschappij. Dit laat hen echter toe om objectieve, en zelfs scherp satirische observaties te maken. Zo wordt het voor de personages mogelijk om het midden te houden tussen de respectabele wereld en de wereld van de criminaliteit.

Het apocalyptische motief

Sterk gegrepen door Hiroshima en de grote atoomdreiging, verwerkte Ōe dit thema geleidelijk in zijn verhalen. De dreiging van de vernietiging van de wereld moet zowel het individu als de gemeenschap tot inzichten en bevrijding brengen. Dit motief werd meestal verweven met andere thema's.

Ōe Hikari

A Healing Family (恢復する家族 Kaifukusuru kazoku), 1995

Ōe Hikari was de mentaal gehandicapte zoon van Ōe Kenzaburo. Zijn geboorte was een groot keerpunt in Ōe’s leven. Hierdoor veranderde de thematiek van zijn boeken. Voor het eerst bevatten zijn werken elementen van de relatie tussen een vader en zijn gehandicapte zoon, de eigen beleving van deze bijzondere ouder-kind relatie, en de reacties van buitenstaanders hierop. Hiermee raakte hij de thema’s onbegrip en waanzin aan, welke hij later zal toepassen op eerder algemene situaties. De oude thema’s bleef hij echter trouw en kwamen ook na de geboorte van Hikari nog steeds aan bod.

Met de tijd evolueerde Ōe’s relatie met zijn zoon. Hikari werd ouder en vond uiteindelijk een eigen stem.[8]. De complexe vader-zoon relatie alsook de levensfases in Hikari’s leven werden weerspiegeld in Ōe’s verdere werken.

Parodieën, een spiegel voor de maatschappij

Ōe maakt veelvuldig gebruik van een parodiërende stijl. Hij creëert een 'grotesk realisme' dat lacht met alles en iedereen, ook met de auteur zelf. “De taak van een schrijver is die van een clown.” Hij gebruikt de parodie als een verstoorde spiegel op de werkelijkheid. Ze werpen een scherpe blik op de werkelijkheid en leveren kritiek daar waar hij dat nodig acht.

Het sublieme

De hedendaagse Ōe verklaart dat hij eerder op zoek is naar 'het sublieme' in de wereld. Met 'het sublieme' bedoelt de schrijver een transcendente, spirituele ervaring die de leegte in het naoorlogse Japan kan vullen. Het ontdekken van het sublieme geeft de hedendaagse populaire cultuur meer diepgang en leven.

Ōe lokaliseert het sublieme in drie paradigma's[9]:

  • Binnen het beeld van geweld, vaak in combinatie met een apocalyptische situatie, waar vernietiging dreigt, vindt het personage bevrijding;
  • binnen de woeste omgeving, waar conflict optreedt, zorgt de omgeving en het gevecht voor de reiniging van de personages;
  • binnen het beeld van seksualiteit, in relatie tot geweld, vindt het personage bevrijding. De extremiteit vult de leegte die personages ervaren.

Ōe erkent binnen Japan ook anderen die zoeken naar het sublieme, zoals Murakami Haruki en regisseur Miyazaki Hayao (宮崎 駿).

Filosofisch geïnspireerd

Ōe’s werken bevatten meestal een existentialistische visie. Hij laat zich voornamelijk inspireren door Jean-Paul Sartre en Albert Camus. In zijn jeugd kwam Ōe dankzij zijn moeder in contact met het verhaal van 'Huckleberry Finn'[10]. Dit verhaal liet een bijzondere indruk op hem na. Ōe schreef: “Huckleberry Finn is een existentialistische held geworden. Hij heeft zichzelf bevrijdt van zijn tijd, zijn maatschappij en God; totaal geïsoleerd”.

Verder sympathiseert hij met verscheidene andere Franse en Britse auteurs. Zijn brede kennis en ervaringen verrijken op deze manier zijn verhalen en leven.

Bekroningen

Ōe's werken wonnen verscheidene prijzen en bekroningen. De belangrijkste hiervan zijn:

  • Prize Stock (飼育 Shiiku) won de Akutagawa Prize[11] (1958)
  • A Personal Matter (個人的な体験 Kojinteki na taiken) won de Shinchōsha Award (1964)
  • The Silent Cry (万延元年のフットボール Manen gannen no futtoboru) won de Tanizaki Prize (1967)
  • Teach Us to Outgrow Our Madness (われらの狂気を生き延びる道を教えよ Warera no kyōki wo ikinobiru michi wo oshieyo) won de Noma Literary Prize (1969)
  • The Flood invades my spirit (洪水はわが魂に及び Kōzui wa waga tamashii ni oyobi) won de Noma Literary Prize (1973)
  • Nobelprijs voor Literatuur [12] (1994)

Bibliografie

Een uitgebreide lijst van werken is te zien op het Engelstalig Wikipediaprofiel van de schrijver.

Voetnoten

  1. Bij Japanse namen wordt de achternaam gebruikelijk voor de voornaam geplaatst. Ōe is in dit geval de achternaam. Verder gebruikte Japanse namen volgen dezelfde volgorde.
  2. Citaten uit zijn toespraak bij het winnen van de Nobelprijs: Japan, The Ambiguous, and Myself
  3. Okinawa is een eiland ten zuiden van het Japanse vasteland. Okinawa werd tijdens WO II een bloedbad aangericht tijdens de landing van de geallieerden. 110.000 Japanse soldaten en 170.000 burgers van Okinawa kwamen om het leven. Hierna kende Okinawa een periode van Amerikaanse bezetting. In 1972 kwam Okinawa terug onder Japanse soevereiniteit. Tevens zijn er grote culturele verschillen tussen Okinawa en het Japanse vasteland en zijn de burgers van Okinawa vaak het slachtoffer van discriminatie.
  4. Dit is de grootste eer die men kan ontvangen in Japan, gecreëerd door Keizer Hirohito in 1937
  5. Pseudoniem voor Yoshimoto Mahoko (吉本 真秀子)
  6. Idyllische en landelijk, binnen een primitieve, soms zelfs utopische, natuurlijke omgeving.
  7. Hiermee verwijst Ōe naar het Japanse Keizerlijk Systeem
  8. Hikari bleek een bijzonder getalenteerd componist te zijn. Zo kon hij zich uiten in de muziek.
  9. Een handelswijze, een model, een voorbeeld dat door iedereen kan worden ervaren
  10. The Adventures of Huckleberry Finn (1884) is een roman van Mark Twain
  11. Vernoemd naar de beroemde schrijver uit de taisho periode Akutagawa Runosuke
  12. Ōe was de tweede Japanse auteur die de Nobelprijs voor Literatuur won. De eerste was Kawabata Yasunari in 1968.


Bronvermelding

Boeken

  • Bradbury, Steven, Pease Donald, Wilson Rob en Oe Kenzaburo (1993) "A Conversation with Oe Kenzaburo", Boundary, NC: Duke University Press. jrg.2, vl. 20, nr.2, p.1-23.
  • Napier, Susan J (1995) The Fantastic in Modern Japanese Literature: The Subversion of Modernity. Austin: Taylor & Francis.
  • Snyder, Stephen, Gabriel, Philip (1999) Ōe and Beyond: Fiction in Contemporary Japan. Honolulu: University of Hawaii Press.
  • Vande Walle, Willy (2007) Een geschiedenis van Japan: Van samurai tot soft power. Leuven: Acco.
  • Wilson, Michiko Niikuni (1986) The Marginal World of Ōe Kenzaburō: A Study in Themes and Techniques. Armonk, NY: M. E. Sharpe.

Cursussen

  • Hellemans, Karel (2007) Inleiding tot de Japanse cultuur en literatuur: cursus KULeuven. Leuven: Cursus KULeuven.

Online bronnen

Originele pagina